Blog
Blogfeed
Voeg uw emailadres toe indien u een email wilt ontvangen bij een nieuwe blog:


Datum: 23-10-2014
 Asterix en Obelix

 

In heel Nederland heersen de staatsecretaris en de minister over het onderwijs. Basis-, voortgezet-, middelbaar beroeps-, hoger onderwijs en de Alma Mater dansen naar de pijpen van het tweetal. Al jaren daalt  de knoet van verandering en de zweep van vernieuwing neer op de ruggen van de slaven van het krijtje. Bestuursvoorzitters wentelen zich in luxe en rijkdom en houden het onderwijsgepeupel in volstrekte gehoorzaamheid door het dreigement van ontslag en uitsluiting. In heel Nederland zal en moet het onderwijs klaar worden gestoomd voor een toekomst die nog niet bedacht is door de schare van adviseurs die in het kielzog van de raden zich te goed doen aan de steeds gevulde subsidieruif. In heel Nederland, behalve in een klein plaatsje ergens in het land dat misschien tegen beter weten in zich verzet tegen zoveel bemoeienis.

In dat kleine plaatsje hebben een aantal basisschooldirecteuren de koppen bij elkaar gestoken. Niet een paar dagen op de hei maar gewoon in het plaatselijke dorpshuis in het achterafzaaltje waar op zaterdag de duiven worden ingekeefd voor de grote prijsvlucht vanuit Roubaix. Daar vonden ze elkaar tussen pot en pint en gesterkt door de wil om onderwijs te geven zoals het hoort in deze roerige tijden, onderwijs dat er voor zorgt dat elke leerling klaar is voor zijn toekomst wat die ook brengen mag. Twee rondjes, uit eigen zak betaald, heeft het geduurd en toen waren ze er uit. Geen fusie maar een samenwerking, geen ‘in elkaar opgaan’ maar een coöperatie van gelijkgestemden, geen raad van bestuur en zulkse onzin meer, maar gewoon de directeuren directeur in hun eigen schooltje met de zeggenschap over het doen en laten in hun eigen schooltje. Geen auto met chauffeur maar gewoon op de fiets naar school zoals altijd. Geen sjiek bestuursgebouw annex vergaderruimte maar het achterafzaaltje van ‘de duivenkoning’ het dorpshuis.

Lesmateriaal? Samen aankopen en zoals Appie Hein op de kleintjes letten. Werkdruk? Vooral er voor zorgen dat de onderwijzers en onderwijzeressen niet ziek worden of afbranden. Lesmethode? Laat dat maar aan de onderwijsgevenden over, die hebben daar het meest verstand van. Nieuwe gebouwen? Laten we dat nog enige jaartjes uitstellen en wachten op betere tijden. ICT? Opletten geblazen want hierbij geldt vooral ‘de wet van de remmende voorsprong’ dus niet achter elk nieuwtje aanlopen dat bij aanschaf toch al verouderd is. En zo kwam alles ter sprake en maakten ze afspraken met elkaar van hoe en wat en op elkaar afgestemd.

Al dat gedoe met die samenwerkingverbanden vonden ze ook zo onnodig en in plaats van het geld dat ze krijgen voor het passend onderwijs rechtstreeks in de overvloedige potten van het samenwerkingverband te storten, doppen ze zelf hun boontjes. Elk schooltje heeft zijn ‘passend onderwijs’ klasje. Gerund door een bevoegd intern begeleider en ondersteund door een remedial teacher en allebei hebben ze het klappen van de didactische zweep perfect in de vingers. Voor de echt moeilijke leerlingen hebben ze samen een potje gemaakt waaruit geput kan worden voor professionele hulp, een schoolpsycholoog en aanverwanten worden uit dat potje betaald en wat er jaarlijks overblijft vloeit terug, netjes verdeeld zoals het hoort, naar de scholen.

U begrijpt, dit alles is tegen het zere been van het graaiersvolk dat vanuit zijn ivoren toren met ingehouden machteloze woede moet toezien hoe hun fusies, hun megalomane gebouwen, hun emolumenten, hun dure ICT, hun altijd gebrek aan geld, hun geldverslindende samenzweringsverbanden en andere netwerken, volstrekt belachelijk wordt gemaakt door wat zij noemen de eigen-nest-bevuilers.

 De staatsecretaris heeft al laten weten dat de inspectie van het basisonderwijs minutieus zal nagaan of de rekeningen van die schooltjes wel kloppen, of er wel degelijk les volgens de staatsnorm wordt verzorgd en hij heeft er de nadruk op gelegd dat scherp slijpen, muggenziften, afzeiken en volstrekte willekeur moet worden gehanteerd in de beoordeling van de schooltjes want per slot van rekening betekent heel Nederland ook héél Nederland zonder uitzondering.

Jazeker, de schooldirecteuren van dat enige plekje in Nederland dat zich verzet tegen alles wat ons onderwijs kapot en stuk maakt hebben een toverdrank, gewoon gezond boerenverstand.

 

J.Jeronimoon   
----------
 
Datum: 14-10-2014
 Wie van de drie?

 

Er is een minister van onderwijs. Zoals we nu al een tijdje weten is zij een minister tegen wil en dank, ten minste dat heeft zij ons doen geloven toen ze indertijd met haar geloofsbrieven bij de formateur op bezoek ging. Een goed betaalde baan als bestuursvoorzitter van de hogeschool liet ze, volgens haar zeggen tegen haar zin, achter zich om zich te storten op het ministerschap. Als snel werd duidelijk dat deze minister vooral haar voormalige bestuursvoorzitternetwerk van dienst zou zijn. Het voorstel vanuit de onderwijscoöperatie voor een lerarenregister vóór en dóór docenten werd door deze minister vakkundig in de onderste regionen van de bureaulade geflikkerd en het netwerk werd aangesproken om als de wiedeweerga met een voorstel te komen dat een beetje beter zou passen in het straatje van de onderwijswerkgever. De bejaarde onderwijsvernieuwingen werden door deze minister nog maar eens van stal gehaald om de docenten in het land duidelijk te maken dat deze minister een volstrekt andere beleving heeft van goed en Beter Onderwijs dan de man of vrouw op de werkvloer.

Er is een minister van sociale zaken die een tijdje wethouder van onderwijs is geweest in de gemeente Amsterdam. Aangezien deze minister op dit ogenblik zwaar in de schaduw moet leven van zijn staatsecretaris die met haar participatiewet, pensioenwet en nog wat andere kleine dingetjes volop in de belangstelling staat van het Nederlandse journaille zocht de minister ook een klein dingetje om de aandacht op zich te vestigen en verviel in zijn aloude kwaal van bemoeizucht met het onderwijs. Hij vond het nodig om even in de schoenen van de andere minister te gaan staan en schreef een brandbrief naar de kersverse voorzitter van de sociaal economische raad M. Hamer. Een brandbrief waarin hij zonder omwegen aan mevrouw Hamer duidelijk maakt dat het hele onderwijs op de schop moet en dat mevr. Hamer in een ‘onafhankelijk’ onderzoek methode Stapel eventjes wil bevestigen dat deze pseudo minister van onderwijs daar helemaal gelijk in heeft en dat het vijf voor twaalf is voor het onderwijs en dat als er niet rigoureus en snel veranderd wordt ten voordele van de winstmaximalisatie van de BV-tjes van vriendje Maurice Statistiek dit land gedoemd is ten onder te gaan.

En dan is er nog een derde  onbekende ‘minister’. Vroeger was hij een hoge pief op het ministerie van onderwijs maar hij had al snel door dat het adviesleven véél en véél meer duiten in zijn eigen zak zouden doen belanden. Hij richtte een groepje op en stortte zich vol overgave op de onuitputtelijke subsidiebron. De ene keer als adviseur van een megaschool dat na een tijdje de deuren moest sluiten wegens failliet, de andere keer als expert in het opzetten van een lerarenregister met winstgevende cursuscarrousel en de volgende keer als bedenker van alweer een nieuw onderwijsconcept en deze keer een concept waarbij onderwijs zonder docent nog véél beter is dan onderwijs met docent. Heel slim geeft hij ook indoctrinatiecursussen voorbehouden aan de voorzitters van de raden van bestuur waarin hij de cursisten twee dingen duidelijk maakt. Het eerste is dat er maar één minister van onderwijs is en dat is hij en een tweede is dat het onderwijs beter af is zonder bevoegde docenten dan met. Hij spiegelt de voorzitters dan ook netjes voor, met gebruik van grafieken en tabelletjes, wat hun financiële voordeeltjes wel zouden kunnen zijn als het aantal bevoegde docenten verlaagd kan worden naar het absolute minimum. Alles voorzien van de nodige ‘tips en trucs’. In zijn jargon heet dat ‘good practices’. De voorzitters van de overkoepelende raden zijn kind aan huis bij het groepje. Een adviesje hier, een goed woordje bij een ‘vrindje’ op het ministerie van onderwijs of een ander ministerie en de ene voorzitter weet zich gesteund in zijn strijd tegen het aanpassen van de bestuurdersvergoedingen en een andere voorzitter mag naast haar bestuurdersbaantje toezicht houden op de afschaffing van de AWBZ. Het groepje heeft tentakels in alle ivoren torens van het Nederlandse Onderwijs.

Een minister van onderwijs ‘tegen wil en dank’, een omhoog gevallen wethouder van onderwijs, een onzichtbare minister van onderwijs, beschermd door een politiek netwerk, veelgevraagde ‘adviseur’ van de overkoepelende raden, de ‘midas’ voor de onderwijsbestuurders en veelvraat wat betreft onderwijssubsidies.

Wil de echte minister van onderwijs nu opstaan.

 

Jesse Jeronimoon.

 

 
----------
 
Datum: 8-10-2014
 Zet hem op Ad en Walter

 

Het is zover, er is alweer gerommel rond het nieuw in te voeren lerarenregister. De staatsecretaris van Onderwijs wil met alle geweld een lerarenregister geschoeid op de leest van de werkgeversbende en ontwikkeld door de ex- collega’s en tevens BON- en docentenhaters, de CBE Group ( spreek uit als kroep),  op het ministerie van onderwijs,  door de strot van onderwijzend Nederland duwen. Maar deze keer gaat de vakbond dwarsliggen. Jazeker leest u de vorige zin nog maar eens over, de vakbond gaat dwars liggen. Gelijk hebben ze.

Ongeacht het feit dat het mijn persoonlijke mening is om nooit of te nimmer met een lerarenregister te beginnen omdat ik een hekel heb en doodsbang ben van namenlijstjes, en dat is begonnen na het lezen van ‘om erger te voorkomen’ van de helaas ons te vroeg ontvallen historica Nanda van der Zee,  zijn er genoeg redenen aan te halen om te weten dat zo een werkgevers-lerarenregister de dood in de pot is voor het Nederlandse Onderwijs en zijn leraren. Een kleine analyse.

Volgens de werkgever zorgt een lerarenregister voor verdere professionalisering van de docent door middel van ‘een leven lang leren’. De onderwijswerkgevers hebben in het verleden reeds bewezen onbetrouwbaar te zijn, de uitzonderingen daargelaten. Denk aan het taakbeleid dat door de werkgever aangepast is tot een werkdrukinstrument, de honderden miljoenen lumpsum gelden die ‘ergens’ zijn terecht gekomen behalve in het primaire proces en nog een paar zaakjes van fraude en de onbetrouwbaarheid is onderbouwd. Daarom moeten we die zogenaamde ‘professionalisering’ met een korreltje zout nemen. Neemt u maar een hele kilo zout.

Om te beginnen, wie zijn die lui die het o zo nodig vinden dat een bevoegd docent ‘geprofessionaliseerd’ moet worden? Het merendeel zit op een managerstoel en heeft ooit in een ver verleden onderwijs mogen genieten en daarna nooit of te nimmer met onderwijs te maken gehad tot het mooi bestuurdersbaantje hun in de schoot kwam vallen. Weinig of geen kaas gegeten van onderwijsleerprocessen en de eerst om te zeggen dat bestuurders niets van het vak moeten weten immers een melkfabriek besturen is hetzelfde dan een school besturen. Het zijn verdorie de laatste die iets zouden mogen zeggen of te vertellen hebben over de professionalisering van de docent.

Professionalisering kan in principe maar op drie vlakken: Vakinhoudelijk, didactisch en pedagogisch. Wat het eerste betreft: Denk aan de docent VO vierde jaar VMBO, Nederlands, Engels, misschien Duits, wat is er de afgelopen twintig jaar vakinhoudelijk veranderd aan die talen? Juist niks, nul, nada, miden. Wiskunde, natuurkunde, In de twintig jaar dat ik het vak onderwezen heb, heb ik alleen maar verschraling van het curriculum gezien, het bijhouden van de vakliteratuur was een persoonlijke hobby en voegde niks, nul, nada, miden toe aan mijn onderwijspraktijk. Enfin, ga zelf maar eens na wat er voor jouw eigen vak in de afgelopen twintig jaar vakinhoudelijk zo veranderd is dat buiten het bijhouden van de vakliteratuur het nodig zou zijn dat u elke twee jaar bijgeschoold moet worden.

Didactisch is het van hetzelfde laken een pak. Jaja ik hoor u al, de ICT heeft ziin intrede gedaan. Klopt, en… denkt u nou echt dat het nodig is om geschoold te worden in windows 8.2 en over twee jaar in windows 8.3? Natuurlijk niet, een goeie docent gebruikt de ict die hij denkt nodig te hebben om zijn lessen en leerstof te verrijken en daar hebt u helemaal geen tweejaarlijkse cursussen mee nodig, hoogstens om van een adviseur te vernemen dat facebook uit is en pinterest in, of u daar een cursus voor nodig hebt? Het lijkt me van niet.

De pedagogische kant is al helemaal een gotspe nu het passend onderwijs in het PO, VO en MBO zijn ingevoerd. Geen enkel samenwerkingsverband gaat zich brodeloos maken door u degelijk bij te scholen hoe om te gaan met de moeilijke gevallen, ze zijn niet op hun financiéle achterhoofd gevallen. Hoe ik dat weet? Vanaf het jaar 2000 hou ik in de gaten hoe het gesteld is met de kennis van de ontwikkelingspsychologie en de leer- en gedragsmoeilijkheden bij leerlingen, en ik kan u melden dat het jaar na jaar slechter werd, ondanks en mede te danken aan de opleiding-instituten en scholingsinstituten. Het enige wat de onderwijsgevende straks binnen het passend onderwijs nog mag doen is melden dat een van de leerlingen een ‘moeilijke leerling’ is en de mallemolen van de samenwerkingsverbanden komt in beweging, als er genoeg geld voor handen is ten minste. Diegene voor de klas mag dan alleen nog verslagjes schrijven in zijn eigen tijd.  

Conclusie van dit alles. Het werkgevers-lerarenregister zoals de staatsecretaris dat wil heeft geen enkel nut, tenzij de te volgen cursussen en scholing vooral bestaan uit indoctrinatie of te wel het zogenaamde ‘neuzen naar een kant’ beleid van de werkgever. En het is natuurlijk mooi meegenomen dat zowel de werkgever als zijn vriendjes cursusleiders daar een dik belegde boterham aan kunnen overhouden te beginnen met de cursusgelden die de docenten nu vrijelijk mogen besteden en straks  door de werkgever ten nut van het lerarenregister zullen worden ingezet. Ook heeft het als voordeel dat het grote cohort van onbevoegde ( denk aan al die ‘praktijkopleiders uit het bedrijfsleven die staan te trappelen voor de deuren van het MBO) en door de onbekwame manager tot bekwame docent gebombardeerde nitwit verdwijnt in de ‘registerleraar’. Is daar ook geen gedoe meer over en het MBO volledig overgeleverd aan de nukken van het bedrijfsleven.

Walter Drescher van de AOB en Ad Verbrugge van de onderwijscoöperatie hebben overschot van gelijk. Zij willen een register met uitsluitende bevoegde docenten zodat iedereen weet dat deze registerleraar  de nodige kennis en kunde, zowel vakinhoudelijk, didactisch en pedagogisch, heeft om voor de klas te staan.

Wacht even… is het dan niet zo dat het enige feit dat een docent zich ‘bevoegd’ mag noemen het lerarenregister eigenlijk feitelijk volstrekt overbodig is?

 

Jesse Jeronimoon 
----------
 
Datum: 2-10-2014
 Werkdruk.

 

Werkdruk is een subjectief iets. Wat de ene, de docent, ervaart als druk is voor de andere, de manager, een ‘gezonde spanning’, wat voor de manager dan ook weer de reden is om de docent nog een beetje gezonder te maken door de werkdruk een beetje te verhogen, wie tegenstribbelt kiest er dus voor om ‘ziek’ te zijn.

Werkdruk en taakbeleid waren en zijn een steeds wederkerend onderwerp aan de onderhandelingstafel, de tafel in de koffiekamer van de leraar, de ontbijttafel thuis, fora en columns. Geen onderwerp dat zo diep is uitgespit, zo ver is doorgepolderd, waar zoveel om te doen is als de werkdruk en het taakbeleid in het onderwijs. Vakbonden willen minder, minder, minder, werkgevers willen meer, meer, meer, en als er niet meer werkdruk komt willen ze meer, meer, meer geld van de minister. Wat ons doet concluderen dat er een correlatie is tussen ‘gezonde spanning’ en punica, toch?

De werkgevers hebben de belofte van ‘inzicht geven in de verborgen taken van de docent’ volledig waargemaakt, met de ‘eerlijke verdeling van de taken’ is het een beetje mis gegaan. De docent die vóór het taakbeleid als laatste binnen kwam en als eerste vertrok, nooit te zien was op vergaderingen, met de pet gooide naar het mentorschap en meer van dat soort zaken, deed ná de invoering van het taakbeleid exact hetzelfde en niemand sprak hem daar op aan.

In de loop van de jaren bleek de taak van de docent alsmaar uit te dijen. Iedereen kent wel het gemak waarmee de manager bij alweer een nieuw bedachte taak de schouders optrok bij enig protest en de in zijn mond verstorven eeuwigdurende mantra ‘dat hoort bij je taak’ uitsprak. Vooral in het basisonderwijs blijkt dat het net ingevoerde passend onderwijs en alle verslagen, groepsplannen, individuele plannen, en al dat andere schrijfwerk waar de onderwijzer drie jaar geleden geen weet van had op een sakker en een vloek te ‘horen bij de taak’. Soms vraag ik mij af waar de slaven van het krijtje nog de tijd vandaan halen om een les voor te bereiden en enig nakijkwerk te verrichten. In een dag zijn toch maar 24 uur.

Lesje op School, de facebook community heeft door een oproep aan het onderwijsveld op enkele uren tijd maar liefst meer dan 50 verschillende quotes bij elkaar gescharreld. Stuk voor stuk non-argumenten van de manager om de ervaren werkdruk weg te lachen. Dat gaat van het gekende ‘het hoort bij je taak’ tot ‘je hoeft hier niet te werken’. Wat mij het meest opviel was de uitspraak ‘je moet natuurlijk je lange vakanties terugverdienen’. Wat mij dan weer sterkt in de overtuiging dat het onderwijs de enige tak is waar eigenlijk niemand recht heeft op vakantie als hij een gewone werkweek van 40 uur zou draaien. Dus er zijn managers, directeuren en bestuurders in dit land die in het taakbeleid de vakantie van de onderwijzer gecalculeerd hebben, gekker moet het niet worden.

Enfin, aan die werkdruk zal er vooral nog veel papier aan vuil gemaakt worden en daar blijft het dan bij. Al jaren en jaren hoor ik het geweeklaag van docenten en aanverwanten, al jaren en jaren is het taakbeleid een doorn in het oog en al jaren en jaren branden mensen figuurlijk af omdat ze hun taak niet meer aankunnen. Een oplossing lijkt niet in zicht. Het ‘vrije model’ wat bestuurders zo graag willen invoeren zal de werkdruk nog verhogen ook al beweert de ivoren toren zitter dat het niet zo zal zijn. Aan een prikklok wil niemand beginnen en de vakbond heeft zelf aan de wieg gestaan van het taakbeleid dus aan die kant is ook niets te verwachten. Laten we eerlijk zijn, ook met de loyaliteit tegenover de collega, de samenhorigheid en de solidariteit schort wat in onderwijzend Nederland zodat een landelijke vuist tegen het taakbeleid en alsmaar hoger wordende werkdruk niet meer is dan een heerlijke wensdroom. Er zijn er altijd wel genoeg te vinden die ‘ja maar we hebben toch een prachtig vak’ uitzoemen als reden om niet mee te moeten doen met gelijk welke actie.

Weet je wat, als er in dit land ééntje is die zich sterk maakt voor álle docenten, die zonder steun van de vakbonden, die zo godsgruwelijk vasthoudt aan haar overtuiging dat het huidige taakbeleid en werkdruk een product is van het ‘winstmaximalisatiedenken’ van bestuurders , is het wel de Jeanne D’Arc van de website www. Iemanddoetiets.nl. Nu bezoeken die website, onmiddellijk, niet dralen en steunen die meid. Helpen waar je kan en als het zover is te zijner tijd aanwezig zijn bij de zitting van Hof en daardoor de rechters duidelijk maken dat zij niet alleen staat in haar overtuiging dat al jaren en jaren de bestuurder het taakbeleid misbruikt om de werkdruk in het onderwijs tot ongekende hoogte te sturen. DOEN!

 

J.J.    
----------
 
Datum: 25-09-2014
 De staat in verval



Het is genoegzaam bekend dat er in het onderwijs een ander loos is. De werkdruk is te hoog, honderden miljoenen verdwenen als sneeuw voor de zon, de schare onbevoegden voor de klas groeit als kool en docenten worden ondergeschikt gemaakt aan machines, om er maar enkele te noemen. Tegengeluiden worden in de kiem gesmoord of passen zich een beetje, uit lijfsbehoud, aan aan de heersende mores, ze houden het nog even vol tot ze zich, uit louter vermoeidheid, ook maar gewonnen geven. Het gaat immers om de daden van de zelfbenoemde onderwijselite en daar is geen kruid tegen gewassen.

De onderwijselite heeft jaren geleden ingezet op autonomie en dommigheid. Autonomie in besteding van overheidsgelden, zelfverrijking heet dat, en dommigheid als norm voor de kwaliteit van het onderwijs. Ook onze minister van onderwijs zweert, gehuicheld of instemmend, bij deze autonomie en dommigheid. Ik zie geen andere reden waarom zij anders haar oren laat hangen naar de onderwijselite en honderden miljoenen doneert, ondanks de lump sum, bestemd voor een update van het IT-gebeuren. De strijkstok en de computerboer zullen er wel bij varen.

Mensen met grote gaven, onze bevoegde docenten en onderwijzers, in de wieg gelegd om dit land voort te stuwen in de vaart der volkeren is in de afgelopen jaren door de heersende onderwijselite vogelvrij verklaard. Dat zeldzame soort kennisdragers mag door iedereen, onder applaus van adviseurs en politiek, belasterd, bespot, gekleineerd, beledigd en opgejaagd worden. Ze scheppen er een onbedaarlijk genoegen in om deze onderwijstalenten het leven zuur te maken en te laten struikelen.  De kwaadaardigheid van de onderwijselite kent geen grenzen. Met de honderden IT miljoenen worden systematisch alle leerlingen en docenten in een hypocriete, continue controleerbare positie gemanoeuvreerd, big brother in de educatieve software op het i-padje is watching you.

Ingegeven door de vrees dat kennis vroeg of laat de onderwijselite ter verantwoording zal roepen heeft hen doen besluiten de dommigheid te laten zegevieren. Onderwijsvernieuwingen en – veranderingen, mede ondersteund door opeenvolgende ministers en kamers, elimineerde langzaam maar zeker alle algemene vorming. Bij de onderwijsvernieuwingen van de afgelopen 20 jaar werd vooral rekening gehouden met de wensen van de zelfbenoemde elite, de bestuurdersvergoeding, het nieuw te bouwen schoolgebouw, het financiële wel en wee van de samenwerkingsverbanden, maar geen docent of onderwijzer kwam er aan te pas omtrent curriculum en leerstof. Er staan voor het passend onderwijs tientallen bestuurders, honderden ambtenaren en duizenden adviseurs klaar, maar over de leerling is niet nagedacht.

Onbedwingbaar is het voor de politiek en de onderwijselite halfslachtige maatregelen te nemen. De eerste omdat ze niet beter kan en de tweede omdat ze er beter van wordt, financieel gezien. Het algemeen belang is niet meer dan zelfverheerlijking- en  verrijking. Uit angst haten ze de kennisdragers, of nog erger, uit onverschilligheid. Het onderwijs interesseert ze namelijk geen ene malle moer. Buiten hun eigen portemonnee en vriendjeskring boezemt niets ze ook maar het minste belang in, ook niet het door hun zo gewaardeerde, op het voetstuk geplaatste, te zoeken en te stimuleren ‘talent’. Want wie zou deze ‘talenten’ moeten zoeken en stimuleren? De door hun zo gehate docent en onderwijzer, onderwerp van hoon en spot?

Niet democratisch gekozen bestuurders die op elk maatschappelijk vlak, van onderwijs, zorg, volkshuisvesting, sociale zekerheid, nutsvoorzieningen en wat al niet meer elkaar geen strobreed in de weg leggen, de hand boven het hoofd houden en de bal en baantjes toe spelen, gecombineerd met een doofpotcultuur, een kritiekloze onderzoeksjournalistiek en een uitgekleed onderwijssysteem,  zijn de kenmerken van een staat in verval.

 

Jesse Jeronimoon

 

    
----------
 
Datum: 18-09-2014
 Lesje van Lesje op school

 

Lesje op school is wat we tegenwoordig noemen een community op social media vooral facebook. Lesje op school houdt zich ledig met het aan de kaak stellen van mis- en wantoestanden in het Nederlandse onderwijs. Door middel van scherpe quotes, foto’s en filmpjes bereiken ze duizenden onderwijsmensen die maar al te graag reageren op de humorvolle, soms sarcastische en uitzonderlijk eens een melige quote of tekst. Tot hier toe alles normaal in sociaal medialand.

Tot vorige week. Lesje op school publiceerde op haar facebookpagina een opmerkelijk verschijnsel. Het was namelijk opgevallen dat op ‘neutrale’ quotes en berichtjes er duizenden likes, shares, en tientallen reacties kwamen die op hun beurt dan ook nog eens geliked en geshared werden. Een foto van een jochie uit groep acht met een grote bruine kip waarbij het bericht dat de spreekbeurt van het jochie ging over de struisvogel en dat hij bij gebrek aan de Afrikaanse loopvogel de kip van buurman had meegenomen omdat die ook niet kon vliegen, mocht zich verheugen in tientallen commentaren gaande van ‘leuk’ tot ‘zielig’ en de nooit ontbrekende bezemberijder die het nodig acht om een en ander te duiden en zijn reactie te voorzien van een soort van zweefteverige commentaar doorspekt met de woorden, creativiteit, talent, oplossend vermogen, en andere te vermoeden mogelijke tot nu toe onontdekte competenties bij het joch. Nooit vraagt er zich iemand af waarom de kleine kippenboer in spé niet gewoon een spreekbeurt gaf over de kip. Maar soit, het gaat er om dat er duizenden het berichtje lezen en becommentariëren of het leuk vinden of het delen.

Daar tegenover staat dat ‘kritische’ opmerkingen over werkdruk, passend onderwijs, management, taakuren, toetsen, verslagen, vergaderingwoede, scholingsperikelen, onbevoegde docenten, en alles wat er de laatste jaren mis is in het onderwijs, met moeite een paar tientallen keren wordt gedeeld en leuk gevonden, met moeite vijf commentaren krijgt waarvan er zeker één is in de trend van de dooddoener ‘maar we hebben toch een mooi vak’.

Uit dit gegeven zijn er een paar dingen af te leiden. Een eerste kan zijn dat maar een klein, heel klein deel van de Nederlandse onderwijsmensen vinden dat er iets mis is in het onderwijs. Waarbij we dan ook direct mogen concluderen dat het grootste deel van de onderwijsgevenden ziende blind, horende doof en lopende lam blijken te zijn. Of, het grootste deel van de Nederlandse onderwijsmensen is nu al zo vertrouwd met de social media zoals facebook, dat zij weten dat iedereen kan zien welk onderwerp ze leuk vinden, gedeeld hebben of op gereageerd hebben. Bekend met naam en toenaam, zichtbaar voor collega’s en directie en bovenschoolse directie.

Dit is schrikbarend. Het merendeel van de onderwijzers in dit land leest een kritisch bericht bij lesje op school en terwijl ze instemmend murmelend het pijltje in de richting van de ‘like knop’ sturen bedenken ze dat die ene druk op de knop een uitnodiging kan zijn om eens om de tafel te gaan zitten met de direct leidinggevende. Misschien wel de voorbode van een paar functioneringsgesprekken gevolgd door een niet al te positief beoordelingsgesprek. Door die ene druk op de ‘like knop’ is het ineens voor die collega bezemberijder die al jaren aan de management weg timmert duidelijk geworden hoe je denkt over sommige toestanden in het onderwijs, is het duidelijk aan welke kant je staat en dat is niet de kant van ‘horen, zien en zwijgen’. Die ene druk op de knop is het schrikbeeld van uurroosters als gatenkaas, moeilijkste klassen, vervelendste klusjes, tientallen ‘intervisie lessen’ ook al ben je al honderd jaar een bevoegde docent, demotie en degradatie, en op termijn bij de eerstvolgende reorganisatie als eerste de deur uit.

Dit is schrikbarend, social media met een volgfunctie waar de leden van de oude Stasi uit het DDR meer dan razend jaloers op zouden zijn geweest en wat nog erger is, wij, toch intelligente wezens die onze jeugd moeten vormen en verrijken beseffen maar al te goed dat een ‘like’ hetzelfde is als ‘volg’. Een betere manier om alle vormen van kritiek onmiddellijk te smoren is er niet.

Het lesje van lesje op school mag overduidelijk zijn, wantrouw al die roepers die het steeds maar hebben over die verduivelde anonimiteit en nicknames op het internet, het zijn de ‘volgers’.

 

Jesse Jeronimoon       
----------
 
Datum: 10-09-2014
 Kort en krachtig.

 

Apple presenteerde haar nieuwste gadget. Maurice statistiek lobbyt bij overheid en agressieve investeerders om naast de nog op te richten phablets-( beetje uit de kluiten gewassen i-phones) scholen ook de ultra progressieve smart-watch scholen op te richten. Een klein aantal directeuren schijnen zich reeds bereid te hebben verklaard om tegen een substantiële financiële injectie mee te willen doen aan deze toekomstgerichte experimentele basisscholen.

Het passend onderwijs heeft opstartproblemen. Regisseurs en wegbereiders om dit onderwijs passend te maken en die sinds 2007 dank zij een kapitaalinjectie van 270 miljoen vanwege de overheid zich jarenlang hebben toegelegd om samenwerkingsverbanden, gemeenten, schoolbesturen en wat dies meer zij met de neus dezelfde richting op te draaien, eisen nu een nieuwe injectie van minimaal 200 miljoen, Reden: eigenlijk niemand is er al klaar voor om zijn taak tot een goed einde te brengen. Jammer voor de leerling, nietwaar?

Een klein rondgangetje bij de onderwijspartijen leerde de correspondent van dagblad Trouw dat er van de aanbevelingen van de commissie Dijsselbloem niets terecht is gekomen. Waar de honderden miljoenen zijn gebleven om een en ander van de aanbevelingen tot stand te brengen is een van de grote vraagtekens naast de andere vraagtekens van de honderden miljoenen voor de excellente scholen, de honderden miljoenen voor verbetering van de positie van de docent, de honderden miljoenen…..

Thom Thom de Graaff, voorzitter van de raad van bestuur van de koepel van Hogescholen heeft het kabinet per brief ( zooooooo vorige eeuw) laten weten dat hij het een schande vindt dat in de nabije toekomst de Balkenenendenorm maatgevend zal zijn voor de beloningen in de semi-overheidsinstellingen zoals bijvoorbeeld het onderwijs. Saillant detail, Thom Thom is voor de onderwijspartij Geen ID66 lid van de eerste kamer en zal in die hoedanigheid het wetsvoorstel moeten accorderen.

Als het aan Kneyber, Evers en kornuiten ligt dan gaat het onderwijs alweer op de schop. Tegenover de correspondent van de volkskrant ontvouwden ze hun plannen hoe een en ander er in de toekomst uit moet komen te zien. Van enig opportunisme is bij de heren geen sprake. Hoewel de claim voor het beheer van het op te richten lerarenregister en de vorming van een nieuwe onafhankelijke vereniging van docenten die natuurlijk voor een uitstekende werking kan zorgen met enige financiële hulp van vadertje staat en moedertje onderwijsminister bij mij althans de wenkbrauwen doet fronsen.

Over het lerarenregister gesproken. Blijkbaar is daar een prima verdienmodel mee in elkaar te zetten want ook Paultje van de VO raad bemoeit er zich tegenaan. Ondanks dat Paultje het verschil niet kent tussen bevoegd en bekwaam, of kent hij het verschil in beloning maar al te goed, wil ook hij zich ontfermen over dat lerarenregister. En net als onze twee kornuiten hierboven belooft hij dat daarmee alle problemen van de professionaliteit van de toekomstige docent is opgelost. Waarom geloof ik dat niet?

Leden van de tweede kamer zijn terecht boos op minister Schippers van volksgezondheid. Dank zij de strapatsen met de zorg door haar ex-ambtgenoot Ab Klink is het mogelijk geweest dat de zorgnetwerken zich vooral druk hebben gemaakt voor de zorg om zichzelf. Bonussen, nieuwe gebouwen, torenhoge salarissen, ‘leuke’ emolumenten voor de bestuurderen, platina vertrekregelingen, het kon allemaal onder toeziend oog van supernetwerkcoördinator NzA. Laat ik nu verbaasd zijn dat er in die hele tweede kamer geen enkele volksvertegenwoordiger te vinden is die ook maar enige parallel trekt met het onderwijs. Bonussen, nieuwe gebouwen, torenhoge salarissen, platina vertrekregelingen, komt u het ook zo bekend voor?

 

J. Jeronimoon

 



 

 

 

 

 

 

 
----------
 
Datum: 4-09-2014
 De val.



Soms vraag ik mij af hoe het mogelijk is dat in een tijdspanne van ocharme twintig jaar het leraarschap verkommerd is van enig maatschappelijk aanzien tot een in de ogen van de bestuurder noodzakelijk kwaad. Noodzakelijk omdat er toch nog ergens een bevoegd docent in de school moet rondlopen, kwaad omdat de leraar de winstmaximalisatie danig in de weg staat.

Is het de opkomst van de ICT die het vak heeft uitgehold? De fusies en grote scholengemeenschappen? De lumpsum? Het Competentie gericht onderwijs? Het taakbeleid? Het cohort would be managers die hun intrek namen in de school? De geldverslindende bouwwoede van de bestuurlijke zonnekoningen? Wie zal het zeggen?

Persoonlijk denk ik dat het een mix is van alle bovenstaande argumenten maar met deze opmerking dat we het gewoon met zijn allen hebben laten gebeuren. We hebben er bij gestaan, naar gekeken en ja geknikt omdat het ons veel mooier werd voorgespiegeld dan het in feite was en we wisten het zoals mijn opa het al zei ‘als het te mooi is om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo’. Het taakbeleid is met gejuich en kritiekloos ontvangen door het docentencorps. Eindelijk een mooie verdeling van alle werkzaamheden over alle docenten van de school. Niemand heeft willen voorzien dat het management een werktuig in handen kreeg om stapje voor stapje de werkdruk naar ongekende hoogten te brengen.

Veertigduizend onderwijzers, onderwijzeressen, docenten, leraren en anderszins lesgevenden bevolkten enkele jaren geleden de arena in een groots protest tegen de bezuiniging van driehonderd miljoen op het passend onderwijs. En de bezuiniging werd teruggedraaid, even niet opgelet en de honderden miljoenen zijn verdwenen in de diepe zakken van samenwerkingsverbanden en schoolbesturen. Geen baan is gered, het passend onderwijs is ingevoerd per 1 augustus en een ongekend aantal regionale expertise centra cluster 4 en cluster 3 zijn opgeheven met evenzo veel verlies van arbeidsplaatsen. We staan er bij, kijken er naar, en prijzen ons gelukkig dat het onze baan ( nog) niet is.

Het MBO wordt dank zij deze minister zo goed als verkocht aan het bedrijfsleven die met het geld van de belastingbetaler grote sier maakt en de aloude bedrijfsscholen nieuw leven inblaast want het bedrijfsleven weet als geen ander wat Nederland en vooral hun eigen bedrijfje straks aan vakmensen nodig heeft. De docenten zitten op de schopstoel want de baas vindt dat een of andere nitwit uit het bedrijf veel en veel beter les kan geven dan een docent. Praktijkervaring is heel wat belangrijker dan kennis klinkt het alom gevreesde adagio. Wat met het Competentie Gericht Onderwijs niet lukte zal dank zij deze minister wel lukken, de vorming van de edelslavernij. We staan er bij, kijken er naar en denken ( hopen) dat het zo een vaart niet zal lopen.  

 Diegene die niet machteloos bleef toekijken hoe het onderwijs werd uitgekleed is al een tijdje geleden,  al dan niet met stille trom, vertrokken. Hier en daar is er nog wel eentje die aan de zijlijn blijft roeptoeteren maar het zijn als eenzame stemmen in de woestijn. Te lang zijn er velen onder ons geweest die gedacht hebben de krokodillen te moeten voeren in de hoop als laatste opgevreten te worden. Te lang hebben we geloof gehecht aan de woorden van vakbondsleiders die ‘het goed met ons voor hadden’ en in de achterkamertjes lekker meemiespelden met de voorzitters van de overkoepelende raden. Waarom hebben we nooit eens massaal gedreigd ons lidmaatschap op te zeggen? Te veel hebben we ja geknikt bij alweer een onderwijsvernieuwing of verandering ons door de strot geduwd door de legioenen adviseurs en andere zakkenvullers die als geen ander wisten waar Abraham de subsidiepot vandaan haalde. We staan er bij en kijken er naar en stellen ons in opdracht van de adviseur voor de zevenhonderdste keer voor aan onze collega’s al dan niet met een ‘spelletje’ of kanskaart.   

Te weinig lef, te veel laf. Te weinig solidariteit, te veel eigenbelang. Te weinig trots, te veel onderdanigheid. Te weinig kritiek, te veel meegaandheid.Te weinig les, te veel gedoe. Te weinig kennis, te veel natte vingerwerk. Te weinig ‘is dat wel zo’ te veel ‘het zal wel zo zijn ( als u dat zegt). Te weinig zelfstandigheid, te veel teamwork. Te weinig zelfkennis, te veel feedback. Te weinig geroepen, te veel geluisterd. Te weinig vork, te veel hooi. Te weinig zelfrespect, te veel zelfreflectie. Te weinig didactiek, te veel i-pads. Te weinig Beter Onderwijs Nederland, te veel Onderwijs 2.0 dot com punt nl. Ziedaar een kleine greep uit de talloze redenen waarom de docent zo diep kon vallen met in zijn kielzog het gehele Nederlandse Onderwijs.

Jesse Jeronimoon 
----------
 
Datum: 28-08-2014
 Woedend

 

Het heeft er alle schijn van dat de minister van binnenlandse zaken, tevens ex-minister van onderwijs, R. Plasterk zich de woede van de schoolbestuurders op de hals heeft gehaald. Jarenlang hebben de bestuurderen het voor elkaar gekregen om jaarlijks hun karige vergoeding te verhogen tot ver boven het al even karige loontje van de eerste minister van dit land. Sommigen zoals de bestuurderen van LMC Rotterdam en BOOR Rotterdam hebben hun gezin boven water kunnen houden door hun loontje aan te vullen met hier en daar een steekpenninkje ontvangen of een financieel lucratief  afspraakje alvorens een verbouwing aan de school begonnen werd. En nu wil deze minister ook nog eens dat de bestuurder niet meer gaat verdienen dan, och arme, een aalmoes van 170.000 Euro per jaar.

Is dat nu de dank voor het jaar op jaar wegbezuinigen van docenten, bibliotheken en soms wel hele afdelingen? Is dat nu de dank voor het optuigen van het bestuurlijke netwerk met directeurenraden, provinciale raden, overkoepelende raden en een toezichthoudende bestuurslaag? Is de minister dan vergeten dat onderwijsbestuurlijk Nederland er voor heeft gezorgd dat het onderwijs er heden ten dage uitziet zoals hij en zijn kornuiten dat zelf hebben gewild? Er is volgens de woedende bestuurder maar één conclusie mogelijk, stank voor dank.

Jaren lang hebben de bestuurderen zich veilig gevoeld in hun paradijselijke omgeving. Nooit blootgesteld aan ontslag en bezuinigingen, die werden afgewenteld op de meer kwetsbare groepen van de school, de docenten. Ze zijn nooit bevreesd geweest voor inkrimping van hun voordeeltjes en voorzieningen zoals een milieubewuste auto met milieubewuste chauffeur van de zaak en op zijn tijd een bonusje voor een zeer geslaagde reorganisatieronde. De bestuurder leefde zorgeloos en blij. Zelfs een misstap of een miscalculatie waardoor een faillissement dreigde werd hun niet te kwade geduid, ook zieners kunnen het eens mis hebben. En was het in sommige gevallen, om het gepeupel ter wille te zijn, nodig dat een bestuurder met een stanleymes van zijn bestuurdersstoel verwijderd moest worden dan was een bestuurdersbaantje bij een andere school of instituut altijd snel gevonden.

Dit alles doet het vermoeden rijzen dat de huidige schoolbestuurder zich als een  feodale heerser  over ons onderwijs gedraagt en het geen pas geeft dat een minister, en al zeker geen minister van binnenlandse zaken, ook al is hij oud minister van onderwijs, zich ook maar één seconde bemoeit met hun reilen en zeilen, ook niet met de beloning die er tegenover staat, dat maken de bestuurders in onderling overleg zelf wel uit. Uiteindelijk bepalen de bestuurderen hoeveel onderwijs, waar, en door wie wordt gegeven. Zij hebben het recht van censuur, misinformatie en vervolging van de criticaster omdat de bestuurder en de bestuurder alleen over de betekenis van het woord mag en kan beslissen. Het is de bestuurder die de lakeien aanstuurt in ‘de weg naar de toekomst’ en orakelt overal te lande hoe belangrijk zij wel zijn in de nabije toekomst, als werkgever, als bestuurder, als alles weter en alles ziener. Zo poseren ze zich als leidsman, belangrijker dan eerste minister, ministers en kamer. Daarvoor hebben ze niet alleen het recht op ruime werkvertrekken met een schare stafmedewerkers maar ook op een financiële tegemoetkoming die een beetje in de richting gaat van een bewijs van de zwaarte van hun verantwoordelijkheden. En het kan niet zo zijn dat een eerste minister van dit land de vergelijking met een schoolbestuurder zou kunnen doorstaan. Daarvoor zal de premier toch van andere huize moeten komen.

Voor eenieder die ooit ook maar één moment heeft gedacht dat de bestuurder het onderwijs zag als een mogelijkheid tot verheffing van het volk dat zou kunnen bijdragen aan de gemeenschap en op een humane wijze het individu in gemeenschapszin zou vormen, zou nu beter moeten weten. De eerste bestuurder die zich hiermee méér dan een paar uurtjes per week wil ledig houden moet nog benoemd worden. Zelfhandhaving, zelfverheerlijking,verrijking, hebzucht, macht en vriendjespolitiek is de dagelijkse bezigheid van de bestuurder en zelfs de minister van binnenlandse zaken kan daar niet aan tornen.

Jesse Jeronimoon

 

 

 
----------
 
Datum: 21-08-2014
 De toekomst ligt achter ons.



Voor heel wat zaken betekent de toekomst het verleden. Denk maar aan de dodo, de neushoorn en de karrekiet. Ook de kruidenier om de hoek, de hoefsmid en de schoenmaker horen tot het uitstervende ras. Parlevinkers, porders en schillenboeren bestaan al lang niet meer. Even nadenken over de malaise op de postmarkt, het gehannes met de OV chip kaart en het gedoe omtrent de woningcoöperaties en we beseffen dat het–vrije-markt-denken ons van de wal in de sloot hebben geholpen. En toch blijft ‘klaar zijn voor de toekomst’ de simpelen onder ons positief in de oren klinken. Aan simpelen is er in dit land blijkbaar geen gebrek.

Ook al wordt het praktische bewijs geleverd van het tegengestelde toch blijkt dat ‘klaar zijn voor de toekomst’ gekoppeld wordt aan beter, hoger, sneller, socialer, zorgzamer en wat weet ik nog al niet meer van positieve associaties. Zowat elke simpele heeft het erover en gelooft er voorwaardelijk in, het lijkt wel of het de zuurstof is waar hij op leeft en het is net zo vanzelfsprekend als een natte zomer in Nederland.

Wie niet gelooft in de maakbaarheid van de toekomst heeft  last van suïcidale neigingen. Wie durft het aan om stil te staan bij het geloof in het ‘klaar zijn voor de toekomst’? Velen geloven gewoon omdat ons anders, ten minste dat denken ze, er verschrikkelijke dingen te wachten staan. Maar als we er wel over nadenken? Laten we wel zijn, al honderden jaren geloven miljoenen mensen in ‘klaar zijn voor de toekomst’ en wees eerlijk, is de wereld er zo veel beter op geworden? Voor de liefhebber is het niet zo moeilijk om op tien verschillende websites te genieten of te gruwelen bij het zien van het op middeleeuwse manier scheiden van kop en romp. Dank zij het wereld kampioenschap voetbal hebben we met zijn allen kennis mogen nemen van de uitzichtloze armoede van een groot deel van de Braziliaanse bevolking. De graaiende en overbetaalde zorgdirecteur vind het nodig om te weten hoeveel een mensenleven waard is alvorens over te gaan tot het verlenen van zorg.

Honderden keren vermenigvuldigt met driehondervijfenzestig keer vierentwintig manuren zijn geïnvesteerd in ‘klaar zijn voor de toekomst’ en voila, we zijn de kaartjesknippers, de postbode en de docent kwijt. Over het ontzag voor onderwijs en wetenschap wordt geen woord meer vernomen en in ruil voor dit alles zijn we hoera, hoera, hoera, in staat om een hele natie met één druk op de enter-knop, plat te leggen. Nog even wat meer klaar zijn voor de toekomst en we doen het nog ook nog.

Één van de pijlers onder vernieuwingen, naast de pijler ‘verdienmodel’,  dat alles van het oude, om plaats te maken voor het nieuwe, volledig opgeruimd en vernietigd moet worden. Het is een niet uit te roeien misverstand want wat je afbreekt en opruimt komt nooit meer terug. En natuurlijk gaan die twee pijlers hand in hand. Vernietig de leerboeken en bibliotheek ten faveure van het i-padje en het ‘verdienmodel’ aanleveren van educatieve software maakt zich vanzelf waar.

De vernieuwers weten, voelen, ruiken en ervaren ook dat de vernieling een heilloze weg is maar volharden in hun waanidee van ‘klaar zijn voor de toekomst’. Zelfs al valt er niets meer te elimineren, te vernielen of uit te roken ze blijven doorgaan met het ‘voorbereiden voor de toekomst’. Ook al moeten we nu al concluderen dat het hele toekomstdenken vooral in het onderwijs zijn eindstation en de totale destructie heeft bereikt, de vernieuwer gaat blindelings door. Aangevreten door verdienmodel en winstbejag en wee diegene die hem een strobreed in de weg legt.

Laten we wel wezen, het is dank zij diegene die oog heeft voor het verleden dat het onderwijs er nog een beetje uitziet zoals het zou moeten zijn. Alleen uit het behoedzaam sorteren, behouden en bewaren komen nieuwe dingen voort. Alleen hij die achteruit durft te kijken is in staat iets van de toekomst te zien. Het wordt tijd dat we de bewaarders van het onderwijsverleden gaan beschouwen als de nieuwe vernieuwers. Immers de toekomst ligt achter ons en hoe snel je ook loopt om klaar te zijn, de toekomst haalt ons altijd in.

 

Jesse Jeronimoon   

 


----------
 
Datum: 20-06-2014
 Florence.

 

De afgelopen drie maanden heb ik mij noodgedwongen ledig gehouden met ziekenhuisbezoek. Niet als lijdend voorwerp maar als steun en toeverlaat en trooster der bedrukten. Ik heb dorstigen gelaafd, rolstoelen geduwd, trillende handen vast gehouden, tranen gedroogd, medicijnen aangereikt, oren te luisteren gelegd en meer van dat soort bezigheden eigen aan het verzorgen van ziek en zeer.

Het werd een ware ontdekkingsreis in de wondere wereld van de zorg. Mij niet helemaal onbekend wegens een docentschap bij de opleiding van onze MBO verpleegkundigen waar ik in een eerdere column ( Talent, hier inleveren!) al gewag maakte van het povere vakinhoudelijke curriculum onder het regime van het Competentie Gericht Onderwijs.

Wat betreft bureaucratisering is de zorg vergelijkbaar met het onderwijs met als gevolg dat het ene ziekenhuis volledig naar binnen gericht zich amuseert met regeltjes, teamwerk ( bij succes allen veren in de reet, bij problemen is niemand verantwoordelijk), wetjes, afspraakjes, vergaderingetjes en ingekochte filosofietjes over efficiëntie. Zij noemen hun patiënten ‘cliënten’ ook al valt er als cliënt weinig of niks te kiezen. Per slot is er weinig keuze voor iemand met een gebroken arm of been, het gips moet en zal er omheen een andere oplossing is er niet. Maar ‘cliënt’ is modieus en geeft de schijn dat de patiënt zowat het belangrijkste onderdeel van het ziekenhuis is. Niets is minder waar mocht ik ondervinden.

Een ander ziekenhuis heeft zijn ‘oude’ structuren behouden en alleen indien nodig ( inspectie) die zaken aangepast die aangepast moesten worden. De patiënt is nog altijd patiënt, de arts is nog altijd arts incluis witte jas, en de zuster is er op een paar uitzonderingen na een afstammeling van Florence Nightingale. Geen teams, ieder is er verantwoordelijk voor zijn eigen taak, de pillen- verdeler verdeelt de pillen, de meteropnemer neemt bloeddruk en temperatuur op en de prikker zorgt voor de nodige injecties en infuusnaalden, de koffiemevrouw brengt koffie en thee rond en helpt de cateringmeneer bij het rondbrengen van de maaltijden. En bijna allemaal gaan ze te werk met de glimlach, het bemoedigend woord waar nodig, humor en vooral vakkennis en vakkundigheid.

Dat het competentie gericht onderwijs en het ‘werkend leren’ een spoor van vernieling door de zorg trekt is mij wel duidelijk geworden, evenals de managementcultuur, de megalomanie, de adviseurskliek en andere uitvreters die we allen uit het onderwijs kennen en die zich ook hebben genesteld in de rafelranden van de zorg.

Het moet gezegd, het was uitputtend maar ter bescherming van het lijdende voorwerp heb ik maandenlang als een kloek gewaakt over haar wel en wee en niet tevergeefs. De schrik sloeg mij om het hart toen ik in een van de eerste dagen en nog vol vertrouwen in de medische stand een jonge verpleegkundige hoorde beweren en bij hoog en laag volhield dat 1 milligram gelijk is aan 1,5 centiliter. In de navolgende uren zwakte het verrouwen verder af toen ik zag hoe een andere jonge verpleegkundige het voor elkaar kreeg om twintig minuten te hannesen om een eenvoudige suikertest af te nemen. Twee metertjes, drie batterijen, twee naaldjes, zes teststripjes en een geplette vinger verder bleek de test hoegenaamd niet nodig te zijn geweest om het simpele feit dat de test eigenlijk bij buurman patiënt afgenomen had moeten worden.

Toen herinnerde ik mij de wijze woorden van mijn Opa ‘de fouten van een architect staan boven de grond, die van de dokter liggen er onder’. We hadden nog niet eens een dokter gesproken en het ging al fout. En net als in het onderwijs vond men mij ‘kritisch’ en zagen ze liever mijn hielen dan mijn tenen.

Maar ik ben ook de BZN’ers ( Betere Zorg Nederland) tegen gekomen. Hetzelfde slag als de BON’ers. Ondanks alles idolaat over hun werk, over hun patiënten, roeiend tegen de stroom in, daar waar het kan de regeltjes oprekken voor het wel en wee van hun patiënten, kritisch in de positieve zin van het woord, haarscherp analyserend, vakkundig en onverdroten staan voor hun taak wars van management en bestuur. Mooie mensen in alle lagen van het ziekenhuispersoneel.

Het waren drie leerzame maanden die mij een inkijkje gunden in het belang van Beter Onderwijs in Nederland. Gelukkig zijn er nog jonge mensen zowel onder verplegend personeel als artsen en chirurgen die geweigerd hebben hun talent in te leveren en vakkennis en –kunde belangrijker vonden dan groene vinkjes. Maar we moeten als BON er geen gras over laten groeien, veel zijn het er niet meer.

 

Jesse Jeronimoon

 

 

 
----------
 
Datum: 13-05-2014
 Beste regelmatige bezoeker,  



Ik kan mij zo voorstellen dat de bezoeker die met enige regelmaat deze blog bezoekt een beetje teleurgesteld is dat er de laatste tijd zo weinig vernieuwing is te zien en te vinden. 



Och ja, een mens loopt niet te koop met zijn sores en problemen en al zeker niet als het een schrijver is van vileine stukjes.Maar de sores is er wel. 



Mijn lieve echtgenote is in korte tijd drie, vier keer aangevallen door haar gouden hart. Geluk bij een ongeluk is het enige feit dat haar leven beschermd is door een ICD, een inwendige defibrilator die wanneer het hart op hol slaat de levensreddende shock toedient, geen prettige ingreep voor de draagster heb ik mogen ondervinden. 



En in de zorg is het net als in het onderwijs, pappen en nathouden en de minst dure behandeling voorstellen om nog jaren door medicijngebruik aan symptoombestrijding te doen. Dus ook in dit geval heb ik mijn recalcitrante aard niet in toom kunnen houden met als gevolg dat de symptoombestrijding van de baan is en de onderliggende oorzaak van het hartprobleem op korte termijn aangepakt wordt. 



Ziekenhuisopname was niet te vermijden en een paar onprettige complicaties stonden een nog snellere oplossing in de weg. 



Enfin een dezer dagen gaat het gebeuren, de finale ingreep die er voor moet zorgen dat zowel medicijnen als ICD shocks voorlopig uitgebannen worden. 



Al bij al weinig tijd om stukjes te schrijven, veel spanning, veel verdriet, veel hoop en misschien ook wel veel te leren.



Blijf de blog bezoeken, want als ik één ding heb geleerd is het wel ' liever rechtop te sterven dan op de knieen verder te leven'



Jesse 
----------
 
 
7-06-2014, reactie van Anoniemymust
Beste Jesse,

Veel sterkte voor jullie de komende tijd.

Anoniemymust
 ----------
Datum: 29-04-2014
 Verantwoording. (Open brief aan Jasper van Dijk)

 

Beste Jasper,

Door ziek en zeer was ik niet eerder in de gelegenheid om je te schrijven ook al jeukten mijn vingers en staarde mijn toetsenbord mij ietwat glazig en vragend aan maar een briefje typen met het snot voor ogen en hersenen die solliciteren naar een leven als wattenstaafje is ook geen pretje. Enfin, misschien beetje laat want jouw afgekeurde motie over verantwoording van de besteding van de middelen in het voortgezet onderwijs is al verdwenen in de annalen van de tweede kamer.

Beste Jasper, ik denk dat je zelf ook wel wist dat jouw motie weinig kans maakte. Hopman Paultje kwam er speciaal voor naar het symposium van Beter Onderwijs Nederland, kwestie van de staatsecretaris in een onderonsje te polsen over de stemming van jouw motie en toen hij er zeker van was dat de VVD vierkant tegen de motie was, verdween Hopman Paultje zo snel als hij gekomen was. Van Jet wist hij al dat PVDA mordicus tegen zou stemmen.

Natuurlijk willen de bestuurders en managers geen verantwoording afleggen over de besteding van de centen van de belastingbetaler want dat zou uiteindelijk het resultaat zijn als jouw motie aangenomen en uitgevoerd zou worden. Het gaat hier wel over de besteding van 12 miljard jaarlijks ( 12.000.000.000 cijfers zeggen méér) lumpsum bedrag.

Laat ik een voorbeeldje geven om een en ander duidelijk temaken. OMO ( Ons Middelbaar Onderwijs)  heeft een jaarlijkse begroting van net geen half miljard ( 500.000.000) eurietjes verstrekt vanwege de overheid. Personeelskosten bedragen in het onderwijs ongeveer 78% van de begroting maar daarin zitten ook de vergoedingen voor de bestuurders en managers en overhead. Ik schat dat ongeveer 50% van de begroting, in het gevalletje OMO dus een kwart miljard (250.000.000) voorzien wordt voor personeelskosten docenten en aanverwanten zoals daar zijn coaches, leerlingbegeleiders enz… Het is een schatting want dank zijn de afwijzing van jouw motie moeten we nog een tijdje een schatting maken maar ik vermoed dat ik er niet heel ver naast zit.

En nu gaan we eenvoudig rekenen. Als het bestuur van OMO het voor elkaar krijgt om op slinkse wijze 1 procent te besparen op de personeelskosten van de docent betekent dat in keiharde eurietjes een ‘overschot’ anders gezegd een ‘leuke dingen potje’ van 2.500.000 ( twee en een half miljoen) jaarlijks. En besparen kan door sjoemelen met het taakbeleid, zeuren dat de docenten 1 lesuur gratis ( is 4 % besparing) moet geven anders gaat de school failliet, bapo afschaffen, oude docenten ontslaan bij reorganisatie en meer van dat soort geintjes.

En wat kan je allemaal niet doen met 2, 5 miljoen. Oppotten, OMO heeft 95 miljoen reserves ( 95.000.000). Nieuwe scholen laten bouwen, waarde vastgoed van OMO bedraagt 52 miljoen ( 52.000.000) Dure cursussen volgen zoals ‘de docent is een dissident’ van het groepje rond CBE coryfee Pim Pollens. Dure interim managers inhuren voor de volgende reorganisatie of organisatieverandering, een bonusje voor de CEO van het schooltje wegens uitzonderlijke resultaten, en je kan zelf wel het lijstje verder aanvullen Jasper.

En het klopt, met jouw motie had duidelijk kunnen worden waar het geld in het voortgezet onderwijs aan gespendeerd wordt en op welke manier het geld onttrokken wordt aan het primaire proces en over hoeveel eurietjes het jaarlijks gaat. Helaas, jouw motie vroeg om verantwoording, verantwoording door de schoolbesturen in dit land, verantwoording aan de belastingbetaler. Jammer genoeg is het vragen van verantwoording ongeveer hetzelfde als heel hard vloeken in een kathedraal, dus dat kan niet en mag niet want dan is het afgelopen met het potverteren en dat zou toch zonde zijn.

O ja, voor ik het vergeet,  in 2012 is er 12 miljard ( 12.000.000.000) lumpsum financiering verstrekt aan het voortgezet onderwijs in Nederland. De helft daarvan komt de docenten toe. Wie zich dus nog afvraagt hoe de scholen het voor elkaar krijgen om én een nieuw gebouw neer te zetten, én een dikke bankrekening te hebben, 1% is 60.000.000 per jaar om ‘leuke dingen’ van te doen.

Enfin, beste Jasper, ergens ga je toch een andere weg moeten zoeken om de bestuurder zich te laten verantwoorden, een parlementair onderzoek misschien? Of gewoon er voor zorgen dat een school net zoals elke andere serieuze ondernemer gedetailleerde jaarrekeningen moeten deponeren zodat ze door iedereen in te zien zijn want in hoeverre zijn die accountants zoals KPMG nog te vertrouwen.

Groetjes

 

Jesse Jeronimoon      
----------
 
Datum: 6-04-2014
  

Angst.

Het is wetenschappelijk aangetoond dat de twee grootste angsten in een mensenleven zijn de angst voor de dood en de angst voor het spreken in het openbaar.

Wat de tweede angst betreft kan ik u melden, gezien de omstandigheden waarin ik mij nu bevind, dat ik van deze angst hoegenaamd geen enkele last ondervind.

Wat betreft de angst voor de dood moet ik bekennen dat in het voortschrijden der jaren de angst langzaam maar zeker vervangen werd door een gezonde dosis nieuwsgierigheid naar het leven na de dood. Zelfs in zoverre dat ik het muntstuk dat mij zal vergezellen onder het zwarte kleed van moeder aarde, koester als een kleinood. Een cruise over de Styx in het gezelschap van Charon de veerman spreekt tot mijn verbeelding.

Ik ben meer een mens van de kleine angsten die zomaar op elk moment van de dag de kop kunnen opsteken. Zo was er laatst ergens in de middag een man op de radio die zich enorm opwond over de zesjescultuur in Nederland. Op het eerste oor nogal eigenaardig want ik kende de goede man als een prominent lid van een politieke partij met maar liefst twee zesjes in de naam van de partij.

De man bleef maar tekeer gaan tegen de zesjes in dit land en een kleine angst maakte zich van mij meester,

 Immers, als de zesjes verdwijnen wie wil er dan nog wonen in de Vinex wijk in de zeshoekstraat op nummer zes?

Wie gaat nog naar de camping ‘les Six oiseaux’ in sesteriere?  

Wie, in godsnaam wie, wil er dan nog voetballen in het zesde team van voetbalclub SV koedijk?

En wie zingt nog mee met de liedjes van André Ha ZES?

Angst.

Het zijn kleine dingetjes, kleine angstjes, kleine zorgjes.

Zoals om die drie jongens van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen die door de school uitverkoren waren en na drie dagen al moesten opgeven in de rally van Parijs Dakar.

Dagenlang heb ik mij zorgen gemaakt om deze jongelui, hoe moet dat verder, hoe moeten ze ooit werk vinden nu ze het beroemde groene vinkje moeten missen voor  de competentie zandhappen.

Wat dacht u van de uitspraak ‘een leven lang leren’. Het roept toch het angstbeeld op dat opa van 82 verplicht de cursus webmaster moet volgen en oma geen tijd meer heeft voor de kleinkinderen omdat ze hard moet studeren  om op haar tachtigste nog een graad Duits te behalen.

 Angst.

De angst sluipt er zelfs in als ik een boek lees. Een eenvoudig zin uit de kapellekesbaan van Louis Paul Boon

‘ En de teruggekeerde soldaten stichten dadelijk een bond met de naam ‘de helden van de ijzer’ en ze dachten dat ze de wereld gingen veranderen, omkeren, verbeteren. Maar ze waren er nog maar pas of ze merkten het reeds; de wereld ging hetzelfde blijven van wat hij was geweest. De ene sloot zich op in verbittering, en de andere zocht werk dat niet te lastig was, en nog een ander bleef bij de bond. De bond ‘de helden van de ijzer’ die seffens een bond van eten en drinken was, een ze hielden een mosselfeest, elk jaar met wapenstilstand.’  

Die zin wordt ergens in mijn grijze hersenmassa vervormd  en herschreven

‘en ze richten dadelijk een vereniging op  de vereniging Beter Onderwijs Nederland, en ze dachten het onderwijs te verbeteren, Maar ze waren er nog maar pas of ze merkten dat het hetzelfde ging blijven. De ene sloot zich op en verbittering en de andere zocht ander werk en nog een andere bleef bij de vereniging en elk jaar hielden ze wel een symposium’

Angst.

Angst voor het simpele feit dat blijkbaar weinig onderwijsgevenden beseffen dat zich boven hun hoofd in het onderwijs van Nederland  een tweede schoolstrijd gaande is.

Net als in de eerste schoolstrijd gaat het ook hier om de inrichting van het onderwijs.  Niet het geloof in een of andere onfeilbare God maar het geloof in de mammon en de onfeilbaarheid van een onbekende technologische toekomst is inzet van de strijd.

Net als in de eerste schoolstrijd gaat het ook hier om de subsidiering, niet zozeer van het onderwijs zelf maar van alle randzaken die nodig zijn voor de gedwongen vernieuwing, verandering, modernisering en toekomstbestendigheid.

Anders dan de eerste schoolstrijd zijn het niet de politieke partijen die de boventoon voeren maar conglomeraten van actoren die snel financieel gewin zien. Actoren zowel op Europees niveau zoals de grote IT bedrijven die het onderwijs zien als een afnemer van hun i –padjes en andere technologische snuisterijen en Nederlandse actoren, gesteund door politiek gekleurde overkoepelende raden met kakelende voorzitters.

Conglomeraten van samenwerkingsverbanden die handenwrijvend het passend onderwijs initiëren, gesteund door jeugdzorg en straks de gemeenteambtenaren.

Adviseurs, scholingsinstituten, overkoepelende raden, ze zijn er om de weg vrij te maken en de conglomeraten te voorzien van de nodige munitie in een strijd die nu eenmaal gevoerd moet worden ter heil en zege van de mammon.

Docenten worden gezien als dissidenten, oproepkraaiers en dwarsliggers.

Een lerarenregister wordt in het leven geroepen en niet om zoals bij een bevoegdheid als teken van kennis en kunde, integendeel, een lerarenregister met verplichte inschrijving in de handen van de vernieuwersbeweging is er om docenten, in te sluiten, op te sluiten en indien nodig uit te sluiten.

Angst, omdat ook nu, net als honderd jaar geleden de vakbond te klein, te bedeesd en te machteloos is om een vuist te maken en mee te acteren aan de kant van de docent.

Angst omdat er niemand roept ‘ontwaak verworpenen van het onderwijs’

Angst, omdat ik besef dat na het optrekken van de kruitdampen en het tekenen van de onderwijsvrede u en ik zullen horen bij de laatste generatie die staande op de schouders van reuzen de toekomst mochten begroeten.

Enfin, ik sluit af met de hoop uit te spreken dat ik op een volgend mosselfeest, ik bedoel symposium, mag bekennen dat mijn angst volstrekt ongegrond bleek te zijn.  

 

Jeronimoon

Column, uitgesproken op het symposium 5 april 2014

 

   
----------
 
Datum: 11-03-2014
 Dit zijn de namen.

 

Het begon met de vastberaden wil om Nederland weer ‘gezond’ te maken. De opeenvolgende kabinetten Lubbers zetten met de HOS-nota, gewild of ongewild, de botte bijl in de wortels van het Nederlandse Onderwijs. Universiteiten kwamen als eerste in het vizier van een ongekende bezuinigingsdrift. Universitair Nederland moest het gaan doen met honderden miljoenen per jaar minder en mochten zelf uitzoeken hoe het onderwijs op hetzelfde hoogstaande niveau kon blijven.

De paarse kabinetten met de onderwijspartij D66 op een prominente plaats binnen de gelederen zetten het sloopwerk van de kabinetten Lubbers onverdroten voort. De invoering van de lump sum gepaard gaande met de invoering van de op voorhand mislukte ‘basisvorming’, het handjeklap met de vakbonden om het RPBO ( rechtspositiebesluit) van de docent af te schaffen. De nadruk kwam te liggen op fuseren, fuseren, fuseren, groot, groter, grootst. Mammoetscholen met tienduizenden leerlingen en honderden docenten werd de standaard. De vakbonden lieten zich verleiden om akkoord te gaan met de invoering van een taakbelastingbeleid waarmee tot op de dag van vandaag de werkdruk voor de docent bijna jaarlijks wordt opgevoerd.

Eind jaren negentig ‘verpaarsde’ het onderwijs steeds verder. ‘Niets moet en alles mag’ werd de leidraad. De MAVO werd als volstrekt overbodig verwezen naar de annalen van de onderwijsgeschiedenis en is alleen met een beetje fantasie terug te vinden in de M van VMBO. En samen met het verdwijnen van de MAVO verdween het MLK, ZMLK, LOM en ander speciaal onderwijs. Het praktijkonderwijs en de Regionale Opleidingscentra ( REC) deden hun intrede, alsook het project ‘weer samen naar school’ wat dan weer nieuwe en geldverslindende samenwerkingsverbanden opleverden.

De ‘instructeur’ deed zo rond deze tijd zijn intrede in het Voortgezet Onderwijs en kort daarna de onbevoegde en bekwaam geachte docenten kwamen de gelederen versterken. Nou ja, versterken, de bevoegde docent ruimde het veld in de talloze reorganisaties die volgden nadat zo stilaan duidelijk werd dat fuseren en gigantische bureaucratische organisaties niet allen lusten maar ook lasten kenden.

Nieuwe ‘gestaalde kaders’ vorm gegeven in de overkoepelende raden van basis-,voortgezet-,middelbaar beroeps- en hoger onderwijs liet zich door verzelfstandigde scholingsinstituten en louche adviesbureautjes voorlichten omtrent ‘het nieuwe leren’. Kreten als ‘maatwerk’, ‘zelfstandig leren in eigen tempo’, ‘een leven lang leren’, ‘competentie gericht onderwijs’, ‘participatie met het bedrijfsleven’, werden schering en inslag. Langzaam maar zeker verdween de docent en deed de ‘leerregisseur’, coach en andere soorten oppassers hun intrede. Twintig jaar na de kabinetten Lubbers was de sloop volbracht, de hoeder van het Nederlandse Cultureel Erfgoed bij uitstek, de onderwijzer, leraar, docent, hoogleraar en Professor was eindelijk volledig buiten spel gezet.

Op 1 augustus 2014 wordt het passend onderwijs ingevoerd in basisschool en voortgezet onderwijs. Om alles in goede banen te leiden zijn samenwerkingsverbanden gevormd die samen met de gemeenteambtenaren heel veel zeggenschap krijgen in de scholen. Criminelen worden straks op last van de rechter naar onze MBO scholen gestuurd, een staatssecretaris wauwelt wat om VO docenten ook maar een paar dagen in het basisonderwijs in te zetten, PABO wil geen MBO leerlingen meer toelaten, welke hogere opleiding volgt? Dat dank zij het competentie gericht onderwijs het hele middelbaar onderwijs zo goed als niks meer voorstelt is al wel duidelijk maar om het daarom ook tot eindonderwijs te verklaren gaat ook mij een beetje te ver.

Tot nu toe 1 naam, Lubbers. Al die andere namen moet u zelf maar invullen. Het zijn de namen van de bedenkers van het nieuwe leren, het competentie gericht onderwijs, het passend onderwijs en meer van dat soort onderwijsveranderingen en vernieuwingen die zich in de afgelopen vijftien jaar voltrokken hebben. Het zijn de namen van de grijpgrage en megalomane bestuurders die protserige en wanstaltige schoolfabrieken lieten bouwen. Het zijn de namen van de managers die arrogant elke tegengeluid monddood maakten in de volgende reorganisatie. Het zijn de namen van de voorzitters van de overkoepelende raden die geen beschermers zijn van het onderwijs maar van de portemonnee van de vriendjes bestuurders, zelfs zo ver dat een eigen cao bedacht werd. Het zijn de namen van de honderden, misschien wel duizenden advies bureautjes die zonder enige sjoege van onderwijs zich op een markt hebben gestort waar veel, heel veel geld beschikbaar was voor gebakken lucht en luchtfietserij.

Maar het zijn ook de namen van de collega’s die gezwegen hebben, gedacht dat het hun tijd wel zou duren. De collega’s die ‘na mij de zondvloed’ belangrijker vonden dan goed en beter onderwijs.

Er is geen lange weg meer te gaan voor het onderwijs in Nederland, de afgrond gaapt, de weg houdt op. Net als het onderwijs.

 

Jesse Jeronimoon

 
----------
 
Datum: 6-03-2014
 Zeilen

 

Het is al een tijdje geleden dat ik ze nog waargenomen heb maar ik veronderstel dat ze nog wel bestaan, de rapporten bedoel ik. In mijn schooltijd keek ik er reikhalzend naar uit, naar het rapport. Drie keer per jaar werd het al dan niet een beetje plechtig uitgereikt en de slimmeriken kregen een aai over de bol en de minder goeien kregen een reprimande en moesten beloven beter hun best te doen voor het volgende rapport. U hebt het al geraden, ik hoorde bij de slimmeriken en rekende snel de tienen, de negens en de achten om in keiharde guldens.

Want na elk rapport was een bezoekje aan oma en opa, de tantes en ooms vaste prik. Rond theetijd diende ik mij aan met moeder en rapport. Moeder kwam op die manier drie keer per jaar bij de familie op visite, en omgekeerd, want de kinderen van de tantes en de ooms kwamen met de tantes bij ons op visite, en dat allemaal om met trots het rapport te laten zien, de goedkeurende knikjes in ontvangst te nemen en wat nog belangrijker was, de financiële tegemoetkoming voor het zweet mijns aanschijn waardoor er een prachtig rapport met hoge cijfers tot stand had kunnen komen.

Ik mocht mij gelukkig prijzen dat oma en opa in hun jonge dagen droomden van een kroostrijk gezin en de voorbehoedsmiddelen zich beperkten tot voor het zingen de kerk uit. Maar liefst negen ooms en tantes waren de opbrengst van de dromen en het zingen. Negen ooms en tantes om drie keer per jaar het rapport te laten zien, negen ooms en tantes die allen hun eigen rekenmethode van financiële tegemoetkoming hadden, de ene al lucratiever dan de andere, voor mij dan.

Als eerste ging ik altijd bij opa en oma, zonder moeder want dat was niet nodig en het was op de weg van school naar huis. Het rapport zelf was voor oma al een tientje waard, ze vond het geloof ik al fantastisch dat ik haar als eerste het rapport liet zien. Een tien had voor haar geen geldelijke waarde want een tien ‘was alleen voor Ons Heer’ vond ik wel jammer en ik herinner mij dat ik mij als kind lang heb afgevraagd wie die heer dan wel mocht wezen dat hij alleen maar tienen kreeg, die moest wel heel slim zijn. Enfin, een negen had een waarde van vijf gulden, een acht drie en een zeven één volle gulden. De rest had geen enkele waarde want om een zesje te kunnen halen had ik niks moeten leren vond ze, dus een zesje en lager, wat nooit voorkwam, bracht niks op. Het aller-leukste vond ik dat oma de financiële beloning uitbetaalde in klinkende munt en niet in van die beduimelde briefjes zoals de andere ooms en tantes wel deden. Klinkende munten die zwaar wogen in mijn broekzak en die zo lekker konden rinkelen, je voelt je als kind heel rijk met klinkende munt.

Tante Trui die wist altijd waar moeder en ik voor kwamen en hoe opvallend ik ook mijn rapport op tafel legde, eerst moest er thee worden gedronken en volgens mij onnodig lang gebept, geklept en geroddeld. U kunt zich voorstellen hoe heet de kolen waren waar ik op zat want het was nog de tijd dat ‘als grote mensen spreken, dan zwijgen de kinderen’. Na uren en uren, ten minste zo leek het, deed tante Trui alsof ze plots het rapport zag liggen en ging het dan overdadig en onnodig bestuderen. Vak na vak werd onder het vergrootglas gelegd en werden er vragen gesteld over die paar vakken waarvan het cijfer in het tweede rapport een beetje lager waren dan het eerste cijfer. En eindelijk, na het mondeling examen van tante Trui diepte ze haar knip op uit haar tas, haalde het tientje dat in apart vakje van haar portemonnee zat er uit, stopte het tussen de bladen van het rapport en gaf mij het rapport terug met de woorden ‘voor je spaarpot’.

Bij tante Fien en Ome Sjors was het van hetzelfde laken een pak, eerst gingen moeder en tante thee drinken en kwebbelen maar tante Fien gaf al direct de opdracht om mijn rapport aan Ome Sjors te laten zien. Ome Sjors meestal op zolder bezig met zijn treintjes deed niet moeilijk. Hij sloeg het rapport open, keek vlug de rij cijfertjes langs, viste zijn portefeuille uit zijn achterzak en stopte een geeltje in mijn handen. Geen woord werd er gewisseld en nadat hij zijn portefeuille weer in zijn zak had laten glijden keek hij mij aan en vroeg ‘treintje spelen? En samen met Ome Sjors reisde ik langs onbekende landen, door onbekende streken, met een geeltje dat brandde in mijn broekzak tot tante Fien ons riep omdat het tijd was om naar huis te gaan.

Heerlijke maar helaas vergane tijden. Nu gaan de kinderen niet meer rond met hun rapport om trots de guldens in ontvangst te nemen. Ergens in Rotterdam is er wel een school die deze traditie nieuw leven inblaast, een beloning voor een goed rapport. Alleen krijgen de kinderen geen vijfje voor een negen, en drie gulden voor een acht en één gulden voor een zeven. Nee, deze school is modern, is toekomstgericht, ze trakteren de bollebozen op een zeiltochtje van zes weken ergens in het Caribische gebied.

 

J. Jeronimoon 
----------
 
Datum: 24-02-2014
 100%.

 

Leiden is in last. Een megalomane bestuurder verplempte tientallen miljoenen onderwijsgeld in een futuristisch uitziend gebouw ondersteund door derivaten. Zoals te voorzien en te verwachten was moest er naderhand een constructie worden bedacht omdat de hypotheek niet meer opgebracht kon worden. Het gebouw werd verkocht aan een investeerder, die verhuurt het op zijn beurt weer aan de school voor een fikse huurprijs en in een onderhandse akte werd vastgelegd dat het schooltje na verloop van tijd het gebouw terugkoopt van de investeerder. Dus het ROC van leiden heeft één gebouw voor de prijs van drie. Een keer betalen om het te laten bouwen, een keer betalen om het te huren en een keer betalen om het terug te kopen. Niets gevaarlijker voor ons onderwijs dan een bestuurder met de handelsgeest voor een kofferbakmarkt.

Maar niet alleen Leiden blijkt in last. Scholengroep de Haag Zuidwest was ook niet erg tevreden met de oude schoolgebouwen en gooide ettelijke miljoenen onderwijsgeld over de balk om het onderwijs van de toekomst te huisvesten in een modern gebouw voorzien van alle oren en poten. Dat ook hier de hypotheek even megalomaan was als het bestuurdertje laat zich raden. Maar je bent de baas of niet, dacht het bestuurdertje en verordonneerde dat iedere docent minimaal één lesuur gratis voor niks moest les geven. Kwestie van de hypotheek te betalen. Hoeveel uurtjes het bestuurdertje gratis voor niks heeft bestuurd, is niet bekend.

De scholingsboulevard in Enschede, het luxueuze kantoor van Amarantis op de Zuid-as, campusje hier, complexje daar, het zijn geen honderden miljoenen meer maar miljarden die geïnvesteerd zijn in stenen, en je vraagt je af waarom het allemaal zo megalomaan en vooral duur moest zijn.

Toen ik docent was op een vbo school moesten we er ook aan geloven, een nieuw gebouw. Twee vbo scholen werden samengevoegd, samen iets meer dan 700 leerlingen, dus, bestuurderslogica, een nieuw gebouw met alles er op en er aan en ook nog een nieuw administratief centrum erbij voor de heren en dames bestuurders en managers want ook zij hadden recht op een nieuw onderkomen, ik zei het al, bestuurderslogica. En de mallemolen ging aan het draaien. Plannetje hier, offertetje daar, benoeming bouwcommissie, plannen van aanpak, opstellen van eisen, en uiteindelijk de aanbesteding. Mijn collega docent bouw, gepokt en gemazeld in de bouwwereld, expert in bouwtekeningen lezen en een mierenneuker wat betreft bestekken. Al bij al een mannetje dat van wanten wist. Er dienden zich drie architecten aan, alle drie ervaring in het tekenen en laten bouwen van scholen. Eentje viel nog tijdens de eerste besprekingen af wegens failliet en de twee overgeblevenen bleken zoiets als wit en zwart, water en vuur, hemel en hel, links en rechts. Waar de ene het onderwijsproces de voorrang gaf vond de andere dat de uitstraling belangrijk was. De ene gebruikte degelijke en functionele materialen de andere vooral ‘mooie’ materialen, de ene had geen naam en faam , de andere wereldberoemd in Amsterdam en omgeving, de ene deed het voor 20 miljoen, de andere voor 40 miljoen. En nu laat ik u raden wie het gebouw mocht ontwerpen. Juist, die van 40 miljoen. Het kostte uiteindelijk wel 60 miljoen, maar dan heb je ook wat. Heel veel trappen en heel veel mooie materialen en een enorme uitstraling. Alleen is het onmogelijk om er fatsoenlijk het onderwijs in te verzorgen. Dat heeft het schooltje ook geweten. Een gebouw neergezet op de groei naar duizend leerlingen herbergt nu met moeite vijfhonderd leerlingen. Het onderwijs is er zo slecht dat iedere ouder zijn kind naar de concurrentie naar de overkant van de straat naar school stuurt. Het gebouw is er wel niet zo mooi, maar het onderwijs is er wel goed.

Iedereen binnen het onderwijs weet dat er heel veel geld wordt weggegooid voor ‘uitstraling’. Glossy’s, technologie, sponsoring, noem maar op, alles moet mooier, sneller, gelikter dan de concurrentie. Laat ik nu altijd getwijfeld hebben aan het zinnetje ‘dan de concurrentie’. Moeten die lonen van de bestuurder zo hoog om de concurrentie? Moet die auto met chauffeur 24 0- 24 beschikbaar zijn om de concurrentie? Moet dat gebouw nog futuristische en megalomaner zijn om de concurrentie? Ik geloof er niks van en ik denk dat de reden hiervoor heel menselijk is want natuurlijk is elke bestuurder ook mens, ondanks zijn Goddelijke uitstraling, en niets menselijk is ook de bestuurder niet vreemd.

Hiervoor moet ik even terug naar eind december. In de brievenbus vond ik een vuurwerkfolder van de plaatselijke fietsenmaker die op het eind van het jaar wel een beetje vuurwerk op zijn bankrekening wou. Het was al snel duidelijk dat de fietsenmaker niet allen verstand had van fietsen, maar ook van mensen. Bovenaan in de hoek van de folder, gedrukt in gouden letters en omringd met de mooiste vuurwerksterren mocht ik lezen ‘100% JALOERSE BURENGARANTIE’. Kijk, dan weet je hoe mensen in elkaar steken en hoe je daar als slimme fietsen-vuurwerkhandelaar gebruik van moet maken.

Om de concurrentie? Niks van gewoon ‘100% jaloerse concurrentie garantie’

 

J. Jeronimoon 
----------
 
Datum: 18-02-2014
 Breaking News, Breaking News, Breaking News, Breaking News



Liefst had ik hierboven het 'Breaking News' knipperend in verschillende kleurtjes en een beetje in de vorm van een lichtkrant a lá Hollywood tot u laten komen, eilaas het programmaatje laat het niet toe. Wat het 'news' niet minder interessant maakt. 



Op dit moment is het nog onmogelijk om in details te treden, daarvoor moet ik de net ontvangen documenten nog naarstig bestuderen maar het is bij mijn weten voor de eerste keer dat een ex- werknemer van een ROC de moed heeft gehad om de voorzitter van de raad van bestuur van zijn schooltje persoonlijk aansprakelijk te stellen. 




Het gebeurt wel meer dat ik op de hoogte wordt gebracht van lopende gerechtszaken (zie www.iemandoetiets.nl)  tussen (ex-) werknemers en een schoolbestuur. Maar dit is de eerste keer dat een ex- werknemer een voorzitter van de raad van bestuur persoonlijk aansprakelijk stelt ex artikel 6:170 BW wat zoveel wil zeggen dat de werkgever persoonlijk aansprakelijk is gesteld voor daden, gedrag, fouten van een of meerdere van zijn werknemers waarbij door die daden, fouten of gedrag door de derde materiele ( en) of immateriele schade is geleden,



Dat dit een onkiese zaak is, is mij wel al duidelijk. Hier lijkt wel een persoonlijke vete aan gang te zijn tussen huidige werknemers en een ex- werknemer, al dan niet met medeweten van de voorzitter van de raad van bestuur van het schooltje.



Enfin, tot hier het breaking news, de voorzitter van de raad van bestuur van het horizon college in Alkmaar de heer van de Langenberg is persoonlijk aansprakelijk gesteld ex. art. 6:170 BW voor alle toegebrachte en nog toe te brengen schade aan een van zijn ex- werknemers. Later meer 
----------
 
Datum: 12-02-2014
 Verwarring? Ijdelheid, O ijdelheid, alles is ijdelheid.

 

U, trouwe bezoeker van deze blog moet ik mijn verontschuldigingen aanbieden, of toch niet? In de hoop enig teken van leven te bespeuren bezoekt u met enige regelmaat deze site, denk ik, maar weet het niet zeker. Elke avond beloof ik mezelf om morgen een nieuwe column toe te voegen, eentje met vitriool op de snee, maar elke ochtend heb ik dan weer een ander klusje bedacht en het potje vitriool blijft dicht, het toetsenbord blijft onaangeroerd en vraagt verdrietig aan het scherm waar ik toch blijf. Even dacht ik het slachtoffer te zijn van het zogenaamde en geroemde ‘writers-block’, ik was er zelfs een beetje trots op, maar werd met terugwerkende kracht in de werkelijkheid geboemerangd. Mijn zwarte notitieboekje met pen en dichthoud-elastiekje waarin ik losse gedachten opschrijf die dan later een column moet worden, bulkt van ideetjes, losse zinnen, hilarische anekdotes en diepzinnige overpeinzingen. Laat ik maar eerlijk zijn ik verkeer al een tijdje in een volstrekte staat van verwarring. Wat de andere helft van het trouwboekje dan weer bijzonder verstandig vindt want ondertussen zijn alle klusjes in en om het huis, geen winterschilder die dit jaar de binnenboel een likje mocht geven, uitgevoerd en is het to-do-lijstje voor de heer des huizes akelig leeg geworden.

Dat mijn vingers nu toch het toetsenbord beroeren, en ik meen een ietwat welgemeend geluksgekreun uit mijn laptop te mogen bespeuren, is niet meer of minder dan boetedoening. Boete voor mijn ijdelheid want ijdelheid, O ijdelheid, alles is ijdelheid.

Meer dan ik had gedacht heeft het overlijden van mijn vriend Ton er in gehakt, in mijn evenwicht bedoel ik dan. Een evenwicht dat gebaat was bij de wekelijkse column. Wekelijks mijn kijk, mijn mening, mijn visie op onderwijs, onderwijsbestuurders en management. Wekelijks mij verliezen in een onderwijsonderwerp en alles uit de schrijverskast halen om te vermaken, te treiteren, tot nadenken te stemmen, te negeren, te koeioneren, te… en wat al niet meer. Soms, als het moest, de schandpaal optrekken en soms de aai over de bol en altijd in de hoop dat u, beste trouwe bezoeker, bij het lezen er wat aan zou hebben ter lering ende vermaak. O ijdelheid.

Misschien had ik het niet moeten doen, om mijn afscheidswoordje op de crematie te besluiten met ‘en de karavaan trok verder’. Onbewust heb ik daar mijn ijdelheid bloot gelegd en heeft de verwarring de kop opgestoken.

Ikzelf heb de twijfel gezaaid, mijn eigen schrijfsels ondermijnd en gebagatelliseerd, mezelf voorgehouden dat niets, maar dan ook niets er toe doet, de karavaan trekt verder en zal dat altijd doen, columns of niet. En dan wordt het verdomme moeilijk jezelf en dat gekribbel op het blanke papier nog ernstig te nemen. Is het dan niet veel meer dan het papier vuil maken omdat het nou eenmaal wekelijks moet, van jezelf nota bene. Is het dan niet veel meer van ‘zie mij eens een mening hebben’ en andere ijdeltuiterij. Ijdelheid, O ijdelheid, alles is ijdelheid.

Tot vanochtend duurde de verwarring. Vanochtend kreeg ik netjes het overzicht auteursrechten en het aantal verkochte boeken vanaf 2008, het eerste boek ‘het nieuwe leren van de keizer’ dat dank zij Jet en consorten nog niets van zijn inhoud heeft ingeboet. Bijna 9000 exemplaren, van ‘leraren doen het niet voor het geld’ bijna 6500 exemplaren en van ‘Julius Caesar gezegd te Waterloo’ ( nog maar een klein jaartje op de markt) bijna 1200 exemplaren. Niet dat ik er stinkend rijk van ben geworden, maar elk beginnend schrijver springt al een gat in de lucht bij 500 verkochte exemplaren en dan mag ik toch wel van een klein succesje spreken. Ik bedacht dat mijn columns er dus wel iets toe doen, als zoveel mensen ze willen lezen.

Die onderwijskaravaan doet maar, laat ze maar verder trekken, ik weet dat diegene die voorop loopt al lang niet meer in de gaten heeft welke weg ze nu eigenlijk bewandelen. Zij trekken verder, ik schrijf.

J.J.

 
----------
 
Datum: 17-01-2014
 Speeltje

 

Als we het onderwijslandschap even van een afstandje bekijken, wat altijd een beetje beter gaat na een kort reces, moeten we jammerlijk genoeg concluderen dat zo zoetjes aan het onderwijs in de handen van de Nederlandse Politiek terecht is gekomen. Niet zozeer het kabinet trekt aan de onderwijstouwtjes maar het tweede en derde garnituur heeft zich het onderwijs als een uitzonderlijk lucratief speeltje toegeëigend.

De overkoepelende raden worden nu allemaal voorgezeten door ex-politici of beter, laat dat ex maar vallen, eens politieker altijd politieker, zullen we maar zeggen. Dank zij een politieke partij zijn de bestuursvoorzitters in betere politieke dagen het old boys network ingepiloteerd. Hun inzet voor partij, volk en Vaderland zagen ze beloond met een plaatsje aan de vetpotten van de vele raden van toezicht en andere bestuurlijke bijbaantjes, het ene al lucratiever dan het andere.

In de ondoordringbare schaduw van de overkoepelende raden ontwikkelt zich zo stilaan een nog groter en nog minder te controleren monster dat bevolkt wordt met zowel de tweede als de derde garnituur uit de wereld van de politiek en bestuur. Het gaat zo onopvallend dat niemand aandacht schenkt aan de ‘samenwerkingsverbanden’ die overal worden opgetuigd. Samenwerkingsverbanden gaan straks de invoering van het passend onderwijs begeleiden en knopen daarvoor connecties aan met de samenwerkingsverbanden van gemeenten want die tuigen ook samenwerkingsverbanden op, waar onder andere jeugdzorg in zetelt, dat op zijn beurt ook weer zetelt in de samenwerkingverbanden. Een eldorado voor het graaiende bestuurdersgrut en binnen de kortste keren volstrekt oncontroleerbaar zowel op financieel, kwalitatief als kwantitatief vlak.

Het onderwijs wordt een speeltje in de handen van een ‘vrindjes-netwerk’ dat zijn weerga niet kent en waarvan de eerst uitwassen nu al zichtbaar zijn. Het ene experiment na het andere wordt geventileerd. Het experiment met de lessen in het Engels te laten verzorgen in de basisschool, door juffen en meesters die ‘ik krijg altijd mijn zin’ vertalen als ‘I always get my sin’. Het experiment met on-line college’s omdat het zo lekker bespaart op hoogleraren, werkplekken, gas en licht, en het milieu zal er ook wel beter van worden. Het experiment met 10% korting op de lestijd voor de i-padjes scholen van Maurice statistiek. De tientallen experimenten en experimentjes waar onderwijs in samenwerking met het bedrijfsleven zich bezighouden met vooral het opmaken van de toegekende subsidies. En het mag allemaal een beetje kosten want er komen weer verkiezingen aan en het gewone volk moet natuurlijk niet denken dat het in het onderwijs allemaal kommer en kwel is.

Natuurlijk kan dit allemaal niet zonder een degelijke betaling voor de verantwoordelijken en zodoende werd er voor de graaiersbende een leuke CAO afgesproken met een niet al te hoge loonsverhoging van 15%. Algemeen verbindend verklaard door de oppergod van het Old boys network en instemmend begroet door de voorzitters van de overkoepelende raden want er is maar één uitstekende manier om het speeltje als speeltje te behouden en dat is zorgen voor financieel tevreden spelers.

“De docent?” Vraagt u. Die heeft zichzelf al lang van de spelerstafels verwijderd. Te lang met een kluitje in het riet laten sturen. Te lang geroepen ‘ja maar we hebben toch, ondanks alles, het mooiste beroep van de wereld.” en ondertussen niet goed opgelet. Te lang gedacht  ‘het zal mijn tijd wel duren’. Te lang en te veel verwacht van vakbond. Te weinig geprotesteerd. Te veel gedacht dat kritisch zijn gelijk staat met zeuren. En vooral te veel geluisterd naar de valse advies- en scholingsprofeten en te veel verwacht van onderwijsvernieuwingen die steunden op een virtuele ( lees niet bestaande) wereld.

Maar ach, laten we wel wezen, wie had ooit gedacht dat onderwijs en vooral goed onderwijs, een speeltje zou worden in de handen van gewetenloze politci en hun lakeien.

 

Jesse Jeronimoon    
----------
 
Datum: 16-01-2014
 Zo mijn reces zit er op. Voor al diegene die reikhalzend uitkijken naar een nieuwe column, hij komt er aan. 



J.J. 
----------
 
Datum: 18-12-2013
 El Commandante.



We kennen allemaal dat gevoel  dat je het beste kan omschrijven als ‘toen stond mijn verstand stil’. Een toestand van stille verbijstering meestal om te veel onbenul, schaamteloosheid, disrespect of een combinatie van dit alles. Dat ‘verstandsgevoel’ moeten zowat alle leden van het AOB gehad hebben die aanwezig waren bijde ontmoeting met de nieuwe hoofdman van de VO-raad, hopman Paultje. Paultje ging er prat op dat hij de vakbondsmeute stil kreeg toen hij hen duidelijk maakte dat het nu maar eens over moest zijn met het bashen van onderwijsbestuurders en managers, en ook die ‘professionele ruimte’ en verlaging van de werkdruk moesten de docenten maar eens op hun buik gaan schrijven want in crisistijd en geld- te- wei nig- tijd zijn dat toch al snel extreme eisen.

Mijn verstand stond stil toen ik dat las op de blog van de kersverse VO bestuursvoorzitter hopman Paultje. Iemand die er nog altijd groots op is dat hij de stakingsleider van de allerlaatste grootste havenstaking is geweest gaat nu helemaal van zichzelf verguld eventjes de vakbond duidelijk maken dat er, wat hem betreft, een andere wind waait in het onderwijs, de hopman Paultjeswind, een gure wind in dienst van onderwijsbestuurder en manager.

Het was zuster Marja ( oud-minister van onderwijs) die op een symposium van Beter Onderwijs Nederland ook al eens een pleidooi voor de onkreukbare hardwerkende en altruïstische bestuurder weggaf. Ook zij riep op om te stoppen met het bashen van de bestuurderslaag van het onderwijs. Ik heb haar toen in een column duidelijk gemaakt dat het niet de docent is die van het onderwijs een chaos heeft gemaakt, niet de docent is die de mooie schoolgebouwen heeft afgebroken en vervangen door onderwijsfabrieken, niet de docent die de onbevoegden en onbekwamen benoemt, niet de docent die de werkdruk alsmaar verhoogt enz…. Het is de bestuurder die zich laaft aan de vele subsidiepotten en geen greintje schroom heeft als hij zichzelf een bonus toebedeelt voor een geslaagde reorganisatie waarbij honderden docenten het veld mochten ruimen. Dus dat ga ik hier niet herhalen.

Want hopman Paultje weet niet zo veel van het Nederlandse onderwijs. Tijdens zijn politieke carrière heb ik hem er nooit over gehoord en daarna verdween hij uit de publieke sfeer en dook plots weer op bij de IKON en vele rondreizen in de wereld der armen, liefst in een ver buitenland. Daar bekwaamde Paultje zich als bestuurder. Hij bracht namelijk de armoede in kaart. Dat kunnen alle bestuurders, iets in kaart brengen, of in kaart laten brengen, en daar dan dikke rapporten over laten schrijven, meestal door duurbetaalde louche consultancybureautjes. Bureautjes die voor hun wollige zweefteverij handenvol geld hebben gekost. Zo veel handen vol dat er hier en daar een schooltje omviel. Voor de bestuurder geen probleem die kon in een ander schooltje aan de slag, had hij op voorhand door een ander duur bureautje in kaart laten brengen, de docenten die stonden en staan op straat.

Te hoge werkdruk, oudere docenten die aan de deur worden gezet, diplomafraude en gesjoemel, failliete scholen, inleveren bapo-uren ( ouwe lullen dagen), gesjoemel met taakbelastingbeleid, de lijst van misstanden en toestanden in het onderwijs begonnen bij de zo begeerde autonomie van de scholen, lees: de ongebreidelde zucht naar bestuurlijke zelfbevlekking, is eindeloos lang, al jaren lang.

Hopman Paultje gaat op koffiekransje met een aantal directeurtjes en waar zeurt dat volk over als ze hun nieuwe hopman ontmoeten? Dat zij, de hardwerkende bestuurder met auto met chauffeur en een beloning ter grootte van de Balkenende-norm, in pers, columns en andere schrijvelarijen op de hak worden genomen. Als Paul ferm heeft gesteld dat hij daar vooral de vakbond eventjes voor op zijn nummer zal zetten gaan de bestuurderdertjes verder met het verkopen van hun gebakken lucht en hoe het Nederlandse voortgezet onderwijs er volgens hun in 2020 uit moet komen te zien. Niet verwonderlijk want die gebakken lucht brengt al twintig jaar veel geld in het laatje.

Hopman Paul vergeet voor het gemak dat die vakbond betaald wordt door de leden zelf. Elk lid betaalt van zijn eigen loon de contributie voor de vakbond. De heren directeuren en bestuurders betalen de contributie van hun lidmaatschap aan de VO –raad met belastinggeld uit de grote pot. Verder vergeet hopman Paultje dat elke docent er door zijn management op gewezen wordt dat de twee grootste deugden  van de docent volgens de bestuurder niet didactiek en pedagogiek zijn maar zelfreflectie en feedback ontvangen. Nu, wat de columnist doet, en diegene die kritiek levert op de zonnekoningen van het onderwijs is niet meer dan feedback geven om er voor te zorgen dat die graaiende zweefliegers ook eens op zichzelf gaan reflecteren.

Ik heb me vergist, ik buig en strooi as op het hoofd, en denk aan de wijze woorden van mijn opa ‘oordeel niet naar zijn woorden, maar naar zijn daden’. Dat doe ik dan ook en moet tot de conclusie komen dat het woordje ‘hopman’ voor Paultje te lief is, te snoezerig, te braaf. Aangezien Paul er bij zijn eerste optreden met de vakbond, de vertegenwoordiger van de werknemer, prat op gaat dat hij door zijn vermanende woorden en starre houding het gepeupel stil kreeg, geldt vanaf nu niet meer ‘hopman Paultje’ maar ‘el commandante’.

 

Jesse Jeronimoon  
----------
 
Datum: 13-12-2013
 Poesie Mauw.

 

Héhé, het heeft een tijdje geduurd maar het CNV is er eindelijk achter dat het onderwijs afwil van zijn oudere, en tevens bevoegde, docenten. We kunnen gemoedelijk de vraag stellen waar de mannen en vrouwen van de vakbond zich de afgelopen jaren zoal mee ledig hebben gehouden. Zou je eerst denken dat de vertegenwoordigers van de vakbond in de medezeggenschap van het onderwijs fluks aan de bel heeft getrokken om de georkestreerde kaalslag aan de kaak te stellen, moet je concluderen dat het de rechtsbijstand van de vakbond is die aan de kat de bel hebben aangetrokken. Niet verwonderlijk want vele medezeggers zien het medezeggen als een stapje omhoog naar een mogelijke managementfunctie in de school. En een ouwe zure docent die niet zo goed meer tegen de werkdruk kan moet die managementsdroom niet in de weg zitten.

Je zou ook kunnen stellen dat de jongens en meisjes van de vakbond het forum van Beter Onderwijs Nederland niet of nauwelijks bezoeken. Al meer dan vijf jaar wordt op dat forum met enige regelmaat de reorganisaties, het gesol met oude en bevoegde leraren en het verwijderen van die docenten uit het primaire proces middels een kartonnen handdruk, aan de kaak gesteld. CNV en BON het lijken geen vriendjes.

Of heeft de laattijdige onderkenning van de grote uittocht iets te maken met de wisseling van de wacht in de VO raad. Immers nu hopman Paultje het voorzittershamertje van Ome Sjoerd heeft overgenomen worden de onderwijswerkgevers vertegenwoordigd door linkse of linksige bestuurdertjes. Met Sjoerd is de laatste Christelijke bestuurder  uit de onderwijsraden verdwenen. In de HBO raad zwaait de benoemde geen idee 66-er Thom Thom de Graaf de scepter. De MBO raad mag zich verheugen in het linkse PVDA vrindje van de CBE groep en tevens landbouwdeskundige Jantje van Zijl.Zoals gezegd is progressieve Groen Linkser hopman Paultje de baas van het voortgezet onderwijs en het basisonderwijs plooit zich naar de nukken van de door de graaiende  samenwerkingsverbanden op handen gedragen rooie Rinda.  

En als die raden, die de onderwijswerkgevers vertegenwoordigen ook nog eens aan de tafel gaan zitten met de volstrekt mislukte PVDA onderwijsminister Jet en basisschoolleerling staatsecretaris Sandertje Dekker, dan komt de christelijke werknemersvakbond CNV van een koude kermis thuis en is er niemand om achteraf en een achterkamertje nog een en ander te regelen. Dus de vakbond laat zijn tanden zien, maar niet heus. Want wie maalt er nog om die oude en bevoegde docent. Hopman Paultje zeker niet. Die ziet liefst dat alle docenten thuis achter de computer zitten om hun schatjes van zelfstandige leerlingetjes via facebook, whatsapp, instagram, twitter en andere social media, te begeleiden bij hun ontdekkingstocht op het wereldwijde pornoweb, samen met mevr. Google.

 Wat heeft dat CNV nu eigenlijk betekent de afgelopen jaren? Hebben ze hun stempel gedrukt, een woordje meegesproken, acties gevoerd in en over het onderwijs. Ik weet dat u nu denkt aan de grote staking in de arena een jaartje of twee geleden, maar wees eerlijk, waar ging die staking nou eigenlijk over. De bezuiniging? De urennorm? De invoering van het passend onderwijs? De zeggenschap over het primaire proces? De hoge werkdruk? Te weinig geld voor het onderwijs? Of was het gewoon een dagje uit met zang en dans verzorgd door de jongens en de meisjes van de bond? Niemand weet het nog en diegene die zegt dat toch maar mooi de bezuiniging van 350 miljoen door de staking is teruggedraaid moet nog maar eens goed de bezuiniging van deze regering lezen, juist die 350 miljoen staat al lang weer op de agenda.

Dus CNV, jullie waren weer eens in de pers en dit keer over de rug van de oude, bevoegde en overbelaste docent. En waar ging het over? Niet over de bevoegdheid, niet over het aanpassen van de werkdruk, niet over de schandalige truc van de besturen om zoveel mogelijk LC docenten op te ruimen en al zeker niet over het onderwijs an sich. CNV, dat was toch die vakbond die er prat op ging dat zij wisten dat ‘leraren het niet doen voor het geld’?

En CNV als jullie nu denken dat de bestuurder kopschuw achter zijn bureau zit te dubben hoe hij zich moet verantwoorden over zijn schandalige ontslagescapades en bij zichzelf denkt ‘oeioeioei de tijger laat zijn tanden zien’? Ga dan rustig terug naar die slaapplek waar jullie vandaan komen. Tijger? Laat me niet lachen, niet eens tandenloze tijger. De bestuurder lacht en denkt bij zichzelf ‘CNV, Poesie Mauw’.

 

Jesse Jeronimoon

 

 
----------
 
Datum: 5-12-2013
 In Memoriam, Meester Ton.



Zijn vrouw belde me met het droevige nieuws, Ton is niet meer. Jazeker, het kwam aan als een klap in mijn gezicht, als een donderslag bij een helderblauwe hemel, vooral omdat ik hem afgelopen week nog sprak. Veel vragen,  geen antwoorden meer. Ton is dood.

Zijn vrouw huilde niet, eigenlijk had ze het al een tijdje aan zien komen maar zoiets komt toch altijd onverwacht. ‘Ik denk dat hij rustig zijn tranendal heeft verlaten, Jesse’ klonk het door de telefoon. Ik knikte zonder te beseffen dat ze me niet kon zien. Even bleef het stil en de vragen wanneer, waar en hoe brandden op mijn tong maar ik durfde het niet te vragen. ‘Maandag is de crematie, wil jij een woordje doen?’ Het klonk ver weg. ‘Doe ik’ murmelde ik automatisch. De verbinding werd verbroken.

Zijn eerste stappen in het onderwijs als ‘meester Ton’ bij de zesde klas van de plaatselijke basisschool brachten hem geluk en kennis aan de lieve collega van de vijfde klas. Juf Connie en Meester Ton werden een paartje. Een team op school en levensgezellen buiten school. Meester Ton en Juf Connie leefden en werkten met hart en ziel voor de kinderen van de basisschool. Geen zee te hoog, geen dal te diep, geen probleem dat niet kon worden opgelost. Alles voor de kinderen, alles voor de toekomst. Ton en Connie twee zielen en drie keer vreugde. Leerlingen en ouders liepen met hen weg niet wetende dat het grootste verdriet van die twee het kinderloos blijven was. Stad en land hebben ze afgereisd, dokter en specialist geraadpleegd, helaas, niets aan te doen. Ze hebben er zich uiteindelijk bij neergelegd in de wetenschap dat ze allebei het geluk hadden elke dag tientallen kinderen in hun klas te hebben.

Ton studeerde in de avonduren en vrije tijd om zijn bevoegdheid voor het voortgezet onderwijs te halen en het lukte hem. Na zijn eerste werkdag in het VBO keek hij s’avonds in bed Connie doordringend aan en fluisterde: ‘Nu hebben we kinderen van 6 tot 16’. Connie begreep het want elke jaar zo rond begin juni kreeg Ton het kwaad, werd hij een beetje verdrietig. Als meester van klas zes, later groep acht, moest hij ze wel loslaten, zijn leerlingen. Straks na de grote vakantie kwam geen enkele van hen terug. Weg, naar de grote school, naar de volwassen wereld.   

Nu was hij docent wiskunde op de grote school. Eerst aan brugklassers, maar hij groeide met zijn leerlingen mee en na een jaartje of vier stond hij voor de grote opgave om zijn leerlingen de examenhobbel te laten nemen. “Geen enkele, nul, nada, zero, miden,Jesse” vertelde hij me later met trots. In al die jaren dat hij de examenklassen les gaf was er geen enkele van zijn leerlingen gezakt voor het centraal examen. Ik geloof dat alleen Connie en ik weten hoe Ton gebukt ging onder de examenstress. Hij zou het zelf als een onmetelijk falen hebben aangevoeld als er ook maar één het examen niet had gehaald.

Een paar keer heb ik het geluk gehad om Ton in zijn klas bezig te zien. Losjes, grappig, ernstig, complimentje hier, vermaninkje daar, nergens een onvertogen woord, een excellente mix van spanning, ontspanning, ernst en luim en alles net of hij het ter plekke uit zijn mouw schudde. Niets was minder waar. Elke avond bereidde Ton zijn lessen voor, bijna minutieus kwam per klas op papier wat, wanneer, hoe en vooral hoe lang. “ze noemen het ouderwets maar het is het geheim van de smid” beweerde hij later over die lesvoorbereidingen, en hij had gelijk.

In zijn laatste jaren in het VBO ergerde hij zich aan de fusies, de reorganisaties, de grote veranderingen in de organisatie, meer managers, minder tijd voor zowat alles. En niet zozeer de veranderingen ergerden hem maar dat er niet meer nagedacht werd of dit alles wel goed was voor de leerlingen, dat stak hem. De organisatie was belangrijker geworden dan leerling.  Soms dacht hij wel eens dat het tijd werd om te verkassen en wat was hij blij toen hij gevraagd werd om les te geven in het MBO. Het was dan wel geen wiskunde maar maatschappijleer maar dat moest hij toch ook onder de knie kunnen krijgen.

Een nieuwe onderwijswereld ging voor hem open en Ton liep er doorheen genietend als een klein kind van een snoepje. Er werd veel gevraagd van zijn flexibiliteit, kennis en kunde. Niet meer een strak uurrooster, leerlingen die hij maar een uurtje per week zag, leerlingen van 16 tot 40 maar ja dat hoorde nu eenmaal bij het volwassenenonderwijs. Ton zette gewoon een tandje bij, en nog een tandje, en nog een tandje tot die vermaledijde dag in 2005. Ton werd duizelig, zag zwarte sterren voor zijn ogen dansen, stuurde zijn leerlingen naar huis en meldde zich de eerste keer in 35 jaar ziek.

Eerst dacht hij dat een weekje rust wel genoeg was maar het weekje werden 11 maanden, bezoekjes aan de psycholoog om de duistere schaduwen uit zijn hoofd te halen, en wat hem nog het meest verbaasde heel weinig contact met de school. Het leek wel of ze hem links lieten liggen. Na 11 maanden wou hij weer aan het werk en hoe hard de psychologe het hem afraadde, Ton ging. “Ik heb ze te lang laten zwemmen, Jesse” beweerde hij en met ‘ze’ bedoelde hij de leerlingen.

Het werd meer dan een cultuurschok. Het management had besloten hem ‘op voorwaarden’ over te plaatsen naar een andere afdeling, hij was ook ineens een ‘docent LC’ en niet meer de ‘docent maatschappijleer’ en ook de lessen waren verdwenen het heette nu ‘workshop’. Geen klassen meer, geen lokalen meer, gewoon een lijstje met namen van ‘zijn’ leerlingen, ten minste een lijstje van leerlingen die bij hem in de workshop aanwezig moesten zijn. Hij herkende niets meer van zijn vroegere school, alleen zijn leerlingen, die waren er nog, gelukkig maar.

En elke dag werd hij geconfronteerd met het ongenoegen, verdriet en ongeïnteresseerdheid van de leerlingen. Hoe hard hij ook werkte en zijn best deed, het lukte hem niet meer en hij was er niet eens over verwonderd. Na acht maanden hield het op, een tweede keer draaide de wereld om hem heen, knock out! Over en uit.

Over de schandalige behandeling die Ton in de afgelopen vier jaar van zijn werkgever mocht ontvangen is een boek te schrijven Kafkaiaanse toestanden waarvan iedereen zegt dat het in een welvarend Nederland niet kan. Toestanden die Ton langzaam maar zeker naar de rafelranden van zijn bestaan duwden. Rafelranden zwarter gekleurd dan steenkool, donkerder dan de donkerste nacht. En tijdens de ‘goede’ dagen maakte Ton weer plannen, wou hij weer gaan studeren, bijlessen geven, methodes schrijven, ‘iets’ doen wat met onderwijs en leerlingen had te maken. Er kwam niets van terecht want de ‘slechte’ dagen gooiden roet in het eten. Connie deed er alles aan wat in haar mogelijkheden lag. Niets mocht baten, Ton zakte steeds verder weg in verdriet en moedeloosheid, zijn dood kwam niet onverwacht.

Ton leed niet aan depressies, Ton was verliefd, smoorverliefd op het onderwijs dat hem na 35 jaar flirten afwees, het heeft zijn hart gebroken.

 

Jesse Jeronimoon

 
----------
 
 
6-12-2013, reactie van moby
Diepe buiging.
Voor Ton.
En voor het requiem van Jesse.
Voor menig leraar zal de situatie herkenbaar zijn.
 ----------
Datum: 27-11-2013
 Het CBE register

 

De MBO raad heeft een brief op hoge poten naar de kamer gestuurd. Daar wordt namelijk binnen afzienbare tijd het debat gevoerd over de invoering van het lerarenregister in 2017. De brief lezen is weten dat Jan van Zijl de voorzitter van de MBO raad deze brief nooit of te nimmer zelf heeft geschreven. Dat kan Janneman namelijk niet een brief op zulke hoge poten en je hoeft er ook niet naar te raden wie de brief dan wel heeft geschreven want dat is de CBE Group ( spreek uit als kroep).

De voorzitter van de CBE groep maakt zich namelijk al een heel tijdje boos over de onderwijscoöperatie en dit was een uitgelezen kans om zonder een Godwin de minister duidelijk te maken dat die hele onderwijscoöperatie geen bestaansrecht heeft, geen enkele bemoeienis zou mogen hebben met het lerarenregister, en eigenlijk beter kan opgeheven worden wegens ‘te duur’. Verder wil PéPé de invoering van een lerarenregister in het MBO op de manier zoals de CBE groep een paar jaar geleden al geadviseerd heeft aan Janneman en de rest van de MBO raad.

Een verplicht lerarenregister met de verplichting van bijscholing bij de door de MBO raad aan te duiden nascholingsinstituten, nauw gelieerd aan de CBE groep natuurlijk, met duidelijke sancties voor wie zich niet aan de verplichting van bijscholing houdt waarbij het schrappen uit het register wel de zwaarste sanctie is. Dit houdt natuurlijk in dat er dan een geschillencommissie moet komen , met voorzitterschap van de CBE groep, een beroeps commissie, met leden van de CBE groep, en een overkoepelende toezichtcommissie, waarin de CBE groep enkele stoelen bezet.

Dat het MBO de onderwijstak bij uitstek is die de afgelopen tien jaar zowat alle bevoegde docenten overboord hebben gegooid, de overgebleven docenten het  competentie gericht onderwijs  door de strot hebben geduwd en daardoor een bloeiende onderwijstak omgevormd hebben tot een dor schraal ielig stompje dat het woord twijgje niet eens verdient, wordt in de brief niet genoemd. Integendeel, Janneman ( lees Pim Pollen) deinst er niet voor terug om een enorme grote vlag op een strontschuit te plaatsen, natuurlijk voor een hoger doel, de miljoenenpotten van de overheid.

Al van in het begin dat er sprake was van een lerarenregister gruwde ik van het woord en het register idee omdat ik namelijk een hekel heb aan lijstjes vooral na het lezen van ‘om erger te voorkomen’ van Nanda van der Zee. Maar vooral omdat het registeridee niet is ingegeven door de wil om een puik elite docentcorps op poten te zetten maar uitsluitend om zoveel mogelijk belastingmiljoenen binnen te halen.

Beheren van het register, Kassa! Bijscholing, Kassa!  Beheren van de bijscholing en daaronder verstaan we onderzoek, legitimering, kwaliteitseisen opstellen, kwaliteit controleren, intervisie, opvolging, …Kassa!Kassa!Kassa!!!. Geschillencommissie, Kassa! Toezichtkader, Kassa! En de meest natte droom, na verloop van tijd, jaartje of drie, jaarlijkse contributie te betalen door de geregistreerde leraar en dat is Kassa! met een hele grote K.

Ik ben het meest nieuwsgierig naar hoe de politiek hier op gaat reageren want zowel PéPé van de CBE groep als Janneman zijn oude bekenden van minister en tweede kamer. Jantje heeft zelf zijn broek versleten op het blauwe stoeltje en PéPé fluisterde de vorige ministers van alles in het oor in zijn hoedanigheid van dikke pief op het ministerie van onderwijs. Dus dat zit wel snor. En hoe gaat de onderwijscoöperatie zijn plan over het voetlicht van de tweede kamer brengen? Een plan dat door de minister die geen minister wilde worden héééééééél diep in de lade is gestopt want als het voorstel van de onderwijscoöperatie wat betreft het lerarenregister uit die diepe lade komt zou dat heel zonde zijn van de graaiplannetjes van PéPé en Janneman. Waarom? Omdat er in het hele registervoorstel van de onderwijscoöperatie het woord ‘verplicht’ niet voorkomt.

 

J.Jeronimoon  Blog invoeren
----------
 
Datum: 12-11-2013
 Klassengrootte



Misschien ben ik een uitzondering, maar ik heb maling aan de grootte van de klassen. Twintig, dertig, veertig van die snotapen voor mijn snufferd, ik draai er mijn hand niet voor om. Het vraagt wat meer voorbereidingstijd, wat meer didactische vaardigheden, en een wat strengere blik, en meestal lukt het dan wel voor een tijdje. Het zal wel deels aan mijn gedegen pedagogisch-didactische opleiding liggen en deels aan mijn instelling dat elke leerling recht heeft op les ook al is een collega door ziek en zeer tijdelijk uitgeschakeld.

Maar ik kan mij indenken dat er heel wat collega-docenten en juffen en meesters zijn die een klas met méér dan dertig leerlingen problematisch vinden, zeker nu het opbrengstgericht onderwijs of het i-padjes onderwijs of het cognitief- selectief-brein-buik-voeten leren massaal zijn intrede doet in de scholen. Dan kom je er niet met een opleiding waarin de nodige competente vinkjes zonder een probleem naar een diploma leidde.  

Ik begrijp dus de actie van de kleinste onderwijsvakbond van Nederland, de jongens en meisjes van de LIA, de Leraren In Actie bond. Begrijpen wel, maar de uitgangspunten voor de actie vind ik persoonlijk bijzonder neigen naar wat de werkgevers willen, namelijk gewoon meer geld in de kas. Als ik het goed begrepen heb pleit LIA voor meer geld om de klassen te verkleinen. Even buiten beschouwing gelaten dat de onderwijsbegroting in de afgelopen twintig jaar zowat verdubbeld is, ook buiten beschouwing gelaten dat de leerlingenpopulatie in diezelfde twintig jaar niet verdubbeld is en ook buiten beschouwing gelaten dat de schoolbestuurders zich in de afgelopen twintig jaar beloond hebben alsof ze de CEO’s waren van een beursgenoteerd bedrijf  moet ik toch concluderen dat de LIA de verkeerde koe de verkeerde bel aanbindt.

Niet de minister ( de belastingbetaler) moet bijspijkeren wat betreft onderwijsgeld, maar de schoolbestuurder moet aangesproken worden op het oppotten van miljarden onderwijsgeld dat bestemd is voor onder andere kleinere klassen. En niet alleen het oppotten maar zeker  ook het over de balk gooien van honderden miljoenen aan glossy’s, nieuwe gebouwen, adviseurtjes, onzin- en andere luchtverkopers enz…

Schoolbestuurders hebben met het taakbeleid in de hand jaar na jaar niet alleen de werkdruk tot ongekende hoogten gedreven maar ondertussen ook flink de kassen gevuld want elke cent uitgespaard op de docent is een cent in de grote alles verslindende kas van de schoolbestuurder. Jaar na jaar is het cohort onder- en onbevoegden groter en groter geworden. Onbevoegden en instructeurs in schaal zeven in plaats van docenten in LB of LC. De doorgroei naar LC is aan zoveel schoolse regeltjes gebonden dat ook daar menig eurootje niet in een LC functie terecht is gekomen maar in de kas van de bestuurder. En dan wil ik het niet hebben over het grimmige pleidooi van de VO raad voor een 1000 uren norm in plaats van 1040 uren. Geen haar op Sjoerd zijn hoofd dat er aan dacht dat zoiets beter is voor de leerling, geen sprake van. Sjoerd had alleen maar voor ogen dat elke school hiermee weer een aantal FTE’s kan uitsparen. En ik wil het ook niet hebben over de reorganisatierondes in de afgelopen twintig jaar in het VO wat duizenden en duizenden collega’s hun baan heeft gekost en wat gedacht van de sluiting van tientallen basisscholen wegens ‘te klein’.

Natuurlijk houdt het eens op. Het taakbeleid kan niet verder uitgemolken worden want de verhoging van de werkdruk begint slachtoffers te vragen. Meer en meer boze gezichten van docenten die merken dat de LC functie hun door de neus wordt geboord. De school helemaal weg-reorganiseren tot er alleen nog een bestuurderslaag overblijft is ook niet mogelijk wegens helemaal geen inkomsten meer en het aanstellen van instructeurs, onbevoegden en schuiven met onderbevoegden begint nu ook stilaan in de gaten te lopen, als zelfs de Elsevier er over schrijft dan ben je echt een brug te ver. Basisscholen blijven sluiten houdt ook een keer op wegens het feit dat de te kleine schooltjes ook eens op raken.

Al bij al heeft de schoolbestuurder nog één mogelijkheid om de reserves flink aan te vullen, de klassen groter maken want de grootte van de klassen is omgekeerd evenredig met het aantal nodige docenten. Hoe groter de klassen hoe minder docenten, kind kan de was doen, zo eenvoudig is het.

Het enige dat de schoolbestuurder nog nodig had was een bondje dat zich voor het schoolbestuurderskarretje liet spannen en actie onderneemt voor meer geld, kwestie van de klassen te verkleinen.  

Mogen we van de LIA verwachten dat de volgende acties die zij onderneemt acties zijn tegen de onbevoegden voor de klas, tegen het gesjoemel met het taakbelastingsbeleid, tegen de over volle bankrekeningen, tegen het gesjoemel met de LC functies, tegen het rigoureus schrappen van zogenaamd ‘te kleine’ basisscholen en vóór betere lerarenopleidingen en vóór meer transparantie van de schoolbesturen vooral als het gaat om de bestedingen van het overheidsgeld?

Jesse Jeronimoon
----------
 
Datum: 6-11-2013
 Bezittelijk voornaamwoord.

 

 

Met enige regelmaat bevind ik mij in een groepje leerkrachten. Wij praten dan een beetje over het onderwijs, de veranderingen en vernieuwingen, hoe het vroeger was, hoe het gaat worden en meer van dat soort tijdverdrijf dat ‘studiedag’ mag heten.  Het is een jaartje of vijftien geleden begonnen als een grapje voor een studiemiddag op de hei van de plaatselijke basisschool. Als ontspanning mocht ik daar de juffen en meesters duidelijk maken wat de leerlingen te wachten stond bij de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs. Een gezellig uurtje vragen, lachen, kwinkslagen en ernst. Geen Power point, gewoon een goed voorbereid verhaal en veel betrokkenheid van de juffen en meesters. Op de een of andere manier moet de directeur het allemaal amusant en vooral ‘leerrijk’ gevonden hebben want van toen af heb ik door de mond op mond reclame een tiental keren per jaar ergens in Nederland  ‘studiemiddag’ en tegenwoordig heeft ook het voortgezet onderwijs mij gevonden voor ‘het uurtje onderwijswijsheden’.

Stelt u zich vooral hier niet te veel van voor. Mijn gage bedraagt een armzalige kilometervergoeding en het uurtje bestaat uit stellingen poneren, vragen stellen en vooral veel luisteren naar wat docenten, juffen en meesters te vertellen hebben. Vooraf bedenk ik waar ik het wil over hebben, meestal gelieerd aan het onderwijsnieuws, de kleutertoets, de urennorm, het passend onderwijs, praktijkonderwijs, speciaal onderwijs, het hangt er een beetje van af in welke school ik terecht kom. Voor de rest… je duwt er vijf cent in en de provocerende praatmachine schiet in gang tot de tongen van de aanwezige onderwijsmensen los komen. Dan valt de praatmachine stil en luistert het alleen nog.

Het gaat al jaren zo en buiten wat meer misnoegdheid over de overheid, de bezuinigingen, managers, werkdruk en vakbonden kabbelt zo een uurtje op dezelfde manier voort als vijftien jaar geleden. Tot vorige week. Een school voor praktijkonderwijs had me uitgenodigd om het te hebben over de invoering van het passend onderwijs in het praktijkonderwijs. Spekkie naar mijn bekkie en met veel voorpret afgereisd.

Het was een mooie omgeving daar op de Veluwe. Hotel restaurant huppeldepup was afgehuurd voor de studiedag en ondanks het gezeur over de overvolle klassen mocht ik een mannetje of zestig in de ogen kijken, en dat nog steeds zonder Power point. U-vorm opgesteld zodat iedereen iedereen in de ogen kan kijken en ik een enorme speelruimte heb om mijn grollen en fratsen alle kanten op te sturen. Heerlijk, jammer dat de groep zo moeilijk op gang te krijgen was. Beetje meer provocatie helpt dan meestal wel en net op het moment dat ik dacht hoe het kon dat ik zo lang aan het woord was kwam de groep op gang. Beetje geïrriteerd werden mij vragen gesteld. Hoe ik dan de taak van de school zag, hoe het dan verder moest met de leerlingen als de AKA-opleidingen werden geschrapt, hoe de leiding van de school zou moeten reageren op de samenwerkingsverbanden? Eerlijk gezegd, ik begreep het niet. Blijkbaar was er niemand die zich had ingelezen in het passend onderwijs en de gevolgen voor het praktijkonderwijs. Dat was een jaartje of tien geleden wel anders. Meestal wist het gros van de aanwezigen wel ongeveer waar ik het over had.

Op de snelweg naar huis liet ik het uurtje nog  eens aan mijn geestesoor voorbijgaan. En plots hoorde ik het verschil. Het verschil tussen de vragen van de docenten van tien jaar geleden en de docenten van nu. Het is een miniscuul verschil met grote gevolgen. Waar ik tien jaar geleden hoorde: mijn leerlingen, mijn lokaal, onze school, mijn directie, enz… hoor ik nu: de leerlingen, het lokaal, de school, de directie, de collega’s, de… Het bezittelijke voornaamwoord is vervangen door een lidwoord. Mijn school is op afstand komen te staan en werd de school ofwel de werkplek waar de docent in het zweet des aanschijns zijn maandelijkse beloning verdient. Onze leerlingen zijn verworden tot een ( grote) groep anonieme jonge mensen aangeduid met ‘de leerling’ of wel het grut dat hier elke dag komt omdat het moet van de overheid. Mijn directeur werd het management en mijn les is nu de les.

Geen mooiere manier om aan te geven dat de docent himself  onbewust aangeeft zich geen eigenaar meer te voelen van het onderwijs, geen bezitter van zijn kennis, zijn leerling, zijn school, de kennis, geen drijvende kracht om zijn onderwijs ongeacht alle tegenwerkingen en teleurstellingen vorm te geven. Jammer, heel jammer.

J.Jeronimoon

  
----------
 
Datum: 31-10-2013
 Zeven jaar en één dag

 

Zeven jaar en één dag. Het stond onder mijn naam op de website van Beter Onderwijs Nederland. Zeven jaar en één dag lid van de vereniging, zeven jaar en één dag, op mijn leeftijd lijkt het geen zeven jaar en één dag maar meer een paar jaar. En dan komt het besef dat ik geen 26 meer ben ook al voel ik dat wel zo. Ondertussen ook nog opa geworden, wat op zichzelf alleen een kwestie van blijven ademen is want zoiets gaat vanzelf als je zelf kinderen hebt. Zeven jaar en één dag, een paar honderd columns, drie ministers van onderwijs en eentje van feesten en partijen, vijf staatsecretarissen, vier boeken en ongeveer een tiental ‘vakwerken’ zijn de revue gepasseerd. Klein humorvol hoogtepuntje met de ‘dr. Ron’ en tientallen haatmails. Voilá, de opbrengsten van zeven jaar en één dag lid van Beter Onderwijs in een notendop.

En het Nederlandse Onderwijs in een notendop? Ten prooi gevallen aan het neoliberalisme en dat staat voor zeven en één dag van afbraak omdat onderwijs voor de liberaal niet belangrijk is. Die gelooft in het sprookje van de zweefteven die beweren dat één computer en vijf kindjes genoeg is om kinderen aan te zetten om te leren lezen en rekenen. Dat is dan ook de reden waarom het aantal functioneel analfabeten in Nederland in de afgelopen vijf jaar met maar liefst tweehonderdduizend is toegenomen. Wat op zichzelf voor de liberaal of de zichzelf liberaal noemende luchtfietser ook geen probleem is. Niet kunnen lezen, niet kunnen rekenen, met moeite kunnen schrijven zijn met name de belangrijkste competenties van het domme gemakkelijk te manipuleren werkvolk. Nog effe en de liberaal pleit niet meer voor open grenzen, het onder te betalen klootjesvolk kan dan gewoon van straat worden geplukt.

Beter Onderwijs moet er alleen nog zijn voor het talent vinden de liberalen. Die talenten hebben recht op academici voor de klas. De niet- talenten moeten zich behelpen met geregistreerde onbevoegde zzp-ers en een i-padje. Newducation heet de samenwerking tussen de bijbeunende fietsenmaker en de alwetende en NSA liefhebbende mevr. Google.

Het Nederlandse Onderwijs kachelde zeven jaar en één dag achteruit, waarschijnlijk wat minder hard dank zij de  vereniging Beter Onderwijs Nederland, maar ontegenzeggelijk achteruit. Méér onbevoegden, minder goed opgeleidde juffen en meesters, een mislukte weer samen naar school dat we straks ‘passend onderwijs’ noemen, hetzelfde maar dan goedkoper, diplomafraude, examenfraude, faillissementen, reorganisatie op reorganisatie, tienduizenden bevoegde docenten minder in het onderwijs, raden die verworden zijn tot parkeerplaatsen van mislukte politiekers, vraag mij af waar ergens in het onderwijs de ex-burgemeesters van Utrecht zal opduiken? Enfin Zeven jaar en één dag kommer en kwel in de onderwijswereld.

Maar Beter Onderwijs Nederland bestáát nog en dat op zichzelf is een kunstje dat bijvoorbeeld Amarantis niet gelukt is. Nog altijd dezelfde gedreven voorzitter wat ook van heel veel voorzitters in het onderwijs niet gelukt is en we hebben een onderwijscoöperatie ook al is Jet ( u weet wel de minister tegen wil en dank) daar helemaal niet blij mee. Wees gerust BON overleeft ook deze minister en ook nog de volgende en die daarna ook. Het is gewoon een kwestie van blijven ademhalen, elk jaar de contributie betalen en een kat een kat blijven noemen, vinden de managers niet leuk, kan soms niet aardig zijn, is een bron van haatmails en verschrikkelijk leuk.

Zeven jaar en één dag, hoeveel leden kunnen dat nou schrijven?

 

Jesse Jeronimoon  

 

 
----------
 
Datum: 22-10-2013
 Graaien is vooruitzien.



De wet op het passend onderwijs werpt haar schaduw vooruit en in de donkerte van die schaduw bewegen zich talloze persoontjes die al bedacht hebben dat die nog in te voeren wet een dik belegde boterham kan opleveren. Het is een kwestie van het goeie netwerk of het oprichten van een nieuw bestuursorgaantje of aanschurken tegen de uitvoerders van het nieuwe beleid. Een beetje vooruitzien want zeg nou zelf als je wil graaien moet je kunnen vooruitzien.

Het is zo een jaartje of twee geleden dat de hele Arena volstroomde met tienduizenden juffen en meesters, docenten en leraren die voor deze ene keer zelfs aangemoedigd werden om te staken en hun stem te verheffen tegen de bezuiniging die ex-minister Marja had aangekondigd. Een bezuiniging van maar liefst 300 miljoen op de rugzakjes en speciaal onderwijs. De arena was te klein, het kon niet, het mocht niet en zuster Marja haalde bakzeil en draaide de bezuiniging terug. Drie hoeraatjes voor het stakende volk. Ik vraag mij af waarom er nu geen juf, geen meester, geen docent, geen vakbond, niemand maar dan ook niemand de mond opendoet over een bezuiniging op de jeugdzorg van 300 miljoen.

Ik hoor het al zeggen ‘ja maar Jesse dat is jeugdzorg, dat is heel wat anders’. Laat ik proberen duidelijk te maken met een klein voorbeeldje dat die bezuiniging op de jeugdzorg op hetzelfde neerkomt als die 300 miljoen van Marja.

Zoals jullie weten wordt de jeugdzorg overgeheveld naar de gemeenten. Een ambtenaar die welgeteld 10 cursusdagen ‘jeugdpsychiatrie’ achter de rug heeft zal zich in de toekomst mogen buigen over de zorg aan onze jeugd. Voor de goede orde, om zich jeugdpsychiater te mogen noemen staat een opleiding van basisarts ( zes jaar) met een specialisatie psychiatrie ( 3 jaar). Ambtenaren kunnen hetzelfde in tien dagen???? Enfin, het blijkt in Nederland zo te zijn dat de vlag al lang de lading niet meer dekt. Tot zover is alles dus normaal. Maar wat zien we gebeuren, het graaiersgilde is op pad.

Surf eens naar de website van OSVO (www.verenigingosvo.nl). Hierin zijn, volgens de website, alle maar dan ook álle schoolbesturen van Amsterdam met elkaar verenigd met als doel  ‘het (doen) ondernemen van initiatieven ten behoeve van beleids-vorming en uitvoering in de vermelde onderwijssectoren.’ Dit zegt natuurlijk niets, wat we wel gewend zijn van deze clubjes. Even verder kijken en dan blijkt dat er goede banden worden onderhouden met de VO-raad, de PO- raad en ook wel met de MBO-raad en jawel ook de samenwerkingsverbanden die straks verantwoordelijk zijn voor de goede uitvoering van ‘het passend onderwijs’ blijken kind aan huis waarmee warme contacten worden onderhouden.

Het is eigenlijk zo transparant als maar zijn kan. De overheid geeft jeugdzorg een budget, de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs, kloppen met een door de school gesignaleerd probleemkind aan bij jeugdzorg ( de gemeente dus) en de ambtenaar jeugdpsychiater met tien cursusdagen bepaalt onder meer aan de hand van het budget wat ‘passend’ is voor het probleemkind. Het samenwerkingsverband koppelt dat ‘passende’ terug met de schooldirecteur die aan de juf en meester oplegt een handelingsplan te maken en het probleemkind te voorzien van ‘passend onderwijs’ dat ‘past’ binnen het ‘passend budget’. Wat zoveel wil zeggen als ‘juf of meester, doe je best, als het maar geen geld kost.’

Wat OSVO hier mee te maken heeft? Schrijven ze zelf ‘initiatiefnemer te zijn voor gezamenlijke beleidsvorming- en uitvoering’ Vooral dat uitvoeren van onder andere de wet op het passend onderwijs, is belangrijk. OSVO is een mooi opgetuigd netwerk van ‘bevlogen’ mensen die kunnen vooruitzien en weten waar Abraham de mosterd vandaan haalt. En ik weet verdorie niet waarom de voorzitter van het clubje een burgemeester moet zijn, Oja, toch… jeugdzorg-gemeente.

Maar eerlijk is er eerlijk, er zijn tientallen van dit soort clubjes in dit land. Ik vraag me allen maar af wie dit allemaal subsidieert.

Jesse Jeronimoon
----------
 
Datum: 13-10-2013
 iemanddoetiets.nl



Aangezien ik een ervaringsdeskundige ben wat betreft in de clinch liggen met bestuurderen en andere hotemetoten uit het onderwijs en ik mocht ervaren hoe de ratten lopen ( inderdaad niet de hazen), wil ik een moedig iemand hier op deze blog effe in het daglicht brengen. 



Stoer vecht ex-docente D. Hupkes tegen haar ex- werkgever. Niet in een achterkamertje, niet in het donker en duister zoals schoolbestuurderen dat zo graag willen want hun leugens en daden schuwen het daglicht, maar open en bloot en op het internet met haar eigen website. Hier legt ze haarfijn het hoe, waarom, en waar uit van haar actie. 



De moeite waard om een bezoekje te brengen, enne... geef ook een schouderklopje, ze kan het best gebruiken. 



www.iemanddoetiets.nl


----------
 
Datum: 6-10-2013
 Alles van waarde is weerloos.

 

Je kan veel van de minister van onderwijs zeggen, maar niet dat ze zich niet bemoeit met het onderwijs. Integendeel, als een olifant door een porseleinkast hobbelt ze door het onderwijslandschap en laat een spoor van vernieling achter. In haar niet te stuiten eigenwaan van allesbeterweter en als de ultieme vooruitgeschoven generaalspost van de onderwijswerkgever regeert ze over het onderwijs per decreet. Wie het niet eens is met haar bestuurlijke zienswijze hoeft niet eens aan te schuiven aan wat zij een ‘onderhandeling  tafel’ noemt maar in feite meer aanleunt bij een politbureau dan bij een democratisch poldermodel.

De onderwijscoöperatie is haar een doorn in het oog en wordt dan ook volledig genegeerd. Bij de minister is het simpel ‘voor en door leraren’ bestaat niet, kan niet, mag niet. In haar ogen is een leraar een noodzakelijk kwaad, een uitvoerder van haar decreten, een schlemiel die als was moet zijn in de handen van haar vriendjes bestuurders. Een vereniging zoals Beter Onderwijs Nederland is een luis in haar pels, en luizen verplettert Jet met de hak van haar pumps.

Het lerarenregister moet en zal een goudmijn worden voor de bestuurders en de CBE Group ( spreek uit als kroep). PéPé kruipt al maanden als een slijmerige slak in de schaduw van de minister en bestuursvoorzitters van de overkoepelende onderwijsraden. Miljoenen heeft hij al toegezegd aan VO-raad en MBO raad, als er maar een register komt de voor de onbevoegde docent met een bijbaantje. De minister van onderwijs had wel oren naar het ‘register der onbevoegde docenten’ als een buitengewone kans om het lerarentekort in één klap op te lossen. Iedereen die denkt ‘de leraar heeft een luizenbaan’ mag zich inschrijven in het register. Geen vakkennis? geen probleem. Onbevoegd? Graag inschrijven asjeblief. Geen ervaring? Aha een junior-docent die veel begeleiding krijgt dank zij de ingepikte ‘ouwe lullen uren’ van de BAPO. Geen pedagogisch didactische bagage? Volg een paar ‘dure’ cursusjes bij onze vrienden van de CBE kroep en alles is OK. Met een beetje geluk krijgt Jet het in haar eentje voor elkaar dat Nederland in Europa het enig land zal zijn zonder lerarentekort en zonder lerarenopleiding en natuurlijk met excellente scholen die de vooruitgang in de kenniseconomie zullen waarborgen. Mag ik een teiltje?  

1 jaar, 1 jaartje maar heeft onze minister van onderwijs nodig gehad om het gehele onderwijs uit te leveren aan raden, adviseurs, samenwerkingsverbanden, zweefteven, luchtfietsers, mooipraters, en andere geldverslindende bergkwabalen. 1 jaartje maar om het Nederlandse Onderwijs over te leveren aan de nukken van een werkgeversbende die tot nu toe zich alleen maar heeft bekommert om de altijd aanhoudende geldstroom breder en breder te maken. 1 jaartje maar om alles wat binnen het onderwijsgebouw tot baantjesmachine voor mislukte politieke vriendjes gemaakt kon worden om te toveren tot baantjesmachine waarin het goed toeven is.

Boven het bed van de minister hangt de spreuk “alles van waarde is weerloos” en elke avond leest de minister die spreuk en denkt: ‘Klopt!’ waarna ze met de glimlach van de despoot om haar lippen in slaap valt.

 

Jesse Jeronimoon

   

 
----------
 
Datum: 19-09-2013
 KAPPEN, NU!

 

Ik heb de onhebbelijke gewoonte om bij cao’s, convenanten, overeenkomsten en alle andere soorten van schriftelijke afspraken eerst te kijken wie de ondertekenaars zijn. Dus ook bij het onderwijsakkoord scrolde ik onmiddellijk naar de laatste pagina. Dat de handtekening van Walter Drescher van de Algemene Onderwijs Bond er niet bij stond verbaasde mij niet. Die hadden al laten weten dat ze de onderhandelingstafel hadden verlaten en verder niet wilden meewerken aan deze onzin. Ook de Leraren In Actie Bond was wegens ‘te klein’ geen gesprekspartner van minister, staatsecretaris en onderwijswerkgevers. De werknemers mochten zich gesterkt voelen in het feit dat het CNV, de vakbond van ‘leraren doen het niet voor het geld’, als een Judas wel aan de onderhandelingstafel bleven zitten. Ik vroeg me af waarom de handtekening van de onderwijscoöperatie er niet onder stond.

De onderwijscoöperatie vóór en dóór leraren mocht van Jet ook niet aan tafel wegens ‘te weinig meegaand’ met de plannetjes van Jet en die zijn niet, ik herhaal, niet van het slag Beter Onderwijs voor Nederland. Dat is duidelijk te lezen in dat hele onderwijsakkoord. Het ademt tussen de regels door een zure walm van poen schuiven naar bestuurders, adviseurs en snelle adviserende graaiertjes.

Wie goed leest weet nu al dat de aanpassingen die de onderwijscoöperatie had bedacht omtrent de wet BIO, je weet wel van de competenties, en dat al een jaartje of zo onderaan in de la van Jet ligt, daar ook netjes blijft liggen. Wat dan weer de weg vrij maakt om in 2017 alleen nog ‘bevoegde’ docenten voor de klas te hebben. Immers het lerarenregister zoals bedacht door de onderwijscoöperatie is ook van de baan en de VO raad met zijn CBE Group ( spreek uit als kroep) halen hun plannetjes lachend boven tafel. Hún lerarenregister is er eentje van verplichten, wetjes, regeltjes die als gevolg hebben dat elke lulhannes zich kan inschrijven in het register, een paar cursusjes volgt bedacht door de CBE Group, na een tijdje een afvinklijstje ‘verworven competenties’ bezit en op basis van dit alles zich, omdat er een enorm lerarentekort aan zit te komen volgens de VO raad, een ‘bevoegd docent’ mag noemen.

De urennorm wordt 1000 uur maar als ik het goed begrepen heb van onze staatsecretaris is dat geen harde eis. Scholen die een ‘goed’ inspectierapport hebben worden niet gecontroleerd op die urennorm. Daarvan gelooft de staatsecretaris op de blauwe ogen van de bestuurder dat het wel snor zit met die uren. Scholen met een ‘slecht’ inspectierapport daarentegen zullen dan nog meer gevisiteerd worden en dan wordt er vooral gekeken naar het volbrengen van het aantal uren. Gekker kan het niet worden in dit onderwijsland. De regeling voor oudere docenten verdwijnt en dat moet dan weer genoeg geld opbrengen om de jongere docenten een loonsverhoging te geven. Dit moet in de volgende CAO allemaal worden vastgelegd en dan wel vóór 1 juni want anders gaat de loonsverhoging niet door heeft Jet gedreigd.

Ook wordt er het een en ander aan de bekostigingssystematiek verandert. Zo zullen alle ‘oormerken’ verdwijnen zodat de bestuurder niet meer gehinderd wordt door sommige budgetten die verplicht besteed moeten worden aan het doel waarvoor het bestemd is. Nog even en de bestuurder heeft een loon op de ‘Balkenendenorm’, jaarlijks een bonus en heeft buiten de auto met chauffeur ook de beschikking over het privé vliegtuig van de school om op gezette tijden de internationale Europese connecties met een bezoekje te vereren.

We hebben in het onderwijs te maken met een machtsgeile minister. Eentje die zich bemoeit met wat er in de CAO’s komt te staan en wanneer die CAO’s klaar moeten zijn. Die in haar eentje beslist wie er aan de onderhandelingstafel mag zitten, wetsvoorstellen in de la laat liggen omdat haar vriendjes bestuurders liever met competenties werken dan met vakkennis, bevriende oud onderwijsambtenaren een  lucratief lerarenregister cadeau geeft en bestuurders financieel bevoordeelt. Dit alles ten koste van goed onderwijs en de mensen voor deklas.

En de onderwijscoöperatie kan niet anders dan zwijgen en ja knikken. Er werd hun niets gevraagd, ze vertegenwoordigen immers de leraar en die mag geen toontje meezingen in de prelude van Jet. De onderwijscoöperatie zo fier ten doop gehouden een jaartje of twee geleden is de grote schlemiel in dit alles, de ‘biggest loser’, de pineut en de spreekwoordelijke geslagen hond.

Zo een onderwijscoöperatie stelt niets voor, daarom, KAPPEN, NU! Direct mee ophouden, weg van dat geouwehoer op niks af, BON moet nu uit die slangenkuil stappen, niet morgen, niet overmorgen maar NU, direct, stante pede. Daarna even uithuilen bij Walter en dan weer aan de slag. Jet kreeg het voor elkaar om in dat ene jaartje pluche zeven jaar BON ongedaan te maken. Wat niet wegneemt dat de vereniging er staat, fier overeind en sterker dan ooit. Kom op, uithuilen en opnieuw beginnen. NU!

 

J.Jeronimoon   
----------
 
Datum: 13-09-2013
 Hopman Paultje

 

Nee hoor, hij hoefde helemaal niet te solliciteren, zelfs niet aan vrienden en kennissen stilletjes laten weten dat hij wel iets zag in het baantje van hopman bij de VO raad. Zo werkt het niet in het bestuurlijk gremium van Nederland. Voor dit soort baantjes word je namelijk gevraagd. Competenties worden niet gevraagd, alleen een beetje bestuurlijke ervaring, beetje bekend staan als ‘bruggenslager’, weten hoe de hazen in den Haag lopen, en heel veel telefoonnummers van Kamerleden en ex-Kamerleden onder de knop en je bent in de picture voor de meest lucratieve baantjes bij bestuurlijk Nederland.

Dus hopman Paultje is gewoonweg gevraagd of hij het zag zitten om het klusje bij de VO raad op te knappen. Jaartje of vier geen reisjes voor de IKON naar derde wereldlanden maar een zeteltje in de ivoren onderwijstoren. En vanuit dat zeteltje kijken of zijn projectje van ‘eet en appel en meer bewegen’, de anti-obesitasactie in het basisonderwijs waar hopman Paultje ook zijn krullenbol voor leende, een beetje aanslaat. Want voor Paul geldt dat het basisonderwijs en het VO eigenlijk toch één pot nat is, het heet niet voor niets ‘voortgezet’ onderwijs. En nu vooral omdat het passend onderwijs zich straks uitstrekt van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs.

Ik ben wel blij met hopman Paultje als voorzitter van de VO raad. Zeg nou zelf, bij de naam Sjoerd Slagter denkt toch de hele goegemeente aan de voorzitter van MAX de bejaardenomroep en niet aan een bestuurder in het onderwijs. Dank zij hopman Paultje staat het onderwijs in Nederland weer lekker te kijk. Telkens hopman Paultje van zich laat spreken kan niemand zich nog van de indruk ontdoen dat het onderwijs de stalling is van ex- en mislukte Kamerleden. Plots, zo maar uit het niets weet de hele Nederlandse bevolking dat er iets bestaat zoals de VO raad. Misschien zijn er nog een paar mensen over die het na de eerste verbijstering de moeite vinden om te googelen kwestie van te ontdekken wat een belastinggeld verslindend monster zo een raad wel is.

Hopman Paul is de linksige opvolger van de christelijke Sjoerd Slagter. Het openbaar onderwijs loopt zich nu al warm, eindelijk iemand die toch meer aanleunt tegen hun overtuiging dan Sjoerd die iets had van ‘de kerk in het midden laten’.

Zelf herinner ik mij Paultje nog het best als de bezielende leider van de havenstaking. Dat kleine schriele mannetje met krullenbol die hoog op een stapel pallets naar de bonkige havenarbeiders schreeuwt dat het maar eens over moet zijn met de uitbuiting van de arbeider. En daarna ging Paultje de politiek in zoals alle vakbondsleiders dat doen. Het schreeuwen werd onderhandelen, de stapel pallets een kek blauw zeteltje met wapenschild in de kamer en de bonkige havenarbeiders veranderden in opgeblazen mannetjes in driedelig pak. Hopman Paultje voelde zich als een vis in het water op het Binnenhof. Tenminste, voor een tijdje. Want al snel kwam al dat politiek geneuzel Paultje de neus en uit en keerde weer naar de werkvloer. Nou ja, werkvloer is veel gezegd. Paultje was ondertussen de massa ontstegen, de wilde haren verloren, en zelf toch al een beetje afgevuld. Hij was niet meer de gelijke onder zijns gelijke. Contemplatie werd gezocht in reisjes naar Verweggistan in opdracht van de IKON. Zielige negerkindertjes die hun dagelijkse kostje bij elkaar scharrelen op de vuilnisbelten van de grote stad bleken een interessant tussenstukje in de wat warrige loopbaan van Paultje.

Misschien was de anti-obesitas projectje in het basisonderwijs wel de wake-up call voor Paultje. Na de haven, de tweede kamer, de vuilnisbelten van Manilla eindelijk de bestemming gevonden, het Nederlandse onderwijs. Leuk voor Paultje, hopman van de graaiersbende die zich onderwijsbestuurder noemt. Als dat maar goed gaat voor Paultje.

Jesse Jeronimoon

 
----------
 
Datum: 4-09-2013
  

 

Immoreel geboefte

 

En dan was het schooljaar nog niet eens in heel Nederland begonnen of het eerste onderwijsschandaal  was krantenvoer. Bestuurders die jarenlang handjeklap deden met louche uitzendbureautjes en met het uitdelen van nepdiplomaatjes voor nep-opleidinkjes echte euro’s in de zak staken. Voor dat  lucratieve handeltje werd er vanuit het schooltje een bedrijfje opgericht, zzp-ers ingehuurd, want die zijn makkelijk te ontslaan, en zolang als mogelijk de inspectie op afstand gehouden. Dat op deze manier ‘bedrijfje spelen’ desastreus moet aflopen weten we ondertussen. Tientallen miljoenen schuld, ‘scholingsbedrijfje’ op de fles, alle personeelsleden de deur uit, en het geboefte die dit allemaal hebben bedacht blijven ook na de gedwongen reorganisatie netjes zitten waar ze zaten.

De PO-raad heeft zijn aangesloten leden een voorbeeldbrief gestuurd om bij de ouders geld bij elkaar te bedelen. De basisscholen hebben namelijk een acuut gebrek aan pecunia en aangezien het crisis is en ook de overheid de hand op de knip moet houden, blijkt een bedelactie bij de ouders nog de enige mogelijkheid te zijn. Uit de voorbeeldbrief komt het geluid van gekreun en gesteun en ‘ach, zie eens hoe zielig ik ben’. Maar ook de geur van verrotte leugens en bedreiging komen de lezer tegemoet.  Ik geef ouders het advies, alvorens 1 cent te storten op de bankrekening van de zielige gluiperd die zich onderwijsbestuurder noemt, één simpele vraag te stellen. “Mogen wij de jaarrekeningen van de afgelopen vier jaar bekijken, om te zien hoe en aan wat het geld in die afgelopen jaren is gebruikt?” Het antwoord is natuurlijk: “ Nee, dat mag u niet. En als u niet snel geld overmaakt zullen we alsnog moeten overgaan tot het ontslaan van een deel van onze juffen en meesters, waardoor uw kind slecht onderwijs krijgt.” Intimidatie is een beproefd middel in het onderwijs.

Bij de eerste fusiegolf vielen de spreekwoordelijke gymleraren omhoog. Docenten die een hekel hadden aan het handwerk van les geven zorgden als de wiedeweerga en met veel ellebogenwerk dat zij op het heerlijke managementpluche terecht kwamen.  Domme koekenbakkers, afgeleefde gymdocenten, verwarde natuurkundedocenten, gluiperige handwerkdocenten, uitgebluste biologieleraren en New speak ratelende ICT-adepten gingen voortvarend aan de slag op hun onderwijsschip. Hun doel? Aanzien, en schaal 17 of hoger, c’est tout. Je mag ze verwijten dat ze gewoon in al hun domme naïviteit het onderwijs hebben opgezadeld met een nieuw soort van bestuurder voor wie aanzien en schaaltje 17 bijlange na niet genoeg bleek te zijn.

Na de generatie halfwassen fusiepioniers kwamen de afgegleden politici, ambitieuze gemeentesecretarissen, ex-burgemeesters en andere bestuurdertjes ‘in de grondverf’op zoek naar een lucratiever baantje mét bonus. Zij begonnen aan de grote uitverkoop van het onderwijs. Zij bestuurden de scholen op hun onovertroffen onverantwoordelijke politieke manier zodat het adviseurs schorem van heel Nederland vaste grond onder de voetjes kreeg in het onderwijs. En natuurlijk bouwden ze nieuwe schoolgebouwen omdat elke onbenul die zichzelf bestuurder noemt zijn naam in gouden inkt in de geschiedenisboeken wil zien.

En samen met hun kwam het slechtste van het slechtste bestuurderssoort het onderwijs binnen gewandeld. Het zijn de bestuurdertjes-met-netwerk.  Zij waren het die het onderwijs als ‘bedrijf’ wilden zien. Weliswaar een bedrijf zonder risico en met subsidiepotten die nagenoeg altijd werden bijgevuld door de vriendjes uit de politiek. Diplomafraude, faillissementen, derivatenhandel, beleggen in vastgoed, ijslandbankie-rekeningen en al die andere schandalen van de afgelopen jaren. Onderwijs is en was de enige manier om zo veel en zo lang mogelijk te graaien, zeker niet tot verheffing van het volk.

Bedrijfjes met nepopleidingen en nep diploma’s, bedelbrieven om het eigen graaigedrag onzichtbaar te maken, ‘iederwijs’ verkopen als een i-padjes school, twee dagen per week de school besturen omdat er te veel bijbaantjes zijn die ook moeten worden ingevuld en van de school toch de hoofdprijs in loon eisen, en nog zo wat van die onwelriekende dingetjes meer. Bestuurders? Immoreel geboefte bedoel je.

 

J.Jeronimoon 
----------
 
Datum: 2-09-2013
 In antwoord op uw brief,

 

Het is een goede gewoonte om als staatsecretaris in het begin van het schooljaar het middelbaar onderwijs duidelijk te maken wat uw plannen zijn voor het komende schooljaar. U liet uw licht schijnen over de nog in het duister gehulde toekomst van ons Nederlandse onderwijs.

Wij, u weet wel de generatie van vóór de Mammoetwet, opgegroeid en gevormd in wat u zo smalend het ‘industriële proces’ noemt moeten al jaren met lede ogen aanschouwen dat in ons onderwijs de middelmaat hoog tij viert. Wat dat betreft zijn we het roerend eens. Maar uit de rest van uw brief stijgt de onaangename geur van zweefliegerij, luchtfietserij en new speak op. Mag ik er u op wijzen dat het uw generatie is die de middelmaat tot norm heeft verheven.

Uw generatie ziet ‘talent’ als aangekeken worden met verwonderde blikken, schouderklopjes, toejuichingen en sympathiek worden gevonden. Daarom wil u een einde maken aan het ‘industriële proces’. Volgens u is het talent gebaat bij het individuele leerproces, gestuurd door het talent zelf en omgeven met de nieuwste technologische snufjes. Het talent zal op eigen kracht de lof en de roem oogsten waar het recht op heeft. En laat dat nu net de kiem zijn voor de door u verachtte middelmaat.

Mijn generatie werd gevorm door leermeesters die stuk voor stuk gepokt en gemazeld waren in de pedagogiek, didactiek en het vak waarin ze les gaven. De ‘talenten’ waar u het zo veelvuldig in uw brief over hebt, werden door onze leermeesters niet ‘ontdekt’, het talent bood zich aan. Het ligt in de aard van talent dat het onzichtbaar is voor anderen en voor zichzelf. Niemand weet op voorhand waar en wanneer het opduikt, achter een hoekje verdwijnt of het zich schuil houdt. Het echte talent bestaat wanneer het niet bestaat. Op het ogenblik dat het benoemt wordt is het de nek al omgedraaid. Alle benoemde talenten zijn valse talenten omdat zij niet de tucht van nederigheid hebben doorstaan. Met dit besef was het voor onze leermeesters de kwestie om het talent te benutten, om de ruwe doffe steen te slijpen tot die briljant glinsterende diamant. Als geen ander wisten onze docenten dat talent op zichzelf leidt tot niets. Discipline, inzet, orde, regelmaat, en soms dwang en tucht waren de werktuigen van onze leermeesters om de talenten tot bloei te laten komen. Zonder deze werktuigen dooft het talent en verwordt het tot een zielig hoopje ‘gelijkhebberij’.

Uw brief ademt de sfeer van de onderwijshervormers, de vernieuwers die reeds een decennia lang het onderwijs onderwerpen aan een vergaarbak van theorietjes, paradigmashiften en de meest absurde leermethoden. Waar het ‘industriële proces’ de samenhang, tolerantie en mededogen voor de minder getalenteerde onder ons institutionaliseerde, vernietigde de individualisering van het onderwijsleerproces dit alles maar vernietigde evenzeer de hoeders van ons onderwijs, onze leermeesters en docenten.

Waar ik vroeger dacht dat het prettig zou zijn vele herinneringen mee te dragen, veel kennis te vergaren, soms gewoon om op terug te zien, besef ik nu, na het lezen van uw brief wat een onnoemelijke kwelgeest mijn geheugen is geworden. Ergens moet ik vroeg of laat beseffen dat alles onherroepelijk voorbij is. Moet ik beseffen dat de hoogtepunten van mijn generatie, met Nobelprijzen als grootste eer, onherhaalbaar zijn geworden, ook als de kans zich aan zou dienen. Wij zijn omringd door uw generatie, een generatie, zoals u het zo prachtig verwoordt, van opdringerige onbenullen, zeurend over het gelijkheidsbeginsel, klagend over ‘de middelmaat’ en zich ver verheven voelend boven de hardwerkende ‘ouderwetse’ docent.

Uw brief is een grafrede op het ‘industriële proces’, een morbide geschrift over honderden jaren kennis delen als maatschappelijk en cultureel doel, een requiem voor de leermeester en zijn leerlingen en een ode aan de hebzuchtige en misleiders. Uw brief is een in een steen gebeitelde belofte aan al diegene die niet in staat zijn goed onderwijs te geven om het slechte onderwijs van anderen te begeleiden, een mooi gebaar aan diegene die ‘talent’ hebben voor plunderen en graaien.

 

J. Jeronimoon



 

 
----------
 
Datum: 26-08-2013
 Ondertussen in een andere wereld.



Terwijl de bestuurders in het onderwijs zich meer en meer ontpoppen als immorele boefjes die maar al te graag tegen betaling het hulpje zijn van al dan niet legale louche uitzendbureautjes die kicken op papiertjes met in krulletters ‘diploma’, omdat dat al snel 2700 euro per papiertje opbrengt, speelt zich in de rafelranden van het onderwijs een drama af. We zien het niet, te veel gefocust op de talentrijke VWO- er zijn we ons te weinig bewust van het enige feit dat voor een enkele tienduizenden van de kinderen van een mindere God, talent of niet, de onderwijscarriere wordt opgeheven.

In het jaar 2000 werd onder toenmalige staatsecretaris Adelmund het MLK ( moeilijk lerende kinderen) opgeheven. Het gehele speciaal voortgezet onderwijs werd op de schop genomen. De Regionale opleidingscentra ( REC) werden ingevoerd en de leerlingen met een vlekje werden onderverdeeld in de clusters van 1 tot en met 4. Het LOM-MLK onderwijs werd het praktijkonderwijs ( PrO). Vooral de instroom in het MLK onderwijs werd hiermee aan banden gelegd. Een verwijzingscommissie bepaalde of een leerling toegelaten werd tot het PrO. Om duidelijk te maken welke leerlingen het PrO bevolkt, één van de verwijsindicatoren ( een tamelijk harde indicator trouwens) is een IQ van minder dan 70. We hebben het dus over wat ik maar eufemistisch de rafelranden van het onderwijs noem.

De bedoeling van de staatsecretaris was om het PrO te zien als eindonderwijs. Dus geen diploma maar een werkplek. De talenten onder de PrO leerlingen, die misschien als mogelijkheid hadden door inzet, discipline, groei enz… toch door te stromen naar het reguliere onderwijs in een ROC, zagen hun onderwijsdoorstroming afgesneden. Maar dat was buiten de waard gerekend. Het ROC zag natuurlijk ook de enorme hoeveelheden subsidie die ze hiermee zouden mislopen en stelden al snel de AKA opleidingen voor. Opleidingen typisch voor de PrO en andere VSO leerlingen op het assistenten-niveau. Niveau 1l met de mogelijkheid om door te stromen naar niveau 2.

Iedereen blij. Voor de talentrijke praktijkschool leerling was er een doorstroom mogelijkheid gecreëerd, het ROC kon zijn cohort leerlingen aanvullen en daarmee zijn kassa en de docent van de praktijkschool zag zijn dagelijkse taak, de ontplooiing van zijn leerling, beloond in een vervolgopleiding voor zijn pupil.

Maar we hebben eventjes niet opgelet. In het begin van juni heeft de eerste kamer het wetsvoorstel op het MBO goedgekeurd waarin de AKA opleidingen niet meer terug te vinden zijn. Afgeschaft, opgeheven, zeg maar dag met het handje tegen de vervolgopleiding voor de praktijkschool leerling. Maar de ROC’s zouden geen ROC heten als er geen oplossing was voor het binnenhalen van de nodige financiële tegemoetkomingen vanwege het rijk. Ze hebben de ‘entree-opleidingen’ bedacht. Dit houdt in dat de praktijkschoolleerling (-70 IQ weet u nog) zich mag inschrijven op de opleiding en daarmee recht heeft op drie maanden bijspijkeren in rekenen, Nederlandse taal en Engelse taal. Na deze drie maanden krijgt de leerling dan een ‘bindend advies’ omtrent een mogelijke vervolgopleiding. Je hoeft geen groot licht te zijn om nu al te beseffen dat het ‘bindend advies’ iets zal zijn in de zin van ‘u kan het pand verlaten door dezelfde deur waardoor  u bent binnen gekomen’. De centen zijn dan wel al deels binnen.

Ik hoor het al, ik ben weer te negatief. Laat ik het zo zeggen, het MBO weigert nu al leerlingen met het stempel autisme, dyslectie, ADHD, en enkele andere ontwikkelingsstoornissen, jazeker ook VMBO-ers met een vlekje weten waar het gat van de deur zit bij het ROC. Neem daarbij dat de AKA of assistentenopleidingen veel meer geld opbrengen in samenwerking met een louche uitzendbureautje. De opleiding zelf dan ook niet veel hoeft voor te stellen als ze maar afgesloten wordt met een ‘diploma’ en dat alle ‘leerlingen’ geen vlekje hebben en dus ‘gemakkelijk zijn’, dan is 1 plus 1 al snel bij elkaar opgeteld.

Komt daar nog eens bij dat in de toekomst de samenwerkingsverbanden van het passend onderwijs zullen uitmaken wie naar het praktijkonderwijs mag, dan weten we nu al dat het PrO en de leerlingen en de docenten van het PrO een zinkend schip bevolken. Maar ach, wie maakt zich druk om de rafelranden van het onderwijs?

 

J. Jeronimoon    
----------
 
Datum: 21-08-2013
  

De dikke deur.

 

Lang geleden was ‘het hoofd der school’ een naar alle waarschijnlijkheid ‘overgewaardeerd’ lid van de maatschappij. In steden en dorpen was hij op het voetstuk verheven waar hij zich mocht verlustigen in de aanwezigheid van notaris, burgemeester en advocaat. Merendeels politieke benoemingen zorgden voor het ‘verhevene’ van het ambt. Maar de pied-de- stalles-bestuurders was geen lang leven beschoren. Langzaam maar zeker werden de ‘boven-ons-gestelde-hoofden-der-school’ van hun voetstuk gestoten door ‘de directeur van de basisschool’.

Nog niet zo lang geleden waren deze directeuren door dorp en stad gewaardeerde leden van de gemeenschap een soort van duveltjes-doet-al. Als ware kampioenen in organiseren,  uitmuntende regelaars, en vooral meesters in ‘meesterschap’ stonden ze voor de klas en waren tegelijkertijd directeur, musical- schrijver en componist, aanspreekpunt voor de collega’s juffen en meesters, verantwoordelijk voor buitenschoolse contacten met boeren, burgers, buitenlui en wetgevers, en waar nodig hoeders van de uitgangspunten van het onderwijs. Onderwijskundigen door ervaring en meer dan volleerd in pedagogiek en didactiek. Streng indien nodig en zalvend op zijn tijd. Tevens waren ze lid of bestuurslid van verschillende verenigingen in dorp of stad en werd hun mening meer dan op prijs gesteld.

Velen hebben het geweld van de fusies, de nieuwe bestuurslagen en de vernieuwingen binnen het onderwijs vanaf de zijkant, wegens vroegtijdig met pensioen,  met lede ogen aangezien want ondanks hun uittreden hebben ze hun school en onderwijs nooit uit het oog verloren. Hún onderwijs zit onder hun huid en word pas verwijderd door de maden, die in het zwarte kleed der aarde zich te goed zullen doen aan vel en vlees. Het bewijs daarvan vond ik in de overvloedige ‘fanmail’ na het uit brengen van mijn boek ‘het nieuwe leren van de keizer’. Het overgrote deel kwam van de ‘directeuren in ruste’. Soms om mij op mijn falie te geven voor de achtergebleven spel- en taalfouten ( ik buig en strooi as op het hoofd), ook nadat de redactie van de uitgever de stofkam door het werkje had gehaald ( schop voor de kont voor de redacteur) maar altijd weer die riem onder het hart en  het ‘vooral zo doorgaan’ voor het heil van hún betere onderwijs.

De directeuren van vroeger zijn vervangen door ‘managers’ die bij God niet weten wat ‘basisonderwijs’ inhoudt, maar alles weten over vergaderen en vergaderingen manipuleren. Hun deur staat altijd open maar niet voor wat zij noemen ‘gezeur’, ook niet om een ‘moeilijke’ leerling terecht te wijzen, en al zeker niet om ‘partijen bij elkaar te brengen’. Ook staat hij niet meer voor de klas, heeft geen sjoege van pedagogiek of didactiek, geeft de opdracht om de musical in te kopen bij een of andere musical centrale en communiceert over het algemeen via mail, memo of dictaat. Bijna anoniem leeft hij in zijn doorzonwoning met te hoge hypotheek ( gevolg van het realistisch rekenen) in de leeuwerikstraat naast het anjerplein in de vinexwijk, volledig genegeerd door boeren, burgers en buitenlui.  

Kortom, de basisschooldirecteur van vandaag is het prototype van de manager die zich zonder enig verweer voor de kar van zijn ‘bestuur’ en samenwerkingsverband laat spannen. Kritiekloos en diep buigend voor zijn ‘meerderen’ voert hij opdracht na opdracht uit. Zadelt zijn ‘personeel’ met de meest onmogelijke lijsten, lijstjes, zorgplannen, scholingsplannen, leerlingvolgsystemen, leerlingachtervolgsystemen, verwijzingsformulieren,doorverwijzingsformulieren,  blablafolio’s, anti-jamaar cursussen en meer van dat soort onzin, op. Waar nodig zal hij met strenge hand reorganiseren en alle mogelijke ‘dwarsliggers’ de wacht aan zeggen of vervroegd met pensioen sturen. De enige trots die hij kent is het gevoel van de patjepeeër die de ouders meedeelt dat in opdracht van het overkoepelend bestuur de school wordt omgedoopt tot de ‘meest moderne’ i-padjes school. Als een ‘vieze man’ demonstreert hij op de ouderavond het gloednieuwe digiboard en neemt met een vals glimlachje het goedkeurend knikje van de ‘toevallig aanwezige’ voorzitter van de raad van bestuur, in ontvangst.

De pied- de- stalles van het ‘hoofd der school’ is reeds lang vervlogen tijd alsook de sociale ‘alleskunner’ die ‘de dikke deur’ zag als een geuzennaam. In hun plaats is de kruiperige manager gekomen die vooral in het komende schooljaar, bij alle voorbereidingen voor het passend onderwijs,  als voetveeg gebruikt zal worden door samenwerkingsverbanden en voorzitters van raden van bestuur van de mammoet basisscholen. Tot heil van de mammon.

 

J. Jeronimoon

 

PS. Waar ‘directeur’ staat bedoelde ik natuurlijk ook ‘directrice’. 
----------
 
Datum: 21-08-2013
 De website was een paar dagen niet bereikbaar, onze excuses daarvoor. Zoas het gaat met de moderne middelen zijn er soms haken en ogen die ineens niet meer in elkaar passen en dan krijg je van deze toestanden. 



Enfin, alles is opgelost ( met dank aan Aad vlag), net op tijd om het nieuwe schooljaar te verwelkomen, al dan niet op het i- padje. 



J.J. 

----------
 
Datum: 9-08-2013
  

Hier zijn we weer.

 

 

 

Zo, we maken ons op voor het nieuwe schooljaar. Bij van Dijck zijn ondanks het geweld van de i-padjes de schoolboeken als vanouds niet aan te slepen en Sjoerd maakt zich te sappel over de 1040-urennorm die toch moet doorgaan, bevel van hogerhand. Zo stilaan komen de managers, directeuren en bestuurderen uit hun zomerslaapholen gekropen. De voorbereidingen voor het nieuwe schooljaar moeten worden getroffen nog vóór de docenten, leraren en onderwijzers zich hebben ontdaan van hun vakantierust.

Je hoeft in dit land geen geleerde en knappe kop te zijn om te weten dat het komende schooljaar meer dan een desastreuze ramp voor de hele onderwijssector zal worden. Na de diplomafraude en ontslaggolf in het hoger onderwijs, de jammerlijke mislukking van het CGO en de faillissementen in het MBO gevolgd door een ontslaggolf wacht ons dit jaar een volledige malaise in het voortgezet onderwijs en het basisonderwijs. Hiermee hebben de onderwijsmanagers het voor elkaar gekregen om het gehele onderwijsgebouw in elkaar te laten storten.

Je hoeft in dit land geen groot licht te zijn om te kunnen voorzien dat de invoeringen van het passend onderwijs zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs, het laatste duwtje in de rug richting afgrond zal geven. De graaiende schil rond het onderwijs wordt er alleen maar beter van.

Augustus 2014 is het dan zover. De samenwerkingsverbanden maken zich op om de potten te verdelen, samen met jeugdzorg, gemeenteambtenaren en heel veel adviseurs en advies gevende organen worden de plannen uitgestippeld om de leerlingen die om een of andere reden niet zo goed mee kunnen, tegen een exorbitante vergoeding voor de samenwerkingsverbanden al dan niet van de nodige hulp te voorzien. Het bedrag dat de overheid doneert is de norm voor de intensiteit en de duur van de nodige hulpverlening. Dat heet ‘passend onderwijs’, het geld moet ‘passen’ bij het ‘onderwijs’. Ik geef u op een blaadje dat het niet lang zal duren voordat de samenwerkingsverbanden luidkeels beginnen te roepen om veel meer geld om het onderwijs ‘passend’ te kunnen houden.

Wat natuurlijk al lang te voorzien en te verwachten was. Samenwerkingsverbanden ‘weer samen naar school’ die zich in de afgelopen jaren meer en meer profileerden als graaiende en gewiekste verbanden die als geen ander wisten hoe je leerlingen kan voorzien van een ‘rugzakje’, dat dan weer leeg gemaakt kon worden door hetzelfde verband, zijn indertijd door de minister aangesteld als de wegbereiders voor de invoering van het passend onderwijs. Ze zagen hun kans schoon om nog meer macht en nog meer poen te vergaren over de ruggen van basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs en scholen voor speciaal voortgezet onderwijs.

Basisschooldirecteuren worden bestookt met memo’s, bindende adviezen, nieuwe regels, verslagen en andere papieren dwangbevelen van de samenwerkingstirannen. Zogezegd om van het passend onderwijs ‘een succes te maken’ maar eigenlijk bedoelt om de poen netjes te verdelen onder de leden van het samenwerkingsverband met dien verstande dat de school het kleinste deel beurt en de papieren rompslomp heeft alleen nut als het gaat om een soort van papieren mistgordijn voor de onderwijsinspectie en andere mogelijke pottenkijkers.

Enfin, we zullen er zeker dit schooljaar nog uitgebreid op terug komen op dat passend onderwijs. Ondertussen vraag ik mij af of er directeuren zijn die het aandurven om op te staan tegen de graaiende samenwerkingsverbanden. Anders gezegd, of er directeuren zijn die opkomen voor de aan hun toevertrouwde leerlingen, want voor de verbanden is ‘de leerling met een vlekje’ niet meer of minder dan een noodzakelijk kwaad.

 

J. Jeronimoon  

 

 
----------
 
Datum: 26-07-2013
 De nieuwe 'vakwerk' van de vereniging Beter Onderwijs Nederland is te lezen op hun website. 



http://www.beteronderwijsnederland.nl/nieuws/nieuwe-vakwerk
----------
 
Datum: 16-07-2013
  

Hand ophouden.

 

Vakantietijd! Moeten ook de PO-raad en de VO raad gedacht hebben toen ze in een duidelijk georkestreerde offensief heel hard begonnen te roepen om meer, meer, nog veel meer geld. Nu doen ze dat met enige regelmaat maar deze keer ging het gezeur om meer geld gepaard met een flinke belofte. ‘Niet meer geld, dan ontslaan we duizenden docenten’, was de belofte. De dirigent van het orkest had natuurlijk wel bedacht dat de belofte verstrekt kon worden door bij de minister en staatsecretaris de gevolgen van deze belofte sterk aan te zetten. ‘De klassen zullen weer als vanouds 33 tot wel 38 leerlingen hebben’, brrrrrrrr,  vooroorlogse toestanden. ‘Het kan niet anders, dit moet leiden tot kwaliteitsverlies’, ‘docenten zullen minimaal 1 lesuur per week ‘gratis’ les moeten geven’, ‘We kunnen niet meer voldoen aan de afspraken gemaakt over het functiegebouw’, en dat komt allemaal door de jarenlange bezuinigingen op het onderwijs.

Zo dat was stoer maar raden eigen moet er natuurlijk een stukje ‘zielig’ bij, iets in de trend van ‘jarenlang hebben we overal op bezuinigd maar nu kunnen we niet anders meer dan bezuinigen op ons docentenkorps’, lief hé? Het volk in de waan brengen dat alle overbodige managers, directeuren, onderdirecteuren, raden van bestuur, raden van toezicht, opleidingsmanagers, personeelsmanagers, teammanagers, teammmanagersondersteunersmanagers, en nog zo wat van die uit de duim gezogen functies, in de afgelopen jaren al zijn wegbezuinigd waardoor er alleen nog juffen, meesters en docenten rondliepen in die spiksplinternieuwe gebouwen met in elk lokaal een bord dat meer dient als externe verlichtingsbron dan didactisch materiaal. Een hypermoderne school met computerhoek, aangesloten op de professionele server zodat alle scholen onder het bestuur lekker met elkaar kunnen mailen in het eigen gesloten, en daardoor uitstekend controleerbaar, netwerk.

Nog maar net liet de rekenkamer ons weten dat het basisonderwijs niet in staat zal zijn om in 2014 het passend onderwijs in te voeren onder andere door een gebrek aan remedial teachers en ander professioneel personeel. En wat belooft de PO raad? Dat de schare remedial teachers die nog overbleef na de ontslaggolf ‘om voorbereid te zijn op de bezuiniging van 300 miljoen’, die trouwens na een ludieke staking in de arena van tafel ging, als eerste de laan worden uitgestuurd. Besturen is vooruitzien!

Dat de zoveelste roep om nog méér geld niets zal uithalen is nu al wel zeker, en dat er honderden misschien wel duizenden ontslagen zullen vallen is ook al zeker, alleen hebben die twee niks met elkaar te maken. Niet meer geld omdat het ten eerste vakantie is, ook voor onze overheid. Ten tweede omdat er geen geld is, crisis weet u nog? En ten derde omdat onze overheid het gezeik van de raden zat is en eindelijk de rekenkamer opdracht heeft gegeven om eens na te gaan waar die veertig miljard per jaar voor het onderwijs nu eigenlijk feitelijk aan uitgegeven wordt. Duizenden ontslagen, ten eerste omdat managers nog altijd denken dat de juf, meester of docent gemakkelijk vervangen kan worden door mevrouw Google en Sint Jobs en de revenuen van het reeds lang gepropageerde individuele leertraject mét coach  beter kan met een onbevoegde kracht dan met een grondig pedagogisch didactisch geschoolde kracht. Ten tweede, het dalend aantal leerlingen dat het onderwijs instroomt, een klein gevolge van een simpele geboortedaling van enkele jaren geleden. Ten derde, de gevolgen van fusies, samenvoegingen, samenwerkingen en meer van dat soort ongebreidelde schaalvergroting uit angst voor opheffing of megalomanisme vanwege het bestuurdersvolk.

Enfin, al bij al, het is weer eens komkommertijd, het is vakantie, alle docenten, juffen, meesters, leerlingen en ouders logeren buiten Nederland of op een andere plek in Nederland dan het eigen huis en lezen geen krant, kijken geen Televisie, Pauw en Witteman zijn er ook al niet en daardoor weten al die managers, bestuurders en andere hotemetoten geen raad met die overvloed aan tijd nu ze een tijdje hun geliefde hobby van ‘personeeltje pesten’ niet uit kunnen oefenen. Dus dan maar over naar de andere nog meer geliefde hobby ‘hand ophouden bij de overheid.’

 

Jesse Jeronimoon 
----------
 
 
16-07-2013, reactie van moby
Geld, geld, altijd schijnt er alweer MEER geld nodig te zijn. Intusssen is de dagelijkse klassesituatie van een klas met ongeveer 30 leerlingen met een juf of meester, nauwelijks veranderd en zijn de salarissen OOK al niet bijzonder opvallend veranderd.
Men kan zich dus met recht afvragen waar al die extra miljoenen dan gebleven zijn.
De gewone juf/meester blijkt er nauwelijks van te profiteren (en daarmee ook het doel van dit alles: de leerling). De tijden van de zonnekoning lijken te herleven: een nieuwe 'aristocratie' leeft van onderwijsgeld in grote weelde, en draagt verder niets bij dan het produceren van heeel veel lege woorden in dikke rapporten.
 ----------
Datum: 3-07-2013
  

Gepast onderwijs.

 

 

Volgens de rekenkamer is het basisonderwijs niet klaar voor de invoering van het passend onderwijs per 1 augustus 2014, over een jaartje dus. De bedoeling van het passend onderwijs is niet meer of minder dan een ordinaire bezuiniging op het speciaal onderwijs. Minder kinderen ‘met een vlekje’ naar het speciaal basisonderwijs en meer kinderen ‘met een vlekje’ in het gewone basisonderwijs. De ‘gewone’ juf of meester moeten er maar voor zorgen dat de kinderen ondanks mogelijke leer-, opvoedings-, en gedragsproblemen ‘gepast’ onderwijs krijgt, wat dat ook moge zijn.

Je hoeft geen ‘ziener’ te zijn om te weten dat het passend onderwijs een draak van een onderwijsvernieuwing is . Een vernieuwing die bij voorbaat gedoemd was te mislukken. Volgens de minister is er een verkeerd beeld ontstaan over dat passend onderwijs, volgens de PO raad is er te weinig geld voor het passend onderwijs, en volgens de rekenkamer zijn er te weinig ‘kennisdragers’ zoals remedial teachers en interne begeleiders voor een prettige invoering van het passend onderwijs.

Wat de minister bazelt is het aanhoren niet waard. Een minister die het voor elkaar krijgt de vakbonden zo het bloed onder de nagels vandaan de te halen dat de vakbond zich genoodzaakt ziet om de onderhandelingstafel van het onderwijsakkoord te verlaten toont aan geen enkele affectie te hebben met de werknemer of de gewone docent. Een minister die op een lamme maandagochtend een tirade afsteekt over docenten die met de deuren open al feedbackend en intervisionair hun lessen moeten verzorgen en die op een gure dinsdagochtend het stinkend potje Amarantis snel toedekt waarna ze op de frisse woensdagochtend met knikkend hoofd goedkeurt dat haar inspectie niet eens meer de moeite neemt om het aantal onbevoegde leerkrachten in kaart te brengen, is geen minister maar een passant die het ministerspluche gebruikt voor een volgend en beter betaald baantje. Niet de moeite dus om het oor te luisteren te leggen.

Dat de PO raad roept om meer geld is ook niet te verwonderen. Dank zij hun lobby samen met de VO raad hebben ze het voor elkaar gekregen dat de invoering en het verder succes van het passend onderwijs begeleidt zou gaan worden door ‘de samenwerkingsverbanden’. Voor die samenwerkingsverbanden en het begeleiden heeft onze overheid vanaf 2007 tot 2014 het lieve sommetje van 27 miljoen per jaar over. Waar dat geld naar toe is? Niemand weet het en de rekenkamer rept er niet over in zijn rapport.

En dan het tekort aan ‘speciale leerkrachten’. U moet begrijpen dat sinds ‘het rugzakje’ zijn opgang deed, elke schooldirecteur bijna blij was met een ADHD-er, een autist, een PDD-nosser, en alle aanverwanten van deze ontwikkelingstoornissen. Per ‘gevalletje’ toucheerde de directeur gemiddeld 6000 eurietjes en dat bovenop de normale toeslagen vanwege het rijk voor deze kleine ongemakken. Zo rond het jaar 2000 was er in elke basisschool van Nederland wel een interne begeleider en/ of remedial teacher te vinden. Meestal wat oudere juffen en meesters die al hun kennis van didactiek en pedagogiek gebruikten om de leerlingen met een leerachterstand op het goeie spoor te brengen. Probleem bleek te zitten in het enige feit dat dit allemaal vaste krachten waren. Dank zij ‘de rugzakjes’ kwamen de managers op het idee om remedial teachers en ‘speciale leerkrachten’ in te huren op ‘contractbasis’ want zeg nou zelf met 6000 eurietjes kan niemand een vaste kracht aanhouden. De fusiegolf en de lumpsum invoering in het basisonderwijs zorgde voor de rest. Remedial teachers en speciale leerkrachten mochten het pand verlaten en in hun plek kwamen de zelfstandige speciale leerkrachten op afroepbasis. Niets ter hunner nadeel, er zullen er zeker goeie bijzitten maar het merendeel die ik ken hebben als vervoermiddel de bezem zweven in nogal hogere sferen, hebben meestal geen sjoege van onderwijs, lesgeven, pedagogiek en didactiek, maar weten wel van ‘uurtje factuurtje’. Maar nogmaals, er zullen ook goeie bij zijn.

Eigenlijk moest ik een beetje glimlachen bij het berichtje van de rekenkamer. Ik weet van vele basisschoolleerkrachten dat zij al meer dan een jaar minimaal 1 keer per week ouwenelen over ‘het passend onderwijs’, dat heet ‘invoeringsvergadering’. Daar is meestal een onderknuppeltje van ‘het samenwerkingverband’ aanwezig waar niemand nog naar luistert wegens ‘oliedom’ en ‘geen verstand van onderwijs’. De bovenknuppeltjes van het samenwerkingverband verdelen samen met de bovenknuppeltjes van de basisscholen de centjes verstrekt vanwege de overheid. Het gaat dus zoals het altijd gaat in het onderwijs, de manager de lusten en de docent de lasten.

Het land houdt zich bezig met de nieuwste vorm van ‘iederwijs’ van de zweefteef onder de zweefliegers L. Stevens, het I-Padjes onderwijs. Ondertussen worden onze kinderen die-het-niet-zo-goed-kunnen-volgen aan hun lot overgelaten, en niemand die er over rept.

 

Jesse Jeronimoon
----------
 
Datum: 28-06-2013
 Wijnproeverij.

 

In het MBO is het een tijdje mode geweest om geen lessen meer te geven, dat mocht niet binnen het Competentie Gericht onderwijs omdat de leerling zijn eigen ‘leerroute’ moest kunnen uitstippelen. Lesroosters, uurrooster en meer van dat soort gestructureerd onderwijs was dan ook volledig uit den boze.

Het was in die tijd dat de gestructureerde lessen plaats moesten maken voor ‘workshops’. Elke tien weken was er een nieuw aanbod van ‘workshops’ waar de leerling uit kon kiezen. In het gehele schooljaar gold voor de leerling maar één verplichting, hij of zij moest binnen dat schooljaar minimaal 8 workshops hebben gevolgd. Of ten minste aanwezig geweest zijn, immers het is een workshop en die wordt niet afgesloten met een toets, maar met een bewijs, in dit geval een bewijs van aanwezigheid. Voor ons coaches en leerlingbegeleiders was het om de tien weken een gepuzzel welke workshops we in de aanbieding deden want het aanbod moest gevarieerd zijn, dit wat betreft de ‘optimalisatie van de motivatie’. Dat het merendeel van de leerlingen de workshop zagen als een verplicht tijdverdrijf was nog niet doorgedrongen tot de botte hersenen van mijn collega’s. Voor de leerling had een workshop de waarde van het vinkje op de afvinklijst van ‘bewijzen’, een lijst die met genoeg vinkjes in de juiste vakjes het recht op een diploma gaf.

 Rond december werd ik door een leerling tijdens het ‘werken aan beroepsbewijzen’, aangesproken met de vraag of ik haar kon helpen met rekenen. Aangezien de jonge dame een opleiding onderwijsassistent volgde was ik bereid de helpende hand toe te steken. Binnen het kwartier besefte ik dat het niveau van de jonge dame niet veel hoger lag dan het niveau van de gemiddelde leerling van groep 7 en aangezien ik mijn hart op de tong heb zei ik haar dat onomwonden. Eerst schrok ze een beetje waarna het schaamrood blosjes op de wangen toverden. Ze boog het hoofd en knikte, ze wist het. Ik fluisterde haar bemoedigend toe, dat het niet zo erg was, en dat het niet zo moeilijk was en dat ik haar wel een paar weken zou helpen, en dat ze het eigenlijk allemaal wel kon maar dat het zo lang geleden was dat ze dit soort sommetjes had geleerd, en dat ze nu met veel andere zaken bezig was. Het werkte, stilaan verdween de blos op haar wangen en durfde ze me weer recht in de ogen kijken. “Morgen dan maar weer?” vroeg ze, met de mooiste glimlach die ze bij zich had. Ik knikte. “Morgen dan maar weer, en we beginnen met het oefenen van de tafels.” Sprak ik gemaakt streng. Ze huppelde het lokaal uit, “toch groep 7”, dacht ik.

De volgende dag zaten er zes jonge dames op me te wachten in het ‘beroepsbewijzen-lokaal’. Alle zes met een schriftje op de tafel en druk met elkaar in gesprek over de rekentoets op de PABO, want daar wilden ze heen, ze wilden een echte juf worden en hadden net opgevangen dat je dan een rekentoets moest maken en dat die enorm moeilijk was. Alle zes keken ze mij hoopvol aan. Op mijn vraag hoeveel rekenles ze dit jaar al hadden gekregen kwam het ontstellende antwoord:”Één workshop.” Waarna vier van de jonge dames aangaf die workshop niet te hebben gevolgd omdat er maar een beperkt aantal deelnemers aan de workshop werden toegelaten. Zij hadden te laat ingeschreven.

Op de eerstvolgende ‘teamvergadering’ van de ‘coaches’ werden de workshops voor de volgende periode besproken. Eerst werd de vorige periode geëvalueerd middels een zelfreflectieformulier en een feedbackformulier waarna er gebrainstormd werd over welke nieuwe workshops er toegevoegd en welke workshops niet meer in de herhaling kwamen. Dit was mijn moment. Ik opperde dat het misschien wel nuttig was om de cluster van onderwijsassistenten voor de rest van het schooljaar structureel één lesuur rekenen te laten volgen, niet op vrijwillige basis zoals bij een workshop maar verplicht en netjes ingeroosterd. Er viel een doodse stilte in het kleine vergaderkamertje en ik werd ongelovig aangekeken. De vragen die ik verwachtte over uurrooster, welke dag dan, of ik wel besefte hoeveel werk dat zou zijn, of we daar wel de docenten voor hadden, wie het ging vertellen aan de manager, hoe ik dat zag, kwamen niet. Na een minuut die een half uur scheen te duren antwoordde de teamcoördinator dat er geen sprake van kon zijn. De reden bleek het Competentie gericht opleiden te zijn. “Binnen het CGO bepaalt de deelnemer haar eigen tempo, route en keuze. Wij coaches houden ons daar niet mee bezig en van enige verplichting kon geen sprake zijn.” Orakelde ze, en ging over tot de orde van de dag. Mijn collega’s gingen vrolijk verder over de invulling van de workshops, het leek of mijn vraag niet eens gesteld was.

Na een tweetal uurtjes wikken en wegen waren we op een haar na ‘er als team volledig mee eens’, met de invulling van de workshops. We hadden negen workshops, de tiende moest nog ingevuld worden maar de coördinator had nog een ander overleg en moest dringend weg en zonder coördinator kan een team niet vergaderen, laat staan beslissingen nemen. De rekenles had ik niet meer durven inbrengen en ik was bang dat het bij negen workshops zou blijven toen plots “Ik weet het,” mijn jongste collegaatje riep, net voor de valreep. “Ik wil wel een workshop ‘wijnproeverij’ geven.” Allen bekeken we haar, ik was de enige die met stomheid was geslagen, de anderen keken hoopvol naar de coördinator en naar de horloge. “Goed idee, iedereen lijkt akkoord te zijn want ik hoor geen opmerkingen. Goed dan unaniem beslist, zet hem maar op de lijst.” Ratelde de coördinator pakte haar tas en vertrok.

Zo gebeurde het dat 48 onderwijsassistenten in hun laatste jaar van het Middelbaar Beroepsonderwijs konden kiezen voor een workshop ‘wijnproeverij’ in plaats van structureel onderwezen te worden in rekenen en rekendidactiek.

 

Jesse Jeronimoon
----------
 
Datum: 20-06-2013
 Een vermoeden van fraude.

 

Het is tientallen jaren geleden en ik had het bijna volledig in het ‘voor-altijd-vergeten-hoekje’ van mijn grijze  denkmassa gepropt, maar tevergeefs. In de afgelopen twee weken stak de herinnering meerdere keren de kop op. Alles te danken aan de examenfraude van een Rotterdamse school en de nasleep ervan. Het bracht me in danige verwarring.

Het was een of andere belangrijke toets van een of ander belangrijk vak. Ik was bijna klaar met het beantwoorden van de vragen en wist bij voorbaat dat het een mooi resultaat zou worden toen de elleboog van mijn klasgenoot mijn elleboog liet weten dat de kennis van de elleboogdrager niet toereikend was om de toets tot een goed einde te brengen. Nu gebeurde dat wel meer, bijna elke toets, en er bestond een stille overeenkomst dat na de elleboogstoot ik mijn antwoordenblad op die manier positioneerde zodat klasgenootje met een vluchtige blik op mijn antwoordenblad verzekerd werd van minimaal een zesje. We zijn er op de wereld voor elkaar, nietwaar?

Vier dagen later mochten we allebei bij de docent op het matje komen. Dat ging in die tijd niet zo subtiel in een kamertje apart, de hele klas mocht deelgenoot zijn van de schrobbering die ons te wachten stond wegens ‘spieken en overschrijven’. De strafmaat stond op voorhand vast, voor allebei  een nul. Klaar. De docent wist het zeker, klasgenootje had gespiekt en overgeschreven en ik had laten spieken en laten overschrijven. Onze quasi  zoiets-doen-wij-niet-gezichten was het sein voor de docent om beide antwoordbladen naast elkaar op zijn tafel te leggen. De hele klas gniffelde bij het aanschouwen van het hoogrode hoofd van klasgenootje. Zonder één woord te zeggen legde de docent zijn vinger naast mijn antwoord op de zevende en laatste vraag. Netjes geschreven stond er ‘ik weet het niet’. En dat klopte, was het slordigheid, geen zin meer of toch al punten genoeg? Geen idee, ik had geen moeite gedaan om die vraag op te lossen en gewoon ‘ik weet het niet gezet’. Bijna dwingend ging de vinger naar de oplossing van vraag zeven op het antwoordblad van klasgenootje waar in hanenpoten ‘ik ook niet’ geschreven stond.

Van het sermoen van de docent over bedriegen, spieken en de waarheid wordt altijd achterhaald herinner ik mij alleen dat hij wat betreft de laatste vraag voor allebei een nul reserveerde en de rest gewoon van een cijfer voorzag. Hij vond namelijk dat hij van de andere zes vragen niet kon bewijzen dat hier ook gespiekt en overgeschreven was, ook al had hij een aan zekerheid grenzend vermoeden, helaas het bewijs ontbrak.

Begrijpt u nu mijn verwarring? Tweede Kamervragen, een hele school die op last van de staatsecretaris alle examens moeten overdoen, vmbo’ers die een dag langer moeten wachten op hun uitslag en waarom? Om 27 gestolen examens. Begrijpt u me niet verkeerd. De dieven, helers enzomeer van de examens moeten worden gepakt en gestraft, geen pardon. Maar waarom moeten alle leerlingen van de bestolen school de examens overdoen? Waarschijnlijk omdat er een vermoeden bestaat, al dan niet met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, dat een deel van de examenpopulatie tegen betaling het examen op voorhand in heeft kunnen zien. EN hoe bewijs je dat? Niet dus, gewoon allen over dezelfde kam. En ik vind dat raar.

Een paar jaar geleden ging er een golf van afgrijzen door de wielerminnende wereld. Er werd bekend dat het ‘olifantje’ Pantani een slikkerd was. Riis bekende ondertussen ook maar alvast dat zijn touroverwinning mede te danken was aan een hartversterkinkje op zijn tijd en nog een aantal ex-renners bogen deemoedig het hoofd en fluisterden in de microfoons van het bijeengescharrelde journaille dat ook zij wel een versterkend middeltje hadden geslikt. Waardoor ik al snel concludeerde dat de enig die niets had geslikt, tenminste hij zei van niet, zeven keer de tour had gewonnen van een afgevuld en volgespoten peloton. Jaren lang heeft de goede man ons voorgehouden ‘bewijs het dan, ik ben nooit gepakt, dus ik heb nooit gebruikt’. En iedereen zweeg stil als de machtige ‘Lance-lobby’ zijn onschuld declameerde.

Jazeker, verwarrend is het wel en tot op de dag van vandaag ben ik er nog niet uit. Dat er gefraudeerd is met de centrale examens is duidelijk en dat de dieven gestraft moeten worden ook. Maar waar blijf je als je zonder enig bewijs een aantal leerlingen, die gewoon geen 50 piek voor een gestolen examen hadden, het examen laat overmaken omdat er een vermoeden, let wel, een vermoeden,  van fraude is?

Enfin, ik weet het niet en mijn klasgenootje van toen, mijn goede vriend van nu, weet het ook niet.

 

Jesse Jeronimoon 
----------
 
Datum: 10-06-2013
 
Breaking News. 


Het e-boek van "Julius Caesar gezegd te Waterloo" is met een fikse korting te koop op www.eboektekoop.nl









http://www.eboektekoop.nl/index.php?P=cms/pages/eboekdetails&naam=Detailgegevens&EAN=9789491361319
----------
 
Datum: 8-06-2013
 Europees onderwijs.

 

 

Volgend jaar vallen ze weer in de brievenbus, de folders met lelijke koppen en uitgestreken smoelwerken als woordeloze feel good predikers eerst, de stemoproep als laatst. Ik weet nu al dat ik deze keer mijn democratisch recht zal verzuimen. Geen Europese stembusgang voor deze jongen. Alleen al de gedachte aan mijn stem te moeten uitbrengen op voor mij onbekende nieuwe tirannen vervult mij met weerzin.

Het idee dat ik moet kiezen voor een Europees parlement dat uur na uur, minuut na minuut, seconde na seconde het ene na het andere papier uitspuwt in alle talen ( en soms in het Nederlands) van de Europese unie stemt mij somber en depressief. Vooral omdat een overvloed van dat papierwerk bijeengehouden door clips, nietjes en touwtjes een einde maakt aan het Nederlandse Onderwijs ten behoeve en verheerlijking van een onderwijs dat pretendeert ‘de kennis en kunde van alle Europese volkeren samen te smeden tot het ultieme voertuig voor de nakende kenniseconomie’. Wie voor dit Europees parlement naar de stembus trekt maakt zich mede schuldig aan de onderwijsvernieling hier en in alle andere lande van Europa.

Al jaren zijn – en worden- landelijke onderwijssystemen vernietigd omdat er een of andere Europese commissaris een uit papier voortkomend en tot papier terugkerend besluit nam. Het enig papier in de wereld dat niet geduldig is. Papier en commissaris dat zich geen spat gelegen laat liggen aan onderwijstradities en onderwijslandschappen die in de loop van de eeuwen zijn opgebouwd. Onderwijsculturen waarin de smaak en het bloed van de landcultuur verankerd zijn en die de vakkennis generatie na generatie doorgaven waardoor het blijvend uitzicht op verre horizonten bepalend was en is.

Maar ‘Europa’ decreteerde anders. Het werd een ruilen van de kaarten zoals in het kwartetspel, geïnitieerd door lobbyende bedrijven en bedrijfjes. ‘Geef mij de ‘master’, krijg jij de ‘bachelor’, en we laten het controleren door alweer een nieuwe commissie zodat iedereen kan zien dat het goed is’ werd democratisch en Europees verantwoord besloten. En dat iedereen kan zien dat het goed is werd het vastgelegd op glanzend papier en met veel statistieken en grafieken.

Tegelijk met de vernieling van het Onderwijs verdwenen de creativiteit en eeuwenoude kennis. In Nederland zit de bevoegde docent, door de i- padjes goeroes bestempeld als een folkloristische figuur, verdwaasd achter zijn bureau. De mannen en vrouwen allen samen behept met de wijsheden ten grootte van de bibliotheek van Alexandrië koekeloeren wezenloos naar het schermpje van mevrouw Google en lezen met verbijstering de allernieuwste theorieën van de volgelingen van de nieuwe en helaas te vroeg overleden Oppergod S. Jobs. Als het aan Europa ligt komt er ook aan de onderwijsontworteling een einde als het ‘Europese onderwijs’ als een zielloze kennisarme met één vinger oproepbare feitjesbeerput naar Europees inzicht en vermogen geïmplementeerd is.

Er woedde een stille onderwijsrevolutie door de verschillende Europese landen. Geruisloos hebben Europese ambtenaren en commissarissen de informatie over de onderwijssystemen vergaard en uitermate goed bestudeert. Al even geruisloos hebben ze de nationale ministers van Onderwijs opdracht gegeven de systemen te ontmantelen en te ontdoen van Nationalistische kenmerken om op te kunnen gaan in het grijze en bloedeloze Europese Onderwijs.

Wat er verder nog in Brussel en Straatsburg wat betreft onderwijs wordt bekokstoofd? Het is moeilijk om te vatten, want van een Europees parlement ontstaan in een reageerbuis zonder culturele fundamenten en bevolkt door een kaste van weggepromoveerde landelijke vertegenwoordigers die door collega politici bezien werden als mogelijke electorale concurrenten, kunnen we niet meer verwachten dan dat ze proberen om met een oude kachelpijp en een kurk het buskruit uit te vinden.

Een Europees parlement dat niet als eerste daad een einde maakt aan deze narcistische waanzin verdient geen kiezers, verdient geen democratische stem. En als we dan met zijn allen die Europese stembus links of rechts laten liggen, houdt het bestaan van de Europese commissie op.

 

J. Jeronimoon

   
----------
 
Datum: 25-05-2013
 Als het goed is, verschijnt onderstaande column in de digitale vakwerk. Het lijfblad van Beter Onderwijs Nederland. Mocht er onverhoopt toch ruimte te kort zijn ( sic). Hebben jullie hem toch gehad. 



Mijmeringen


 

Sinds de eeuwwisseling is het Nederlandse onderwijs in de ban van organisatiedeskundigen, ICT goeroes en adviserende technocraten terecht gekomen. Niet dat het onderwijs daar veel beter van werd. Gestuurd door een laag gelukzoekende tweederangs bestuurders die voor zichzelf een ( financieel) paradijsje in het leven riepen kon de onderwijskaalslag een aanvang nemen. In de krant van vandaag doet de kruipende journalist verslag van de zoveelste winstgevende constructie die eindigde in een miljoenenverlies en de arrogante bestuurder laat bij monde van zijn woordvoerder weten dat er stevig bezuinigd zal moeten worden, hij denkt aan een arbeidsplaats of 300 die noodgedwongen zal moeten verdwijnen.

Autonomie is omgeslagen in de totale chaos van willekeur, hebzuchtige zelfverrijking en nietsontziende onnavolgbare domheid. Adviserende technocraten en organisatiedeskundigen adviseerden reorganisatie op reorganisatie en ten behoeve van elke inkrimping groeide de bureaucratie en managementslaag. Daar moet het goed verblijven zijn. De bestuurder en manager worden niet blootgesteld aan inkrimping, ontslagen of bezuinigingen. Voordeeltjes en emolumenten zijn geen onderwerp van gesprek bij weer een aanstaande reorganisatie. Integendeel, een geslaagde reorganisatie met bijbehorende ontslag- en bezuinigingsronde staat garant voor een bonus wegens het bereiken van het afgesproken ‘target’. De bestuurder en manager leeft zorgeloos en gelukkig in zijn zelf ontworpen netwerk van leugens en bedrog. Een ‘verkeerde calculatie’ uit het verleden is geen hinder voor het toegeworpen krijgen van een nieuwe bestuurdersbaan met nog méér privileges en wee diegene met een afwijkende mening, die mag zich verheugen in de vergelijking met de verrader en andere vooroorlogse toestanden. Jazeker, ook de bestuurder rekent zich tot het gilde van de standvastige verzetsman van ná de oorlog.  

Hoe komt het toch dat het Nederlandse onderwijs een van de allerlaatste bestuurdersparadijzen is? Het Luilekkerland voor de mislukte tweederangs manager uit de rafelranden van het politieke gewemel dat zich de democratische vertegenwoordiging van het volk noemt. Al of niet benoemd door de kroon. Hoe komt het toch dat deze mislukkelingen van het politieke schouwspel er nooit aan denken om stilletjes in de coulissen te verdwijnen? Is het omdat vroeg of laat, willens nillens, het pluche roept en het Nederlandse Onderwijs de politieke wachtkamer bij uitstek is geworden? Of is het gewoon omdat er nog een heleboel te verdelen valt aan de top?

Bestuurlijk Nederland heeft het onderwijs tot op het bot uitgekleed en omhangen met technische snufjes die niet meer zijn dan de schaamlap van de domheid en sulligheid. De docent is zijn lokaal en zijn leerling ontnomen, net zoals de filosoof zijn geestelijk domein is verkwanseld. Omdat het onderwijs, in de ogen van de bestuurder, toe was aan een herverdeling van de macht over cultuur en opleiding. Nederland moest klaar gemaakt worden voor de toekomst in edel slavernij en daar voegden de idealen van de zwevende filosoof niets aan toe.

Maar het is niet dat ‘nobele’ toekomstbeeld, of ander ‘eerlijk’ streven waarom het Onderwijs werd ontdaan van zijn culturele en pedagogische opdracht en de beroepseer van de bevoegde docent geminimaliseerd werd tot wat gemurmel in de marges van een niet bestaand onderwijsdebat. Onderwijs werd en is het voertuig geworden van een nietsontziende bestuurslaag die buitenparlementair diezelfde privileges, status en bijhorende vergoedingen eist dan de democratisch gekozen gezaghebbers in dit land. Weliswaar bedeeld met aanzienlijk minder hersens, gedragen zij zich als bezitters van onderwijs, cultuur en volk en zien zij zichzelf als de enige verdeler van posities en macht.

Het is niet anders, het Nederlandse Onderwijs kan niet anders dan wachten op de personen die met het fileermes van welbespraaktheid, méér bestuurlijk talent, méér dienend leiderschap, méér intelligentie, méér werklust en méér integriteit, de zittende new speak kwebbelende provinciaaltjes wegsnijden van het pluche van onderwijs bestuurlijk Nederland. Pas dan zullen onze kinderen en kleinkinderen mogen reikhalzen naar een bereikbare toekomst.

 

Jesse Jeronimoon

   

 
----------
 
Datum: 15-05-2013
 
Progressief

 

 

Met een uitzonderlijke hardnekkigheid blijft het progressieve deel van Nederland er op hameren dat ‘Nederland klaar moet zijn voor de toekomst’. Het Nederlandse onderwijs is voor deze progressieven bij uitstek geschikt om de grote omwenteling naar de toekomst gestalte te geven.

Progressieven hebben al decennia lang iets met ‘vooruitgang’ en ‘toekomstbeleid’ ook al is hun vooruitgang meestal achteruitgang. Denk maar aan de herfstblaadjes van het openbaar vervoer, de afzichtelijke architectonische ingrepen in binnensteden, en de postman die al een tijdje geen tweede keer meer aanbelt laat staan één keer. Toch blijft ‘de toekomst voor ons, onze kinderen en kleinkinderen’ associaties oproepen met verbetering, veiliger, rijkdom en welzijn. Telkens weer trappen de simpele van geest in de progressieve val van onbekende dromerige toekomstbeelden en simpelen van geest hebben we te over in dit land.

Ook in het onderwijs staan we geen moment stil bij de enorme chaos die door de bedenksels van het progressieve en vooruitstrevende deel van de bureaucratische mallemolen voor onderwijs en onderwijsgevende is opgetuigd. Niet gespeend van enige vakkennis, onderwijservaring of simpel boerenverstand is de ene na de andere ‘vernieuwing’, ‘verandering’, ‘verbetering’ en ‘reorganisatie’ over de hoofden van leerlingen en docenten uitgestort. Wie zich niet vooruitstrevend noemde, stond op bevoegdheden, kennis en ‘les geven’ schaarde zich aan de kant van de conservatieven en tekenden niet meer of minder dan zijn eigen onderwijs-zelfmoord. De docent die dat er niet voor over had en halsstarrig vasthield aan ‘niet toekomstgericht’ onderwijsbeeld mocht zich verheugen in functioneringsgesprekken en beoordelingsgesprekken die de voornaamste kenmerken van ‘karaktermoord’ met meer dan gemak kon doorstaan.

Evenveel euro’s als zeven maal de zandkorrels van het strand van Zandvoort zijn gespendeerd aan de toekomst van het onderwijs. Er is georganiseerd, geré-organiseerd en geré-ré-organiseerd en het resultaat van dit alles? Er zijn haast geen bevoegde docenten meer, geen degelijk onderwijsgebouw staat nog overeind, geen ontzag meer voor wijsheid en kennis, bij elkaar gelogen wetenschap, graaiende en zelf verrijkende parttime bestuurders en méér over-onderwijs-babbelaars dan onderwijsgevenden vóór de klas. Net wat de progressieveling wil. Want is het niet zijn overtuiging dat vernieuwing niet anders kan dan door eerst het ‘oude’ volledig af te breken. Geen steen, geen korreltje, geen stukje ‘oud’ mag overeind blijven. Een groter misverstand is er niet want eens het oude afgebroken komt het nooit meer terug, en wat er voor in de plaats komt is niet altijd beter, weten we nu.

De progressieven weten dat ook maar blijven hardnekkig geloven in hun progressieve nonsens en als er echt niets meer af te breken, te slopen of uit te roken valt blijven ze ‘progressief’ want het staat zo ‘toekomstgericht’. Zij beseffen niet dat het de conservatief is, diegene die in de ‘achteruitgang’ gelooft, die de deuren naar de toekomst opent. Behoedzaam bewaart en sorteert de conservatief de dingen uit het verleden die de hoekstenen moeten vormen voor vooruitgang en toekomst. Zijn nijvere monnikenwerk wordt overschreeuwd door gelukzalige ‘zieners’ die zelfs de herinnering aan gisteren wil uitvegen en verbieden.

Weinigen beseffen het nog, maar de conservatief is de progressief van de toekomst.

 

J. Jeronimoon

----------
 
Datum: 22-04-2013
 Conservatieve kleding.

 

De minister van onderwijs die eerst geen minister wou worden heeft een meer dan boude uitspraak gedaan. In haar onmetelijke wijsheid heeft ze heel duidelijk gezegd dat alle docenten die tegen de onderwijsvernieuwingen zijn bestempeld moeten worden als ‘conservatief’. Het pejoratief ‘conservatief’ moet hier begrepen worden als ‘rechts’, ‘halsstarrig geloven in verouderde theorieën’, ‘oud’, ‘niet meegaand’, kortom ‘conservatief’ is verderfelijk. We mogen het een wonder noemen dat de minister zich verwaardigd heeft om een zootje conservatieve ouwe nullen toe te spreken op het symposium van Beter Onderwijs Nederland een maandje of wat geleden.

Dat ik onder het woordje ‘conservatief’ val moge duidelijk is. Mijn docentencarrière hield op toen de notitie ‘niet geschikt voor het CGO’ op mijn beoordelingsformulier een eigen leven ging leiden. Maar de grote vraag is natuurlijk wie is dan ‘niet conservatief’ oftewel ‘progressief’en wat moet je daar voor doen of zijn?

Is de CBE Group ( uitspreken als kroep) conservatief of progressief? Aangezien ze het aanleggen met het bestuurdersvolk in Nederland en vooral het Nederlandse onderwijs, zichzelf een gigantisch uurloon toebedelen om tientallen docenten te ontslaan, intimidatie en arrogantie de boventoon voeren in hun ‘communicatiebeleid’, is het niet zo gek om ze in te delen bij ‘progressief Nederland’. Komt daarbij dat de groep nogal gemakkelijk het woordje ‘bruinhemden’ in de mond neemt als het gaat om tegenstanders weg te zetten, zich bekwaam verrijkt met belastinggeld waarbij het graaien van een Bulgaarse bende meer dan verbleekt en ze beschikken over een netwerk dat reikt tot in de hoogste ministeriele kringen en voeg daar gerust de minister haarzelf maar bij en het leuke feit dat het ‘wereldomvattende bedrijfje’ met gedroomde dependances in Azië, Amerika, Zuid-Afrika en de keizersgracht bij elkaar is gelogen omdat elke lelijke kikker zich opblaast, is het een zekerheidje dat dit groepje tot de elite van ‘progressief Nederland’ hoort. Dus zij staan aan de ‘goede kant’.

Zou Maurice Statistiek tot de ‘progressievellingen’ horen? Op een rijtje: Aanhanger van de vernieuwende onderwijspedagoog Sint Steve Jobs, leest alleen in I-padjes en vindt dat heel Nederland verplicht zou moeten worden dat ook te doen, heeft een teringhekel aan vaste schooluren en heeft een nieuw systeem bedacht waarin leerlingen in de leeftijd van 6 tot 12 eigenlijk niet meer naar school hoeven wegens het verplichte bezit van een i-padje, volgens Maurice zijn leraren sukkels en absoluut niet meer nodig in het onderwijs van de toekomst, leerlingen worden ‘gevolgd’ door coaches en ‘ondersteuners’, in te voeren onderwijsvernieuwingen worden top-bottom ingevoerd en wie niet akkoord gaat moet maar oprotten. Conclusie: gezien al het voorgaande kunnen we Maurice Statistiek zonder probleem indelen bij de ‘progressievellingen’. Eind volgend schooljaar zal Maurice dan ook statistisch aantonen dat zijn i-padjes school meer dan beter Onderwijs levert op een veel hoger kwaliteitsniveau dan het ‘conservatieve’ en daarom alleen al verderfelijk onderwijs.

Alle bevoegde docenten zijn sowieso conservatief ten eerste omdat ze bevoegd zijn in vakken, kennis en kunde die in de toekomst van nul en generlei waarde zal blijken te zijn en ook een beetje omdat ze staan op die bevoegdheid en daarmee ook op promotie van schaal 10 naar schaal 11 en misschien wel schaal 12. Alle docenten aangesloten bij de AOB zijn conservatief omdat vakbonden ‘eisen stellen’ aan de werkgever wat betreft uurrooster, werkplek, taakbeleid, en meer van dat soort dingetjes die in de ogen van ‘progressief Nederland’ ( lees de minister en haar kontlikkende bestuurders en dictatoriale trekjes vertonende werkgevers) zóóóóóó vorige eeuw zijn en daardoor al automatisch conservatief.

De onderwijscoöperatie met leden zoals filosoof Ad Verbrugge kan niet anders dan conservatief zijn. Om te beginnen is filosofie volgens de minister een pretstudie want dat leidt niet op voor de arbeidsmarkt. Daarbij komt dat Ad Verbrugge aan het hoofd staat van een bende conservatieve docenten, want zij willen dat leerlingen meer les krijgen, die zich verenigd hebben in Godbetert ‘Beter Onderwijs Nederland’ en als klap op de vuurpijl ontnemen ze de ‘progressieve krachten’ zoals schoolbestuurderen, de CBE-groep, graaizuchtige adviesbureautjes en hebberige raadsvoorzitters de mogelijkheid op een goed belegd broodje door het zo gewilde verplichte lerarenregister tegen te houden.

Ik krijg het unheimische gevoel dat Pim Pollens de directeur van de CBE groep eigenlijk ‘conservatief’ wilde zeggen toen hij Beter Onderwijs Nederland een paar maanden geleden op de korrel nam, helaas hij kon op het woord niet komen.

 

J. Jeronimoon
----------
 
Datum: 15-04-2013
 Laat ze toch omvallen.

 

Heerlijke weken en dagen zijn het voor de columnist. Het is een grabbelton van onderwerpen waarover we ons kunnen buigen om de pen daarna de pen te slijpen. Onze minister die geen minister wilde worden heeft de oorlog verklaard aan de zogenaamde ‘pretstudies’ in het mbo. Aangezien ze nergens aangeeft wat en welke opleiding onder het noemertje ‘pretstudie’ valt, staan de wapens dus gericht op elke studie, en onze minister schiet met hagel, dan hoef je niet te richten en is elk schot raak. Dat belooft wat. Blijkbaar zijn de studenten en de wetenschappers bij de Vrije Universiteit de managerscultus nu echt kotsbeu geworden en zoals het de wetenschappelijke wereld betaamd wordt er rond het thema ‘het failliet van de managerscultuur’ een symposium gehouden. Een aantal sprekers, een beetje opstandige jongelui, misschien wordt er wel een vuist gemaakt en opgestoken en daarna kunnen de managers weer gewoon aan de slag met wat ze bezig waren, namelijk het vernietigen van ons wetenschappelijk onderwijs.

Maurice statistiek heeft uiteindelijk toch één domme zweefteef, die van zichzelf zegt dat ze een vernieuwer is, gevonden om zijn sektarisch schooltje met het i-padje als sektesymbool op te richten. Nee, niet in Amsterdam, Rotterdam of den Haag maar in Snitch of all places. Maurice statistiek als nieuwe onderwijsgoeroe met de pedagogische denkbeelden van de Sint Jobs als leidraad. Om zeker te zijn dat een en ander een goede start krijgt zijn de uitgangspunten van S. Jobs gevolgd. Ten eerste: gooi de tegenstanders er uit, ten tweede: duw alles door de strot, ten derde: dreigt een mislukking, geef een ander de schuld. Vooral van dat laatste weet Maurice alles, heeft ie geleerd van zijn ‘Newconomie”.

Over dit alles wil ik het dus niet hebben. I-padjes en meer van dat soort zweefteverij, ze doen maar. De VU heeft meer managers dan professoren dus dat zit ook wel snor voor de managementcultuur, en dat van die pretstudies, och als minister die geen minister wilde worden moet je toch iets doen voor de bühne. Wat mij het meest interesseerde was Ome Sjoerd Slager die voor de zoveelste keer kwam vertellen dat het voortgezet onderwijs net zoals de mbo-instellingen en basisonderwijs te weinig geld hebben en krijgen, en dat er door de minister snel moet bijgepast worden om rampen te voorkomen. Sjoerd spiegelt zich aan de banken, heel hard roepen dat je gaat omvallen en dan komt er wel een grote broer met heel veel geld die je uit de brand helpt. Dat het belastinggeld is, is wel de minste zorg.

Persoonlijk vind ik dus dat het tijd wordt dat de scholen die te lang en te veel op de pof hebben geleefd, of gesjoemeld hebben met de cijfers ( het lijkt Griekenland wel) gewoon mogen omvallen, nee, MOETEN omvallen. Ik weet het, heel erg voor al die bekwame en onbekwame docenten die van de een op de andere dag naar het stempellokaal moeten, erg, heel erg, maar het resultaat mag er wezen. Ik verklaar mij nader.

Ouders vinden het maar gewoon dat hun kroost elke dag, behalve in de vakantie, s’ochtends de weg naar school inslaan. Geen dure kinderoppascentrale, geen ‘bezigheidstherapie’ zoals op zon- en feestdagen om het kroost gelukkig te houden, en de school zorgt wel voor de nodige ditjes en datjes en van alles watjes waar de ouders zich geen bal moeten van aantrekken, en ook die docenten moeten niet zeuren met al hun lange vakanties.

Stel, stel nou dat de minister tegen Amarantis had gezegd ‘je zoekt het maar uit’ en Amarantis was omgevallen. Fantaseer dan even wat meer en stel dat er honderd basisscholen, vijftig scholen in het voortgezet onderwijs, tien ROC’s en vier HBO instellingen zomaar van de een op de andere dag wegens mismanagement, te veel op de pof, te veel managers, en meer van dat soort managerdingetjes, omvalt. Van de een op de andere dag staan niet alleen duizenden docenten op straat maar ook tienduizenden misschien wel honderdduizenden leerlingen op straat. Honderdduizend leerlingen die dank zij hun i-padje en facebook in een mum van tijd elkaar laten weten dat ze voor ‘eeuwig’ vakantie hebben wegens ‘faalschool’. Al die ouders van die kinderen zitten onmiddellijk met hun handen in het haar, want waarheen met het stelletje geteisem dat ze ‘kroost’ noemen. Ik geef het u op een blaadje, het is de enige manier om ouders uit hun droom te helpen dat er in het Nederlandse Onderwijs alleen maar les gegeven wordt, met of zonder i-padje. Dat de school er alleen maar is om hun kinderen een aangename en leuke tijd te laten doorbrengen, dat de school de enige en echt gratis kinderopvang is waar je als ouder de opvanger van dienst verrot mag schelden. Het is de enige manier om de Nederlandse Ouder duidelijk te maken dat het al jaren mis gaat in het Onderwijs en dat de schuld niet bij de docent ligt maar bij het stelletje hebzuchtige graaiers in en buiten het onderwijs die vernieuwing op verandering gestapeld hebben met als enige reden, nog meer belasting naar de managersstrijkstok.

Hard? Ja, heel hard, net zoals de bezuinigingen, maar de enige manier om duidelijk te maken dat ‘het klaar zijn voor de toekomst’ het onderwijs tot op de grond heeft afgebroken. Ontneem de ouders hun dagelijkse kinderopvang, hun ´leuke overblijfplaats´ voor de kids, hun reserve opvoeder. van de een op de andere dag. Dan pas zullen ze beseffen dat het onderwijs in Nederland de speelbal is geworden van kwaadwillende graaiers en luchtfietsende goeroe´s in de grondverf, zoals Maurice statistiek, de VU manager en de voormalige bestuursvoorzitter van de Hogeschool van Amsterdam.

Laat het domino-effect maar komen.

 

J.Jeronimoon
----------
 
Datum: 9-04-2013
 Ik heb me vergist.



Het begon allemaal twee weken geleden. Op een vrijdagochtend rinkelde de telefoon. Ik nam op en een wat barse vrouwenstem vroeg of ze de schrijver Jesse Jeronimoon aan de lijn had. Na mijn bevestiging begon ze te ratelen zoals een vrouwelijk bestuurder betaamt. Om een lang verhaal kort te maken, ze had mijn boeken gelezen en was eigenlijk een beetje boos over mijn sarcastische opmerkingen omtrent ‘de beroepen van de toekomst’. Toen ik haar vroeg of zij wist welke die beroepen waren omdat ik niet zo een visionair en Jomanda-adept ben, vertelde ze me met trots in de stem dat ze nu al drie jaar bijna driehonderd personen opleidde voor de beroepen van de toekomst. Het bleef waarschijnlijk te lang stil aan mijn kant van de lijn want ze vroeg of ik er nog was en zonder op antwoord te wachten nodigde ze mij uit om een kijkje te nemen in haar opleidingsinstituut. Volledig flabbergasted stemde ik toe in een rondleiding. Haar voorwaarde was echter volledige geheimhouding van adres en gebouw. Ik stemde toe en we spraken een datum af. Vandaag 9 april 2013 heb ik een blik mogen werpen in de toekomst.

Het enige wat ik kwijt kan is Amsterdam, een hoog gebouw ergens op de Zuid-as, vier bovenste etages. Het was een hartelijke ontvangst en bij de koffie vooraf werd mij op het hart gedrukt de nieuwe technologieën waar ik kennis zou van nemen niet te vernoemen, iets met patenten, auteursrechten, bedrijfsspionage enzomeer. Na het tekenen van een geheimhoudingsverklaring werd ik rondgeleid onder supervisie van mevrouw de bestuurder en het hoofd ‘opleidingen in de toekomst’.

Zoals het een goede rondleiding betaamd werd ik onmiddellijk geconfronteerd met de opleiding die op dit moment het meeste studenten herbergt. Boven de deur van het opleidingslokaal een plaket met in gulden letters ‘opleiding windmolenaar’. Het hoofd zag mijn grimas maar opende onverstoorbaar de deur. Midden in het lokaal een maquette van een windmolen en daaromheen gaas gespannen. Mijn nieuwsgierigheid was meer dan gewekt. Het hoofd begon zijn uitleg: ‘Nieuwe technologie” begon hij en wees naar het gaas ‘maakt het mogelijk om de wind in bepaalde wervelingen te leiden, we noemen het voor het gemak ‘malen’, alvorens de wind de wieken bereikt. Door deze malingtechniek is het dan weer mogelijk om alle maar dan ook álle energie die de wind kan leveren te gebruiken”. Het hoofd keek mij aan als een tweedehands-autoverkoper die mij er van probeerde te overtuigen dat het  scharminkel dat met moeite auto genoemd kon worden van een oud dametje was geweest die er twee keer per week boodschappen mee deed. “Natuurlijk is het nodig dat de aankomende wind, ‘de voorwind’ geanalyseerd wordt door de vaklui die we hier opleiden de zogenaamde ‘windmolenaar’. Hij wachtte mijn vraag niet af. “de windmolenaar is de man die het hele systeem afstelt en op de hoogte moet zijn van elke soort wind die er bestaat. U mag niet vergeten dat we het hier vooral niet hebben over natte vinger werk, daar is de technologie te ingewikkeld voor’. Ik knikte belangstellend. ‘Wij leiden de windmolenaar op in het herkennen van windrichtingen, voorwinden, en nawinden.’ Hij bemerkte mijn opgetrokken wenkbrauwen, keek even naar de bestuursvoorzitter die met een korte knik aangaf dat hij verder kon gaan. ‘U moet begrijpen mijnheer Jeronimoon. Wind is niet zomaar wind. Er zijn verschillende soorten wind. Er is de droge wind, de natte wind, de wind voor het gaas, de wind na het gaas, en vooral de laatste de zogenaamde nawind is misschien wel de belangrijkste, ook voor onze instelling maar daar kom ik later op terug. De nawind of de wind ná de maalbewerking laat namelijk een aparte geur na en deze geur heeft dan weer verband met het maalproces. Onze windmolenaars zijn dan ook expert in windgeuren, omdat deze geuren aangeven in hoeverre het maalproces en het daarbijhorende electriciteitsproces effectief is geweest”. Het hoofd keek mij triomfantelijk aan en alvorens ik een vraag kon stellen begeleidde hij mij naar de deur en ging onverdroten verder met zijn exposé. ‘Nu is het zo dat de beste windmolenaars, geurexperts, worden doorgeselecteerd voor een ander beroep in de toekomst.’ Ondertussen waren we bij de volgende deur gearriveerd die door het hoofd bijna plechtig werd geopend. Een volstrekt leeg lokaal. ‘U denkt natuurlijk, hoezo een leeg lokaal?’ vroeg het hoofd. Ik nikte. ‘Mag ik u dan opmerkzaam maken op de twintig gaatjes aan de onderkant van het raam’. Toen zag ik het ook en geloofde het hoofd op zijn woord dat het twintig gaatjes waren. ‘Wel, de echte geurexperts van de windmolenaar, laten we ze maar het neusje van de zalm noemen, selecteren we door naar gasreukexpert. Ook een belangrijk beroep in de toekomst. Zeker nu, omdat er overal gas gevonden wordt. Het gewone aardgas heeft zijn langste tijd gehad en op dit moment experimenteert zowat de hele wereld met gassen. Noemt u maar, biogas, ijsgas, methaangas, moerasgas, aarsgas, zeewiergas, toendragas, u kunt het zo gek niet bedenken of er zit wel gas in. En elk gas heeft zijn eigen specifieke geur. Wij leiden de mensen op in het herkennen van de geuren. Belangrijk, omdat veel gas gevonden wordt op plaatsen waar geen enkele apparatuur kan komen. Denkt u daarbij aan ondoordringbare oerwouden, grote ijsvlakten, zuigende moerassen, hoog hooggebergte en zomeer.

Ik was totaal van de kaart. Ik had me dus inderdaad vergist, de beroepen van de toekomst zijn er wel degelijk en de opleidingen daarin zijn ook al begonnen. De hele rondleiding duurde de hele middag en de confrontatie met de nieuwe beroepen was zowel leerzaam als ontluisterend in zijn eenvoud. Ze allemaal beschrijven tot in detail zou te veel plaats vergen maar het zal niet zo lang meer duren alvorens honderden, misschien wel duizenden jongeren opgeleid zullen worden in beroepen zoals gleufjesvijler in de nieuwe koffieboon, kopspijkerteller, tuinoverkappingspecialist, 3D-verhalenverteller, netwerkverzamelaar, cyberslotenkraker, en windsnuffelaar dat een afgeleide is van de windmolenaar.

Na de rondleiding heb ik deemoedig het hoofd gebogen en toegegeven, ik heb me vergist, het beroep van de toekomst is niet zomaar een hersenschim ze bestaat echt en de verantwoordelijken voor de opleidingen schuimen stad en land af op zoek naar de echte talenten.

 

Jesse Jeronimoon 
----------
 
Datum: 4-04-2013
 Aanbieding: Gratis werknemers.

 

Jet Bussemaker, de minister die geen minister wilde worden, heeft een nieuw plannetje bedacht om de regionale opleidingscentra ( ROC) te dwingen om de zogenaamde ‘pretstudies’ af te bouwen. De afdelingen communicatie, style en design, toerisme en recreatie, International stream, sport en bewegen, veiligheid, megatronica en meer van dat soort opleidingen met ronkende namen hebben hun mooiste tijd gehad. Bussemaker gaat er heel snel komaf mee maken het moet maar eens gedaan zijn om op te leiden tot werkloosheid, zegt ze.

Dat er een aantal opleidingen zijn waarvan ook ik denk ‘moet dat nou?’ staat buiten kijf. Maar aan de andere kant vind ik de manier waarop de minister het mes in die opleidingen wil zetten meer iets hebben van een botte bijl dan van een fileermes. Ze wil namelijk dat al de mbo leerlingen eerst een stageplek moeten hebben alvorens ze aan de opleiding mogen beginnen. Het woordje Regionaal van Regionaal opleidingscentrum neemt de minister dan ook heel letterlijk want het ROC moet zorgen voor de stageplekken en dat kan het best bij het bedrijfsleven in de regio.

Als ik werkgever was dan zou ik nu stante pede stoppen met zoeken naar werknemers. Om te beginnen moet ik de nieuwe werknemer een loon aanbieden, al dan niet een tijdelijk contract, inschrijven in een pensioenfonds, sociale lasten afdragen en hem of haar minimaal een maandje of zes laten begeleiden door een andere werknemer alvorens de nieuwe van genoeg wanten weet om zelfstandig de arbeid uit te voeren. Doet u mij maar een stageloper van het ROC. Geen loon, geen bindend contract, geen pensioenvoorziening, geen sociale lasten en dezelfde begeleiding als een nieuwe echte werknemer. Komt daarbij dat ik zo een stageloper van de een op de andere dag kan inruilen voor een andere want ik weet de stokken staan waarmee ik honden kan slaan, iets met te weinig competenties of zo, en zo een stageloper haalt zijn neus niet op van ‘klusjes’ zoals koffie zetten, beetje schoonmaken, mijn auto in de was zetten, het hoort er allemaal bij als je de competenties wil behalen. En dat er meer dan zeshonderd duizend werklozen zijn, dat is een andere minister zijn afdeling.

Ook voor het o zo geplaagde basisonderwijs kan dit een prachtige oplossing zijn. Ik heb me laten vertellen dat na de universiteiten, de hogescholen, de ROC’s en het Voortgezet onderwijs nu ook de basisscholen in financiële moeilijkheden komen. En dat ligt natuurlijk niet aan de bureaucratische waterhoofden met aan het roer een bestuurder die bij zichzelf denkt dat hij de CEO is van een beursgenoteerd bedrijf en in die zin ook een beloning en andere emolumenten moet krijgen. Het ligt ook niet aan de honderden miljoenen die verplicht afgedragen worden aan de samenwerkingsverbanden, raden en andere bureautjes die zich in de rafelranden van het onderwijs bezig houden met luchtfietserij en zweeftevengedoe en het ligt ook niet aan de megalomanie wat betreft nieuwe gebouwen, aanschaf van lichtbakken voor vooraan in de klas en die we digibord noemen, computers en i-padjes. Het ligt aan veel te lang veel te weinig geld vanwege de overheid. Jaja.

Dus, als we even de minister volgen dan is het aan de bestuurder van de basisschool om even te gaan buurten bij de bestuurder van het ROC. In een sakker en een vloek kunnen die twee een aantal vliegen in één klap slaan. Alle onderwijsassistenten kunnen stage gaan lopen bij het basisonderwijs. Daar nemen ze de taak van de juf of meester waar onder het toeziend oog van een oudere juf. Bevoegd of goed opgeleid speelt geen rol, dat speelt trouwens al jaren geen rol meer in het basisonderwijs. De basisschool kan zonder al te veel problemen ‘reorganiseren’ om een faillissement te ontlopen. Oudere en duurdere juffen en meesters kunnen de wacht worden aangezegd en mogen dan in dat jaartje dat ze nog verbonden zijn aan de school wegens sociaal plan, de aankomende onderwijsassistenten begeleiden, coachen en de competentielijst afvinken. Iedereen blij. De leerling heeft een stageplek, het ROC behoudt de opleiding en de bijhorende centjes, de basisschool kan reorganiseren en van zijn dure docenten af en toch worden de opengevallen plaatsen gratis en voor niks opgevuld. Wat betreft de kwaliteit van het onderwijs kunnen we kort zijn, geen hond merkt het verschil, vooral niet na het afschaffen van de Cito-toets.

Het is een gotspe, meer dan zeshonderd duizend werklozen en de minister van onderwijs heeft gratis werknemers in de aanbieding. We noemen het stage.

 

Jesse Jeronimoon 
----------
 
Datum: 29-03-2013
 Hoofdletter, drukletter A.

 


“Hoofdletter, drukletter A, aan de kant van het blad.” Mijn docent aardrijkskunde was wars van krijtstof en zwarte borden, hij dicteerde de stof die we moesten kennen. Tot op de dag van vandaag klinkt zijn manier van dicteren in mijn hoofd. ‘Hoofdletter, drukletter A, aan de kant van het blad. Punt. Daarnaast, ‘de rivieren in Rusland’ en deze titel moeten jullie onderstrepen. Onderstrepen doe je met een regel of liniaal en niet uit de vrije hand of de vinger te gebruiken als regel of liniaal. Klaar! Kleine a, punt, aan de rode marge. Daarnaast, ‘het Noordelijke gebied’. Niet! Ik herhaal, niet, onderstrepen. 1, punt, aan de zwarte marge. De zwarte marge is een beetje ingesprongen en is een denkbeeldige verticale zwarte lijn die begint bovenaan jullie schrift en eindigt onderaan jullie schrift. Wie het nodig vindt kan die zwarte marge met regel, liniaal en potlood, ik herhaal met nadruk, potlood, in zijn schrift tekenen. Hou er rekening mee dat die zwarte marge dan later uitgegumd moet worden.” Iedereen in de klas trok die ingebeelde zwarte marge in zijn schrift, ik ook. Bang als we waren dat die 1 een beetje wijder van de rode marge stond dan de 2 want dan kon je er donder op zeggen dat bij de ‘schriftencontrole’ de docent aardrijkskunde er met dikke vette rode letters “heel slordig”, in hoofdletters drukletters over het hele blad had geschreven.

Vergeef me lezer, maar soms, heel soms wint de weemoed het van de werkelijkheid en herinner ik me dit soort dingen van mijn docenten. Hun maniertjes, hun les geven, hun boosheid, gulheid, kennis en vooral hun strengheid. Zoals bij de docent aardrijkskunde. Een hele strenge man. Niet alleen aardrijkskunde was belangrijk, ook de manier waarop we zijn kennis moesten noteren en tot ons nemen, meer dan eens keek hij mij meewarig aan nadat hij een blik had geworpen op mijn aardrijkskundeschrift schudde het hoofd en vroeg dan ‘hiërogliefen of hanenpoten?’ De enige troost voor mij was het feit dat ongeveer tachtig procent van mijn klas iets produceerde dat volgens ‘de pummel’, want dat was zijn bijnaam, varieerde van spijkerschrift tot vroeg Egyptische hiërogliefen. Zelf had de man een prachtig handschrift. De weinige keren dat hij iets op het bord schreef, meestal een moeilijke en lange naam van een of ander bergketen ergens op de wereld, stonden we met zijn allen verstomd over de zwierigheid en bijna liefelijkheid van zijn handschrift. Helemaal niet in overeenstemming met de figuur het karakter van de strenge man, vonden we.

Jaren later heb ik hem ontmoet op een receptie ter ere van de opening van een tentoonstelling van Russische kunstvoorwerpen. Ik hoefde hem niet te vragen of hij mij herkende. Hij drukte mij de hand, bekeek me en glimlachte. “Hanenpoten,” zei hij. Na het woordje van de Russische ambassadeur raakten we aan de praat. Hij hoefde niet te vragen hoe het mij vergaan was, hij wist het en hij wist het van bijna al mijn klasgenoten. Het was al diep in de nacht toen we van elkaar afscheid namen. Ik gaf een man de hand die ik daarna nooit meer zou zien. De man die we bijna smalend ‘de pummel’ hadden genoemd sprak vloeiend Russisch en acht andere talen, was een expert in het lezen van Egyptische hiërogliefen, had zowat alle landen die in het aardrijkskundeboek voor het voortgezet onderwijs besproken ook bezocht, had zowel de Amazone rivier als de Gele rivier af gevaren en meegewerkt aan drie atlassen. Ik heb in mijn latere leven nooit meer een docent aardrijkskunde ontmoet die zo ‘aardrijkskunde’ zelf was als ‘de pummel’.

Kom daar de dag van vandaag nog maar eens om. Aardrijkskunde wordt geleerd met Google en dan nog liefst met Google Atlas want dat vereenvoudigt het opzoeken. De bronnen van de Nijl spreken allang niet meer tot de verbeelding en leerlingen twijfelen of er ooit wel iemand vanaf de maan naar die blauwe globe met zijn oceanen, werelddelen en witte ijskappen in verwondering heeft staan kijken. Aardrijkskunde is voor de Nederlandse leerling een vak ‘dat er nou eenmaal bijhoort’ en eigenlijk een ietsepietsieveel onbelangrijk.

Weemoed naar schriften, schoolbanken op een rij, klasgenoten die stil luisterden naar de begeesterende verhalen van gedreven docenten, jongelui die zich laafden aan kennis en kunde van de wetende en na het verhaal de pen opnamen en netjes opschreven ‘hoofdletter, drukletter A, punt. Aan de kant van het blad.”

 

Jesse Jeronimoon  
----------
 
Datum: 27-03-2013
 Je hok in, en wel onmiddellijk!



Een tijdje geleden werd ik door een bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland er op geattendeerd dat onze minister van onderwijs niet erg gecharmeerd was van mijn arrogantie om haar niet als ‘excellentie’ te noemen maar haar gewoon bij de voornaam Jet te noemen. Nu moet ik bekennen dat ik een zwak had voor excellentie Marja en nog elke dag een beetje bedroefd ben dat zij niet lang onze minister van onderwijs mocht zijn. Ik heb het geluk gehad om haar een paar keer te mogen ontmoeten. Met haar innemendheid en vriendelijkheid toonde zij zich een ware excellentie, en dat kan ik tot op dit moment van Jet nog niet zeggen, geen innemendheid maar arrogantie, en de vriendelijkheid van een Louis de bondscoach, zolang je met haar meepraat lig je in de bovenste lade, tegenspraak staat gelijk met onvriendelijkheid, typisch iets voor bestuurderen en dan vooral voor schoolbestuurderen.

Ongekend in de parlementaire geschiedenis, de snelheid waarmee de nieuwe minister van onderwijs wetsvoorstellen terugdraait, in de diepvrieskast stopt en het Nederlandse docentenkorps schoffeert. Als een olifant snelt ze door de porseleinenkast, scherven, puin en ruïnes achter zich latend. Het verwondert mij niet echt. Ik had al weinig vertrouwen in deze minister, vooral omdat ze heel luid had geroepen dat ze eigenlijk geen minister wou worden, maar ook omdat ze het grootste deel van haar werkzame leven op het bestuurderspluche heeft plaats genomen. Als laatste de bestuursvoorzittersstoel van de Hogeschool van Amsterdam waar ze op een professionele manier de diplomafraude de doofpot in stopte.

Een van haar eerste daden was de benoeming van de commissie Halsema die het onderzoek moest leiden naar het hoe, het wat en het waarom van de teloorgang van Amarantis. De minister was wel zo slim om die commissie geen enkele serieuze bevoegdheid te geven zodat de ‘graaiers van Amarantis’ netjes wegkwamen met al hun malversaties. Een regelrechte dikke middelvinger naar de drie-á vierhonderd ontslagen docenten en medewerkers van Amarantis.

We mogen er van uit gaan dat de minister een zwak heeft voor het competentie gericht onderwijs. Het is anders niet uit te leggen dat het voorstel voor een centraal examen taal en wiskunde in het MBO door haar persoonlijk de diepvrieskast is in gestopt. De redenen hieromtrent, gezien in het licht van het CGO, is duidelijk. Zo een centraal examen zou er voor zorgen dat zowel Nederlandse taal als wiskunde weer op het curriculum van de MBO leerling terecht zou komen. En dat kan niet natuurlijk binnen het CGO, daar gaat het om gewenst gedrag en niet om kennis en kunde.

Ook wil de minister dat de BAPO verdwijnt. Een prima werkende regeling voor de oudere docent, waar die oudere docent aan de nodige centjes bij legt, is een doorn in het oog van de minister. Het moet volgens haar maar eens afgelopen zijn met die oudere docent die op kosten van de school een beetje thuis hangt rond te hangen in de baas zijn tijd. Niet meer of minder dan een gotspe en vooral een onnoemelijk dedain naar docenten die meestal de helft van hun leven alles hebben gegeven aan de opleiding van de jeugd. Schande, schande, schande, driewerf schande.

Niet uitvlakken is haar oproep naar de docent van vorige week. ‘De deuren open, de koppen bij elkaar, niet zeuren over lonen en goed luisteren naar de baas’. De minister wil een ‘cultuurverandering’ bij docerend Nederland. Van trotse kennisdrager naar bange grijze muis. Dictatoriale bestuurdersuitspraken die hun weerga niet kennen.

En als klap op de vuurpijl heeft de minister van onderwijs het wetsvoorstel dat er zou voor zorgen dat de docent eindelijk na zoveel jaren weer meester kon worden in zijn eigen keuken, in getrokken. Met deze nieuwe wet, tussen haakjes hier wordt al sinds 2009 over gepraat, die zou regelen dat de lesgevende meer en weer invloed en inspraak zou krijgen in ‘het hoe’ van het onderwijs, is door een bestuurdersvriendje, want zo mogen we de minister ondertussen wel noemen, om zeep geholpen. De docent wordt uit zijn keuken gegooid en moet tevreden zijn met een hoekje van het hokje helemaal op het einde van de tuin. De bestuurder die de ballen verstand heeft van onderwijs, maar zoveel te meer van de belastingcenten verplempen in een bodemloze put, staat straks al een chef in zijn keuken bevelen te roepen zonder zelf ooit een eitje te hebben gebakken.

Dit alles zal straks zijn weerslag krijgen omtrent de voorstellen van de onderwijscoöperatie over de ‘professionele ruimte van de docent’. Niemand hoeft een ziener te zijn om nu al te weten dat die ruimte een klein hokje zal zijn. Het hokje waarvan de minister nu al roept. In je hok jij! En wel onmiddellijk.

 

Jesse Jeronimoon
----------
 
Datum: 26-03-2013
 Hoe haal je het in je hoofd?



Een kleine greep uit het onderwijsnieuws van de afgelopen week. De Cito-toets wordt afgeschaft en er komt een eindtoets voor inde plaats, hierdoor mag de deeltijdjuf in de toekomst ‘de kaarten leggen’ over de toekomst van onze jeugd. Het VO denkt al aan het invoeren van een toelatingsexamen. Het pesten, dat een enorm groei kende dank zij de a-social media, zal bij wet verplicht aangepakt moeten worden. De intrede van de wettelijke ‘pestcoördinator zal niet lang meer op zich laten wachten. Minister en staatsecretaris roepen op tot een ‘cultuurverandering’ bij de onderwijsgevenden. Iets met deuren die open moeten, de koppen bij elkaar en vooral goed luisteren naar wat het management wil.

Je zou zo denken dat na zes jaar BON ik zo langzamerhand een beetje gewend wordt aan de dagelijkse onzin die over het onderwijs wordt uitgestort. En dat is ook zo. Uiteindelijk raakt de mens afgestompt zeker wat betreft dommigheid, onzin, onnozelheid en arrogantie. Je hoeft geen waarzegger te zijn of ziener of Jomanda om met een kleine tekening duidelijk te maken waar bovenstaande maatregelen zullen toe leiden. Wat betreft de Cito-toets is het een teruggaan naar de jaren vóór 1975 en met een beetje onderwijshistorisch besef weet je dat het dubbeltje dank zij de competente deeltijdjuf voor altijd een dubbeltje zal blijven. Wee diegene die denkt een kwartje te kunnen worden, die wordt afgestraft door een toelatingsexamen dat alleen de echte talenten ( talent staat hier voor de stuivers, centen, het slijk der aarde) toelating zal verschaffen, scholen zijn immers bedrijfjes geworden en kunnen elke donatie gebruiken. De anti-pest wet zorgt voor méér bureaucratie in de school, met dank aan al die cijfertjes, verslagen en paperassen die bijgehouden moeten worden voor de inspectie. En de cultuurverandering van de minister leidt dus gewoon tot niks, die litanie kennen we allemaal al en trekken er dan ook gewoon de schouders er voor op.

Wat mij bezig houdt is: ‘Wie haalt al die onzin in zijn hoofd’, of anders gezegd:’wie komt op het idee’. Gebeurt dat tijdens een slapeloze nacht van een of andere hotemetoot die bij zichzelf denkt: “Die Cito-toets dat is niks, daar moeten we vanaf.” En dan de volgende dag met een beetje een slaperig hoofd en van die blauwe wallen onder de ogen een ‘vrindje’ belt met het ‘mieterse’ idee. Of is het een overijverige ambtenaar die op een slechte dag door zijn vrouw de les was gelezen omdat hij de zoon des huizes niet wou helpen bij het inoefenen van de CITO toets en waarbij moeder de lakse vader naar het hoofd had geslingerd ‘moet dat kind ook een vmbo advies krijgen net als jij? Kijk wat er van jou terecht is gekomen en kijk naar zwager Jos die met zijn VWO advies toch maar vier schalen hoger staat als jij.” Ik kan mij voorstellen dat de ambtenaar de volgende dag uit gaat zoeken hoe hij die Cito-toets kan kielhalen.

Maar eigenlijk is het eenvoudiger. Een of andere ‘ziener met netwerk’ heeft belangen bij een bureautje dat net een nieuwe toets ontwikkeld heeft en vindt op zijn weg het cito-instituut. Dan is het gewoon een kwestie van het netwerk aan te spreken en daarbij duidelijk te maken dat ‘mijn belang, ons belang’ is en de trein gaat rollen. Het pesten is de laatste tijd nogal ‘in the picture’ en een snelle jongen met netwerk heeft een belang bij een anti-pest methode en ziet om zich heen dat er nog een aantal concurrenten de kop opsteken. Zweefteven met anti-pest-massages, luchtfietsers met anti-pest-mind fulness, en meer van dat soort halve zolen die letterlijk over lijken gaan om de zakken te vullen. Dus die moeten zo snel mogelijk van de markt worden geweerd en het juiste netwerk dat overtuigd is van ‘mijn belang is ons belang’ aangesproken en de trein kan rollen. En we mogen niet vergeten dat al de onderwijsvernieuwingen van de afgelopen jaren, bedacht door de adviseurs, opleidingsinstituten, onderwijsondersteuners en andere die in de onderwijsschil aanwezig zijn en een aardig centje verdienden aan de competentieonzin, al een tijdje met lede ogen moeten aanzien hoe een en ander terug wordt gedraaid. Gelukkig hebben ze nu een minister die er van overtuigd is dat de bestuurder baat heeft bij ‘ons belang is ons belang’, dus de gewone docent moet nog maar eens duidelijk worden gemaakt dat de trein rijdt en niet stopt, het ‘belang’ gaat vóór alles.

Jesse Jeronimoon 
----------
 
Datum: 20-03-2013
 In de lift



Beste lezer,

beste regelmatige bezoeker,



Een klein huppelsprongetje vanochtend mocht wel. Na een drukke twee weken, waarin onder andere het symosium van Beter Onderwijs Nederland als hoogtepunt in de agenda stond, had ik tijd om aan de administratie te gaan.



Zoals jullie weten heb ik het boek "Julius Caesar gezegd te Waterloo" in eigen beheer uitgegeven en dan is het toch altijd spannend hoe een en ander gaat lopen.



De verkoop van het boek kan ik netjes volgen op de website van het centraal boekhuis en ik moet zeggen tot vandaag was ik een beetje teleurgesteld. Niet dat je van een boek rijk wordt, dat is weggelegd voor de Dan Browns en Gijpen van deze wereld, maar ik maak van mijn hart geen moordkuil, ik had toch beter verwacht. In de krant is elke dag wel wat te vinden over de misstanden in het onderwijs, Beter Onderwijs Nederland roert zich als nooit te voren en deze website wordt elke dag door een paar honderd mensen bezocht. Bijna elke week zorg ik voor een nieuwe column op het blog en als Ton nu een beetje minder dwars ligt zou dat met zijn dagboeken ook nog eens opschieten ( kom er maar in Ton ;-)). Enfin om een lang betoog kort te houden, ik was een beetje teleurgesteld in jullie, lezers en bezoekers. Wel hier de columns komen lezen maar een boekje kopen ter ondersteuning van een arme schrijver, Ho maar. En dat terwijl er al een e-boekje voor de luttle som van 6,99 te downloaden is.



Jaja ik weet het, het is crisis, en een kleine 15 euro is ook niet niks. En ook begrijp ik wel dat de doorsnee docent niet graag gezien wordt met een boekje van Jeronimoon die in bestuurderskringen wel rauw met een eitje gegeten kan worden en ik wil ook nog begrijpen dat er veel bezoekers komen op deze site gewoon omdat ze zich o zo graag ergeren aan het gezeur en gezeik over en op het onderwijs maar voor hun heb ik slecht nieuws want de verkoop zit in de lift.



Sinds een paar weken is er een stijgende tendens te zien, mede te danken aan de column van Prof. Dr. B. Smalhout in de telegraaf van twee weken geleden maar natuurlijk ook te danken aan de jarigen, de vastentijd ( een tijd van contemplatie en bezinning waarvoor 'Julius' uitermate geschikt is) en misschien ook wel omdat er uiteindelijk heel wat te lachen valt met 'Julius'. Och er zijn nog wel meer redenen te verzinnen. Maakt niet uit welke, de verkoop zit in de lift en daar ben ik blij mee. Niet dat het schip met geld hier nu komt binnen gevaren want zoooooo veel boeken zijn het nu ook weer niet. Blij, omdat er nu toch blijkbaar interesse blijkt te zijn voor kritiek op het onderwijs en op wat er in het onderwijs aan vernieling gaande is.



De bundels 'het nieuwe leren van de keizer' en 'leraren doen het niet voor het geld' waren een succes en even vreesde ik met grote vreze dat 'Julius' een beetje te veel van het goede was, een beetje te veel kritiek, een beetje te veel humor, een beetje te veel vinger op zere plek, maar gelukkig blijkt dat niet zo te zijn.



Maar, beste lezer, beste bezoeker, het kan nog altijd beter. Laten we zeggen dat de eerste verdieping van het gebouw met tweehonderd etages bereikt is, er valt dus nog wel wat te stijgen.



Dus, als nu het schaamrood naar de kaken is gestegen omdat u nog niet in het bezit bent van 'Julius',  je weet wat je te doen staat. Bol.com, Bruna.nl, managementboek.nl, of de plaatselijke boekhandel staan ongeduldig op de bestelling te wachten. Jarigen in de familie? Effe ome docent treiteren? Een studentje een spiegel voorhouden? Straks twee weken naar een zonnig oord om te luieren? Of gewoon effe heel hartelijk willen lachen met en over het onderwijs?  Allemaal redenen om toch maar "Julius Caesar gezegd te Waterloo" bestellen.





En voor al die lezers die het boek al in hun bezit hebben, Dank, uit de grond van mijn hart en ook dank vanwege de groentenboer, de supermarkt, de plaatselijke bakker en al die anderen die het fijn vinden dat ik hun klant kan blijven, en ook dank vanwege mijn vrouw, maar die vind me gewoon lief.



Jesse Jeronimoon  
----------
 
Datum: 18-03-2013
  

Alle deuren open.

 

Je zou er moedeloos van worden. Nu komt onze minister, die eerst geen minister wou worden omdat het pluche van de bestuurdersstoel bij de Hogeschool van Amsterdam zo lekker warm aan haar bilpartij plakte, met een wetenschap van twintig jaar geleden. ‘De deuren van het klaslokaal moeten open’, gaap! De minister blijkt niet te weten dat de deuren van de lokalen twintig jaar geleden op advies van de onderwijsvernieuwers uit de hengsels zijn gehaald, dat daarna zowat overal de muren van de klaslokalen werden doorgebroken om grote ‘leerpleinen’ te realiseren ten behoeve van de ophokuren en dat de laatste jaren de scholen zowel de klaslokalen als de deuren van die klaslokalen in ere hebben hersteld. De reden is niet moeilijk te raden, het hosanna bij de rituele deurverbranding sloeg als snel om in ‘naar de hel, met je leerpleinen en ophokuren’. Blijkbaar heeft de minister die eigenlijk geen minister wilde worden eventjes niet opgelet toen ze daar heel hoog in haar ivoren toren neerkeek op het klootjesvolk dat docent heet.

Ik weet nog goed dat ongeveer twintig jaar geleden, ik was nog docent in het VBO, de ‘coördinator’ van dienst, een omhooggevallen instructeur ‘bakkerijkunde’ en derde garnituur koekenbakker met eelt op de ellebogen en kampioen hielenlikken, me bij zich riep na een studiedag van het APS. Hij feliciteerde mij met het feit dat ik uitverkoren was voor de eerste ronde ‘intervisie en feedback’. Hij merkte waarschijnlijk de rode vlekken in mijn nek niet want hij draafde maar door op zijn gluiperige manier om mij er van te overtuigen dat het een hele grote eer was om als eerste de grote onderwijsvernieuwing in te mogen zetten, de gek. Toen hij het kwijl van zijn mond veegde lukte het me om te vragen wie de ‘intervisie’ zou uitvoeren. Hij hoefde niet eens te antwoorden want ik zag aan het glinsteren van zijn ogen dat hij en hij alleen zijn vingertje zou opsteken en bij zichzelf ‘ikke’ zou denken. Stoïcijns vroeg ik hem welke diploma’s hij zoals in zijn portfolio had. Eerlijk waar, het is me naderhand nooit meer gelukt om iemand binnen de vijf seconden zo aan het stotteren te krijgen als die koekenbakkersonbenul. Op deze vraag had hij niet gerekend en na een minuutje of wat vroeg hij ‘hoezo?’. Het moet gezegd, hij vroeg het mij op een mooie dag in de lente dus ik was nogal goed gemutst en daarom legde ik hem zorgvuldig en vriendelijk uit dat ik niks tegen ‘intervisie’, ‘open deuren’, ‘feedback’ en al die andere rommel van het APS had maar dat de voorwaarde natuurlijk moest zijn dat ik er wat van leerde. Dat scheen de broodjesschuiver te begrijpen. Mijn conclusie was dus dat iemand met een universitair diploma, minimaal 16 jaar ervaring in het onderwijs, eerste graads bevoegd en gepokt en gemazeld in de vakdidactiek wiskunde en natuurkunde op het niveau van de VBO leerling, mijn klaslokaal mocht betreden teneinde te ‘interviseren’. Raar, maar ik heb nooit iemand in mijn klaslokaal gezien met de kutsmoes dat hij mij kwam ‘feedbacken’. De deur van mijn klaslokaal bleef lekker dicht.

We hebben een minister die geen minister wou worden en die ontzettend goed is in het open trappen van open deuren, de docent is de pineut want de minister snijdt natuurlijk niet graag in eigen vel en in het vel van haar voormalige collega’s, de bestuurder van de scholen en instituten. Ik vraag me af waarom de minister die geen minister wilde worden niet luidkeels roept dat álle deuren open moeten. De deuren van de bestuurskamers waar de pompeuze bestuurdertjes als vadsige zonnekoningen heersen over hun schooltjes en de gevolgen van hun financiële escapades afwentelen op de docent. En wat dacht u van de deuren van de afdeling ‘boekhouding’ van de scholen? Ieder jaar kan ik zonder enig probleem en tegen betaling van de kopieerkosten de hele begroting van dit land tot op een cijfer na de komma zomaar bestellen bij de ambtenaren van Dijsselbloem, maar één bonnetje van de Zonnekoning te zien krijgen, krijgt niemand voor elkaar. En als het al eens gebeurt dat er een staatsecretaris pleit voor het openbaar maken van de uitslagen van de cito toets, is het land te klein want dat willen de bestuurdertjes niet, die deur moet dicht blijven en gesloten blijven, desnoods met het chantageslot van ‘wij doen niet meer mee’, er op.

Het is dat we in een democratie leven en moeten wachten to de volgende verkiezingen maar een minister van onderwijs die het voor elkaar krijgt om in één interview zo veel onzin uit te kramen, zo erg de plank mis kan slagen, zo getuigd van zo veel onbenul over wat er in het onderwijs gebeurt en te doen staat, die had beter geen minster kunnen worden. O ja, dat wou ze eigenlijk ook niet.

 

J.Jeronimoon

 

 


----------
 
Datum: 13-03-2013
 Min de stilte in uw wezen.

 

 

Laat ik nou altijd gedacht hebben dat ik wat had met boeken of beter gezegd met papier in het algemeen. ’s Ochtends het krantje bij de koffie is nog altijd een hoog genot. Eerst koppen snellen om daarna de hele krant artikel na artikel te spellen. Binnenlands nieuws, nieuws uit het buitenland, economisch nieuws en beursberichten en daarna het plaatselijke nieuws in de orde van ‘boer valt van trekker’. Drie koppen koffie later nog even op de laptop in een aantal digitale kranten koppen snellen maar dan alleen het binnenlandse nieuws en meestal heb ik geen zin om het hele artikel te lezen.

Na de krant gelezen te hebben is het soms wachten op de postbode. Mijn hart maakt altijd een huppeltje als ik het klepperen van de brievenbus hoor, post! Meestal kleurige folders of één van de plaatselijke sufferdjes maar toch een paar keer per week een echte brief in een echte envelop met een echte postzegel. Heerlijk. Het zal wel een afwijking zijn maar ik vind het prettig om de punt van de briefopener in het hoekje van de envelop onder de vastgeplakte klep te friemelen en dan met korte rukjes de envelop open te ritsen een beetje nieuwsgierig naar de inhoud van de envelop. Laatst bekende iemand dat hij het ook veel fijner vond om een brief in de gewone bus te krijgen dan een mail in de electronische brievenbus. Opgetogen bedacht ik dat ik niet de enige was met een briefafwijking.

Overal in huis staan of liggen boeken. Op het nachtkastje in de slaapkamer, in het kantoortje, de boekenhoek, woonkamer, keuken en zolder. Niets zo heerlijk als ‘in een hoekje met een boekje’ ook al is het aankopen van boeken er de laatste tijd een beetje bij ingeschoten. Maar met enige regelmaat laat ik mijn vinger langs de ruggen van de boeken glijden en kies een ‘oude vriend’ om te herlezen.

In die zin is het digitale tijdperk aan mij voorbij gegaan. Geen i-padje, geen e-reader kan mij bekoren. Een boek hoort van papier te zijn. Ik gruw van het bericht dat Doekle Terpstra besloten heeft om de bibliotheken uit zijn instellingen te digitaliseren zodat de deelnemers aangewezen zijn op het i-padje of laptop. Het schaamrood stijgt me naar de wangen als ik in de krant lees dat gemeentebesturen besparen op al dan niet rijdende bibliotheken. Ik begrijp die barbarij niet.

Jarenlang vond ik mij een buitenbeentje tot vandaag. Vanochtend las ik in de krant dat er onderzoek is gedaan naar de meest geliefde werkplekken onder studenten en wat blijkt? De bibliotheek blijkt favoriet te zijn. Maar liefst drie bibliotheken nestelden zich in de top tien van de meest geliefde werkplekken. Waar vroeger het verblijf in de bieb ongeveer tien minuten bedroeg, net genoeg om een boekje te kiezen om te lenen, blijkt de gemiddelde verblijfduur nu een uurtje of twee te bedragen. Er wordt dus serieus gewerkt in de bieb door onze studenten. Na wat doorvragen blijkt niet alleen de aanwezigheid van het papieren boek de doorslag te geven bij het bibliotheekbezoek maar met stip op één  staat ‘de stilte’. Ongelooflijk maar waar, studenten zoeken een werkplek waar ze in stilte kunnen werken. Daar was Doekle en consorten nog niet opgekomen. Spiksplinternieuwe dure gebouwen met electronische leeromgevingen, leerpleinen, stilteruimten om het geloof te belijden en alle mogelijke moderne snufjes om de student te plezieren, maar niet gedacht aan een ruimte waar de student één met de stilte tot grote hoogten kan stijgen wat betreft concentratie en andere inzet van zijn grijze hersencellen.

Het was de opkikker van de dag, de ouderwetse bibliotheek heeft niets maar dan ook niets van zijn aantrekkingkracht verloren, ondanks het electronische tijdperk. Met dank aan de stilte. Diezelfde stilte als bij mijn krantje, de post en mijn boekje in een hoekje, daarom hou ik van papier, het ritselt.  

Jesse Jeronimoon


----------
 
Datum: 3-03-2013
 Godwin 

( de derde voor het symposium)

 



We weten met zijn allen wat een Godwin is, maar om zeker te zijn dat u het weet leg ik het nog één keer uit. De ‘wet van Godwin’ zegt: “Naarmate een online-discussie langer wordt, nadert de waarschijnlijkheid dat de nazi’s of Hitler in de discussie betrokken wordt.” Ik ben het daar volstrekt mee eens en aan de andere kant stuit het mij tegen de borst. Bij mij rijst de vraag wanneer een verwijzing naar deze periode ook een Godwin genoemd kan worden. Moeilijk? Laat mij een voorbeeldje geven. Ik denk dat iedereen het met mij eens is dat de periode tussen de jaren 20 en 50 van vorige eeuw zowat de donkerste decennia mogen worden genoemd in het ‘moderne’ Europa. Jazeker een periode die niemand mag vergeten, een periode die niet uit de geschiedenisboeken geschrapt mag worden, hoe donker en onmenselijk deze periode ook was. Laten we niet vergeten dat deze periode de aanleiding was tot het oprichten van de Volkerenbond ( de voorloper van de huidige Europese Unie)  met als motto “dit nooit meer”.

Een Godwin wordt in een discussie meestal geplaatst als argument om de oppositie de mond te snoeren. Pim Pollen voorzitter van de CBE groep noemde de leden van Beter Onderwijs Nederland in een van zijn columns een groep bruinhemden. Waarom de man het nodig vond om de leden van Beter Onderwijs Nederland te vergelijken met nazi’s en dit in verband met het lerarenregister, is mij altijd een raadsel gebleven. Het had geen enkel doel of Pimmetje had er wel een doel mee maar dat was voor de lezer niet duidelijk. Meestal trek ik mij van een Godwin geen bal aan, het zegt mij veel over de persoon die de Godwin plaatst en vooral dat de meneer of mevrouw in kwestie geen kaas heeft gegeten van de Europese geschiedenis.

Maar, en nu wordt het moeilijk, ik stoor mij aan de discussie over het lerarenregister. De regelmatige bezoeker van deze site weten al dat ik méér dan een hekel heb aan dat lerarenregister en niet alleen aan dat register maar aan álle registers. Maar vooral de teneur van de discussies over dat lerarenregister stuit mij tegen de borst. Het lerarenregister is een ideetje van onze overheid en wordt in elkaar gestoken door de onderwijscoöperatie. De MBO raad gaat niet helemaal akkoord met het lerarenregister zoals is voorgesteld door de onderwijscoöperatie en probeert zijn eigen registertje in het leven te roepen. Dat op zichzelf doet mij al de wenkbrauwen fronsen. Bij mij rijst dan de vraag waarom elke onderwijslaag zijn eigen registertje zou moeten hebben. Verder heb ik een probleem met de reden van zo een register. Uit de discussies die er op velerlei fora gevoerd wordt hebben de voorstanders van het lerarenregister als voornaamste argument dat het zou moeten dienen om het vak van docent ‘te beschermen’, om ‘het onderwijs te behoeden voor verder kwaliteitsverlies’ dit alles door mij vertaald in ‘om erger te voorkomen’.

De reden van mijn haat tegen registers, is gelegen in twee boeken. Het eerste boek is van J. Presser , Ondergang 1 en 2. Een pil van bijna tweeduizend bladzijden en ‘Om erger te voorkomen’ van Nanda van der Zee. J. Presser behoort samen met L. de Jong, J. Romein en G. van Pinsteren tot de grootste en meest gerespecteerde historici in Nederland. Nanda van der Zee kan met recht een literair kind worden genoemd van J. Pesser, beiden geboeid door hetzelfde onderwerp allebei historici en allebei gefascineerd door de Jodenvervolging tijdens de donkerste periode in vorige eeuw. Allebei verguisd en beschimpt om hun meer dan gedetailleerd werk omtrent de vraag ‘hoe is het toch zover kunnen komen’.

In het boek van J. Presser , oud leraar aan het Vossius Gymnasium, beschrijft hij hoe de Jodenvervolging in zijn werk ging en legt daarbij de nadruk op het bestaan van het register. Een register onder dwang van de bezetter opgesteld . Dit register dat schoorvoetend werd samengesteld om ‘erger te voorkomen’( laten we dat maar doen dan hebben we er controle over), dat de titel werd van het werk van Nanda van der Zee, zou volgens J. Presser de deporatie en het verschrikkelijks wat er daarna gebeurde bespoedigd, vergemakkelijkt en bijna totalitair gemaakt hebben. Door het werk van J. Presser en van der Zee werd mij duidelijk hoe gevaarlijk een lijstje kan zijn als het in ‘verkeerde’ handen valt.

En hier begint de twijfel, wanneer steekt de Godwin de kop op.  Voor mijzelf heb ik uitgemaakt om zo weinig mogelijk mijn naam op een lijstje te laten prijken. Indien niet echt nodig, dan liefst niet en ik begrijp ook wel dat het soms wel echt nodig is maar dan wil ik het  lijstje liefst beperkt houden tot die items waarvan ik denk dat ze nodig zijn voor het doel van het lijstje. In basis is dit niet meer dan wat de wet op de privacy toelaatbaar vindt. Verder moet er een minimum aan vertrouwen zijn in de beheerder van het lijstje en mag het lijstje mij in de toekomst niet dwingen om zaken te doen of te laten die ik niet wil. Zo, dit zijn mijn argumenten tégen een register van welke aard dan ook, dus ook het lerarenregister.

Mijn twijfel? Mijn probleem ligt meestal bij het ontbreken van vertrouwen in de registerbeheerder, is dit nu een Godwin, of gewoon historisch besef?



J. Jeronimoon

 

Op 9 maart 2013 in de TU in Eindhoven houdt de vereniging Beter Onderwijs Nederland haar jaarlijks Symposium. Belangstelling? Ga naar de website van Beter Onderwijs Nederland voor inschrijving en programma.

 


----------
 
Datum: 26-02-2013
 Hierbij de tweede voor het symposium



Hoe passend is het passend onderwijs? 

 

Een basisschool in Amsterdam vond het nodig om bij een zesjarig jochie een ‘intake test’ af te nemen. Wat de test inhield wisten de ouders niet, de uitslag wel. De nieuwe leerling bleek zowel een leerachterstand als een taalachterstand als leerproblemen en een ontwikkelingsstoornis onder de leden te hebben. Een second opinion van een onafhankelijke kinderpsycholoog wees het tegenovergestelde uit. Een naar alle maatstaven genomen normaal kind zonder ontwikkelingsstoornis, normale intelligentie en een taalachterstand die niet onderdeed voor de gemiddelde leerling op een gemiddelde basisschool. De directeur van de basisschool legde het onafhankelijke rapport naast zich neer en besloot om zonder medeweten van de ouders een rugzakje aan te vragen en het kind een 1 op 1 begeleiding te geven. De ouders werden gesommeerd zonder al te veel moeilijkheden te maken om mee te werken aan de aanvraag van het rugzakje. De ouders niet gediend van zoveel bemoeienis en arrogantie dienden een klacht in bij de geschillencommissie primair onderwijs. Dit wekte de woede op van de directeur die prompt de ouders zag als een groot probleem. Begeleiders en leraren van het kind werd een zwijgplicht opgelegd en de ouders werd gedreigd met de inschakeling van jeugdzorg, die zoals we allen weten er geen been in zien om een uithuisplaatsing procedure wegens ‘verwaarlozing van het kind’ in te zetten.

Straks wordt de wet op het passend onderwijs van kracht. Deze wet vervangt het ‘weer samen naar school’ en moet er voor zorgen dat kinderen met een klein ‘vlekje’ zoals licht autistisch, klein beetje ADHD, of aanverwante ontwikkelingsstoornissen binnen het reguliere basisonderwijs naar school kunnen gaan en niet meer onmiddellijk worden doorverwezen naar het speciaal basisonderwijs. Los van het gegeven dat onze Nederlandse Juffen en Meesters volstrekt niet zijn opgeleid om leerlingen ook maar met het kleinste ‘vlekje’ kwalitatief goed onderwijs te geven rijst de vraag wie zal oordelen welk kind wel en welk kind niet in aanmerking komt voor doorverwijzing naar het speciaal onderwijs. Welk kind heeft zoveel ADHD of is zo autistisch dat het toch naar het speciaal onderwijs mag en welk kind voldoet niet aan de criteria en wie stelt die criteria vast en houdt daar toezicht op? Kortom wie zijn de uitvoerders van het passend onderwijs?

Daar heeft onze vorige minister van onderwijs en tweede kamer voor gezorgd. De uitvoerders zijn de al bestaande samenwerkingsverbanden van ‘weer samen naar school’ aangevuld met de samenwerkingsverbanden voor het voortgezet onderwijs want ook die vallen onder de nieuwe wet van het passend onderwijs. Over de samenwerkingsverbanden valt heel wat te zeggen maar vooral niet dat ze tot nu toe hun werk goed hebben gedaan, anders was een nieuwe wet niet nodig geweest, immers ‘weer samen naar school’ beoogde dezelfde doelen als de nieuwe wet met dit verschil dat WSNS zich alleen uitstrekte over het basisonderwijs. Hoe een en ander in zijn werk ging kon u lezen in de inleidende waargebeurde case. De directeur van een school vraagt het samenwerkingsverband een onderzoekje te oden, daar komt uit dat het kind een achterstand, probleem of stoornis heeft en daarvoor wordt dan een ( meestal duur)  behandelingsplan opgesteld. Het samenwerkingsverband vraagt voor de leerling een rugzakje aan om het behandelingsplan te financieren. Alles bij elkaar gaat het in Nederland om honderden miljoenen aan rugzakjesgeld op jaarbasis. Honderden miljoenen onder andere beheerd door de samenwerkingsverbanden. In onderzoek, diagnose, behandeling en rugzakje worden de ouders niet gekend en bij enige tegenstand gekenmerkt als ‘moeilijke ouders’ die hun kind niet dat geven waar het recht op heeft. U begrijpt dat de weg van overdiagnosticering, gesjoemel, overbehandeling en neponderzoeken geplaveid is met euro’s en maar al te graag bewandeld wordt door de samenwerkingsverbanden.

Typerend voor de invoering van het passend onderijs, de samenwerkingsverbanden Primair Onderwijs en Voortgezet onderwijs zijn de onderhandelingen, convenanten en afspraken die op dit moment gemaakt worden. Een Directeur van een basisschool fluisterde mij laatst toe dat hij van zijn bestuur opdracht had gekregen om de bij de onderhandelingen aanwezig te zijn, ondanks zijn overvolle en drukke agenda, immers nu zou worden uitgemaakt hoe in de toekomst de geldstromen zouden worden verdeeld. U leest het goed, geen sprake van hoofdbrekens hoe kinderen met een vlekje het beste onderwijs zouden krijgen maar hoe de geldstromen gemoeid met het passend onderwijs zouden worden verdeeld.

De geschillencommissie primair onderwijs heeft al een noodkreet uitgezonden. Als geen ander weten de leden van de geschillencommissie dat bij de invoering van de wet op het passend onderwijs zoals die er nu ligt en waarin de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk zijn voor de uitvoering zowel de ouders als het kind volstrekt machteloos en rechteloos worden gemaakt. Ook in het voortgezet onderwijs waar het passend onderwijs de achterdeur wordt waadoor probleemleerlingen net zoals meer dan 15 jaar geleden het praktijkonderwijs, dat heette toentertijd LOM-MLK, zullen binnen stromen. Een praktijkonderwijs dat al lang niet meer voorzien is voor de opvang van deze leerlingen.

Leraren in het basisonderwijs die met lede ogen hebben moeten aanzien hoe van de regeling ‘weer samen naar school’ schandalig misbruik is gemaakt houden hun hart vast voor de invoering van het passend onderwijs. Ouders moeten er niet versteld van staan dat vanaf volgend schooljaar hun kind in groep 4 ongevraagd getest zal worden op mogelijke afwijkingen, tekortkomingen en stoornissen. Ze moeten ook niet raar opkijken als er zonder hun medeweten een behandelingsplan is opgesteld en dit plan zonder hun toestemming wordt uitgevoerd. Het geld wordt opgehoest door de belastingbetaler en verdwijnt in de grote zakken van de samenwerkingsverbanden. Ouders moeten daar niet moeilijk over doen, en doen ze dat toch dan staat vroeg of laat een medewerker van het samenwerkingsverband met een pasje ‘jeugdzorg’ aan de deur om ook de ouders en de sociale toestand van het gezin te ‘visiteren’.

Ik wil geloven dat de wet op het passend onderwijs met de beste bedoelingen in elkaar is gebreid maar de minister en de tweede en eerste kamer hebben een paar steken laten vallen, en door die gaten zal het geld als water naar de samenwerkingsverbanden stromen. Of onze leerlingen daarmee geholpen zijn, dat blijft de vraag.

 

Jesse Jeronimoon

 

 

 
----------
 
Datum: 18-02-2013
 

We gaan het eens anders doen.



De regelmatige bezoeker van dit blog weten dat zo rond deze tijd de vereniging Beter Onderwijs Nederland mij verzoekt om op het jaarlijkse symposium van de vereniging een columpje voor te lezen.



Elk jaar schrijf ik drie columns, die neem ik alle drie mee naar het symposium en naargelang de luim dan die dag kies ik op het laatste ogenblik ( de columns is tevens de afsluiting van het symposium, dus tijd genoeg om te beslissen) één van de drie. De twee overgebleven columns verdwijnen in het geheugen van mijn PC en niemand die ze ooit nog leest.



Dit jaar dacht ik 'laat ik het eens anders doen', ik publiceer vooraf hier op de blog alle drie de columns dan kan de bezoeker ze van te voren lezen en hoeft hij of zij niets te missen.



Voor de rest blijft het hetzelfde, pas vijf minuten voor Ad Verbrugge mij naar het katheder vraagt zal ik beslissen 'wie van de drie'



Hieronder, 'Er was eens een landje' . ( de eerste van de drie)



Er was eens een landje.



Er was eens een landje. Zelf vond ik het een uitstekende beginzin. Het heeft iets van het begin van een verhaaltje, tot mij te binnen schoot dat de onderwijsvernieuwers van deze tijd hebben uitgemaakt dat de docent met een goed verhaal volledig uit de tijd is. Dat komt door de zo snel veranderende wereld. Dat wij als onderwijs voorbereid moeten zijnop die veranderde toekomst  heeft de onderwijsvernieuwer ons een jaartje of tien vijftien geleden bijna uit ten treure   voorgehouden. Er viel niet aan te ontsnappen, het zouden veranderingen worden waarbij de industriële revolutie van de negentiende eeuw een peulschilletje zou blijken te zijn. Het gingen veranderingen worden in de zin van ‘van dik hout’ en allesomvattend. Daarom ben ik er voor de gein eens goed voor gaan zitten om te bedenken wat er zo enorm verandert is in die afgelopen vijftien jaar en of de grote onderwijsvernieuwing die zich voltrok wel de moeite van het vernieuwen waard was.

Het oudere, volgens de ene partij ‘arme’ en volgens een andere partij ‘rijke’ smaldeel van de bevolking, was vijftien jaar geleden bijna  volledig uit het straatbeeld verdwenen. Opgegroeid met step en fiets en verknocht aan de tweewieler was het voor onze ouderen bijna onmogelijk geworden om in dit winderig Avondland hun geliefde vrijetijdsbesteding uit te oefenen. Oud en de leden stram waren zij in de nog niet veranderde wereld gedoemd om hun troost te zoeken achter geraniums of aan de kaart- en biljarttafel. Met enig geluk kon men op de plaatsen waar men denkend aan holland brede rivieren traag door oneindig laagland zag gaan, nog één verdwaasde en heldhaftige  grijze krullebol voorovergebogen over zijn stuur tegen de wind zichzelf een hernia trappend, ontwaren. Dank zij de grote verandering is er de dag van vandaag  geen plekje meer in dit land te vinden waar men zich kan ontrekken aan de terreur van de massa grijze en kalende fietsers, die rechtop tegen de wind in, bijna zonder de trappers te beroeren tegen een ongelooflijke snelheid rondfietsen. S’lands wegen en fietspaden worden onveilig gemaakt door het nieuwe fietsen, geraniums verpieteren, kaart- en biljarttafels staan er in de ouderensosjiteiten troosteloos en verlaten bij, het electrisch fietsen heroverde de plaats van de oudere in de openbare ruimte. 

Wat ook onmiddellijk opvalt in deze veranderde wereld is het leuke feitje dat onze jeugd googlet op de helft van een laptop, met name het deksel van de laptop. Het ‘padje’ is in elke jeugdige hand terug te vinden. Geen gedoe meer met toetsenbord en twee vingers die moeizaam zoeken naar het juiste lettertje, in deze andere wereld ‘smeert’ onze jeugd de beelden uit over een, wat mij betreft klein,  beeldscherm en kan er met G4 snelheid ginnegappend aanschouwd worden hoe twee naakte personen van beiderlei kunnen de vermenigvuldiging beoefenen. En als ik dit opschrijf moet ik denken aan mijn leraar biologie die met een beetje rood hoofd ons inleidde in de voor ons onbekende wereld van bloemetjes en bijtjes. Waarbij ik moet opmerken dat  zijn summiere uitleg omtrent de technische kant van de zaak er voor gezorgd heeft dat mijn eerste optreden als bijtje technisch nogal wat te wensen overliet. Dat is later door veel oefening gelukkig een  beetje bijgetrokken.

In de veranderde wereld is de kwelbuis groter en platter, is het filmrolletje is verdwenen net als de vertrouwde postbode, de mavo, het bord en het krijtje, de schoolbibliotheek, de staartdeling, de mooie en statige schoolgebouwen, en uiteindelijk ook de bevoegde docent. Waar volgens de onderwijsvernieuwer niet te zwaar aan getild moet worden, immers de porder, de schillenboer, de parlevinker en de RSV man zijn ook uit het straatbeeld verdwenen.

Vorige week herlas ik Beeckman en Beeckman van Toon Kortooms en net zoals vorige keren herkende ik de schoolbankjes, het klaslokaal en de docent op zijn verhoginkje zoals de schrijver het zo beeldend aan het papier toevertrouwde. Ik herkende de slaapzaal van het internaat met zijn chambretten, slaapvertrekjes met een bed en kast afgesloten met een gordijn, behalve de chambret van de toezichthouder, die had een echte deur van hout. Ik kende die deur, dat gordijn, het bed en de kast, de donkere nacht en de bel die door de stilte van de ochtend de jongelui wakker galmde. Zelf denk ik met weemoed terug aan de tijd dat ik op zo een internaat mijn jonge jaren sleet.

Maar ook de verhalen over de Peel, het harde labeur van de turfstekers, het verdriet van de jonge turfsteker die zijn droom van ‘studeren’ aan hem voorbij zag gaan wegens ‘geen geld’, zijn mij niet vreemd, ook al heb ik dat zelf persoonlijk zelf niet mogen ervaren. Toch zitten de beelden in mijn hoofd, er ingestopt door de leraar geschiedenis, de leraar maatschappijleer en de verplichte boekenlijst van de lerares Nederlandse Taal. Toon Kortooms, Stijn Streuvels, Mulisch, Elsschot, verplichte schrijvers, verplichte boeken, verplichte cultuur. 

De peel is nu een natuurgebied waar onze oudjes electrisch doorheen fietsen en onze jeugd tussen het hoge riet het aanschouwelijke it onderwijs technisch bijna perfect in de praktijk brengen. Het gezwoeg en gezucht van volwassen en kinderen bij het harde labeur zijn verdwenen in de mist der tijd, en zo stilaan verdwijnen ze ook uit het collectieve geheugen van Nederland. Het nieuwe onderwijs heeft niks met dat collectieve geheugen en onze jeugd leest maar één boek, en dat is facebook, altijd op zoek maar een x-feestje, waarna ze de een na de andere tweet de wereld in sturen, bijna altijd een tweet die niks toevoegt aan de wereld om hen heen, maar het staat wel stoer.

 Het nieuwe onderwijs hangt aan elkaar van hypes, trends, modes en het slaafs volgen van de waan van de dag, zonder weet en besef van verleden en heden. Alleen de onbekende toekomst is belangrijk voor de zieners van het Nederlandse Onderwijs. Nederlandse Cultuur, collectief geheugen, cultureel erfgoed hebben voor de vernieuwer de waarde van een vloek in de kerk en  bevindt zich in de onderbuik van de gemiddelde Nederlander. Bijna gretig wordt de verdediger van het erfgoed door de vernieuwer te pas en te onpas verbonden met de donkere vooroorlogse tijden. De vernieuwer blijkt niet te beseffen dat hij hierdoor onze jeugd een groot onrecht aandoet omdat hij het doet voorkomen alsof de Nederlandse geschiedenis ergens begint rond de jaren vijftig van vorige eeuw.

Weemoed? Nostalgie? Het zal wel. Ik stam af van een generatie die is opgevoed met het idee dat de ultieme taak van het onderwijs was het van generatie op generatie overbrengen en doorvertellen, noem het voor mijn part overerven, van al die dingen die belangrijk waren voor de instandhouding van het volk en de Nederlandse identiteit en plaats in de wereld. We waren er van overtuigd dat die lessen uit het verleden ons zouden vrijwaren van stommiteiten in het heden en ons een blik zouden gunnen in een mogelijke toekomst.  

 Of de wereld verandert is in de afgelopen vijftien jaar? Ik denk het niet, de mens ontwikkelt zichzelf en zijn omgeving zoals ze dat al eeuwen doet vanaf de uitvinding van het wiel. Het onderwijs is daar altijd een katalysator bij geweest, een aanjager, en een hoeder van het goede dat was bereikt. De onderwijsvernieuwer heeft, al dan niet gestuurd door overheid en bedrijfsleven, efficiëntie, gedragsverandering en edelslavernij voor onze jeugd in petto, een toekomst vergelijkbaar met de toekomst van de jonge turfsteker in de Peel meer dan een eeuw geleden. Ondanks of dankzij de moderne middelen als i padjes, twitter en facebook zal onze jeugd verstoken blijven van kennis, sociale zekerheid en mogelijkheden tot ontwikkeling. Langzaam maar zeker wordt vergeten en afgebroken wat de laatste honderd jaar door het Nederlandse volk en zijn onderwijs is opgebouwd.

In het jaar 2033, op het grote symposium ter ere van het vijfentwintig jarig bestaan van de vereniging Beter Onderwijs Nederland, zal ter afsluiting van de feestelijkheden een armzalige stukjesschrijver het podium betreden, even de oude keel schrapen en dan met een beetje tranen in zijn ogen zijn stukje beginnen met de zin

‘Er was eens een landje’ met de nadruk op ‘was’.

 


----------
 
 
19-02-2013, reactie van moby
Het verplichte karakter van de spellingsregels verplichtte tot correctie.
Nog een mooi boek dat speelt in het onderwijs, en wel in een upper-class jongensschool in Noord Engeland, is de literaire thriller 'Schaakmat' van Joanne Harris. Een van de hoofdpersonen is een enigszins excentrieke en traditionele leraar Latijn en veteraan op deze school die al het klappen van de zweep heeft leren kennen en zich verzet tegen alle nieuwlichterij, intussen zijn goede humeur en liefde voor zijn vak niet verliezend. Beziet het schoolgebeuren en zijn eigen positie met scherpzinnigheid en ironie.
Het personage is met grote liefde beschreven door de schrijfster. Uit tal van onderwijsobservaties blijkt m.i. dat zijzelf het onderwijsvak vanuit ervaring kent.
Een absolute aanrader voor elke liefhebber van de traditionele erudiete leerkracht die zich niet gek laat maken door nieuwlichters. Tevens is het verhaal, als thriller, intrigerend tot het einde toe.
 ----------
Datum: 14-02-2013
 
Het laatste hoofdstuk?

 

De titel van het boek zou kunnen zijn  ‘Ik, God in Frankrijk’, of ‘me, myself and I’, of misschien wel ‘Ik kon het niet weerstaan.’ Wat de titel ook mag zijn het laatste hoofdstuk van het boek ‘Amarantis, de bodemloze put’ wordt straks geschreven door het Openbaar Ministerie en dat naar aanleiding van het rapport van de commissie Halsema die tijdens haar onderzoek naar het faillissement van de scholengroep Amarantis op een aantal opmerkelijke feiten stuitte. Opmerkelijk voor de commissie maar een publiek geheim onder docenten te lande. Een bestuur dat leefde als zonnekoningen, zich bakken geld toe-eigende en volledig van God en de wereld los een school bestuurden, is voor de doorsnee docent dagelijkse kost geworden. En dat de bestuurderen vooral hun eigen zakken bestuurden met geld van de belastingbetaler, dat eigenlijk feitelijk bedoeld is om onze jeugd op te leiden, daar kijkt de Nederlandse Docent al lang niet meer van op.

Twee leaseauto’s en gratis OV jaarkaart voor een bestuurder is niet zo raar als op het eerste gezicht lijkt. Er zijn genoeg niet armlastige gezinnen in dit land waarvan de man een ‘werkauto’ bezit en mevrouw een ‘boodschappenwagentje’ en het zoontje student een OV jaarkaart die opgebracht wordt door de belasting betalende burgers van dit land. Dus ook de bestuurder van Amarantis had recht op de lease autootjes voor mannetje en vrouwtje en een OV jaarkaart. En wat is er mis met een dealtje met de aannemer die het schooltje van Amarantis mag verbouwen? De helft van Nederland probeert bij de aankoop van de koelkast ‘een dealtje’ te maken over de prijs van het ook nog aan te schaffen I-padje. Zo moet ook de bestuurder van Amarantis hebben gedacht toen hij bij de offertebespreking van de nieuw te bouwen school met een knipoog de aannemer liet weten dat er ook een klusje moest worden geklaard bij het boerderijtje van de bestuurder.

Dat de onderwijsvisionair dhr. Lenssen een jaarsalaris van een kleine anderhalve ton bedong om géén adviezen meer te geven is ook niet om steil van achterover te vallen. Ook ik, zou als bestuurder er veel geld voor over hebben om de man de mond te snoeren gezien de niet meer te over ziene schade die de visionair teweeg had gebracht. En Bert, ach Bert, wat moet je er van zeggen? Hij was het een beetje zat bij de politie en toen ze hem vroegen om het schooltje te leiden was hij al lang blij  dat hij het uniform aan de wilgen kon hangen. Het betaalde goed, vrouwtje was tevreden dat manlief  netjes om zes uur achter de soep en de aardappeltjes zat en wat is er nou helemaal mis met een huisje kopen van zijn nieuwe werkgever? Zijn nieuwe werkgever wou er van af en Bertje had nog wat centjes over om zich als beginner te profileren in de vastgoed markt. Wist Bert veel dat zoiets eigenlijk onoorbaar gedrag is, zoals de commissie Halsema vast stelde.

Er blijkt alleen stront aan de knikker te zijn over een duistere betaling van ongeveer anderhalve ton. We moeten niet schrikken van dat bedrag, anderhalve ton is voor de huidige schoolbestuurder een fooi, wisselgeld en niet de moeite om over te praten. Het probleem is dat die anderhalve ton betaald is om… dat weet niemand. Iets met een opdracht om een schooltje te bouwen, maar daar kwam dan niks van, maar toch moest er betaald worden voor dat niks. Na veel gemekker, brieven en e-mails  is er dan toch anderhalve ton op een rekening gestort met als melding op het overschrijvingformulier ‘betaling voor miden’. De hele commissie op zoek naar de heer Miden en die bleek onvindbaar, tot een lid van de commissie, die nog het oude gymnasium had doorlopen, op het idee kwam dat miden in het Grieks nul is. Anderhalve ton voor niks, dat kan dus niet. Had er nou nog ‘advies’, of ‘gedane werken’, of ‘voorwerk’ gestaan, dan was er geen haan die er naar kraaide, maar voor niets, gaat de zon op.

Het meest verwonderlijk van het rapport van de commissie Halsema is niet dat de bestuurderen jarenlang hun gang konden gaan met het geld van de belastingbetaler. Is ook niet de twee leaseauto’s en de vergoeding voor een niet-adviserende adviseur. Ook niet een dealtje over een verbouwing of een dealtje met de nieuwe bestuurder over de aanschaf van een pandje. Het meest verwonderlijke is dat onze minister van onderwijs op basis van een betaling voor ‘niets’ de zaak nu neerlegt bij het Openbaar Ministerie om dit verder te onderzoeken. Waarom? Heel simpel, omdat de commissie niet de bevoegdheid had om de boekhouding te onderzoeken. Zijn we in dit land dan helemaal van de pot gerukt? De minister roept een commissie samen om het faillissement van een onderwijsinstelling, met een schuld van Godbetert 95 miljoen eurietjes,  te onderzoeken maar geeft de commissie niet de bevoegdheid om de boekhouding in het onderzoek mee te nemen ook al is dat de enige manier om uit te vogelen waar al het belastinggeld, in al die jaren aan is uitgegeven of is opgepot die uiteindelijk leidde tot het faillissement.

Enfin, het Openbaar Ministerie schrijft het laatste hoofdstuk van het Amarantisboek, het is nu voor de toenmalige bestuurders wachten op het ‘happy end’.

Jesse Jeronimoon    

 

----------
 
Datum: 8-02-2013
 Minister tegen wil en dank.



Het zal je maar gebeuren, vóór de verkiezingsslag schreeuw je van de daken dat je niet beschikbaar bent voor een ministerschap en het grafiet van het stempotlood is nog niet goed droog of je wordt ‘geroepen’ tot het ambt. Wat moet je dan? Het volk dienen of netjes op de voortreffelijk zittende stoel van rector van de Hogeschool van Amsterdam blijven zitten? Moeilijk, moeilijk, moeilijk, maar niet heus. Dat volk bedient zich zelf wel en als minister kan het netwerk van o zo leuke collega bestuurders voortreffelijk bedient worden, kwestie van een volgende bestuurdersstoel onder de fluwelen kont te garanderen.

En zo werd Jet onze minister van Onderwijs. Geen ogenblik heeft ze nagedacht over wat ze vooraf schreeuwde, omdat zoiets hoort bij het spel, hoe harder je schreeuwt dat die beker wel aan jou voorbij mag gaan, hoe groter de kans is dat jij hem leeg mag drinken, tot op de bodem. En wat laat Jet ons weten bij het tegen wil en dank aanvaarden van haar ministerspostje? Het ronkende en nietszeggende  'De komende jaren zet ik me, samen met studenten, docenten en wetenschappers, in voor een nóg slimmer en nóg creatiever Nederland, dat zijn positie in de wereldtop van onderwijs en onderzoek versterkt.'

Nóg slimmer? We zijn nu al zo een beetje het slimste land van de hele Europese Unie. Geen volk met zoveel slimme en vooral ‘competente’ mensen als Nederland. Geen land dat zoveel diploma’s afscheidt als Nederland. Maar dat blijkt voor Jet nóg niet genoeg te zijn. En daarom heeft ze de maatregel die de vorige staatsecretaris had bedacht om het ‘knip-en plakwerk’ in het hoger onderwijs, waar Jet rector is geweest, terug te dringen, van de kaart geveegd. Helemaal niet nodig, volgens Jet. Volgens haar is goed kunnen ‘knippen en plakken’ een competentie die elke hogeschoolstudent goed onder de knie moet hebben.

Nóg creatiever? Dan rijst bij mij direct de vraag wat moet dan creatiever? De boekhoudkundige creatieve trucjes die toegepast worden in het netwerk van bestuurders van scholen? Per slot is er de laatste tijd nogal veel bloed aan de paal wat betreft derivaten, vastgoed, bestuurdersbeloningen en meer van dat soort dingetjes die alleen maar kunnen omdat de bestuurder nogal creatief omgaat met het geld dat eigenlijk bedoelt is voor het primaire proces. Maar om dat ‘creatieve proces’ niet in de weg te zitten wil Jet dat de bestuurder een beetje ‘creatief’ kan omgaan met de urennorm. Die 1040 uur is helemaal niet nodig als de school maar ‘kwalitatief goed onderwijs verzorgt’. Wat Jet daarmee bedoelt blijft in de duisternis van de Haagse wandelgangen gehuld. Maar iedereen in het onderwijs kan er donder op zeggen dat vele scholen met veel minder uren les, lees: veel minder docenten, een even hoge, misschien wel hogere kwaliteit kan leveren dan nu met die 1040 uren norm. Dit alles dank zij de i-padjes die straks gewoon in de verplichte vrijwillige bijdrage van de ouders verrekend wordt.

Als ik mij niet vergis is Jet er ook voor te vinden om het centraal examen in het MBO, een centraal examen taal en wiskunde, op de lange baan te schuiven. Zal wel iets te maken hebben met het BGO, beroepsgericht onderwijs en dat is helemaal hetzelfde als het CGO, het competentiegericht onderwijs. Ook het verplichten van de cito toets is door Jet op de lange baan geschoven en over een afsluitende toets van het basisonderwijs wordt geen woord meer gesproken.

Het lijkt er op dat Jet eigenlijk feitelijk niets moet weten van ‘samen met studenten, docenten en wetenschappers, praat voor de vaak noemde mijn opa dat. Jet heeft veel meer aan de vrienden van het pluche en dat zijn  de voorzitters van de MBO raad, VO raad en PO raad ofte wel het illustere trio Jan, Keet en Sjoerd en vooral die laatste is heel goed in centjes vangen en politiek bedrijven ten faveure van zijn elitaire cluppie de CBE Group ( spreek uit als kroep)  

Jets vorige ministerschap, van volksgezondheid en welzijn, barstte ook al niet van de daadkracht. Oplopende zorgbudgetten, miljarden en miljarden moesten er bij om de balans van volksgezondheid gezond te houden, waren méér dan een hoofdpijndossier en daarom was het baantje bij de Hogeschool van Amsterdam een verademing. Eindelijk kon ze zelf roepen dat er geld bij moest in plaats van alsmaar te geven.  En op die bestuurdersstoel moet Jet al bedacht hebben dat ze bij het volgende ministerschap het héééél anders zou aanpakken en dat doet ze. Geen daadkracht, geen vuisten op tafel, geen ‘er is maar één minister van onderwijs’, niets van dat alles. Jet gaat ‘praten’ want met een goed gesprek kom je veel verder.

Boven het bed van Sjoerd hangt 1 spreuk ‘Weet hoe een koe een haas vangt’

 

  Jesse Jeronimoon


----------
 
Datum: 28-01-2013
 
De oude kassa

 

Bij mijn opa in de winkel stond in een vergeten hoekje zijn oude grote kassa. Een nieuw electronisch exemplaar had de oude kassa van zijn stek op de toonbank verdrongen en een beetje moedeloos droomde de oude kassa in zijn donkere hoekje van de betere tijden en zijn prominente plaats in de winkel. Het was zo een kassa waar je op gigantisch dikke toetsen de bedragen van de spullen die de klant kocht niet intoetste maar in ramde. Elke keer dat er een toets naar beneden werd gedrukt sprong er een plaatje met daarop het bedrag voor het smalle rechthoekige vensterglas omhoog. Als alle bedragen waren ingeramd draaide je aan de hendel en een plaatje met het totaalbedrag keek de koper en verkoper glimlachend aan vanuit dat kleine droge aquarium. Tegelijkertijd zorgde de slinger van de kassa er voor dat de kassalade open sprong en de dubbeltjes, knaakjes, tientjes, geeltjes en snippen zomaar voor het oprapen lagen.

Het mbo en de MBO-raad met zijn opperhoofd Jan van Zijl, zijn op dit ogenblik een beetje de buitenbeentjes van ons onderwijs. Zowat elke tak van onderwijs begint zo stilaan te beseffen dat de heilige weg van onderwijsvernieuwing en verandering een doodlopend traject is. Hier en daar in het land zijn de eerste tendensen te merken van bezinning en contemplatie en soms, weliswaar aarzelend, vertonen zich de eerst schreden van ommekeer. Docenten krijgen hier en daar wat meer in de pap te brokkelen, er komt meer aandacht voor kennis en vakmanschap en wat minder voor zelfstandig werken en competenties, de ophokuren verdwijnen of worden afgebouwd en de klaslokalen keren in volle glorie terug van eigenlijk nooit weggeweest.

Zo niet in het mbo. De invoering van het competentie gericht onderwijs laat meer dan zijn sporen na. Ook al is de naam verandert in BGO ( Beroepsgericht Onderwijs)  het blijft niet meer dan een andere vlag die dezelfde lading dekt. In het mbo hoeft men niet bevoegd te zijn, bekwaam is zelfs beter dan bevoegd volgens de alleswetende J.v.Z. En een docent is een docent en moet dan ook Multi inzetbaar zijn. De docent Nederlands is gewoon docent, net als de docent wiskunde en de docent maatschappelijke en culturele vorming wat wil zeggen dat taal gegeven kan worden door de docent wiskunde en MCK door de docent bouwtechniek of de docent banketbakken. Als de docent maar beschikt over de 49 competenties zoals J.v.Z. dat bedacht heeft.

Als sluitstuk voor deze onnoemelijke degradatie van het vak ‘leraar’ heeft de MBO-raad gemeend om een lerarenregister voor het mbo, met de genoemde 49 competenties, in het leven te roepen. Daarom heeft ze de CBE groep ingehuurd om van het nieuwe lerarenregister eens een studie te maken en de MBO-raad te adviseren omtrent zo een lerarenregister. Olaf Mc Daniel voelde zich geroepen om dat varkentje voor eens en voor altijd goed te wassen. Voortvarend ging hij aan de slag. Eerst even in de markt gekeken welke beroepsgroepen beschikken over een beroepsregister onder het motto ‘beter goed gestolen dan slecht zelf bedacht’ is er ten kantore van de CBE Group ( spreek uit als kroep) heel wat gegoogled, geplakt en geknipt om een zogenaamd ‘bronnenboek’ in elkaar te flansen. Een prutswerkje waarin wordt uitgelegd hoe de advocaten, makelaars, artsen, notarissen en meer van dat soort vrije beroepen aan een register kwamen en wat de vrije beroepenman en – vrouw zoal moet presteren om in dat register te mogen blijven ( lees beroep mogen uit te oefenen). Natuurlijk veel scholing, cursussen, puntjes halen, vinkjes zetten en hier en daar zelfs contributie betalen.

Met het ‘bronnenboek’ in de hand een adviesje geschreven voor de MBO-raad waarin, en dat is voor de CBE groep kenmerkend, veel te lezen staat hoe de MBO-raad in samenwerking met de ROC-bestuurderen en de onvermijdelijke CBE groep, een lerarenregister in het leven kan roepen.

Bij het lezen van al die stukken moest ik denken aan die oude kassa. De CBE groep drukt op de toetsen ‘multi-inzetbaar’,  ‘onbevoegd en misschien bekwaam’, ‘competenties’, ‘register’ en dan een slinger aan de hendel waardoor het plaatje ‘cursus en scholing’ verschijnt. Maar het belangrijkste van de slinger aan de hendel is de openspringende kassa-lade.

 

Jesse Jeronimoon.

----------
 
Datum: 11-01-2013
 Beste bezoeker,

Op doktersbevel heb ik het een klein beetje rustiger aan moeten doen in de afgelopen maand. Iets met hooi en vork. Was er te veel hooi?, te weinig vork? Geen idee. Heb jullie dus effe in de steek moeten laten, maar nu schijnt alles weer in evenwicht te zijn. Dus...



Un changement à vue

 

Theaterregisseurs hebben een heel arsenaal aan grote en kleine trucjes om het toneelspel de kant uit te sturen zoals het door de regisseur bedacht is. Donder en bliksem worden gefabriceerd met stalen platen en knipperende lichten, en de grindbak van zestig bij zestig centimeter is een uitstekend middel om de toeschouwer in de waan te laten dat de net binnenkomende acteur een hele weg over een grindpad heeft afgelegd alvorens de deur te bereiken.

Omdat theaterstukken nogal eens de neiging hebben zich op meerdere plaatsen af te spelen kan het soms niet anders om te midden van het toneelspel de gordijnen dicht te trekken en  een pauze in te lassen. Deze pauze geeft de decor-crew de mogelijkheid om ‘un changement de décor’ te voltooien. Na de pauze gaat het doek weer op en de knusse huiskamer heeft plaats gemaakt voor een statig en luxueus uitziend kantoorpand waarin het vervolg van het toneelstuk plaats zal vinden.

Vroeger, in de poesjenellenkelders van Antwerpen, bestond het decor uit niet meer dan een beschilderde lap stof aan de achterkant van het zwarte gat waarin de houten poppen hun waarheden declameerden. Naargelang het verhaal zich afspeelde in de Koninklijke vertrekken van ‘de graaf van Béthune’ of de donkere bossen iets verderop, werd naar believen het achterdoek op of neer gelaten. Niks geen pauze, de houten draadpop stond het ene moment in de rijk gevulde kasteeltoren, het andere moment voor een donkere spelonk diep in het woud. Die verandering van decor voltrok zich voor de ogen van het publiek ‘un changement à vue. Later zou ook het grote theater hiervan listig gebruik maken.

Aan zo ‘un changement à vue’ moest ik denken toen ik de plannen las van het Zadkine en Albeda. Twee op de rand van het faillissement verkerende ROC’s en al een tijdje volop in de belangstelling van het Rotterdamse publiek. In de belangstelling niet zozeer wegens zijn excellente kwaliteit en fantastische resultaten, wel vanwege zijn ontslagrondes, bezuinigingen en graaiende managementslagen. Tijd voor een goed voorbereid ‘changement à vue’.

Sinds de fusietoets zijn intrede deed hebben de twee schooltjes zich voorbereid op het ‘changement’. Natuurlijk wilden ze heel graag fuseren, maar dat kon effe niet, de minster en de inspectie keken toe. Zowel Zadkine als Albeda kwamen in de problemen. Op te grote voet geleefd, te veel bureaucratie, wat te veel onroerend goed of te veel derivaten, wie het weet mag het zeggen. Uiteindelijk twee concurrenten die tot elkaar veroordeeld waren zoals de twee koningskinderen, och arme ook hier was het water ( de fusietoets) veel te diep. In de achterkamertjes werden de decorstukken in elkaar gezet. De ouwe mts, en meao zouden het wel goed doen, die hadden het altijd al goed gedaan, dat hoorde het publiek zo graag en ook de ‘menselijke maat’ zou het goed doen onder de noemer ‘kleiner is fijner’. De opdeling van Amarantis, het ongenoegen van de werkgever over het incompetente leren en het tekort aan vakkrachten was het uitgelezen moment om het ‘changement à vue’ zoals gepland uit te voeren.

Op de achterdoek van het toneel staan twee statige gebouwen geschilderd. Bovenop het ene prijkt in bronzen letters ‘Zadkine’, bovenop het andere ‘Albeda’. Op het toneel de aanblik van een luxueus kantoor. Links, recht tegenover de deur, het grote bureau met alles er op en er aan, rechts een kekke zithoek en vooraan de vergadertafel voor vijf personen. Aan die vergadertafel zitten twee acteurs met de handen in het haar. De twee voorzitters van de raden van bestuur, Ze weten het niet meer en zoeken een uitweg uit de malaise, maar wel een uitweg waar zij beter van worden. Ze klagen over de minister, over de inspectie, over het weinige geld dat ze elk jaar mogen ontvangen en hoe ze toch kunnen fuseren, zonder dat het opvalt. De naam Amarantis valt en tegelijkertijd krijgen ze een lumineus idee. En dan begint ‘un changement à vue’. Vóór de ogen van het toekijkende Rotterdamse publiek verandert het decor. Een nieuw achterdoek rolt naar beneden, geen twee gebouwen meer maar hier staan wel zeven gebouwen te blinken in de zon met namen zoals ‘de Singel meao’, ‘Katendrecht mts’, ‘Crooswijk Ambachtsschool’ zelfs een ‘Kralingen mhhs’ siert het doek.

Op het toneel is op een ingenieuze manier het bureaumeubel groter gemaakt, tegen de wand hangen nu twee enorme televisieschermen waarop doorlopend beursberichten verschijnen, de gezellige zithoek is uitgebreid met twee driezitsbanken en de vergadertafel is ook groter en biedt nu plaats aan negen personen. Onze twee acteurs komen binnen gewandeld, allebei dikke sigaar in de snuit en glaasje bubbelwater in de hand. Lachend vertellen ze elkaar hoe fijn het is om manager te zijn in het onderwijs. Ze klinken op het nieuwe ROC het ‘Zalbedine ROC’ een ROC met zeven afdelingen elk ongeveer zesduizend leerlingen groot, een eigen gebouw met Rotterdamse namen en ‘oude opleidingen’. Ze lachen om het onbenul van de minister, om het gevlei van de inspecteur, om het bijna kruipende bedrijfsleven, om het domme klootjesvolk dat goedkeurend knikte bij het zien van al die oude vertrouwde opleidingen. Maar ze lachen vooral omdat ze het toch geflikt hebben, een nieuwe fusie, nog groter, nog breder, nog meer geld, en zij, de twee bestuurders zijn de baas van dit alles. Op de namen van de schoolopleidingen na blijft alles zoals het was, de goedkoopste manier van onderwijsje spelen, en de verantwoordelijkheid voor als het onverhoopt toch mis zou gaan, daar hadden ze ook aan gedacht. Niet zoals Meulenkamp en Lenssen en al die andere mislukkelingen voor eeuwig de mist in gaan. Daar ging de deur open en zeven nieuwe bestuurders, voor elk gebouwtje één deed zijn intrede en schaarde zich aan de vergadertafel. Zij werden de nieuwe verantwoordelijken, en daar moest op geproost worden.

Theater mensen, alleen maar theater, met Doekle en consorten in de hoofdrol.

 

Jesse Jeronimoon.

 

 

 














----------
 
 
29-01-2013, reactie van Jeanet Meijs
Wat wederom een steengoede column Jeronimoon! En nu maar hopen dat de juiste mensen dit lezen en het zich aantrekken.




 ----------
Datum: 1-01-2013
 Omkijken in verbijstering.

 

Het roerige onderwijsjaar 2012 hebben we achter ons gelaten, altijd goed om even om te kijken, om daarna de blik manmoedig naar de horizon van het nieuwe jaar te richten. Ten minste zo zou het moeten zijn ware het niet dat het onderwijs in Nederland steevast ronddoolt in de donkere tunnel  waar het een aantal jaren geleden in verzeild raakte. Geen blik op de horizon alleen het omkijken in de duistere diepte met de hoop dat er licht komt aan het einde van die tunnel, en dan, als het even kan, laat het dan niet het licht zijn van de aanstormende trein.

Het jaar begon met een massale betoging tegen de bezuinigingen van 300 miljoen op het passend onderwijs. De eerste eruptie van onvrede onder de docenten en leerkrachten goedgekeurd door de oppergoden van de VO raad en PO raad. Dat feitje alleen al had iedereen aan het denken moeten zetten maar de waanzin had reeds zijn vernietigend werk op de grijze hersencellen prima voor elkaar. Sjoerd en Keet sprongen een gat in de lucht toen de voormalige minister de bezuiniging terugdraaide maar de wet op het passend onderwijs, geadviseerd door dezelfde VO- en PO raad,  in vol ornaat overeind hield. De uitbundig juichende leerkrachten van de Arena zitten nu opgescheept met een draak van een wet, een dictatoriaal samenwerkingverband dat uitvoering moet geven aan de wet en centjes tellende bestuurslagen die vooruitlopend op de niet komende bezuinigingen alvast een paar duizend leerkrachten hadden ontslagen.

2012 zal de geschiedenis ingaan als het jaar waarin de zelfbenoemde Goddelijke onderwijsbestuurders hard ten val kwamen. Het een na het andere financieel debacle haalde de landelijke pers. Amarantis failliet en opgedeeld, Universiteiten en derivaten blijken onlosmakelijk met elkaar verbonden, stichting BOOR heeft de boeken niet op orde en miljoenen te kort, ROC leiden verkoopt zijn nieuwe gebouw en huurt het terug om de boekhouding op orde te krijgen, ROC Zadkine wordt voor de poorten van het faillissement weggesleept en krijgt van de overheid een hypotheek van tientallen miljoenen, een schooltje heeft te weinig vergaderruimte en huurt een skybox bij FC Twente. Een kleine greep uit een overvolle pot aan financiële schandalen van het afgelopen jaar. De verantwoordelijke bestuurders namen alles behalve hun verantwoordelijkheid en vertrokken met de Noorderzon en een platina handdruk naar het volgende lucratieve baantje. De leerkrachten van al die scholen, schooltjes en instellingen zijn tot op de dag van vandaag niet zeker van hun baan, ontslag dreigt voor duizenden. En als klap op de vuurpijl van het financiële jaar 2012 gooit Beter Onderwijs Nederland de knuppel in het hoenderhok met de vraag: “waar zijn die 22 miljard euro’s die het onderwijs nu meer krijgt dan in 1995 aan uit gegeven?” Keet, Sjoerd, Jan, ThomThom, kennen het spreekwoord ‘als je geschoren wordt moet je stil blijven zitten.’

Een spreekwoord dat bij de leden van de CBE groep schijnbaar ongekend is. Pim Pollens het opperhoofd van het groepje graaiers haalde ferm uit naar BON. Reden? Jarenlang hadden Pimmetje en zijn kornuiten zowat iedereen met gezag in het onderwijs gemasseerd kwestie van het lerarenregister en bijhorende lucratieve scholing- en nascholingbudgetten in handen te krijgen. Bijna was het gelukt, tot de onderwijscoöperatie roet in het eten gooide. Pimmetje werd heel boos op BON en zijn voorzitter Ad Verbrugge en gooide er voor het gemak maar een Godwin tegen aan. De hoon die Pimmetje over zich heen kreeg loog er niet om. Het is bij mijn weten nog nooit iemand gelukt om, zoals Pimmetje, in zo korte tijd en zonder al te veel te zeggen ontmaskerd te worden als de leidinggevende bestuurder van een groepje hebzuchtige grootgraaiers met tentakels in de hele onderwijsbestuurswereld en medeverantwoordelijk voor alle financiële debacles en constructies uit de bovenstaande alinea. Alle docenten die nu op de wip zitten hebben dat bij wijze van spreken te danken aan de Leo Lenssentjes, en de Pim Pollentjes van deze tijd.

En op het einde van het jaar werd alles duidelijk. Al jarenlang vraag ik mij af, en velen met mij, hoe het toch zo ver kunnen komen is met het Nederlandse Onderwijs, en ineens zonder al te veel poespas vielen de steentjes op hun plaats. De beoogde nieuwe voorzitster van de PO raad, een raad die moet opkomen voor de belangen van het Primair Onderwijs, heeft onomwonden verklaard dat ze een teringhekel heeft aan artikel 23 van de grondwet en dat het artikel voor haar part onmiddellijk uit de grondwet mag worden geschrapt. Anders gezegd, de beoogde voorzitster van de PO raad vind dat zij in haar nieuwe baantje politieke uitspraken mag doen over haar ongenoegen wat betreft de vrijheid van onderwijs. Zij vertegenwoordigt dus maar een deel van het primair onderwijs want het andere deel is voor haar een doorn in het oog en mag eigenlijk niet bestaan.

In dat licht bezien is de uitspraak van Beter Onderwijs Nederland ‘geef de docent zijn vak terug’ niet meer of niet minder dan ‘Politiek blijf met je al dan niet smerige handen ( lees: hebzuchtige lakeien) van ons onderwijs af.”

 

Jesse Jeronimoon
----------
 
Datum: 24-12-2012
 

Kerst, een ogenblik van in stilte weer zichzelf worden. 


Min de stilte in uw wezen;

Min de stilte die bezielt;

Zij die alle stilte vrezen;

Hebben nooit een hart gelezen;

Hebben nooit geknield.



G.G.

----------
 
Datum: 17-12-2012
 Passend onderwijs + Samenwerkingsverbanden = Kassa

 

Met enige regelmaat zit er tussen de haatmail ook fanmail in mijn postvak. Nou ja, fanmail is veel gezegd. Soms zijn het collega’s die me laten weten hoe de reorganisatie van hun school verloopt en hoe gesjoemeld wordt met afvloeiingslijsten en afspiegelbeginsel, in een andere wordt de nood geklaagd over  management en bestuur die al ziende blind blijken te zijn, nog een andere mail moedigt mij aan om vooral zo door te gaan en soms, heel soms mailt een vader of een moeder zoals twee weken geleden.

 

Ik heb ooit eens een column geschreven over hoe scholen en samenwerkingsverbanden in het basisonderwijs zich verrijkten met ‘de rugzakjes’ of te wel het Persoonsgebonden Budget. Moeder had die column gelezen en stuurde mij het dieptrieste verhaal van haar zoon en hoe zij als ouders door het samenwerkingsverband werden en worden weggezet als onnozele halsen, kwestie van de poen binnenhalen en daar moeten ouders zich niet mee bemoeien.

 

Het begint allemaal als de kleine door omstandigheden van de ene naar de andere basisschool gaat. Niet ergens te midden in een schooljaar maar keurig groep 3 naar groep 4 na de vakantie. De nieuwe school wil het kind echter alleen toelaten als er een ‘íntake test’ heeft plaats gevonden. Welke testen, door wie de testen werden afgenomen en wat er allemaal in die testen gemeten werd? De ouders hebben geen idee, wel liet de school weten dat er het een en ander mis was en verwees de ouders door voor een second opinion naar een échte psycholoog. Conclusie van die psycholoog na een uitgebreide anamnese “Niks aan de hand, doodnormaal kind, met normale intelligentie en normaal kindgedrag voor die leeftijd”. Hou dat vast, beste lezer want op basis van deze conclusies werd het kind, op de tussen haakjes ‘openbare’ school, toegelaten ( kom er maar in Jasper). Kostprijs van de psycholoog 1000 eurietjes.

 

Kind aan de hand van moeder blij naar school, beetje nerveus voor de nieuwe vriendjes en vriendinnetjes en de nieuwe meesters en juffen. Na de eerste schooldag heeft de kleine een brief van de schooldirecteur voor moeder meegebracht. De Dikke deur vraagt moeder en vader vriendelijk om een gesprekje en wanneer ze daar even tijd voor hebben?  Let op beste lezer, een brief op het einde van de eerste schooldag. Jaja,  want details zijn belangrijk. Er werd zo snel mogelijk een gesprek geregeld en de inhoud van dat gesprek was kort en krachtig. In de tijd dat het kind 1 dag op school had gezeten, was de school tot de conclusie gekomen dat de kleine man gedragsproblemen, leerproblemen, sociale problemen en spraakproblemen had. Hij moest zo snel mogelijk geobserveerd worden door de schoolpsycholoog ( van het samenwerkingsverband die ook de ‘intake test’ had afgenomen) en of meneer en mevrouw maar effe zesduizend euro konden ophoesten om hun kind in de klas 1 op 1 te begeleiden bij al die problemen. De ouders komen zwaar ontmoedigd thuis van het gesprek en weten zich geen raad. Zes duizend euro voor de begeleiding, 120 euro per uur voor de observatie van de schoolpsycholoog die minimaal drie dagdelen zal duren, wat moeten ze er mee?

 

Navraag bij de leerkracht levert niks op , die heeft een spreekverbod opgelegd gekregen. Opvragen van de testen, uitslagen en observatieverslagen van de ‘intake’ levert ook niks op en de school begint, omdat de ouders aarzelen om zomaar overal toestemming voor te geven met de welbekende ‘inhaaltechnieken’. De school wil wel een rugzakje aanvragen voor de reeds zonder toestemming van de ouders ingezette 1 op 1 begeleiding en een aanvraag voor een rugzakje met daarin die 6000 ballen kan snel worden afgehandeld want de school heeft ‘eigen mensen’ ( kom er maar in Harm) die de procedure kan versnellen. Of de ouders dus wel even snel hun handtekening bij het kruisje willen zetten.

 

Maar moeder verdomt het. Zij heeft er geen zin in om haar zoon ‘bestempeld’ door zijn schoolcarrière te laten gaan en blijft vragen stellen. Wat haar natuurlijk door de geldzuchtige bestuurders niet in dank wordt afgenomen. U weet ook, na de ‘inhaalbeweging’ begint de intimidatie. Het is nu tekenen bij het kruisje of de kleine wordt van school gestuurd. Het is nu tekenen of de rekening van de 1 op 1 begeleider ( waar de ouders niet om hebben gevraagd) zal worden gefactureerd aan de ouders. Het is nu tekenen of de kleine moet naar het speciaal onderwijs. En meer van dat soort onzin. In een laatste gesprek, twee weken geleden, hielden moeder en vader voet bij stuk en gaven geen toestemming.

 

En toen kwam het samenwerkingsverband in actie want het geldzakje was gestrikt door de ouders  te verwijzen naar de onafhankelijke psycholoog om op basis van zijn conclusies het kind ( en het rugzakje) toe te laten tot de school. Nu was het nog een kwestie van het geldzakje eerst te vullen met geld van de belastingbetaler en dan weer leeg te halen ten dienste van de grote zakken van het samenwerkingsverband.

 

In het rapport dat het samenwerkingsverband haar toestuurde wordt onverholen meegedeeld dat de kleine een ADHD-er is, eigenlijk in het speciaal basisonderwijs cluster 4 zou moeten zitten maar dat er nog 1 mogelijke oplossing was en dat was de 1 op 1 begeleiding waarvoor een rugzakje werd aangevraagd. Dat de ouders hieraan niet meewerkten stond netjes vermeld in het rapport en ook dat de conclusies van de onafhankelijk psycholoog niet werden aanvaard wegens ‘verouderde conclusies.(sic). Heel fijntjes wordt er in het rapport gewezen op de samenwerking van het samenwerkingsverband met jeugdzorg, GGZ, en nog een paar andere instituten die allemaal meevreten uit de grote ruif. De opsomming is tegelijkertijd een waarschuwing aan de ouders “meewerken of….” En hou heel dat apparaat maar eens tegen.

 

Het passend onderwijs is een enorme pot met geld voor de samenwerkingsverbanden onder leiding van Keet Kervezee en Sjoerd Slagter,  want ook in het voortgezet onderwijs wordt passend onderwijs ingevoerd. Een enorme pot geld die straks beheerd wordt door de samenwerkingverbanden die het passend onderwijs moeten implementeren in de scholen. Als het een beetje meezit verklaren de samenwerkingsverbanden op basis van ongekende en oncontroleerbare testjes  50 procent van onze basisschoolkinderen ADHD-er, PDD-NOS- er, Autist, of behept met dyslexie, dyscalculie of een andere nog uit te vinden afwijking. En voor elk kind is de oplossing een 1 op 1 benadering. De ouders staan er bij, kijken er naar en zijn volstrekt rechtenloos volgens een rapport van de geschillencommissie basis- en voortgezet onderwijs naar aanleiding van de invoering van het passend onderwijs.

 

Wel zo gemakkelijk, een klas met 20 leerlingen, 10 begeleiders en 1 zielige incompetente leerkracht. 

 

Jesse Jeronimoon

 

  


----------
 
 
17-12-2012, reactie van moby
Zo diep is het basisonderwijs dus gevallen. Wat een beschamende vertoning over de ruggen van kinderen en onwetende ouders. Intussen schijnen niet alleen kinderen ten prooi aan externe bureaus, maar ook de leerkrachten, zo las ik op de BON-site (Alemere). Dit alles kost buitengewoon veel belastinggeld terwijl de opbrengsten nihil en zelfs contra-productie blijken te zijn.
Ik weet heus wel dat de traditionele juf of meester er ook wel eens naast kon zitten bij de beoordeling van kinderen, maar zij hadden tenminste geen extra prijskaartje van duizenden guldens of euro's om aan het miskleunen toe te voegen!
Het hele systeem van WSNS in combinatie met 'het nieuwe leren' blijkt doodeenvoudig onwerkbaar. Leerlingen hollen achteruit qua prestaties en leerkrachten zijn dag in dag uit gefrustreerd omdat de eisen onhaalbaar zijn. Daar kunnen zelfs dure 'deskundigen' van buiten niet bij helpen, hoewel zij met hun grootspraak de ouders ernstig weten te intimideren.

Beste lezer, het kan ljken dat Jeronimoon overdrijft, maar helaas is wat hij schrijft de absurde werkelijkheid. Bedenk eens hoeveel externe instanties (externe bemoeials vind ik persoonlijk) zich reeds enige decennia bezighouden met het onderwijs en bezie tevens hoe juist gedurende DIE periode (!) de resultaten achteruit zijn gehold!!
Hoe duidelijker kunnen de aanwijzingen voor het totale failliet van de onderwijsvernieuwing nog zijn!!?
 ----------
Datum: 1-12-2012
 Van Beter Onderwijs Nederland, Amarantis en nieuwe geldsluizen.

 

Het rapport over de chaos bij Amarantis schijnt maandag overhandigt te worden aan de ministeresse. Het concept moet nog even ‘bijgewerkt’ worden, de scherpe kantjes moeten er nog af. Het woord fraude is niet terug te vinden maar zelfverrijking, nepotisme, autocratie, angstcultuur, intimidatie, belangenverstrengeling en meer van dat soort zaken die volgens het ‘fatsoenlijke’ deel van Nederland alleen voorkomen bij ‘hufterig’ Nederland, krijgen een prominente plaats in het rapport. En laat ik nou denken dat onze vereniging Beter Onderwijs Nederland mede veroorzaker is van de ontmaskering van de onderwijsbestuurderen.

Bij de oprichting van Beter Onderwijs Nederland deed schoolbestuurderig Nederland nogal lachend over dat vereniginkje malle Don Quichot achtige types met dwaze idealen over het onderwijs. In al hun hoogmoed en arrogantie wisten de bestuurderen toch als beste wat goed was voor de veranderende wereld namelijk een veranderd onderwijs, het nieuwe leren zou Nederland en daarna de wereld veroveren en zij, de nieuwe bestuurder, bestempelde de leden van BON als zuur, oud en de dagen moe, zeikerds en zeurders, spruitjeslucht verspreidende malloten en rare oproerkraaiers. Een clubje dat het tegen hun intimidatiegeweld niet al te lang zou volhouden, dachten ze.

En dat het buiten de waard gerekend was, weten we nu. Vanaf de jaren negentig wentelde de bestuurder zich in zijn pas verworven autonomie en ging op zoek naar de sleutel van de geldsluizen van de overheid. Geldsluizen die hun tomeloze graaizucht, megalomanie, autocratie en hebzucht moesten bevredigen. Overkoepelende raden werden opgericht, samenwerkingsverbanden, fusie na fusie, dit alles met als doel een nog groter deel van de gigantische overheidskoek in eigen zakken te stoppen. Tot BON zijn intrede deed en al snel de zwakke plek in het bestuurderpantser gevonden had. Jaar na jaar hamerde BON op de slechte besteding van de gelden. Te weinig geld naar het primaire proces, de te dure en te grote schoolgebouwen, de afnemende kwaliteit van de docent, het groter en groter wordende cohort van onbevoegde en meestal onbekwame docenten, de uitdijende bureaucratie, de opeenvolgende reorganisaties en vooral de grote vraag ‘waar gaan al die miljarden naar toe, als ze niet in het primaire proces terecht komen?’ Hoe langer en meer Beter Onderwijs hamerde, hoe platter de reacties van de steeds bozer wordende bestuurder werd met als dieptepunt grootgraaier Pim Pollen met zijn groepje zelfbenoemde onderwijsgoeroes die nog niet zo lang geleden de oorlog verklaarden aan de ‘bruinhemden’ van BON en Ad-met-de-dictatoriale-trekjes.

Op zichzelf niet verwonderlijk. Immers Het was de CBE groep die in de achterkamertjes samen met de raden had bedacht om een lerarenregister in te voeren. De ter ziele gegane SBL was een geschikt voertuig om een en ander te realiseren en binnen de kortste keren waren de contouren van een nieuwe, enorme geldsluis waar te nemen. Een lerarenregister met verplichte scholing en puntensysteem was de meest natte droom van de PéPé- groep en kornuiten zoals S.S. van de VO raad. Alle superlatieven van ‘goudmijn’ tot ‘slapend rijk worden’ zaten verenigd in het lerarenregister. Jammer genoeg liet BON de SBL ontploffen, richtte samen met de vakbonden de onderwijscoöperatie op, met instemming van minister Marja, en toverde een lerarenregister uit de hoge hoed met vrijwillige inschrijving, vrijwillige bijscholing, en onder beheer van de onderwijscoöperatie. Sjoerd en Pim waren als des duivels en vonden de val van het kabinet en de aanstelling van een nieuwe minister de meest uigelezen kans om BON op een zijspoor te zetten. De onderwijscoöperatie kwam en komt onder vuur te liggen. De achterkamertjes doen hun werk, zeker nu want een tweede grote geldsluis wordt opgericht, de geldsluis van het passend onderwijs maar daarover een volgende keer.

Eén voor een worden de graaiende bestuurderen ontmaskerd. De een na de andere school komt onder verscherpt financieel toezicht van de onderwijsinspectie te staan, megalomanie en graaizucht worden openlijk aan de kaak gesteld, de teloorgang van het onderwijs in Nederland staat eindelijk in het volle daglicht. Mede te danken aan de niet aflatende inzet van een clubje vrijwilligers, meestal docenten, oud-docenten en hier en daar een ex- schooldirecteur. En nu komt het er op aan om de onderwijscoöperatie te beschermen tegen de beïnvloeding van buitenaf. BON moet sterker en groter worden. Meer leden, meer zittende docenten lid van BON, nog meer oud-docenten lid van BON, meer managers die het onderwijs in het hart dragen, ‘ docenten van dit land, verenigt U’ en sluit u aan bij de gelederen van Beter Onderwijs Nederland.

Nu nog de ouders, maar die komen wel na de volgende column.

 

J. Jeronimoon
----------
 
 
2-12-2012, reactie van Hals
Tot BON zijn intrede deed.... Is dat wel zo jeronimoon?

Het is al lang geleden dat op BON over Amarantis werd geschreven en de wantoestanden daar aan de kaak stelde. Nu dat rapport er is, wordt de Tweede Kamer pas wakker, tewijl daarin dezelfde feiten naar voren komen als destijds op het forum al te lezen waren, inclusief die meneer die als voorzitter of bestuurslid aftrad, maar wel op de loonlijst onder het mom van adviseur gehandhaafd werd.

Is BON niet eerder dat kleine jongetje op de trubune die heel hard roept dat het bestuur van Ajax maar moet aftreden, en, als dat jaren later dan gebeurt, denkt dat dat is, omdat hij dat destijds zo hard geroepen heeft?
 
2-12-2012, reactie van Jeronimoon
Beste Vriend Hals,

Blij dat je reageert, weet ik ten minste dat je nog leeft. En natuurlijk ouwe grommelpot is het wat overdreven om alle credits aan BON toe te schrijven. Maar ondertussen heb ik dat concept rapportje gelezen want morgen verschijnt een rapport zonder de scherpe kantjes, kwestie van ons kent ons en elkaar niet al te veel afvallen. Dat concept rapportje liegt er niet om en daar staat inderdaad in wat rBeter Onderwijs Nederland al lang roept. En of dat nu dat kleine mannetje bij Ajax is of niet, feit is dat er geroepen is wat we van al die collega's bij Amarantis en alle andere niet kunnen zeggen, ze stonden er bij en keken er naar, ook de GMR. De boel stortte in elkaar en men liet het allemaal gebeuren. Wat ik bedoelde met de column mag duidelijk zijn. BON werd in den beginne zeven jaar geleden weggezet als een clubje ouwe lullen die graag het onderwijs zag terugkeren naar het onderwijs van de jaren vijftig met veel spruitjeslucht. De boven ons gestelden dachten dat op die manier het clubje al snel zou verdwijnen. Niets was minder waar, samen met jou, beste vriend Hals zijn we met de hamer op dezelfde spijker blijven slaan, soms met tegenzin, soms tegen de zin in van mede BON leden, maar we bleven slaan. Wij werden van een clubje dat door manager en bestuurder werd weggelachen een heel irritant clubje die te pas en te onpas de graaizucht, hebzucht en misstanden aan de kaak bleven stellen. Zo ver gingen we dat de CBE groep met daarin Leo Lenssen ( ja die van Amarantis die vier jaar loon kreeg plus emolumenten om niets te doen) het nodig vond BON en zijn leden weg te zetten als bruinhemden. Zo boos was Pim Pollens omdat het lerarenregister hem door de onderwijscoóperatie door de neus is geboord. Ik mocht me verheugen in een bezoekje van Pim Pollens op mijn LinkdIn pagina. Die stuurse kop wou effe weten wie hem zo ongenadig van repliek diende na zijn bruinhemden column.
Trouwens beste vriend Hals, je weet dat een column drijft op overdrijving maar aan de andere kant weet ik dat we jarenlang samen als twee kleine jongetjes op de tribune staan roepen hebben, misschien hebben we wel geroepen 'de keizer loopt in zijn blote kont', en dat zal wel de reden zijn waarom ik nu wekelijks minimaal twee mails in mijn inbox krijg met een roep om hulp of een blijk van steun, zowel van ouders als van collega's en een enkele keer van een directeur met een hart voor onderwijs. Als je niet roept, hoe iel het ook mag klinken, hoort niemand wat.

Vriendelijke groet, en natuurlijk ook de groetjes aan de andere helft van het trouwboekje. Enne.... je hebt toch mijn nieuwste bundel al gekocht?

J.J.
 
3-12-2012, reactie van Hals
Vanzelfsprekend moet je blijven roepen, zoals we dat jaren hebben gedaan.
Je krijgt van mij dan ook op alle punten gelijk. Behalve misschien op het punt van de belangrijkheid van BON. Een club die ik weliswaar een warm hart toedraagt, behalve de linkse reaguurders die het forum nu hebben overgenomen en uit eigenbelang lijken te opereren.

Wat je boek betreft: op een reactie moet je nog wachten, maar die komt er zeker aan.
En wat Hals betreft, die is nog springlevend hoor:-)
 
10-12-2012, reactie van moby
By the way, tussen twee haakjes,
Ik vond de dagboeken van Ton heel interessant, herkenbaar en boeiend om te lezen. Ik vrees echter dat Ton zijn klaagzangen niet langer gepubliceerd wil zien (wat ik ook weer begrijp; wie wacht op klagende meesters en juffen?) , want al een tijdje hapert het vervolg. Best jammer wat mij betreft.
Gelukkig hebben we Inge Braam nog voor de echte inkijk in het dagelijkse schoolleven.
 ----------
Datum: 27-11-2012
 Niemand op school? Laat die onderwijsmanager eens een half jaar voor de klas staan.



Onze onderwijsmanager heet niet van DIemen maar hij heeft wel dezelfde arrogante trekjes die het gros van de Nederlandse onderwijsmanager die hun verhaaltje naar de volkskrant stuurt kenmerkt. Onze manager komt ook uit het bedrijfsleven, hij deed iets onduidelijks bij TNT en is daar wegens reorganisatie ontslagen. Het onderwijs leek hem wel een veilige haven tot aan zijn pensioen en we weten dat hij zijn plekje in schaal 13 vooral heeft gekregen door zijn passie voor zeilen, een passie die hij deelt met de sectordirecteur die hem heeft benoemd.

Net zoals van Diemen heeft hij geen flauw benul van wat onderwijs inhoudt, wat de werkzaamheden van een docent zijn, hoe een gemiddelde lesdag verloopt. Dat komt omdat hij op maandag en donderdag niet voor 14.00 uur in zijn kantoor te vinden is. Niet dat hij dan zijn licht opsteekt in klaslokalen of electronische leeromgevingen maar dan schijnt hij aanwezig te moeten zijn op managersoverleg. Op woensdag van 9.00 uur tot 12.00 uur is hij ook voor niemand te bereiken want dan is er locatiemanagementsoverleg met de teamleiders van de locatie. Daarna heeft onze onderwijsmanager zijn halve vrije dag. Dat komt omdat hij in het begin van zijn carrière bij ons op school had gelezen dat de roostermaker voor elke docent probeerde een vrije middag per week in te roosteren. Dat het niet lukte bij drie op de vier docenten was voor hem van geen enkele betekenis, de docenten, zijn ondergeschikten hadden recht op een halve vrije dag, dus de manager ook, punt, uit.

Op de halve dagen dat onze manager op school is heeft hij het dan ook druk, druk, druk, zegt zijn secretaresse. Die moet er namelijk voor zorgen dat niemand hem stoort bij zijn hoogst belangrijke werkzaamheden die hij uitvoert met heel veel koffie. Gezeten achter zijn bureau met vergadereiland, achter de gesloten deur van zijn kantoor blijkt hij dan moeilijke budgettechnische berekeningen te maken, zegt zijn secretaresse. Hij heeft het zo druk dat het voor hem onmogelijk is om elke docent jaarlijks één keer per jaar in te roosteren voor een functioneringsgesprek. We hebben in de wandelgangen gehoord dat de sectordirecteur himself voor onze onderwijsmanager een lans heeft gebroken bij de voorzitter van de raad van bestuur en dat het daardoor komt dat wij nu om de twee jaar ingeroosterd worden voor een functioneringsgesprek.

Maar het moet gezegd, de plenaire vergaderingen worden zes keer per jaar geopend door onze manager, waarna hij verdwijnt voor een of andere dringender bijeenkomst of vergadering. Ook is hij aanwezig op elke koffiepauze met verjaardagstaart, zonder verjaardagstaart vind hij er waarschijnlijk geen moer aan want dan zien we hem niet. Gezellig samenzijn en welkomstborrel voor de nieuwe docenten, nieuwjaarsborrel, gezellige evaluatie met borrel na de open dagen, kerstviering met door onze bakkersafdeling verzorgde kersstol, jaarafsluiting met borrel, zijn de uitgelezen momenten om een praatje te slaan met onze onderwijsmanager dan heeft hij wel even de tijd om ‘te communiceren met zijn personeel’.

Maar waar onze onderwijsmanager vooral goed in is, is in het terugdringen van het ziekteverzuim. Collega overspannen? Dan laat onze manager binnen de drie dagen zijn secretaresse met de collega bellen om te vragen of de collega na drie dagen slapen ‘nog een beetje moe is?’ En of de collega wel weet dat het hele rooster moet worden omgegooid om hem te kunnen vervangen en dat ouders beginnen te klagen over uitvallende lessen en dat de bedrijfsarts gevraagd is om de collega zo snel als mogelijk is op te roepen voor een indringend gesprekje. Raar maar waar, het werkt. De meeste overspannen collega’s zijn al binnen de vier werkdagen terug op school, om binnen de maand alweer te verzuimen, maar dan voor altijd.

Onze onderwijsmanager is vorig jaar acht weken ‘ziek geweest’. Niemand vroeg naar hem of zijn gezondheidstoestand, er was geen vervanging en alles liep op rolletjes want we regelden alles zelf, en vooral, we hebben die acht weken het minste werkdruk gehad en het minste ziekteverzuim in jaren.

 

Jesse Jeronimoon    
----------
 
Datum: 21-11-2012
 ACTIE PRIKKLOK

Eens in de zoveel tijd is er wel een onderwijsbobo die de leerkracht en de goegemeente er op wijst dat het met de werkdruk in het onderwijs wel meevalt. Zoals deze week de kersverse onderwijsmanager de heer van Diemen, weggerukt uit het bedrijfsleven en in het warme bad van het onderwijs belandt, die na een paar maanden vooral na vier uur in een onderwijsgebouw heeft rondgedwaald en geen docent meer tegenkwam om vilein leeg te lopen in deze krant. Ik kon de grijns op de man zijn gezicht toen hij dat stukje met twee vingers tikte mij zonder enig probleem voor de geest halen, een grijns die getuigt van een soort van jaloezie die alleen op wel heel omhooggevallen types hun lippen verschijnt. En het gepeupel lacht in het vuistje als ze het stukje lezen, zij wisten het al lang dat die leerkrachten een veredeld soort luiwammesen zijn met wel heel veel te veel vakantiedagen. Blijkbaar schijnt in dit land niemand op de hoogte te zijn wat het is om docent, onderwijzer of leraar te zijn. Dan wordt het de hoogste tijd dat wij met zijn allen dat laten weten. We starten de ACTIE PRIKKLOK 

Jaren lang heb ik minzaam geglimlacht als ouders tijdens een tien-minuten-gesprek het nodig vonden mij te wijzen op mijn luizenbaan met lange vakanties. Jarenlang heb ik gevonden dat mijn leerlingen belangrijker zijn dan mijn gezin, ook als mijn partner mij boos vroeg of ik nu echt élke avond lessen moest voorbereiden of toetsen nakijken. Jaren lang heb ik gevonden dat mijn middagpauze niet zo belangrijk was en dat zwakke leerlingen recht hadden op toezicht zodat ze niet het hoofd werden ingeslagen door de medeleerlingen. Jarenlang heb ik met lede ogen gezien hoe mijn manager het taakbeleid dankbaar misbruikte om mij en mijn collega’s alle door hem verzonnen taken toch uitgevoerd te krijgen. Jarenlang, jarenlang, jarenlang. De beste jaren van mijn leven. En daar komt morgen een einde aan. HET IS GENOEG GEWEEST!

Wij eisen van onze managers een prikklok, zo een ding waar je een kartonnetje in duwt bij binnenkomst, het registreert de binnenkomtijd en als je weer weggaat doe je dezelfde handeling en dan registreert het de buitengatijd. Het verschil tussen deze twee tijden is de gewerkte werktijd. Kind kan de was doen. Wij EISEN zo een klok, bij het begin van het nieuwe jaar zodat alle tijd die de docent op school doorbrengt, netjes genoteerd wordt. Verder géén toetsen meer mee naar huis, nakijken op school. Dit wil zeggen dat de school dus ook de eerste twee weken van elke vakantie open moet zijn om de docent de kans te geven op zijn werkplek het nakijken mogelijk te maken. Ouderavond, tjingggg zei de klok, tien-minuten-gesprekken, tjinggg zei de klok, leerlingenfeestavond, tjinggg zei de klok, vergaderingen, tjinggg zei de klok, vult u verder maar aan, tjingggg zei de klok. Nee we hebben geen baan van negen tot vijf en dat zullen we bewijzen ook, dank zei de prikklok.

Ik roep de vakbond op om de liezen in het vet te gooien, en hun meest rechtskundige juristen nu al te scholen want er zal beroep op gedaan worden. Immers als de klok op 1659 uur staat houden we er mee op, dan hebben we de uren waarvoor we betaald worden uitgevoerd. Dan zit het werk er op en kunnen we met vakantie. Aangezien de  onderwijsmanager rekent met een schooljaar van 37 weken waarvan er 10 weken opzitten hebben we nog 27 weken te gaan of te wel nog 1210 uur, moet lukken vóór eind mei, en dan leggen we de riem er af, klaar, de taak zit er op, dat was het dan, zoek de rest zelf maar uit meneer de onderwijsmanager en steek dat taakbeleid maar in het deel van de rug, waar hij net van naam verandert.

ACTIE PRIKKLOK, is het enige wat nog rest om de politiek, de managers en de goegemeente duidelijk te maken dat het docentenbestaan géén luizenleven is met veel vakantie en een beetje ouwehoeren met leerlingen. Actie prikklok is nog de enige mogelijkheid om duidelijk te maken dat het afgelopen moet zijn met de man of vrouw voor de klas weg te zetten als een stelletje sukkelaars die álles pikken, zelfs het afpakken van vakantiedagen of het inleveren van loon. Ik weet het, het is de hardste actie die wij, de slaven van het krijtje, kunnen voeren, maar wat moet, moet. Eis die prikklok, NU en op naar de 20 weken vakantie per jaar, want dát verdienen we.

Jesse Jeronimoon; publicist, auteur.


----------
 
 
23-11-2012, reactie van Basta
U verwacht misschien iets te veel van de 'bonden'. Na de overheid en de VO-raad werken zij
de docent het meest tegen.
En vele brave collega's financieren die tegenwerking ook nog eens met hun maandelijkse
contributie.
Triest en treurig......
 
23-11-2012, reactie van Jeronimoon
Beste Basta,
Daar heb je gelijk in. De vakbonden hebben niet alleen een en ander laten liggen, of op de meest ongepaste momenten de oogjes dichtgeknepen en zelfs meegehuild met de wolven ( lees de Slagters van deze wereld) in het bos.
Laat ik het zo stellen. Als ik mij begin mei tot de vakbond zou wenden met mijn prikklokkaart in de hand waarop duidelijk vermeld staat dat ik niet alleen mijn 1659 uur heb volgemaakt maar ook nog op de plaats aangeduid door mijn werkgever, namelijk de school waar die prikklok staat, en ik dus in principe volgens de cao mijn jaartaak heb vervuld, zou dan de vakbond bereid zijn mij juridisch bij te staan omdat mijn werkgever mij natuurlijk wil ontslaan wegens insubordinatie? Ik hoop van wel, anders moet de vakbond onmiddellijk ophouden met vakbond zijn, of te wel werknemersbelangenbehartiger.
 ----------
Datum: 16-11-2012
 Beste Blogbezoeker. 



Vanaf vandaag is het startsein gegeven van 'de dagboeken van Ton' . Je vindt het item in het keuzemenu links. Dank zij Aad Vlag, die zo vriendelijk is geweest om belangeloos en voor noppes een hele avond en nacht te knutselen aan de website is het mogelijk geworden om de dagboeken ook als een blog op te zetten. Wat dus onmiddellijk wil zeggen dat u zich net als op deze blog kan 'inschrijven'. WIl je op de hoogte blijven van elk nieuw stukje dat wordt toegevoegd, gewoon e-mail adres invullen op de blog van 'dagboeken van Ton' en net zoals bij deze blog krijgt u dan automatisch een mailtje toegestuurd. 



Ik heb besloten om de reageerknop bij de dagboeken weg te laten. Reden hiervoor is eigenlijk eenvoudig. Jaren heb ik aan Ton zijn hoofd gezeurd om zijn verhaal te mogen vertellen. Jarenlang heeft Ton publicatie, ook al is dat maar op een blogpagina, niet gewild en ergens was dat ook te begrijpen het wordt geen vrolijk verhaal en dan druk ik mij een beetje eufemistisch uit. Enfin, in overleg met Ton denken we dat het beter is dat, indien u wil reageren, u dat gewoon kan langs mijn e-mail adres jeronimoon@online.nl of op de gastenboekpagina.





 
----------
 
 
13-11-2012, reactie van aad
reactie
 ----------
Datum: 14-11-2012
 De vrije markt.



Jarenlang hebben de onderwijsmanagers geijverd om ‘meer autonomie’ en na een tijdje kregen ze dat ook. ‘Zoetermeer’ zou wat minder over de schouders kijken, de lump sum invoeren en scholen kregen de mogelijkheid om zich ‘op de markt te begeven’. Cursusje hier, cursusje daar, cursusje voor het bedrijfsleven, ander cursusje ter vervanging van de moeder-Mavo, het kon allemaal. Scholen zorgden voor een derde, vierde en vijfde geldstroom. Leve de vrije markt, leve de ondernemingsgezindheid van bestuurder en manager.

De door eigen schuld in financiële moeilijkheden geraakte roc’s zoals Zadkine en Amarantis vervulden de taak van cursusjesmachine met volle overtuiging en toen de regering besloot om de inburgeringscursussen over te laten aan de roc’s stonden ze als eerste in de rij om het handje op te houden en het deksel van hun geldkist wagenwijd open te zetten. De kassa’s rinkelden onophoudelijk. Al slapende waanden ze zich rijk. Een lokaal met tien computers, twintig inburgeringscursisten met hoofdtelefoon en twee aan twee achter de computer en een of andere mevrouw ( meestal) die zichzelf inburgeringsspecialiste noemde nadat ze tien jaar specialiste voorleesmoeder was ‘begeleidde’ het computergehannes van de inburgeraars. Ondertussen werden de overheidsgelden gebruikt om de bureaucratie wat aan te scherpen, wat glossy’s in elkaar te zetten en niet te vergeten de laatste ‘steentjes’ bij te dragen aan de aankoop van nieuwbouw of huren van een mooi kantoor voor de grote baas ergens op de zuidas, of andere gewilde toplocatie.

Tot 2007 de regering besliste dat ook de inburgeringscursussen moesten worden overgelaten aan de tucht van de vrije markt. De overheid voorzag dat de roc’s een veer zouden moeten laten betreffende de inburgeringscursussen en schonk 122 miljoen aan de roc’s voor ‘te voorziene derving’. En de roc’s rekenden zich rijk. Volgens de bestuurder zou het natuurlijk geen moeite kosten om minimaal 80% van de cursussen alsnog binnen te rijven wegens jarenlange ervaring en dat mocht wat kosten. Het nieuwe gebouw mocht rustig 125 miljoen kosten in plaats van 75 miljoen ( Leiden) de overheid doneerde toch miljoenen ‘dervingskosten’.

De arrogantie werd al snel afgestraft. Roc bestuurders, rechtstreeks van het bestuurderspluche van gemeente, tweede kamer of stad, stuurden offertes naar oud collega burgemeesters, gemeentesecretarissen en wethouders om daarna een telefoontje  met een knipoogje te plegen en een uitnodiging om samen met moeder de vrouw tijdens een dineetje in een sterrenrestaurant op kosten van de school  van gedachten te wisselen over inburgeren en cursussen. Dat het dineetje en het netwerkje niet het nodige effect had lag meer aan de torenhoge offertes waar kleinere bureautjes met gemak onder doken dan aan de kookkunsten van de chef. Dat komt er van als je op papier de veredelde voorleesmoeder een loon betaalt ter hoogte van een LD docent, en per drie cursisten in de offerte twee voorleesmoeders calculeert.

Conclusie van dit alles: Roc bestuurders weten verduiveld goed hoe ze het geld over de balk moeten gooien maar weten niet hoe de ‘vrije markt’ werkt want dat is iets met loven en bieden en daar hebben bestuurders een hele grote hekel aan, hun financiële  wil is wet, denken ze. En daarom willen ze nu van de overheid 100 miljoen euro ter compensatie van het verlies dat ze geleden hebben. Ze hebben de voorleesmoeders hun tijdelijke contracten niet verlengd, en die nieuwe gebouwen die ze hebben aangekocht en afgedekt met derivaten alles ten behoeve van de inburgeringscursussen, niet te vergeten al dat ict gedoe speciaal aangeschaft voor de cursussen en al dat papier van die gedrukte cursussen die nu totaal onbruikbaar zijn geworden moet natuurlijk op de een of andere manier gecompenseerd worden, liefst door de belastingbetaler.

En wat antwoordde spiksplinternieuwe minister Lodewijk, “Niet zeuren, ga je schamen, graaier,  je hebt al 122 miljoen gehad.”

Adviesje aan de bestuurder, probeer het eens bij Jet, die heeft ervaring met besturen van een school, diplomafraude en afknijpen.

J. Jeronimoon
----------
 
Datum: 12-11-2012
  

Voorwoord

 

Het was eind jaren negentig toen ik Ton voor het eerst ontmoette. Hij was nog docent natuurkunde aan wat toen nog het vbo heette, het voorbereidend beroepsonderwijs, maar keek uit naar een andere baan. De nieuwe leerwegen, het opheffen van de mavo en zijn zogenaamde deeltijdklus als middenmanager begonnen hem de kriebels te bezorgen. Liefst had hij gewoon weer voltijds les gegeven en allerliefst aan de leerlingen van het mbo.

Ton was een bezig baasje en niet te stuiten, recht door zee en zoals hij het dacht kreeg je het ook, geen franjes, geen tierlantijntjes, recht op zijn doel af, je wist wat je aan hem had. Een ongebreidelde werklust waar zijn leerlingen, de ouders en vooral de managers heel dankbaar voor waren, tot het niet meer kon en Ton door zijn eigen geest en lichaam teruggefloten werd.

Ton was gezegend met een aanstekelijke lach en een gezonde dosis humor en van lieverlee werden wij van collega’s tot vrienden. Regelmatig telefoneerden wij elkaar en later werd dat mailen. Alle onderwerpen kwamen aan bod, als het maar over onderwijs ging. Ton ademde en at onderwijs, het zat hem in het bloed en kroop onder zijn huid, zelfs in de vakanties was Ton bezig voor de school, de leerlingen en zijn vak. Of hij een goede docent was? Weet ik niet. Ik ben niet van de intervisie en van de feedback, maar ik denk wel dat hij een goed docent was. Eerstegraads bevoegd, gedegen vakkennis en jarenlang in het onderwijs zonder een spatje twijfel of hij niet eens wat anders moest gaan doen.

De fusies gaven hem een knauw. “Leerfabrieken volgestouwd met managers en hotemetoten die met moeite kunnen lezen, rekenen en schrijven,” Liet hij zich eens ontvallen in een telefoongesprek maar dat was nog vóór hijzelf middenmanager werd. Ergens in zijn dagboeken heeft hij over zijn tijd als middenmanager geschreven over de kinnesinne, de kuiperijen en de huichelende bestuurder. Toen ik het las werd mij pas duidelijk waarom Ton na zoveel jaar in het voortgezet onderwijs koos voor wat hij dacht de luwte van het mbo te zijn.

Enfin, het gaat niet goed met Ton de dag van vandaag, zeg maar gewoon slecht. Ten onder gegaan aan kuiperijen, kinnesinne en huichelaars zowel onder zijn collega’s als managers. Al bij al is het een verhaal van langer dan tien jaar maar de laatste zeven-acht jaar heb ik die goeie ouwe Ton zien en horen aftakelen. Wat managers in het onderwijs teweeg kunnen brengen is moeilijk met een pen te beschrijven..

Niemand weet er van en Ton zweeg als het graf, ‘gelaten droeg hij zijn kruis’ vertelde hij mij nogal vermoeid, alleen weet hij niet hoe dikwijls hij moet vallen alvorens de bevrijding komt, in welke hoedanigheid dan ook.

Het verhaal van Ton is een verhaal dat hoe dan ook verteld moet worden maar is niet te gieten in een roman of andersoortig literair gebeuren. Te veel personen, te veel verhaallijnen en vooral te veel ongeloofwaardige zaken. Dingen die gebeuren waarvan iedereen denkt ‘dat kan niet in Nederland, dat is volstrekt onmogelijk want hier is alles zo goed geregeld.’ Niet dus.

En daarom heb ik Ton gevraagd om zijn dagboeken te mogen publiceren. De dagboeken vanaf het jaar 2000, zijn overgang van voortgezet onderwijs naar middelbaar beroepsonderwijs. Aangezien twaalf jaar wel erg veel is, begin ik het verhaal op 1 januari 2005 dat een verschrikkelijk jaar zal worden voor die goedlachse altijd opgeruimde Ton. En natuurlijk veroorloof ik mij enige dichterlijke vrijheid en daarmee bedoel ik dat sommige zaken duidelijk moeten worden gemaakt en ik daarom dagboekfragmenten van vóór 2005 zal verwerken, maar alleen om te verduidelijken, niet om te romantiseren of iets ergers te maken of uit zijn verband te rukken, niets van dat alles.

Mettertijd zal de rauwe werkelijkheid ook u naar de keel grijpen en een aantal zaken zal u ongeloofwaardig overkomen en hier moet u het doen met mijn garantie dat geen woord, geen letter komma of vraagteken gelogen is. Zoals Ton het schreef in zijn dagboeken, zo zal u het lezen.

 

J. Jeronimoon


----------
 
Datum: 8-11-2012
 Pesten



Of ik geschrokken ben van de zelfmoord? Niet echt. Ook niet nadat duidelijk werd dat de jongen jarenlang gepest was? Ook niet. Ho, Waarom niet? Gewoon, omdat ik weet dat je niet kan bedenken wat mensen elkaar aan kunnen doen. Verder schrik ik er niet van omdat wat nu bekend is waarschijnlijk het topje van de ijsberg is. Bob van der Meer, pestexpert, zal er waarshchijnlijk wel meer van weten maar ook deze man is jaren niet serieus genomen. Pesten zal wel eens voorkomen denkt de goegemeente en denkt er dan vooral bij dat het wel voor het grootste deel aan het lijdend voorwerp zelf ligt. Want zeg nou zelf iemand met rood of raar haar, een beetje bochel op de rug, een raar loopje of misschien wel een beetje te dik, die vraagt er toch om?

Trouwens, een beetje afwijkende mening is tegenwoordig al genoeg om met haat-mail, kogelbrieven, intimidatie of dreigtelefoontjes geconfronteerd te worden. Leve de vrijheid van meningsuiting, zolang het maar onze mening is, anders zwaait er wat.

Ik weet het, het overgrote deel van de gepesten is doorgegaan met zijn leven, hebben op een bepaalde manier hun draai gevonden en hebben de wereld ingedeeld in ‘te vertrouwen’ en ‘niet te vertrouwen en dat eerste deel is heel, hééééél klein, maar vooral overzichtelijk. Het tweede deel is te rekenen tot de ‘grote boze buitenwereld’ en wordt op zo groot mogelijke afstand gehouden.

En soms gebeurt het dat een jonge man van twintig, met nog zijn hele leven voor zich, kiest om uit dat leven te stappen. Niet verbazingwekkend eigenlijk na vijftien jaar nutteloos bestaan of het zou moeten zijn dat het gepest worden nut heeft. Voor diegene die pest waarschijnlijk wel en die is al op zoek naar het volgende slachtoffer, wat ik je brom.

Al bij al heeft het mij er toe gedwongen om in een uigebreid gesprek met mijn beste vriend en ex-collega Ton om de tafel te gaan zitten. Ton is namelijk ook gepest en niet zo een klein beetje. Al jaren ben ik voor Ton iemand uit dat héééél klein deeltje mensen dat te vertrouwen valt en al jaren hebben we regelmatig contact over zijn wel en wee. De laatste jaren meer over het wee dan over het wel. Al dikwijls heb ik hem gevraagd om zijn dagboek te mogen publiceren en al jaren weigert Ton. Zoals elke gepestte vind hij zijn eigen persoontje te miezerig en te klein om ook maar een woord over vuil te maken. Gelukkig voor al diegene die van deze aardige, vriendelijke begeesterde en bevlogen leerkracht een zielig hoopje ellende hebben gemaakt.

Ton was wel geschrokken van de zelfmoord, het herinnerde hem aan zijn diepste dalen van de afgelopen acht jaar. Dalen waarin hij zich afvroeg welk een waaier van spetters zijn hersens op de muur achter zouden achterlaten als hij zich met zijn karabijn en één hagelpatroon door de mond schoot. Of die keren dat hij met zijn ogen dicht over de kleine onbewaakte overweg ergens in een ver land door het rode licht reed en verbaasd om zich heen keek omdat die trein toch minder snel reed als eerst gedacht. Hoe dikwijls hij aan een ‘van Breukeltje’ dacht als hij het woordje ‘dreef’ las. Ton weet wel wat er door die jongen heen is gegaan, het is ook door hem heen gegaan maar Ton is er nog en weet ook niet waarom.

Het mag, ik mag zijn dagboeken publiceren, samen met hem. Dit weekend bespreken we hoe we een en ander gaan aanpakken en hier op de blog plaatsen. Maandag beginnen we er mee in een nieuwe rubriek op de website. Een titel hebben we al “Geen regenboog achter de kim” en maandag begin ik met een voorwoord. Tot dan.

 

Jesse Jeronimoon

 
----------
 
Datum: 5-11-2012
 Niet boos, maar teleurgesteld.

 

Het werd weer even de tijd om de pen aan de kant te gooien en me ledig te houden met handenarbeid, het zogenaamde klussen. Doe ik altijd als de berichtgeving mij de spreekwoordelijke strot uithangt en de teleurstelling van mijn gezicht is af te lezen. Teleurstelling? Ja. Geen boosheid? Nee, geen boosheid.

Die teleurstelling komt eens inde zoveel tijd zijn kop opsteken. Zoals die keer dat de vijf auto’s van de collega’s, de mijne incluis, met twee kapotte achterbanden op de parkeerplaats bij de school stonden. Een snode leerling had het nodig gevonden om een grote spijker schuin tegen elke achterband te zetten zodat bij het wegrijden de spijker met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zich in het rubber zou boren. En hij had gelijk,  tien kapotte banden. Op zo een moment word ik niet boos maar ben zo enorm teleurgesteld in deze  innovatieve manier van het gebruik van een spijker dat ik mij afvraag of ik nog wel verder moet in dit vak.

Of die keer dat alle collega’s na twee geslaagde open dagen nog even onder het genot van een biertje of sapje de dagen evalueerden. Allemaal blij en opgelucht, veel nieuwe inschrijvingen, en de school weer eens goed op de kaart gezet bij de doelgroep. En toen ik even een luchtje ging scheppen en een sjekkie roken de directeur plots naast me stond, een rokertje in de ene hand, andere hand in de broekzak en wiebelen, je kent dat wel die ontspannen houding die elke patjepeeër perfect uit kan voeren. Dan op een heel ontspannen manier meedeelde “volgend jaar kunnen de helft van de collega’s er uit.” Een beetje onthutst bekeek ik hem, maar hij gunde me geen blik. “Er komt een reorganisatie en de vernieuwing van het onderwijs maakt het mogelijk om instructeurs in schaal 7 te benoemen.” Ik vroeg hem of hij dat meende. “Jazeker, bij de onderwijsvernieuwing moeten leerlingen zelfstandiger aan de slag, dus de docent wordt dan meer een bewaker van het leerproces, meer een boekhouder met portfolio’s en zo. En waarom zou ik iemand in schaal tien en elf voor begeleider laten spelen? Dat kan iemand in schaal zeven ook.” Mijn verstand stond even stil. Ook al wist ik dat hij te dom was om dit zelf te bedenken en dat de dagen op de hei met het bestuur en een of andere schoolbegeleidingsdienst dit had verzonnen, toch ontkwam ik niet aan dat overweldigend gevoel van teleurstelling. Wou ik hier aan meewerken?

Dus dat regeerakkoord bezorgde mij een dejavu. Het lijkt wel, nee het is zo dat de leraar, de onderwijzer, de man of vrouw voor de klas de rekening gepresenteerd krijgt van het debacle van de onderwijsvernieling. De rekening van de graaizucht, megalomanie en bouwwoede van bestuurderen, het falende toezicht van inspectie en andere toezichthouders, de blinde machtswellust van de voorzitters van de Raden, de financiële strapatsen van rare bestuurders die ‘besturen’ vooral in verband brengen  met zoveel mogelijk belastinggeld langs deuren en ramen eruit te gooien. Maar zij blijven buiten schot, aan hen wordt niet geraakt, de slaaf van het krijtje, en zijn leerling of student betalen de prijs voor de veranderde wereld waarin stupiditeit en onnozelheid tot ‘kerncompetenties’ zijn gebombardeerd. Wat moet je er mee?

Ik word niet boos, ik ben wel heel teleurgesteld.

 

Jesse Jeronimoon 
----------
 
Datum: 24-10-2012
  Rekken en er bij blijven.

 

Het is zover, virtueel is ROC Zadkine failliet. In alle hoeken en kanten wordt naar een mogelijke oplossing gezocht om het wangedrocht overeind te houden en natuurlijk is een deel van de oplossing het ontslaan van 125 Fte’s bovenop de reeds aangekondigde 250 Fte’s. Reken maar dat er zo’n 450 medewerkers de nog niet betaalde panden mogen verlaten omdat de megalomane vastgoedactiviteiten van het vorige bestuur het ROC de das hebben omgedaan. Ik persoonlijk vraag mij af wat vastgoedactiviteiten met onderwijs te maken hebben, maar ja ik ben dan ook geen megalomane bestuurder.

De nieuwe onderwijswoordvoerder van de VVD blijkt een volle nicht te zijn van de oude onderwijswoordvoerder, de door ons allen gekende in one-liners pratende ‘geen gelul, de leraar op nul’ Tonnetje Rond Elias. Ik verdenk haar er van ook niet te veel kaas gegeten te hebben van onderwijs waardoor het schofferen van hardwerkende docenten wat betreft de VVD gewoon door kan gaan. Over Zadkine had ze maar één mening: ‘de boel failliet laten gaan dan kunnen die 18.000 leerlingen hun heil zoeken in andere ROC’s en de docenten kunnen daar ook heen.’ Eigenlijk moet je geen woorden vuil maken aan deze keiharde opstelling, alleen jammer dat ze met geen woord repte over de bestuurder, de raad van toezicht en al die andere hotemetoten die het faillissement van een door de overheid zwaar gesubsidieerde instelling voor elkaar kregen.

En toch, mijn werknemershart verafschuwt de opstelling van de VVD woordvoerder maar ergens piept een stemmetje ‘en waarom niet failliet laten gaan?’ Omdat ik weet hoe een en ander in zijn werk gaat, daarom piept dat stemmetje want wie nu gedacht heeft dat een voorzitter van de raad van bestuur in zijne eentje de pandjes heeft uitgezocht, de leningen is aangegaan, de verbouwinkjes tot school heeft verordonneerd en de miljoenen langs ramen en deuren eruit heeft gegooid, heeft het faliekant mis. Niet dat hij geen eindverantwoordelijke is, maar ook de collega’s docenten van het Zadkine hebben boter op het hoofd. En alvorens mij te kielhalen, eerst verder lezen.

Een bestuurder droomt altijd van groter, meer, macht en zonneschijn en daarom ontbiedt hij in audiëntie zijn eerste beleidsdeskundige. In een praatje van een paar uurtjes geeft hij zijn visie op de toekomst van de school. De beleidsdeskundige heeft een paar dagen de tijd om een eerste raamwerk van de visie in elkaar te flansen en legt dat ter goedkeuring voor aan de voorzitter van de raad van bestuur die heel opgetogen denkt: ‘En dat heb ik dus bedacht.’ Het raamwerk wordt dan met behulp van een organisatiedeskundige en de andere beleidsdeskundigen in de school verder uitgewerkt tot een verdiepende visie omtrent de toekomst van de school, vooral aan het stukje ‘behoud van werkgelegenheid’ wordt veel tijd besteedt. De eerst tonnetjes euro’s zijn daarmee in het putje verdwenen. De medezeggenschapsraad mag dan zijn toestemming geven over de visie op de toekomst en krijgen het hele document te laat toegestuurd, komt daarbij dat het merendeel van de MR niet durft toe te geven er eigenlijk geen snars van begrepen te hebben en de toestemming is een hamerstuk. Dan kan het grote werk beginnen. Een tweede ploeg externe organisatieadviseurs gaan met de bestuurder en zijn toekomstvisie aan het werk en altijd, altijd, maar dan ook altijd moet ten eerste de organisatie op de schop genomen worden en ten tweede er moeten andere, nieuwe of betere gebouwen komen. Het is dus kopen, verkopen en verbouwen en dan kijkt de school op geen miljoentje of tien, twintig, dertig, of honderd. Elk jaar komen er tientallen miljoenen binnen en eens dat je gewend bent om met tonnen om te gaan is 2500 euro peanuts , wisselgeld, ook al is dat het doorsnee netto loon van de werknemer. Uiteindelijk blijkt de visie geen visie maar luchtfietserij en heeft de school na een paar jaar tientallen miljoenen door de plee gespoeld, op het primaire proces enorm bespaard en moet reorganiseren om het failliet te vermijden.

En wat je mij nou niet kan wijsmaken is het enige feit dat niemand van de docenten dit heeft zien aankomen. De MR bestaat voor het grootste deel uit docenten, elke aankoop of bouw van een nieuw gebouw wordt breed uitgemeten en ‘extra gecommuniceerd’ met de werkvloer en als het een beetje meezit mogen de werknemers bij de inhuldiging van het nieuwe gebouw meegenieten van de hapjes en de drankjes. Elke docent voelt toch aan zijn water, en zeker bij Zadkine met heel veel nieuwe gebouwen, dat het niet kan? Elke docent weet toch dat op de een of andere manier al dat geld voor die gebouwen verdient moet worden? Ze waren er toch bij toen de eerste reorganisatie werd ingezet? Ze hebben toch ook gezien dat de kwaliteit van de nieuwe docenten recht evenredig was met de bekwaamheid en de inschaling van die docenten? Het kan er bij mij niet in dat in Zadkine alleen maar dove, blinde en zwijgende docenten rondliepen.

Natuurlijk, ik ben de eerste die begrijp dat intimidatie werkt, kijk maar naar Lance en ik ben zoals reeds gezegd collega onder de collega’s ook al werk ik aan de andere kant van het land. Daarom collega’s van het Zadkine, jullie voormalige bestuurders hebben die school van jullie aan de rand van de afgrond gebracht, en jullie hebben op zijn minst jezelf afgevraagd ‘van wat doen ze het allemaal?’ en verder gezwegen en gehoopt dat het jullie tijd wel zou duren. Niet dus!

Jullie gaan niet failliet! Die oplossing komt er wel, Marja wil wel een hypotheekje verstrekken en de banken weten ook wel dat er jaarlijks honderden miljoenen vanwege het rijk worden gedoneerd, die gaan echt de kip met de gouden eieren niet slachten. Maar collega’s van het Zadkine, deze keer is het menens, het gaat over jullie banen, jullie leerlingen en jullie school. Zit die MR achter zijn vodden, doe een beroep op de vakbonden, wees niet blind, doof en zwijg niet als het graf, alleen bange mensen worden geslagen. Daarom, deze keer, rekken en er bij blijven.

 

Jesse Jeronimoon
----------
 
Datum: 22-10-2012
 Nostalgie?

 

In de paar daagjes rust die ik mezelf heb gegeven heb ik even de computer ‘opgeschoond’. Alle oude soms half afgewerkte columns bij elkaar in een mapje gezet. Ik schrok van de hoeveelheid tekst de dat werkje opleverde. Sommige columns nog eens herlezen en bij heel veel kon ik mij nog precies voor de geest halen het waarom en het wanneer van de column.

En eentje die niet van mijn hand was maar die ik nog altijd koester is de column van Prof. B. Smalhout naar aanleiding van de uitgave van ‘Het nieuwe leren van de keizer’ mijn eerste boek. Velen van u hebben hem nooit gelezen, daarom hieronder ‘Onderwijs op zwavelzuur’ en voor diegene die zich na het lezen afvragen hoe het met die Jeronimoon nou eigenlijk vergaan is? Die kan ik gerust stellen. Ik heb het, weliswaar ternauwernood, overleefd en hoop dat de derde bundel columns even succesvol mag zijn dan ‘Het nieuwe leren van de Keizer’

 

Onderwijs op zwavelzuur.



Er is een nieuw boek verschenen dat iedereen zou moeten lezen die hart heeft voor onderwijs, liefde voor kinderen en zorg voor de toekomst. De enige voorwaarden die aan de lezer worden gesteld, zijn gezond verstand en gevoel voor snijdende humor. De titel luidt: “Het nieuwe leren van de keizer”ISBN 13:978-90-5911-737-2). De schrijver noemt zich J. Jeronimoon, een pseudoniem, omdat hij anders zijn bestaan niet meer zeker is.



De titel ‘Het nieuwe leren van de keizer’ is een woordgrapje zoals iedereen, die nog op een ouderwetse school heeft gezeten, meteen zal begrijpen. Wellicht dat deze woordspeling voor de jongere generatie even moet worden uitgelegd. Het ‘nieuwe leren’ is een moderne vorm van onderwijs dat onder meer geleid heeft tot ernstige kennishiaten bij de schoolverlaters van de laatste twintig jaar. De commissie-Dijsselbloem bracht hierover in 2008 een vernietigend rapport uit. 



Het woordgrapje slaat op de titel van een sprookje van Andersen. Die luidde: ‘De nieuwe kleren van de keizer’. Het staatshoofd dat ijdel en dom was, werd opgelicht door twee maffiosi die zich uitgaven voor kleermaker. Ze zeiden te beschikken over een bijzonder soort textiel dat alleen maar door intelligente mensen kon worden gezien. Domme mensen zagen helemaal niets. Kleding, gemaakt van deze zeldzame stof, was uiterst chic en exclusief maar wél zeer kostbaar. Geld speelde bij de keizer echter geen rol, alleen zijn tomeloze ijdelheid. Zelf zag hij de stof niet. Zeggen dorst hij dat niet uit angst dat hij dom zou worden verklaard.



Komedie

Hij deed dus enthousiast en roemde de stof, het dessin en de pasvorm tegen iedereen die het maar horen wilde. De gehele hofhouding deed aan die komedie mee. Toen het kostuum volgens de louche kleermakers eindelijk klaar was, wilde de keizer er trots mee door de straten van zijn hoofdstad paraderen. En iedereen die hem zag, barstte uit in bewonderende kreten aangespoord door de gehersenspoelde hofhouding. Totdat er een kleine jongen in zijn onbevangen kinderlijke onschuld luidkeels uitriep: “De keizer loopt in zijn blote kont!” Dit kind was de enige die de waarheid sprak.

De schrijver Jeronimoon vergelijkt heel toepasselijk de funeste onderwijsvernieuwingen van de laatste 20-30 jaar met de oplichterspraktijken van de keizerlijke kleermakers uit het sprookje. Hij doet dit aan de hand van enige tientallen kleine hoofdstukken die elk als het ware een column zijn. Zijn taalgebruik is in hoge mate amusant. Maar zijn hilarische teksten verwoorden in wezen een dodelijke inhoud. Het is de schrijnende humor van een ter dood veroordeelde die vlak voor zijn executie de klassieke laatste sigaret weigert omdat roken slecht is voor zijn gezondheid.

Dat Jeronimoon zijn eigenlijke naam niet prijsgeeft, wordt maar al te begrijpelijk: de auteur is zelf leraar of onderwijzer en zijn vlijmscherpe kritiek op het huidige onderwijs, in het bijzonder ‘Het Nieuwe Leren’ is zó trefzeker dat het risico van ontslag groot is als zijn ware identiteit zou worden onthuld. Want wat de vrijheid van meningsuiting betreft, blijkt in het hogere onderwijsmanagement dezelfde terreur te heersen als destijds onder de nazi’s, de Sovjetcommunisten, de Rode Khmer in Cambodja, of in het China van Mao Zedong. Het psychologisch mechanisme is overal hetzelfde.



Computer

Het nieuwe zogenaamde competentiegerichte leren is uitgevonden door een onderwijsdeskundigen die zelf niet of nauwelijks voor de klas hadden gestaan. Het bezit van algemene ontwikkeling en parate kennis en het met toewijding overdragen daarvan aan leerlingen werd als totaal verouderd beschouwd. Als iets kleinburgerlijks uit de jaren vijftig. Belangrijk was dat leerlingen werd verteld hoe ze iets moesten opzoeken. Niet in boeken, niet in encyclopedieën, maar via de computer. Vandaar de alarmerende krantenkoppen van de laatste jaren zoals:

‘Artsen en verpleegkundigen op rekenles Slecht Nederlands is rem op carriére Nieuwe rekenmethode funest Student schrijft geen zin goed Google-generatie kan niet spellen’ enz. enz.

Want in het nieuwe onderwijs zijn lezen, rekenen, taal, geschiedenis, aardrijkskunde en algemene ontwikkeling van secundair belang geworden. 

De klassieke en ervaren vakdocent die met hart en ziel wil lesgeven, wordt tegenwoordig vaak beoordeeld door zogenaamde ‘personal coaches’. Dat zijn meestal wat zweverige dames die enige vage cursussen hebben doorlopen zoals ‘drama’, ‘neuronlinguïstisch programmeren’ of ‘timemanagement’. Ze hebben zelf geen enkele onderwijsbevoegdheid, maar beoordelen de ervaren vakdocent en geven dan indringende ‘verbeterpunten’ aan zoals ‘zelfreflectie’, ‘meer feedback’ of ‘een cursus competentiemanagement’.



Duivelsverzen

De management- en computerramp die over het gehele terrein van het onderwijs is gekomen, blijkt sterk verwant te zijn aan soortgelijke revoluties die onder meer ook de medische sector hebben aangetast. Zo gaat bijvoorbeeld het meeste geld naar het management, dat een doel op zichzelf is geworden. Het heeft elk redelijk functioneren verdronken in een tsunami van nietszeggende managementwoorden zoals: benchmarking, downsizen, finetuning, backoffice, targets, outsourcing en implementation

Jeronimoon heeft binnen de wereld van het Nederlandse onderwijs een soort ‘duivelsverzen’ geschreven. Hij deed dat met een pen die gedoopt is in zwavelzuur, gemixt met een briljante humor die de scherpte ervan enigszins verzacht. Zoals een bitter medicijn van de dokter vaak een sinaasappelsmaak heeft gekregen. Daarvoor zal hij echter zonder twijfel door de schoolayatollahs een fatwa, een religieus doodvonnis, opgelegd krijgen.



Mocht de auteur van dit boek dit alles overleven, en mocht zijn, met grote compassie doch bijtende humor, geschreven hartenkreet leiden tot onderwijsverbeteringen, dan verdient hij het dat er een school naar hem wordt genoemd. Een school met echte onderwijzers of leraren die niet meewaaien met de vergankelijke politieke en onderwijsmode van de dag.



Prof. Dr. B. Smalhout
----------
 
 
23-10-2012, reactie van moby
Het was DEZE column van de door mij zeer gewaardeerde prof. Smalhout die mij het boek deed bestellen. Die mij kennis liet maken met ene Jeronimoon waardoor ik zelfs bij BON terecht kwam. Smalhout was de initiator. Nog altijd koop ik de zaterdag-Telegraaf alleen vanwege zijn colomn.
Wijze mensen als deze: me missen ze zeer in het Nederland anno 2012. Helaas schrijft hij weinig meer over het onderwijs, hoewel zijn archief vol moet liggen met brieven over dat achteruithollende onderwijs. Hij was een der eersten die de managersplaag in de medische sector aan de kaak stelde: MET cijfers! Hij liet zien hoe het bij de verhouding patient/manager leidde tot MINDER ziekenhuisbedden met MEER mensen aan het bed, waaronder dus die managers!
Ik wenste dat hij net zo scherp de onderwijswereld zou kunnen bezien. Maar we moeten iemand niet overvragen. Jeronimoon biedt intussen veel goede informatie. Heeft helaas niet het landelijke statuur van prof. Smalhout.
Mag ik de heer Smalhout hierbij verzoeken in zijn column BON eens te benoemen? Maar ik heb er eveneens alle begrip voor dat zijn gezondheid helaas heeft moeten inleveren.
 ----------
Datum: 15-10-2012
 Het nieuwe reorganiseren.



Op het moment staan er ongeveer 14.000 docenten, leraren en onderwijzers werkloos aan de kant. Hoeveel hiervan bevoegd zijn is niet duidelijk maar dat het er een heleboel zijn, dat voel ik aan mijn water. Ondanks deze berg aan werklozen waart het reorganisatiespook door het onderwijs. Mismanagement en te dure gebouwen, zeperds met de aankoop van derivaten, te veel glossy’s en te ruimhartige lonen aan bestuurders gaan nog eens 5000 tot 10000 krijtjesslaven in het huidige schooljaar de das om doen.

Vroeger was zo een reorganisatie netjes geregeld. Een schoolbestuurder liet weten dat hij wou gaan reorganiseren en ging in overleg met de medezeggenschapsraad om uit te vogelen ‘in goed onderling overleg’ hoe een en ander in zijn werk zou gaan. Hoeveel mensen er uit moesten en welk tijdspad gehanteerd zou worden. Daarna schoof de vakbond aan tafel en werd er een DGO gevoerd waarin een sociaal plan werd afgesproken. Dan was het nog een kwestie van een afvloeiingslijst op te stellen volgens het principe ‘last-in-first-out’ en de reorganisatie kon beginnen. Dank zij zo een DGO ( decentraal georganiseerd overleg) kwam er meestal wel een sociaal plan toegespitst op de financiële mogelijkheden van de school, wie er uit moest was ten minste niet gedoemd om na een tijdje als armoedzaaier door het leven te gaan. Meestal werd ook nog een ‘vrijwillig ontslag’ goed beloond, vooral voor de oudere docenten een mogelijkheid om op een degelijke manier het onderwijs te verlaten en vervroegd met pensioen te gaan. Tegenwoordig willen de voorzitters van de raad van bestuur én het geld in de zakken houden én zoveel mogelijk docenten kwijt raken. Daar hebben ze ‘het nieuwe reorganiser’en voor bedacht.

Als een school nu wil reorganiseren dan vermijden ze angstvallig het woord reorganiseren, liever hebben ze het over ‘bezuinigen’ of ‘het nemen van kostenbesparende maatregelen’. Een school wordt dan opgedeeld in ‘afdelingen’. De ‘winstgevende’ afdelingen ( groei van studenten) wordt met rust gelaten en de ‘verlieslatende’ afdelingen ( dalend studentenaantal) wordt onder handen genomen. Aangezien het hier dan niet meer gaat om een ‘reorganisatie van de hele school’ blijft de vakbond in zijn hok en wordt er geen DGO gevoerd en een sociaal plan opgesteld. De voorzitter van de raad van bestuur trekt gewoon het vorige sociaal plan van tien jaar geleden uit de kast brengt enige veranderingen aan, ten voordele van de school, en legt het met enige dreigementen gepaard voor aan de MR. Die gaat zonder slag of stoot akkoord. Dan komt het er op aan om er voor te zorgen dat er een afvloeiingslijst komt waar de school ( lees bestuursvoorzitter) baat bij heeft. Daarom worden de ‘verlieslatende afdelingen’ zogezegd ‘geherstructureerd’. Dat ‘herstructureren’ heeft altijd te maken met ‘hoe de school er in de toekomst moet uitzien’. Alles geloofwaardig natuurlijk want de MR moet er mee akkoord gaan. Eigenaardig is het wel dat na zo een ‘herstructurering’ binnen de ‘kaders van het bezuinigingsplan’ nou net de duurste docenten, ondanks het afspiegelbeginsel, bovenaan de afvloeiingslijst staan.

Dan treed het ‘sociaal plan’ in werking. Oudere docenten geven de pijp aan Maarten. Eens de kaap van zestig bereikt hebben ze niet zoveel zin meer in de ‘begeleiding van werk naar werk’ en vooral hebben ze geen zin in alle dreigementen van korting op het loon, schorsing van het loon of ontslag op staande voet als ze zich niet kunnen verenigen met de manier waarop die ‘begeleiding van werk naar werk’ plaats vind. Een school hoeft zich nu eenmaal niet te houden aan de regels waar het UWV wel aan gebonden is. Een demotie met twee of drie salarisschalen in die ‘begeleiding van werk naar werk’ is dan ook schering en inslag. Want het ‘voor jou 14000 anderen’ is niet uit de lucht.

Wie niet de mallotige molen van het ingehuurde pseudo reïntegratie bureautje ( lees uitzendbureau) terecht wil komen en de leeftijd heeft om vervroegd uit te treden krijgt een jaarsalaris mee. Niet méér. Let wel een docent van 61 die ontslagen wordt wegens boventalligheid  heeft recht op 38 maanden ww en 5 jaar vervolguitkering alles bij elkaar al snel een tonnetje of vier. Maar de vraag is wie durft? Wie durft tegen de patjepeeër die zichzelf bestuurder noemt en 125000 euro per jaar krijgt voor drie daagjes per week  bestuursvoorzitter te spelen, emolumenten niet meegerekend, wie durft te zeggen: ‘Ontsla me maar.’ Niemand. Niemand die dat aandurft. En nee ik kan ze het niet ten euvel duiden. Eén jaarsalaris en je bent af van het gezeik. Zeg maar doei met het handje, zoek het maar uit met je school, voor altijd vakantie.

Het nieuwe reorganiseren is reorganiseren met angst zaaien, spierballen showen, schofterig, a-sociaal en vooral zonder de vakbonden. Ho, als er maar eentje was, eentje maar, die de stap naar de vakbond en de rechter durfde te maken.

 

Jesse Jeronimoon   





PS. Niet vergeten "Julius Caesar gezegd te Waterloo" ligt in de boekhandel te wachten. Mooi cadeautje voor verjaardag en de Sint komt er ook al aan. 

   
----------
 
Datum: 9-10-2012
 De professionele ruimte

 

De onderwijscoöperatie heeft het er over in haar visiedocument. De AOB ( vakbond) wil er zelfs een wetswijziging tegen aan gooien en op het forum van beter Onderwijs Nederland is het ook niet uit de lucht. De professionele ruimte van de docent. Allen hebben ze het dan over goed of beter onderwijs dat valt of staat met ‘de positie van de leraar in het speelveld van school en maatschappij’ zoals de AOB het een beetje abstract onder woorden brengt. De bedoeling schijnt te zijn om er voor te zorgen dat de leraar binnen de professionele ruimte ‘inhoudelijke zeggenschap krijgt over zijn les’, daarbij enige zeggenschap over ‘de scholingsplannen voor de leraar’, dit alles om binnen deze ruimte ‘de kwaliteit te laten gedijen’. Mooi en lief tegelijkertijd.

Met andere woorden binnen de ‘professionele ruimte’ kan en mag een docent zelf bepalen hoe hij zijn les inricht, of met veel zelfstandig werken of klassikaal instructie, gebaseerd op kennis of op competenties, met of zonder ict, vele kleine toetsjes of een paar grote, enfin, het vogeltje mag zingen op de manier zoals het gebekt is. Niet iedereen kan overweg met digibord zoals niet iedereen goed overweg kan met bord en krijtje of whiteboard en gekleurde stiften. Dat wordt nog wat.

Laten we ons de ‘professionele ruimte’ maar eens voorstellen als de koffiekamer van de leraren. Een meestal rechthoekige doos met stoelen en tafeltjes, tegen de muur een koffieautomaat, spoelbakje met bijhorend kraantje en daarboven kastje met de mokken van verschillende kleur en afmeting met hier en daar een naam of iets dergelijks er op geprint kwestie van het slootwater dat koffie moet voorstellen een huiselijk karaktertje mee te geven. Een verdwaalde vingerplant die een keer per jaar water krijgt en als het meezit de kast met vakliteratuur voor iedere vorm van pluimage. Troosteloze kamer in een even troosteloos gebouw. Ziedaar de professionele ruimte van de leraar.

Nee, het is nog erger, de professionele ruimte van de leraar is de dag van vandaag voor de helft gevuld met prulleraria van het management. Nog voor de leraar de deur van zijn professionele ruimte heeft geopend is een hele verhuiswagen ‘klusjes’ naar binnen gebracht. Mentoraat, leerlingbegeleiding, teamvergadering, zweefteverige scholingsdagen, budgethouderschap, invallessen, ziektevervanging, pleinwacht, surveillance, ouderavonden, informatieavonden, open dagen dagen, plenaire vergaderingen, leerling-bespreking, rapportvergaderingen, en nog veel meer ‘leuke klusjes’ zijn naar binnen gekieperd. De plek voor het bureautje voor de lesvoorbereiding, het nakijkwerk en het opstellen van toetsen is met de jaren van lieverlee kleiner geworden en heeft moeten plaats ruimen voor de core-bussines van het management, bureaucratisch gezwam in de ruimte, deze keer de professionele ruimte.

Met de invoering van het taakbelastingbeleid in de jaren 1995 tot 2000 is het kader van de professionele ruimte van de leraar in pekzwarte inkt gemarkeerd. Iedereen die in het onderwijs wat te zeggen wou hebben van ouders tot managers eigenden zich delen van die professionele ruimte toe, en dat kon ook omdat ze netjes was afgebakend en het management zeggenschap kreeg over deze ruimte die vooral de deur wagenwijd open zette voor elk kulverhaal van elke wijsneus die zin had zijn onzin te spuien. Intervisie, competenties, zelfreflectie, POP, PAP, feedback het moest allemaal kunnen binnen de professionele ruimte. Helaas kwam hierdoor de core-business van de docent in het geding, de overdracht van kennis en kunde op de pedagogisch didactische wijze die het meest bij de leraar en de leerling past. De professionele ruimte is dank zij het taakbelastingbeleid een rommelhok gevuld met de meest waanzinnige uitspattingen van bureaucratische gekkernij en bemoeizuchtige managers en scholingsinstituten geworden. In de kleine overgebleven ruimte zonder al te veel bewegingsruimte mag de leraar nog een beetje zijn vak uitoefenen en zelfs dat onder streng managementtoezicht.

Er is geen wetswijziging nodig, beste Walter van de Aob. Jarenlang heeft ook jouw vakbond de docent om de oren geslagen met ‘de wereld veranderd en wij moeten mee veranderen’. Kijk om je heen, de wereld is veranderd maar een taakbelastingbeleid dat in vorige eeuw opgang deed, en misschien wel met goede bedoelingen, is nu het middel bij uitstek om de ‘professionele ruimte’ van de docent anno 2012 aan banden te leggen. Heb jij je nu nog niet afgevraagd waarom Sjoerd zo graag overal dat vrije taakmodel wil invoeren en daarvoor het liefst de twee-derde meerderheid geschrapt ziet uit de CAO? Om nog voor jij een wetswijziging tot stand kan brengen de professionele ruimte van de docent tot op de grond af te breken, daarom.

 

Jesse Jeronimoon

 
----------
 
 
10-10-2012, reactie van moby
Hoe herkenbaar weer eens.
Weet u wat ook zo herkenbaar is? De columns van Inge Braam (Lachesis). Wie regelmatig het BON-forum bezoekt kan wel eens in de verleiding komen te denken dat de nuchterheid is teruggekeerd in onderwijsland. Helaas! De luchtfietserij tiert er nog welig. Inge Braam bechrijft onder de titel 'Po"een krankzinnige workshop. Een krankzinnige workshop die toch kennelijk serieus bedoeld schijnt te zijn.
'Professionalisering' schalt men van de daken en dergelijke waanzinnige workshops zijn de invulling daarvan.
Ooit werden er nauwelijks holle kreten van de daken geschald; want het degelijke onderwijs had zulk loos geschreeuw niet nodig. Goede wijn... weet u wel?
 ----------
Datum: 25-09-2012
 Sjoerd de Slachter.

 

Natuurlijk zijn de verkiezingsuitslag, de ‘moderne manier van formeren’, het formatiedebat en de liefde tussen de demissionaire premier en de leider van de PVDA meer dan groot in het nieuws. Eventjes, heel eventjes weggedrukt door het succes van de social media omtrent de feestjes in dit land en waar de jongelui moeten zijn om een Appie Hein leeg te plunderen, kwestie van het feestje te voorzien van de nodige drank en hapjes. Daarna weer de politieke liefde prominent in het nieuws. En laat ik nu houden van de rafelranden van het nieuws. De kleine berichtjes weggedrukt naar de zijkant van de krant of nieuwsblad zijn meestal nog de meest informatieve vooral als je even verder kijkt dan de neus lang is.

Sjoerd van de VO raad heeft in samenwerking met zijn financiële vriendjes van de grote VO scholen bij de demissionaire minister van Onderwijs een plan van aanpak ingediend om het bekostigingsstelsel te wijzigen. Dit kwam omdat Marja eerst zelf met een plan was gekomen, doorgerekend door de rekenkamer en alle toeters en bellen, maar zoals loffelijke gewoonte was Sjoerd weer aan het zeiken , miezemuizen en linkeballen geslagen want zijn vriendjes zouden er zeker niet wel bij varen bij Marja haar plan. Onze minister boos en zoals het betaamt riep ze ‘doe het dan zelf!’ het woordje praatjesmaker heeft ze nog net kunnen inslikken. En Sjoerd is samen met zijn vriendjes voortvarend te werk gegaan. In het kort het plannetje.

 Het plan heeft de mooie titel ‘een eenvoudig bekostigingsstelsel’ en als Sjoerd het eenvoudig veel wil houden dan wordt het ook eenvoudig. De eenvoud zit hem namelijk in het feit dat de VO raad wil dat de vergoeding voor de vaste kosten wordt gehalveerd en de variabele vergoeding per leerling per jaar omhoog gaat. Kind kan de was doen. Er zit echter een addertje onder het gras. Doordat de variabele vergoeding omhoog gaat worden grote scholen met veel leerlingen bevoordeelt tegenover een school met weinig leerlingen ( lees categoraal gymnasium) Een fantastisch plan waarmee Sjoerd een paar vliegen en één klap slaat.

Grotere scholen, meer leerlingen, en nog meer leerlingen kan alleen nog dank zij fusies. De fusietoets, wettelijk geregeld, kan dank zij het plannetje van Sjoerd zo de vuilbak in want wanneer scholen niet meer mogen fuseren kunnen ze dus ook niet zorgen voor hogere inkomsten en dat staat natuurlijk volgens Sjoerd gelijk aan beter onderwijs. Een tweede vlieg is het mortuarium op de oprichting van nieuwe scholen. Je hoeft geen rekengenie te zijn om te beseffen dat nieuw op te richten scholen de grootste investering vragen in het eerste en tweede jaar van hun bestaan. Toch is dat het moment waarop een nieuwe school nog moet groeien wat betreft leerlingaantal. Stel dat een nieuwe school snel groeit is er echter geen mogelijkheid om ‘vlees op de botten’ voor elkaar te krijgen. Zeg maar dag met het handje tegen nieuwe scholen. En een derde vlieg is de teloorgang van de kleine, categorale en traditionele scholen. Die worden dan verplicht om te fuseren, zichzelf op te heffen, failliet te gaan, kortom ze worden door Sjoerd de Slachter netjes uit het onderwijsvlees uitgebeend.

Voorbeeldje van zo een categorale kleine traditionele school is de Isaac Beekman Academie in Zeeland. Het is een niet al te grote middelbare school en helemaal opgezet naar de menselijke maat. Ze geven er ‘persoonlijk’ onderwijs en geen ‘individueel’ onderwijs. Klassen bestaan uit niet meer dan zestien leerlingen en er wordt op de traditionele manier les gegeven. De overhead is beperkt tot 1 directeur, klaar. Docenten worden er niet lastig gevallen met vergaderingen en andere klusjes, hun core business is kennis overdracht en zorgen dat de leerling slaagt. Enfin, meer dan een doorn in het oog van Sjoerd. Traditioneel, persoonlijk, geen overhead, klein, leraren die les geven, ‘de menselijke maat’, allemaal zaken waar Sjoerd van gruwt, nachtmerries van krijgt en waarvan hij besloten heeft, samen met zijn vriendjes dat dit niet meer kan in het moderne onderwijs. Dank zij de plannetjes van Sjoerd zou deze school maar liefst 43% minder bekostiging ontvangen. Zeg maar dag met het handje tegen de Isaac Beekman Academie als de VO raad zijn zin krijgt.

Rafelranden van het nieuws zijn heerlijk, daar lees je pas alles over de machtswellust en de geldhonger en hoe dit land naar de verdommenis wordt geholpen.

 

J.Jeronimoon
----------
 
 
29-09-2012, reactie van moby
Zou "Sjoerd de slachter" een mortuarium willen op nieuwe scholen"? Dat zal toch niet?
 
29-09-2012, reactie van Jeronimoon
Geen idee beste Moby, maar de plannen voor de nieuwe bekostiging zoals voorgesteld door Sjoerd en de zijnen maakt het wel onmogelijk om nog nieuwe scholen op te richten, financieel gezien dan. Tenzij het privé scholen worden, maar daar heeft Sjoerd dan ook helemaal geen affectie mee.
 
29-09-2012, reactie van jeronimoon
Ja, nu zie ik het ook, moet natuurlijk moratorium zijn i.p.v. mortiarium, alhoewel met Sjoerd weet je nooit.
 ----------
Datum: 19-09-2012
 The sky box is the limit.

 

 

Als je als bestuurder van jezelf vindt dat je een godenzoon of God himself bent heb je recht op je eigen berg en als die berg er niet is dan is er maar één mogelijke oplossing meer om toch iets hemels te hebben, een sky box. Het huren van een skybox bij FC Twente heeft als groot voordeel dat de bestuurder in kwestie werk gemaakt heeft van ‘the sky is the limit’ dat doel heeft hij bereikt. Nu de schoonmaak nog.

Marcel en Dennis, de bestuurders van stichting Consent, God en halfgod himself, zijn in maart door het reintegratiebureautje Rentree uitgeroepen tot de beste werkgever van het jaar. Dat zegt mij meer over dat bureautje dan over God en halfgod en zegt me ook meer over de onderwijselite van de school. Want als je als onderwijsgevende in het vragenlijstje van het bureautje deze twee afgezanten van het hemelse een dikke voldoende geeft voor hun werkgeverschap dan ben je eigenlijk geen knip voor de neus waard. Ik verduidelijk mijn standpunt.

Na het aanschaffen van de skybox annex gratis vergaderruimte omdat er in 33 basisscholen blijkbaar geen lokaal beschikbaar is om in te vergaderen. Tenzij natuurlijk dat het-tafeltjes-in-vierkant-model voor de heren bestuurders een beetje te min is en er minstens een bar en sterke drank aanwezig moet zijn in de vergaderruimte, hebben Marcel en Dennis hun personeel op de hoogte gebracht van de nieuwe aanwinst van de stichting. Ik vraag me af of ze het hebben aangedurfd om in dezelfde mail het aantal te ontslagen medewerkers te noemen wegens niet toereikende middelen, maar dat zal wel niet. Enfin, Het olijke Goddelijke duo stuurde de geboortemail en liet langs neus en lippen door weten dat iedere onderwijsgevende zich mocht aanmelden voor de bar- en schoonmaakdienst.

Als je als werkgever het in je botte hersens haalt om onderwijsgevenden te zien als veredelde kantinemedewerkers dan mag dat bureautje voor mijn part zevenhonderdvierentwintig vragenlijstjes laten invullen maar dan zou elke score op elke vraag niet meer mogen bedragen dan een nul. Gelijk aan wat Marcel en Dennis in feite zijn als werkgever.

Wie nu denkt dat die onderwijsgevenden hun neus ophalen voor dit soort klusjes en bij het lezen van de mail even met hun wijsvinger tegen het voorhoofd hebben getikt, die komt bedrogen uit. Leer ze mij kennen die hielenlikkende, elleboogwerkers die in elke school te vinden zijn. Het zijn zij die stoer in de koffiekamer van de leraren het hoogste woord voeren en amechtig roepen dat die bestuurders niet goed bij hun hoofd zijn maar twee minuten later staan ze kwijlend bij de directeur om zichzelf op te geven voor de schoonmaakdienst en hun vrouw die weliswaar niet aan de school verbonden is wil ook graag helpen want die is zo goed met hapjes en zo. Een wachtrij onderdanige knipmessen staat klaar om de verschraalde bierglazen om te spoelen, de stinkende toiletten schoon te maken, de ruimte vergader klaar te zetten en de koelkast bij te vullen. Dit allemaal in de hoop om bij de volgende ontslagronde niet op de lijst te komen staan, of gewoon omdat ze idolaat zijn van het genoegzaam gegeven prijzende hoofdknikje van God en halfgod in hun richting tijdens de wedstrijd Twente-Pec Zwolle.

Dit soort van berichtjes over de hebberigheid, verspilzucht en graaien van bestuurdertjes maakt mijn dag goed. Het lijkt er trouwens op dat deze berichtjes alsmaar sneller elkaar opvolgen. Eerst dat gedoe met de CBE-groep, dan de sponsorshirtjes van Sparta van het bijna failliete Zadkine, nu de skybox van stichting Consent, heerlijk.

Straks een nieuwe regering, en eigenlijk denk ik dat Marcel en Dennis gegokt hebben op de nieuwe minister van Onderwijs. In al hun voorzienigheid denken ze dat Ronald Plasterk de volgende minister van Onderwijs wordt, dat is hij al eens geweest en aangezien hij zich toen ontpopt heeft als een minister van feesten en partijen zou het wel eens zo kunnen zijn dat die sky box inderdaad een hele goeie investering is.

 

 Jesse Jeronimoon

 
----------
 
 
29-09-2012, reactie van moby
Ik vind het uitstekende analyse Jeronimoon, maar een lijkenhuis in een neiuwe sschool?
 
29-09-2012, reactie van moby
Verkeerd geplaatst deze slordige reactie hierboven.
Ik wil natuurlijk zeggen dat "de slachter" zeer vermoedelijk niet pleit voor lijkenhuizen op nieuwe scholen. En dat paste onder het laatste artikel.
 ----------
Datum: 18-09-2012
 
De bestuurders-tumor

Iemand vroeg me of ik “iets” had tegen de borstkloppers die ik “bestuurderen” noem. Deze vraag noopte mij tot een paar seconden van introspectie, even te rade gaan bij mijn geweten, even voelen welke emotie zich van mij meester maakte alvorens ik mijn antwoord formuleerde.

Ik heb niet zozeer iets tegen de bestuurderen in dit land, net zoals ík niet hoor bij hún definitie van het doorsnee lid van de vereniging Beter Onderwijs Nederland. Ik heb wél iets tegen de bestuurder die aan alle symptomen voldoet die beschreven zijn in het diagnostisch handboek van de psychiater voor het “syndroom van Asperger” en dan met de nadruk op het volstrekt afwezig zijn van emotie en empathie. Het overgrote deel van de bestuurderen dus.

Ongeveer vijftien jaar geleden, het begin van fusies, samensmeltingen, overnames en mastodontisering van semi overheidsinstellingen zoals scholen, ziekenhuizen, thuiszorg, elektriciteitsmaatschappijen, kabelbedrijven enzoverder en zo meer, zijn er duizenden paljassen, patjepeejers, grijpgrage graaiers en narcistische zogenaamde intellectuelen uit alle mogelijke hoeken, gaten, holen, grotten en spelonken van Nederlands instellingenrijk gekropen om zitting te nemen in de raden van bestuur, raden van toezicht en overkoepelende raden van bestuur en overkoepelende raden van toezicht. Met het eelt op de ellebogen en een steen op de plaats van het hart namen ze plaats op het bestuurder-pluche. “niks gepresteerd, altijd geëerd” zou mijn opa zeggen.

Ze hebben zichzelf of hun “vrindjes” benoemd, aangetrokken en gevraagd om naast hen zitting te nemen, zonder enige gêne drongen ze zich op aan de politiek als “gesprekspartner”, wat na enig gelobby en het aantrekken van mislukte en vooral ambitieloze ex-politici nog gelukt is ook. Als een snelgroeiend kankergezwel groeit de bestuurderstumor tot in de kleinste gaatjes van onze maatschappij, verankerd en als een gluiperige dief van alle voeding, zuigen ze het lichaam leeg, putten het uit en eisen almaar meer energie op ten behoeve van hún groei, rijkdom en glorie.

Elke vier jaar-soms sneller- mag de burger van zijn stemrecht gebruik maken om zijn volksvertegenwoordiging te kiezen. Honderdvijftig kamerleden vertegenwoordigen de wassen neus van het volk, duizenden gewetenloze bestuurders vertegenwoordigen de klauwen van de grote graaiers. Niemand maar dan ook niemand heeft deze bestuurderen op een democratische manier zijn pluche toegewezen en hierdoor is het onmogelijk om ze ter verantwoording te roepen. Integendeel, zij roepen het volk en de democratisch gekozen volksvertegenwoordigers ter verantwoording als hun vetpotten te snel leeglopen of niet snel genoeg gevuld worden. Telkens is er wel een minister of staatssecretaris die zwicht voor de druk van de verschillende raden die de bestuurderen vertegenwoordigen. De hoorn des overvloeds blijft bakken belastingeuro’s uitspuwen, de bestuurderen doen zich te goed, vullen de zakken en kijken vanaf hun ivoren torentjes naar het domme gepeupel.

Onze ouderen zijn een speelbal in de handen van de commerciële thuiszorg. Oud en de dagen moe kunnen ze niet rekenen op de hulp die ze nodig hebben om in hun stulpjes de oude dag door te brengen. Uit arren moede dan maar naar het verzorgingshuis waar de deur pas open gaat nadat ze hun schamele uitkering geheel ter beschikking hebben gesteld van de bestuurder die almaar roept “er moet geld bij”.

Een lid van het koningshuis zet zich in om anderhalf miljoen functioneel analfabeten onze taal bij te brengen. Ondertussen is het taal- en rekenonderwijs al jarenlang verwaarloosd zelfs in die mate dat de toekomstige juffen of meesters met moeite kunnen schrijven en rekenen op het niveau van de leerling waar ze later les aan zullen geven. En de bestuurder zegt hautain “er moet geld bij”.

Jeugdzorg ligt onder vuur nadat is gebleken dat in één gezin acht verschillende ondersteuningsteams aan het werk waren, maar toch niet konden verhinderen dat de moeder in een vlaag van verstandsverbijstering haar kind van het leven beroofde. Wachtlijsten groeien en “er moet geld bij” roept de bestuurder hard en luid.

Duizenden mensen sterven jaarlijks door medische blunders en fouten. De zieke ziet alles aan zijn bed verschijnen, dokter, chirurg, assistent van de dokter, assistent van de chirurg, de zorgcoördinator, de zorgspecialist, de cliniclown en als laatste de geestelijke verzorger. De broeder of zuster is tot op de minimale tijdsinvestering wegbezuinigd. “Er moet geld bij” klinkt door de holle gangen van het supermoderne ziekenhuisgebouw waar het in duizendvoud wordt weerkaatst.

De minister heeft bekend, ook zij was niet in staat om deze kleilaag van bestuurders weg te zetten en dat klopt. Wat wel kan? Negeren, totaal negeren, en niet verzaken aan de plicht en de verantwoordelijkheid die onze democratie op de schouders van onze minister en staatssecretarissen heeft gelegd. De enige manier om zeurende kinderen het zwijgen op te leggen.

Wat ik tegen bestuurderen heb? Ze zijn niet gekozen en leggen toch hun wil op aan het volk zonder verantwoording hoeven af te leggen. Dat heeft een naam...............

----------
 
Datum: 14-09-2012
 Met de VéVéDé naar de ratsmodee

 

Ik vind de titel van dit stukje best aardig klinken. Een door mij verzonnen tegeltjeswijsheid, goed voor op toilet, in de keuken of op kantoor. Andere politieke partijen die van plan zijn om bij de volgende stembusronde net als de VéVéDé  een aantal tegeltjeswijsheden te afficheren mogen gratis en voor niets bovenstaande wijsheid gebruiken.

Ton Elias, docentenhater van het eerste uur heeft de tegeltjeswijsheid voor zijn partij verzonnen. Hij kwam niet verder dan ‘Geen gelul de leraar op nul’. Een betere manier om de VeVéDé arrogantie tegenover het onderwijs in Nederland te uiten is er volgens mij niet. Deels nog gepikt ook van een vooraanstaand Amsterdammer die iets had met woningen en gelul waar je niet kan in wonen. Laat ik nou niet verstomd staan van de diefstal van woorden want telkens ik de bebrilde ( te klein) en ietsepietsie vadsig hoofd ( te groot) op mijn kwelbuis zie verschijnen vraag ik mij af waar de mogelijk aanwezige hersenen in ronddrijven.

Tijdens vorige kabinetsperiode heeft het VéVéDé smaldeel zich vooral sterk gemaakt in het schofferen van de docenten en andere leerkrachten ‘de slechte docent moet onmiddellijk worden ontslagen’ riep Tonnetje rond met overslaande stem. Op de vraag wie moest gaan bepalen wat goed of slecht was dreven dat deel van de hersenen dat een antwoord moest verzinnen weg van de plek waar ze in het holle hoofd eigenlijk moeten verblijven waardoor er niets anders overbleef dan een met stomheid geslagen gezicht voor zoveel onbenul van de vraagsteller. Hij zei het niet maar hij dacht ‘de baas natuurlijk’. Want voor Ton is de wereld eenvoudig ingedeeld in ‘de bazen’ en hun ‘ondergeschikten’. Wel zo gemakkelijk.

Volgens mij droomt hij nog elke dag een uurtje zijn stoutste dromen. Dromen waarin de arbeidsverhoudingen ten tijde van de vorige eeuwwisseling ( 1900) nog niet zo op gespannen voet stond. Elke baas kon toen nog simpel s’ochtends met de kar naar het marktplein waar een groep arbeiders zich had verzameld en daar wees hij dan met een grote stok aan wie er die dag voor hem, de grote baas, zich het schompes mocht werken. De baas zou dan zelf wel bepalen wie er op het einde van de lange dag loon verdiende en wie niet. Een beetje zoals het huidige Chinese model dus.

Of ik pissig werd toen ik die VéVéDé tegelwijsheid las? Ja, heel pissig en nijdig ook. Het onderwijsprogramma van de VéVeDé blinkt uit in open deuren, overgeschreven regeltjes uit andere partij programma’s waarvan Ton denkt dat ze wel aanslagen bij het door hem zeer gehate onderwijsvoetvolkje en een op adoratie lijkende steun aan de managers, bestuurders en bedrijfsleven. Leraren moeten zich inschrijven in het lerarenregister, verplicht bijscholen en maatwerk leveren anders hebben ze niks te zoeken in het onderwijs.

De VéVéDé heeft het ook niet op grote fusies. Ze houden meer van ‘samenwerken’ wat dat ook mag zijn. Het is natuurlijk ook een mogelijkheid om aan de fusietoets te ontsnappen dat ‘samenwerken’. Zal wel een ideetje geweest zijn van Sjoerd, Keet of Jan.

Enfin, het ademt allemaal weinig affectie met en kennis over het Nederlandse onderwijs uit maar wel veel stoere taal die we al gewend waren van onze managers en bestuurders. Ton en consorten zien het onderwijs als een bedrijfstak met verdienmodel, winstcijfers en bezuinigingen vooral bij het primaire proces te beginnen met ‘geen gelul de leraar op nul’.

Het doet me denken aan de al dan niet tegeltjeswijsheden van mijn opa. “Een man heeft twee vijanden, zijn schoonmoeder en zijn baas.” Was er eentje van en aangezien mijn opa als jonge man leefde ten tijde van de stoutste dromen van baasje Ton, krijgt het toch direct een andere lading, dat woordje ‘baas’.

 

J.Jeronimoon


----------
 
Datum: 5-09-2012
 Zegge het voort, zegge het voort.



Na "Het nieuwe leren van de keizer" en "leraren doen het niet voor het geld" ligt de opvolger "Julius Caesar gezegd te Waterloo" in de boekhandel. Een nieuwe bundel columns waarin de vernieuwingen van het Nederlandse onderwijs danig op de hak worden genomen.



Samen met Clustereffect en uitgeverij Kendro is de klus geklaard. Een dankwoordje aan Jeanet Meijs die het binnenwerk verzorgde en aan Aad Vlag die het boek 'e-pubte' naar een e-book staat hier dan ook op zijn plaats.



"Julius Caesar gezegd te Waterloo" is verkrijgbaar als boek met blaadjes voor de schappelijke prijs van 14.95 eurietjes en voor de minder draagkrachtigen onder ons als e-book voor op het padje voor de downloadprijs van 6.99 eurietjes.



"Julius" is een aanrader voor alle studenten, ouders, juffen en meesters, leerkrachten, docenten, kortom voor alle onderwijsgenieters.



Zeg het voort, van mond tot mond, van facebook tot facebook, van tweet naar tweet en wat er nog meer kan de dag van vandaag.



Jesse Jeronimoon

P.S. Dit gaan de onderwijsvernielers niet leuk vinden.
wink






----------
 
Datum: 4-09-2012
 
Julius Caesar, gezegd te Waterloo.
 

 

 

 
Voor de ietwat ouderen onder ons doet de titel nogal vreemd aan. Een aantal glimlacht bij het lezen, een aantal schudt het hoofd meewarig om zoveel onbenul en de ietwat jongere lezers, opgegroeid met het nieuwe leren, knikken instemmend.

Het is een gevleugelde uitspraak van professor Vastenhaeck zaliger. Mijn oude geschiedenisdocent gebruikte de uitspraak als we in al ons jeugdig temperament de jaartallen, koningen en keizers, belangrijke gebeurtenissen zoals zeeslagen, ondertekening van verdragen, oorlogen en andere gevechtsactiviteiten of andere min of meer belangrijke, geschiedkundige feiten met elkaar verwisselden zodat Napoleon en Julius Caesar wat ons betreft tijdgenoten waren. Professor Vastenhaeck zaliger keek dan een beetje bozig naar de jonge geschiedenisdelinquent, zuchtte en debiteerde dan een beetje gedragen die voor mij onsterfelijke zin: “Julius Ceasar, gezegd te Waterloo”. De baldadige tijdverkrachter zocht dan radeloos in de spelonken van zijn geheugen naar de juiste man op de juiste plaats. De rest van de klas glimlachte en een aantal van mijn klasgenoten schudde meewarig het hoofd om zoveel onbenul.

In de laatste jaren van mijn carrière als docent heb ik vast moeten stellen dat het met het Nederlandse geschiedenisonderwijs vergaan is, zoals met aardrijkskunde, biologie, natuurkunde, scheikunde, wiskunde en alle andere vakken; ze zijn ‘vergoogeld.’ Julius Ceasar, Napoleon, Karel de Grote, Auschwitz, Treblinka, de slag bij Nieuwpoort, de VOC, zijn eigendom geworden van de krochten en bochten van het Google- geheugen en zijn al lang geen parate kennis meer voor onze jeugd. Niemand staat nog verbaasd te kijken als op de vraag: Noem drie landen aan de Middellandse Zee, het antwoord: “Spanje, Italië en Denemarken,” wordt gegeven. De leerling haalt met dit antwoord nog twee van de drie punten, immers twee antwoorden waren goed gegokt. Hitler blijkt bij navraag voor sommige pubers een bondscoach van het Duitse, nationale elftal te zijn geweest (wel een héél groot elftal dan) en dankzij Femke Halsema kennen we de VOC alleen nog van de slavenhandel en niet meer als koene zeevaarders en handelslui die het begin van de Gouden Eeuw inleidden. Specerijen en kruiden, Amsterdam als wereldstad, Rembrandt, thee en koffie, een bloeiende en groeiende zeevaartindustrie worden niet meer verbonden met de VOC- mentaliteit. Alleen de slavenhandel blijft over, wat trouwens in zijn tijdskader gezien de doodnormaalste zaak van de wereld was en waar vraag is komt vanzelf aanbod, toch?

De Nederlandse nuchterheid is dankzij ‘kennis heeft een halfwaardetijd van drie jaar’ overgegaan in een permanente staat van een soort van geestverruimende flow. Moderne charlatans als Jomanda en Emiel de Ratelaar, honden,- katten,- parkieten- en paardenfluisteraars verdienen een goed belegde boterham aan de onnozele onwetendheid van de doorsnee Nederlander. Managers en Bestuurderen kletsen graag uit hun nek en presenteren zich als alwetenden, ondersteund door zwetsende adviseurs, HRM personeel- managers en andere krompratende nitwitten. De Nederlander gelooft graag in: maatwerk, individueel onderwijs, lessen op je iPadje, leren is niet meer nodig, je kunt alles opzoeken, rekenen is iets van vroeger, zweef zweef lieg lieg lieg lieg. De Nederlander gelooft het graag voor het heil van hun prinsjes en prinsesjes, de tere kinderziel moet niet teveel geteisterd worden met dingen die ze later toch niet meer nodig hebben. Is het niet?

Hoe kan een school ‘maatwerk’ en ‘individueel onderwijs’ propageren terwijl de klassengrootte stijgt naar de doorsnee klas van de vorige eeuw, namelijk 32 leerlingen? Elk weldenkend mens weet dat zoiets onmogelijk is. Hoe is het mogelijk dat er nog altijd mensen zijn die geloven dat een computer de docent kan vervangen? Waarom geloven er zo velen in de onfeilbaarheid van Google? Het kan alleen maar omdat de goegemeente het denken over onderwijs heeft overgelaten aan een stelletje charlatans die het onderwijs in Nederland niet zien als een opstuwing in de vaart der volkeren, als een mogelijkheid tot ontknechting en ontplooiing, maar als een financiële hoorn des overvloed waar naar hartenlust in gegraaid kan worden. En dat graaien kan alleen maar doorgaan als het onderwijs zo wordt aangepast dat zo weinig mogelijk mensen beschikken over de nodige kennis om al die luchtfietserij en zweefteverij te weerleggen, te beginnen met: ‘kennis heeft maar een halfwaardetijd van drie jaar.

Er wordt vergeten dat al die feiten en feitjes waarmee onze hersenen in het oude schoolsysteem overbelast zijn, onderlinge verbanden hebben waardoor het voor de gluiperige praatjesmakers moeilijk is ons iets op de mouw te spelden. Wij beschikken namelijk ook over de kennis van dezelfde feiten en feitjes. Je moet de vijand met zijn eigen wapens verslaan, heeft Julius Caesar gezegd te Waterloo.

 

Jesse Jeronimoon

 


----------
 
 
9-09-2012, reactie van Hugo Vermeer
Auswitch?
 
9-09-2012, reactie van Jeronimoon
Dank je wel Hugo,
Typefout? Een ogenblik van onoplettendheid? Een uitval van concentratie? Wie zal het zeggen? Prof. Vastenhaeck zaliger zou hier ook niet blij mee geweest zijn.
Enfin, aangepast.
 ----------
Datum: 27-08-2012
 Een leraar heeft geen vakantie, hij neemt gewoon zijn overuren op.

 

Zo! De jaloersmakende schoolvakantie zit er weer op. Het hele onderwijsland komt zo stilaan uit de startblokken met in het achterhoofd dat over een klein aantal weken de herfstvakantie op ze wacht. De buitenwacht kijkt met jaloerse blikken en beseft niet dat de Nederlandse leraar tussen de vakantieweken door heel hard moet werken om zijn ‘normjaartaak’ vol te maken.

Zo rond 1995 deed het taakbelastingbeleid zijn intrede. In de CAO werd vastgelegd dat een leraar 1710 klokuren per jaar moest werken, dat werd zijn ‘normjaartaak’, die een paar jaar later werd bijgesteld naar 1659 klokuur. Je moet echt niet realistisch kunnen rekenen, zelfs geen staartdeling kunnen maken om te zien dat een normjaartaak van 1659 klokuur volbrengen in 40 weken een werkweek oplevert van meer dan 41 uur per week. Dat is gemiddeld 5 uur per week meer dan de gemiddelde 36 uur per week die de Nederlandse werknemer op zijn werkplek doorbrengt.

Die 1659 uur is nog eens onderverdeelt in ‘contacturen’ en ‘andere taakuren’. Vastgelegd in de CAO is het aantal contacturen vastgelegd op 750 klokuren, wat overeenkomt met 25 lesuren van 50 minuten per week. De rest van de klokuren gaat dan op aan voorbereiden van lessen, nakijken van toetsen, mentoruren, vergaderuren, en andere kleine taken die de manager uit zijn grote duim heeft gezogen.

Nu zijn die 750 klokuren ‘lesgevende taken’ een doorn in het oog van Ome Sjoerd het opperhoofd van de VO raad. Met lede ogen moet de man al jaren en jaren aanzien dat de gemiddelde leraar met een voltijdse baan tijdens zijn normjaartaak meer dan 900 klokuren (1659-750) betaalde vrije tijd heeft want Sjoerd gelooft niet dat er zo veel voorbereidingstijd en nakijkwerk is. Dat kan allemaal een beetje minder vind Sjoerd. Een beetje meer voor de klas en een beetje minder luieren moet kunnen.

Sjoerd heeft dus eens rondgevraagd welke scholen er nu gebruik maken van het zogenaamde ‘vrije model taakbeleid’. In 2002 werd het vrijde model geïntroduceerd in de CAO. Het hield in dat er gerommeld mocht worden met die 750 uur vastgestelde lesgevende taken met dien verstande dat de bestuurderen hun ‘vrije model’ alleen maar met toestemming van de medezeggenschapraad en met de toestemming van twee-derden van de docenten mochten invoeren. En hier knijpt het probleem. De scholen hebben massaal afgezien van de invoering van het vrije model omdat ze nooit of te nimmer die twee-derde meerderheid van de docenten zo ver konden krijgen dat hun lesgevende taak kon uitgebreid worden tot 1000 of meer klokuren per jaar. Want wees nou eerlijk, zo een medezeggenschapsraad wordt door een groot deel van de medezeggers aanzien als het voorportaal voor het management. Eens in de raad houden ze met veel plezier hun grote mond dicht en knikken ja en zijn heel gedwee naar de bestuurder. Je kan nooit weten dat er hier of daar een managerspostje vrijkomt en dan staat de medezegger bovenaan het lijstje om het postje in te vullen. Ten minste als hij niet al te veel de dwarsligger heeft uitgehangen op de medezeggenschapsraadvergaderingen met de hotemetoten van het bestuur. De docenten zo ver krijgen dat ze in massa ja-knikken en amen zeggen tegen de wilde plannetjes van de bestuursleden is andere koek.

En daar is het Sjoerd om te doen. Hij wil namelijk de vakbond zo ver krijgen dat ze bij de volgende VO-CAO het zinnetje met die twee-derde meerderheid van de docenten schrappen zodat een instemming van de medezeggenschapsraad genoeg is om het vrije citroenmodel in te voeren.  Sjoerd wil graag de docent buiten spel zetten als het gaat om de docent zijn taakverzwaring, werkdruk, lesgevende taken, andere taken, ophokuren en alle andere meuk die een docent de dag van vandaag al voor zijn kiezen krijgt. Het liefst ziet Sjoerd dat de docent 40 uur les geeft per week en die voorbereiding en dat nakijken moeten ze maar in hun vrije tijd doen.

Ben benieuwd of de AOB nu ook weer zijn oortjes laat hangen naar de grootste onderwijsvernieler van de het Nederlandse Onderwijs.

 

Jesse Jeronimoon


----------
 
Datum: 24-08-2012
 Respect

 

Wat is dat toch, dat geroep om respect? Het viel mij op bij de ‘bruinhemdendiscussie’ die een tijdje geleden de onderwijsfora in beroering bracht. Dat van die bruinhemden dat kon niet volgens vele reageerders maar dat de leden van BON wel een beetje meer respect mochten tonen was ook een waarheid als een koe. Wat ze daarmee bedoelen met ‘een beetje meer respect tonen’, ik heb geen idee, of toch wel.

Het gaat er niet om dat ik schrijf: “U bent een zweefteef” in plaats van: “Jij bent een zweef lieger” of ‘bondgenootschap’ in plaats van ‘bende klojo’s’, nee daar gaat het niet om. Dat soort van respect is ouderwets en alleen nog het domein van Harm Beertema. Het gaat uiteindelijk niet om respect het gaat de heren en dames luchtfiets(t)ers om ‘bewondering’.

Dit soort wil bewonderd worden. Het allerliefst met open mond lezen hoe goed ze wel zijn met dat digibord. De eindeloze mogelijkheden voor het didactische proces, mogelijkheden die zij in hun eentje bedacht hebben en waar de hele wereld van mee mag genieten, zomaar zonder vergoeding, zonder geldelijk gewin, zuiver altruïsme, zelfopoffering en dat allemaal voor een reactie op de website. Een reactie waarin met bewondering wordt gesproken hoe goed, slim en intelligent de bordenfluisteraar wel is.

Met bewondering moeten we luisteren naar de theorieën die aanleiding geven tot de enige echte paradigmashift. Met bewondering opkijken naar de ver boven de docent verheven bestuurder die enkele tientallen miljoenen kan losweken bij de minister om zijn schooltje van het faillissement te redden. Alhoewel deze soort ook wel valt voor een financiële manier van bewonderen. De bestuurder van mijn school kent er ook wat van. Zo eens in de twee jaar reorganiseert de man het schooltje, gooit er een aantal docenten uit en bespaart daarmee een paar miljoen. De raad van toezicht geeft hem dan vol bewondering  “Hoe krijgt hij het toch weer altijd voor elkaar?” een bonus van vijftigduizend eurietjes.

De onderwijswereld bulkt van de ijdeltuiten die vragen, smeken en roepen om bewondering. Zelf praten ze altijd vol bewondering over de toekomst, het I padje, Steve Jobs, Obama, het digibord, de onderwijsgoeroe’s, hun leerlingen ( zijn zonder uitzondering allemaal Kanjers), de onderwijsvernieuwingen. Het zijn de mannen en vrouwen van het volle glas want het halfvolle kennen ze niet, dus ook niet het halflege. Ze wensen natuurlijk in ruil bewondering voor hun doen en laten.

Ijdelheid, o ijdelheid, alles is ijdelheid.

 

Jesse Jeronimoon

 
----------
 
Datum: 3-08-2012
 Pée Pée

 

Pim Pollens, Pée Pée voor de vrienden, is boos, héél boos, op de vereniging Beter Onderwijs Nederland en specifiek op die leden die met enige regelmaat op het forum op de website van BON een mening verkondigen omtrent de teloorgang van het Nederlandse Onderwijs. Dus ook uw scribent moet er aan geloven. Wij zijn ‘bruinhemden’, allemaal! Volgens Pée Pée. Wij zijn de obscure fascistoïde stoottroepen met aan het roer het opperbruinhemd Ad Verbrugge. Nou nou, Pée Pée is wel héééél boos want het is niet niks om de over het algemeen hoog opgeleide docenten, oud docenten en ouders van BON te vergelijken met de donkere tijden van voor de oorlog. Maar waarom is Pée Pée dan boos?

Wel, Pée Pée heeft een bedrijfje opgericht, de CBE Group ( spreek uit als Kroepb) niet gewoon ‘groep’ maar de Engelse groep omdat ‘groep’ toch een beetje ruikt naar ‘wij klojo’s onder elkaar’, dus dan maar Group. Dat bedrijfje is gespecialiseerd in de verkoop van gebakken lucht aan iedereen die uit de grote subsidiepot kan graaien. Doet er niet toe welke tak van sport, onderwijs, retail, dienstverlening, logistiek, overheid, publieke organisaties, electro, you name it Pée Pée heeft er verstand van en weet hoe het moet en adviseert met gemak de raden van toezicht, raden van bestuur, overkoepelende raden, managementslagen en als het moet ook de ministers, staatsecretarissen en kamerleden. Pée Pée beschikt over een onuitputtelijke bron van lucht al of niet gebakken en voor elk wat wils. Daar verdient Pée Pée zijn geld mee. Samen met enkele andere luchtfietsers die zichzelf goeroe noemen plukt Pée Pée en consorten de subsidieruif leeg. Gratis geld is overal verkrijgbaar en wie het eerst komt het eerst maalt. Weet Pée Pée als geen ander.

Soms, om de schijn op te houden dat er toch enige inhoud in het bedrijfje te vinden zou zijn dat een andere kleur heeft dan gebakken lucht, scheidt Pée Pée een publicatie af wat hij dan vol trots op zijn website zet. Dat die publicatie niet meer is dan een soort van verhandeling dat de eerst de beste MBO er bij elkaar kan googlen doet er niet toe. Een paar namen met veel Dr., drs. Of Ir. er bij en Pée Pée verkoopt het vod als wetenschappelijke publicatie.

Pée Pée en kornuiten verdienden de afgelopen jaren heel veel subsidiegeld aan de omhooggevallen bestuurders en managers van het onderwijs. Adviesje hier, medewerking aan reorganisatietje daar, coaching van de raad van toezicht nog ergens anders , adviesje over het nieuwe gebouw en hoe te financieren, niets te heet of te zwaar zolang het belastinggeld maar de kant van Pée Pée oprolde. Maar de bron dreigt op te drogen. Pée Pée dacht zijn slag te slaan onder andere met het lerarenregister. Maar dat was buiten de onderwijscoöperatie en BON gerekend, die luchtvlieger ging voor Pée Pée niet op. Dan nog dat gesodemieter over geld en derivaten bij Amarantis, BOOR, Zadkine  en enkele andere waardoor de overheid een beetje meer gaat opletten waar dat onderwijs geld nou eigenlijk allemaal heen vloeit, alweer niet leuk voor Pée Pée. En zo ziet onze grote adviseur met lede ogen aan hoe hij aan invloed in het onderwijs inboet. En dat is allemaal de schuld van de F-side van het onderwijs, de bruinhemden van Ad Verbrugge, het geteisem met een eigen mening, de leden van Beter Onderwijs Nederland, stampvoet Pée Pée.

Aangezien Pée Pée dus met enige regelmaat het forum van Beter Onderwijs Nederland bezoekt zal hij dit ook wel lezen en rooie oortjes krijgen want Pée Pée is het summum van de zelfbenoemde intellectueel, de Goddelijke onder de Goden, ten minste dat denkt hij zelf. Vroeger werden deze mensen op een rustige plek, diep verscholen tussen de bossen een tijdje verpleegd alvorens ze weer losgelaten werden op de maatschappij. Maar ‘vroeger’ bestaat niet bij Pée Pée, tenzij het over de kleur van hemden gaat.

Dus, aan alle docenten van dit land, wees gewaarschuwd, elke vorm van kritiek op deze groep luchtfietsers, elke vorm van eigen mening die niet strookt met de mening van deze zelfbenoemde elitetroepen, elke vorm van insubordinatie zoals het lezen van de boeken van Jeronimoon, degradeert u tot bruinhemden.

Maar misschien is dat nog beter dan de bruine arm van jouw manager.

 

Jée Jée

 
----------
 
 
3-08-2012, reactie van moby
Er wordt vooraf streng gemodereerd op het BON-forum, met kennelijk als gevolg dat alle deelnemerrs nu 'bruinhemden' zouden zijn.
Men wint blijkbaar niet veel met dat modereren.
 ----------
Datum: 27-07-2012
 Holle derivaten

 

Een aantal ROC’s verkeren in opperste staat van paraatheid. De aanschaf van derivaten om tegelijkertijd verzekerd te zijn van een mooie winstuitkering én de zekerheid van een vaste rente op de lening voor het megalomane schoolgebouw, blijkt op dit moment de onzekerheid te bieden voor het behoud van honderden, misschien wel duizenden werkplekken. Duizenden docenten mét hypotheek, gezin en schoolgaande jeugd worden straks geslachtofferd op het altaar van de van God los gezongen bestuurder die vrijelijk jaar in jaar uit over tientallen miljoenen mocht beschikken. Tientallen miljoenen ter beschikking gesteld door de belastingbetaler en in principe ten goede van goed onderwijs. Dank zij de lump sum ( bekijk maar wat je met al dat geld doet) hebben de raden van bestuur, de raden van toezicht en de MBO raad, de toekomst van duizenden gezinnen op het spel mogen zetten. De gevolgen van hun graaizucht en hebberigheid zijn afschuwwekkend.

Zowat alle bestuurderen in het hele onderwijs, van universiteiten tot basisonderwijs hebben zich massaal gestort op de derivatenhandel. Voor de onwetenden onder ons in het kort ‘derivaten voor dummy’s’. De waarde van derivaten ( ‘swaps’, ‘opties’, ‘futures’) is afgeleid van aandelen, grondstoffen, rente  en meer van dat soort ‘beursspul’ met dit verschil dat derivaten niet verhandeld worden op de beurs maar ‘over the counter’ het is een directe handel tussen een school en een bank. Derivaten worden gebruikt om risico’s af te dekken, waardoor de misvatting zou kunnen ontstaan dat het een soort ‘verzekering’ is. Het tegendeel is waar. Scholen zetten een nieuw gebouw, stappen voor de hypotheek naar de bank en spreken daar een variabele rent e af. De bank ‘verzekert’ een vaste rente door voor ongeveer hetzelfde bedrag van de hypotheek een derivatencontract af te sluiten. Het meest voorkomende derivatencontract is dan ook de ‘renteswap’. Hierbij spreekt de bank af met de school dat in geval de marktrente hoger is dan de vaste rente de bank de hogere rente uitkeert aan de school. Echter, in geval de marktrente lager is dan de vaste rente legt de school het verschil bij. Hierdoor zouden de schommelingen wat betreft de afgesloten variabele rente op de hypotheek ongedaan worden gemaakt. De gevolgen laten zich raden. Schoolbestuurderen volledig verblindt door hun hebberigheid gokten op een stijgende rente, te mooi om waar te zijn. Een hypotheek afsluiten en geld verdienen. Zoals mijn grootvader al zei, als het te mooi is om waar te zijn dan is het meestal ook te mooi om waar te zijn. De rente daalde, onder andere door de crisis waarin we met zijn allen in verzeild zijn geraakt en de bank kwam langs om te incasseren. Het sprookje eindigt voor vele schoolbestuurderen in een nachtmerrie. De hypotheek ophoesten én het geld voor het derivatencontract inleveren bij de bank.

Amarantis, Zadkine, BOOR, de Vrije Universiteit, en nog een aantal onderwijsinstellingen hebben dank zij hun derivatenhandel tekorten die soms wel tientallen miljoenen bedragen en blijkbaar is er maar één oplossing meer mogelijk, reorganiseren en honderden, misschien wel duizenden docenten en ondersteunend personeel ontslaan want de balans moet weer in evenwicht. Dat het niet de docent is, en ook niet de conciërge of de secretaresse die gezorgd heeft voor een onevenwichtige balans doet er niet toe. De bestuurder redt zijn aangezicht over het vege lijf van zijn horige. Schande, schande, schande.

Uiteindelijk is er maar één oplossing om dit soort van derivatenstrapatsen in de toekomst te vermijden. Onmiddellijk stoppen met de lump sum, alle bedragen weer netjes oormerken dat elke cent op de bedoelde plek terechtkomt. Ik kan u verzekeren dat het niet lang duurt voor al die sjaggerende bestuurderdertjes verdwenen zijn uit het onderwijs immers er valt niets meer ‘af te romen’, dan is het niet leuk meer om bestuurdertje te zijn van een school.

 

J. Jeronimoon

 

PS. Is de vakbond ook met vakantie, of bestaan die niet meer? Ik hoor ze niet.

    
----------
 
 
29-07-2012, reactie van moby
Geoormerkte (stom woord eigenlijk, afkomstig uit de veewereld?) subsidies maar weer, inderdaad.
Eerlijk gezegd dacht ik ook dat lump sum de vrijheid voor het onderwijs zou vergroten.
Maar aan dit soort vrijheden (besturen die gokken met de lump sum) had ik nooit gedacht.
Daarbij denk ik dat die besturen, die bedrijfje speelden met de immer gevulde balestingpotten, wel hebben gedacht dat hun risico's ook wel door diezelfde belastingpotten zouden worden afgedekt. De zogenaamde moral hazard.
Wat nu?
Ik zou het werkelijk niet weten. De overheid moet m.i. bijspringen om het werk in de klas te redden, maar moet tevens een einde maken aan dat vrije bedrijfje spelen met subsidiegeld. Maar financiele controle door de overheid: willen we dat wel?

 ----------
Datum: 20-07-2012
 Mieke de gecijferde



Mieke is van beroep Orthopedagoge. Voor de onwetende onder ons “De orthopedagogiek houdt zich bezig met de problematische leer- en opvoedingssituaties van kinderen en jeugdigen. Het betreft een specialisatie in de pedagogiekdie zich bezighoudt met de opvoeding van het afwijkende of gehandicapte kind.( bron: Wikipedia).” Aangezien orthopedagogiek iets te maken zou kunnen hebben met leerproblemen en opvoedproblemen heeft het streberiche smaldeel der gogen zich ook al snel de titel ‘onderwijskundige’ en/of ‘psycholoog’ opgeplakt. De echte diehards hebben zich vastgebeten in het financieel aantrekkelijk gesubsidieerde carrousel der onderwijsvernieuwing. Denk aan de beruchte onderwijsvernieuwer orthopedagoog Luc Stevens. 

Ook Mieke bekeerde zich tot het gilde der luchtfietsende orthopedagoogcoryfeeën en bekwaamde zich in de dyscalculie. Dyscalculie is hetzelfde als dyslectie maar dan met cijfertjes. Er bestaan nu eenmaal kinderen die een 4 voor een 2 aanzien en een 27 lezen als 34, daar kunnen ze niets aan doen, dat heeft alles te maken met een hersenkronkeltje en het geeft al snel problemen in de boze buitenwereld. Mieke had heel veel compassie met al deze jongens en meisjes die elke dag in de klas geteisterd werden door de meesters en de juffen. Het is niet goed voor de tere kinderziel om te leren staart delen of breuken bij elkaar op te tellen. Mieke was er dus als de kippen bij om haar hand op te steken toen de minister een onderwijsdeskundige, orthopedagoge met psychologische inslag zocht voor het opstellen van een protocol dyscalculie. Eindelijk, Mieke had haar bestemming gevonden, het Nederlandse rekenonderwijs moest veranderen van Mieke want zijn we in de huidige tijd niet allemaal een beetje dyscalculitisch, zijn we niet allemaal een beetje ongecijferd, weliswaar de ene wat meer dan de andere, maar toch. Want zeg nu zelf een piloot van een straaljager rekent toch anders dan een taxichauffeur, de bakker rekent anders dan een slager en de docent cijfert anders dan de schoolbestuurder, een complete toren van Babel op gebied van cijfertjes. ‘Functionele gecijferheid’ noemt Mieke dat en dat de rest van de aardkloot dat onzin vindt is normaal want eigenlijk is Mieke de enige gecijferde op de hele wereld.

Als Mieke haar theorieën uitlegt aan de onwetende ongecijferde medemens verpakt ze haar getut met aangrijpende en soms wel mystieke uitspraken en voorbeelden. “Een staartdeling bestaat niet uit delen. Dat denken we wel allemaal, omdat het staartdeling heet, maar zo is het niet, het is eigenlijk vermenigvuldigen en aftrekken” vind ik één van de mooiste, laat ik nu altijd gedacht hebben dat een staartdeling een staart had. Of wat vindt u van deze “Omdat de Arabieren van rechts naar links lezen en schrijven, hebben wij van rechts naar links leren cijferen. Tegenwoordig leren de kinderen van links naar rechts cijferen en dat sluit beter aan bij het hoofdrekenen.” Echt diepzinnig en beetje mysterieus, je moet al bijna tot de verhevenen van de gecijferden behoren om dit hersenspinseltje te ontcijferen.

Ach ik heb er allemaal niet zo veel moeite mee. Elke dag kom ik ze wel tegen dat soort van onzinspuiters en zweeftevende zichzelf benoemde intellectuelen. ‘Je kan het kanaal er mee dempen’ placht mijn grootvader te zeggen.  Ze doen maar als ze mij en mijn leerlingen maar met rust laten. Maar dat is dan weer buiten de waard van Mieke gerekend. Mieke vindt het namelijk haar Goddelijke roeping om ook het rekenonderwijs in het voortgezet onderwijs danig op de schop te nemen, te vernieuwen, te veranderen en aan te passen aan haar moderne en vernieuwende gecijferdheidstheorie. Treden in de voetsporen van haar goeroe Luc Stevens zullen we maar zeggen.

Daarom wil Mieke dat er in elke school een “rekencoördinator’ komt. Wat die moet doen? Coördineren natuurlijk! Om te beginnen is de persoon in kwestie een rekenexpert.  Zijn taken zijn nu nog niet helder, maar wel staat vast dat deze persoon de spil wordt van het rekenonderwijs, hij ontwikkelt het rekenbeleid op school, hij is verantwoordelijk voor contacten met andere scholen, hij geeft adviezen en hij houdt dagelijks de laatste ontwikkelingen op rekenonderwijsgebied bij. Verder is hij de postiljon d’amour tussen de docenten in de niet- rekenvakken zoals gym en de docenten in de rekenvakken zoals natuurkunde. De taak van de docent niet-rekenvakken is dat hij kan signaleren of leerlingen iets wel of niet snappen of kunnen, niet om het dan zelf uit te leggen, maar om het door te spelen aan b.v. de rekencoördinator die dan op zijn beurt gaat onderhandelen met de docent rekenvakken om wat te gaan doen met die specifieke tekortkoming van de specifieke leerling in dat specifieke vak. Een en ander natuurlijk volgens protocol en eerder gemaakte afspraken.

Alle 300 docenten van de Utrechtse VMBO’s volgen de komende drie jaar trainingen om zich te ontwikkelen tot ‘topdocent’ de rekenexperts, rekencoördinatoren en rekenmiddenmanagers van de toekomst in het VMBO. De nadruk ligt op taal, burgerschap en rekenen.

En daar gaat het uiteindelijk om, drie jaar training is drie jaar Kassa.

 

J.Jeronimoon

 

 

 

 


----------
 
 
21-07-2012, reactie van moby
Karikaturaal gesteld zou je kunnen zeggen dat deze mensen zich hebben gespecialiseerd in de opvoeding van het kind 'met krukken' en dat zij van de weeromstuit nu onderwijs bepleiten dat van alle kinderen kinderen 'met krukken' maakt, zodat niemand zich meer 'gehandicapt' hoeft te voelen.
Het is misschien lief en aardig (hoewel ik dat betwijfel), maar het zet voor het onderwijs natuurlijk geen zoden aan de dijk.
Als we voortdurend gedwongen worden net zo langzaam te varen als het langzaamste schip, holt het onderwijs achteruit.
 ----------
Datum: 13-07-2012
 
De volgende komt er aan!

Na 'Het nieuwe leren van de keizer' en 'leraren doen het niet voor het geld' staat de volgende bundel columns in de steigers. Samen met de clusteruitgeverij van schrijverspunt wordt er hard gewerkt om er voor te zorgen dat begin september het boek verkrijgbaar is zowel als boek, met blaadjes van papier om om te slaan, te voorzien van ezelsoren, aantekeningen op te maken, droedeltjes te tekenen.

De sjagerijnige onderwijsdeskundologen en enigszins Narcistisch aangelegde managers en onderwijsbestuurderen die met lede ogen zullen moeten aanzien dat er alweer een bundel columns de boekenmarkt overspoelt wilde ik het ultieme genoegen niet onthouden om met het uitgescheurde blaadje waarin ze voor de zoveelste keer voor gek worden gezet en aangetast in hun toch zo goede bedoeling met het Nederlandse onderwijs ( lees: eigen zak), de aambeien op te schonen.

Voor de minder draagkrachtigen onder ons die in het bezit zijn van een PC, laptop, i-padje of ander electronisch tuig, wordt een e-book versie tegen een gereduceerd proletarisch tariefje in elkaar geknutseld.

Nog even geduld en "Julius Caesar gezegd te Waterloo" wordt vakkundig in de doopvont gemikt ter lering en vermaak van boeren, burgers en buitenlui en ter sjagerijn der boven de docent verhevene.

J. Jeronimoon









 

----------
 
 
13-07-2012, reactie van Aad Vlag
SCHITTEREND !!!
 ----------
Datum: 1-07-2012
 Vakantie

Aan mijn ambtgenoten, ambtsbroeders, beroepsgenoten, confraters, collega’s, gelijken onder de gelijken, lezers, medewerkers, vakgenoten, gabbers, maatjes, makkers, metgezellen, partners, vrienden, kameraden, maten, ploegmaten, medestrijders en broeders in het kwaad en goed, kortom aan allen die dit lezen en mij een warm hart toedragen.

Maar ook aan de baasjes, heersertjes, chefjes, directeurtjes, managertjes, meerderen, boven ons gestelden, patroontjes, superieuren, vríndjes van de vríndjes, bestuurvoorzittertjes, en hoog van de torenblazertjes, kortom aan allen die mij geen warm hart toedragen en regelmatig deze site bezoeken om te lezen en zich te ergeren aan wat er geschreven staat.

En zeker niet te vergeten al de ‘mannetjes’ en ‘vrouwtjes’ van de diverse adviesclubjes zoals APC, KPC, SLO, VVO, HCO, CPS, BCO, MBO-raad, HBO-raad, PO-raad en raad-eens-wie-wij-zijn raad, kortom aan alle die onder de vlag van ‘onderwijs moet nieuw’ en ‘onderwijs moet anders’, de vernieling van het onderwijs mede gestalte geven.

Straks is het vakantie, en gaan ‘de slaven van het krijtje’ genieten van een welverdiende en jaloeziemakende tijd van ontspanning, spel, verre buitenlanden of onontdekte Nederlandse plekjes. Maar, ons kent ons, ook enige eruditie zal niet ontbreken in deze zee van tijd waarin alles mag en niets moet. Niets is heerlijker dan genieten van een glaasje rosé of appelsap in de schaduw van een grote boom. Een boekje lezen en soms peinzend staren over het zinderende, door de zon gemartelde landschap. Mijmeren over wat geweest is en denkend aan wat straks moet komen. Genieten van genot.

Vakantie! Sommige van de eerst aangesprokenen juichen, anderen knielen, buigen het hoofd en danken, en nog anderen zuchten, de zucht van verlichting.

De tweede aangesproken ik-heb-het-voor-het-zeggen-groepje vloeken binnensmonds, er valt niets meer te besturen, te veranderen, te reorganiseren. Ze ballen de vuist in een machteloze woede, die vermaledijde vakantie. De hoogst boven ons gestelde opent zijn outlook en mailt een spoedmail naar al zijn ondergeschikten. Er moet vergaderd worden, ook in de vakantie. Plannen smeden voor ná de vakantie, het motto moet zijn ‘de vijand slaapt niet’. De zelfbenoemde ‘visionairs’ kennen geen vakantie, daarvoor zijn ze te verknocht aan de bestuurdersstoel en voorzittershamer. Trouwens de roep van de reorganisatie en massaontslag klink steeds luider in hun uur, hun ultieme megalomane droom, hun nieuw schoolgebouw moet worden gered.

De derde aangesprokenen zweefliegende onderwijsadviseurtjes slaan regelrecht in paniek, ook hij en zij zien de impact van deze ‘grote vakantie’. Hun hoorn des overvloeds braakt twee maanden lang niet meer dan lucht, hun economische succes, hun raddraaierij, zweefliegerij, en vernielzucht komt piepend en krakend tot stilstand. Zeven weken lang zijn ze gewoon gewoon en geen deskundologen of over het paard getilde betweters.

En de leerlingen? Hebben tijdelijk een vakantiebaantje om ergens in die vakantieweken hun comazuip-competentie, stap-competentie en nachten-doorhalen-competentie ten toon te spreiden aan een of andere Adriatische of Turkse kust. De minderbedeelden onder hen zoeken bier-vertier op een Texelse camping. Geeft niet, het is ook ver weg van school, docent en google.

Ook uw scribent gaat genieten van een vakantie. De dakgoot moet nog geschilderd, het gras gemaaid, een tegelpaadje gelegd en het onkruid gewied. Op de plank ligt een nieuwe bundel te wachten en een nieuwe roman. Vakantieklusjes, uitgestelde werkjes waarvoor de vakantie is uitgevonden. Misschien een paar weekjes naar Frankrijk. Naar een piepklein dorpje, zo klein dat het niet eens op de kaart staat. Er is geen bank, geen bakker, geen slager, zelfs geen collega’s. Er is wel een pleintje, met een fonteintje, waarin het plaatselijke grut verkoeling mag zoeken als de zon zelfs de schaduw bruin verbrandt.

Het zit er op, een schooljaar is in de tijd verdwenen, omzien heeft geen zin, tijdelijk is de strijd gestreden, vakantie, ik kom er aan.

 

Jesse Jeronimoon

 
----------
 
 
1-07-2012, reactie van Hals
Mooi gezegd, Jeronimoon.
En prettige vakantie!
 ----------
Datum: 21-06-2012
  

Verliefd op de Juf.

 

 

Ik was deze week uitgenodigd door een ROC om mee te werken aan een competentie assessment. Jazeker, het competentie gericht onderwijs groeit en bloeit als nooit tevoren. Het was niet de bedoeling dat ik de leerlingen zou beoordelen maar mijn acteertalent was de drie dames opgevallen bij een rollenspel op een landelijke studiedag. Zodoende vonden zij mij een geschikte tegenspeler voor een rollenspel ten behoeve van het competentie assessment. De drie dames profileerden zich als juryleden want al bij al leek het assessment meer op ‘Holland got Education Talent’ dan op een finaal oordeel wat betreft verworven competenties. Wat een geneuzel, boerenbedrog, willekeur,  schijnheiligheid en borstenklopperij. Kwik, Kwek en Kwak legden mij haarfijn en bloedje ernstig uit hoe hun zelfbedacht competentie assessment er uit zou komen te zien en wat mijn bescheiden rol hierin was.

Kwek was al boos na de eerste zin, de bezemberijdster begon met de legendarische woorden “Wij de assessoren” waarop ik  bij zoveel zelfverheerlijking spontaan in de lach schoot, en zij, boos om zoveel onbegrip, onmiddellijk achter de jurytafel plaatsnam en zich hulde in een mysterieus stilzwijgen. Kwik nam het over en duwde mij,  met vernietigende blik in de ogen, de tekst van het rollenspel in de handen om zich daarna al even stilzwijgend naast de boze Kwek te posteren. Kwak bleek een beetje het nulletje van het drietal te zijn, zo een figuurtje dat te allen tijde probeert de kerk in het midden te houden “Over tien minuutjes roep ik de eerste kandidaat naar binnen” fluisterde ze mij toe, “Heb je even de tijd om je voor te bereiden.” Zij vermoedde van het olijke duo onuitgesproken verwensingen en bezweringen aan mijn adres en probeerde op deze manier de boel te sussen.

Het rollenspel was tamelijk eenvoudig. Ik moest een kind spelen van twaalf, groep acht van de basisschool. De kandidaten, allen leerlingen in het laatste jaar van de opleiding tot onderwijs assistent waren veroordeeld tot de rol van de slecht boodschapper. Zij mochten mij vertellen dat ik niet mee mocht doen met de musical, omdat ik te druk, te veel bezet, te grote mond had of gewoon een klein etterbakje was, en voortdurend naar de WC moest wegens te klein blaasje of iets in die zin. De aankomende juffen mochten de reden van de musicalweigering zelf verzinnen (sic). De eerste kandidate betrad het lokaal, portfolio onder de arm. Je kon aan het triumviraat duidelijk merken wat het woord ‘bevooroordeeld’ betekent. De kandidate werd met alle égards en uiterst vriendelijk behandelt. Of zij de opdracht had begrepen en als er nog vragen waren was het nu de tijd om ze te stellen, of ze begreep wat de bedoeling van het assessment was en of zij nog feedback had voor de juryleden omtrent de eindopdracht van het competentieassessment. Soit, geen vragen,  geen verdere opmerking, het theater kon beginnen.

Het gesprekje verliep niet zoals de kandidate had verwacht, ik heb namelijk een aangeboren afkeer van hekserige juffen die zich het liefst kleinerend uitlaten tegen en over hun leerlingen, want dat deed ze. Het was zo een type waarbij ik als vader nooit, maar dan ook nooit of te nimmer mijn kind zou achterlaten, bang zou ik zijn dat deze toverkol mijn kind aan het eind van de dag als kikker bij mij in zou leveren. Onbewogen, koel, kil, volstrekt ontdaan van elke empathie meldde de toekomstige vingerverfpotjesvulster dat ik niet mee mocht doen met de musical aan het einde van het schooljaar. Mijn pruillip kon haar niet vermurwen, integendeel ik zag een hautain glimlachje. Welke argumenten ik ook aanvoerde, dat ik goed kon zingen, en dat ik ook goed kon dansen en dat ik mijn best ging doen en altijd op tijd komen op de repetities, niets mocht en kon baten. Met de armen gekruist voor de borst keek de aankomende vingerverfschortjesopvouwster vanuit een onmetelijke hoogte op mij neer.

Kwek vond het wel goed en ramde op zo een koperen hotelbelletje, het sein dat het rollenspel was afgelopen. De kandidaat lijmpotvulster bekeek me nog eens giftig en lachte toen allervriendelijkst naar het heksentrio dat haar goedkeurend toeknikte. Snotneuzenschoonmaakster in spé verliet het lokaal en het illustere drietal boog zich ijverig over de zelfgepunnikte competentielijst en plaatste zowat overal een groen vinkje in het hokje naast de competenties. Zelfs Jules de Korte kon nog zien dat hierdoor het basisonderwijs een competent kreng rijker was geworden.

Kandidaat twee kwam het lokaal binnen, het viel mij direct op dat deze jonge dame minder in de smaak viel bij de vierschaar. Kort, snibbig, afstandelijk werd zij geïnstrueerd omtrent haar opdracht. Ze ging op de stoel recht tegenover mij zitten, tafel tussen ons in, haalde diep adem , rechtte de rug en vertelde mij dat ik niet mee mocht doen met de musical omdat ik zo weinig tijd had. Ik zat al op voetbal, handbal, judo, turnen, tafeltennis, zong ik een koor en ze had nog een paar dingetjes waaruit moest blijken dat ik eigenlijk te weinig tijd had en de musical niet in de weg mocht staan van de waarschijnlijk grote sportcarrière die gloorde aan de horizon. Ik dacht, terwijl ik mijn pruillip trok, dat ze dit verdorie goed bedacht had. Haar kille houding viel me tegen, het was allemaal zo afstandelijk. Ik liet het hoofd zakken en keek onder mijn wenkbrauwen naar Juf. Een volledige metamorfose voltrok zich terwijl de juf mij troostend toesprak. De kille stem werd warm, haar ogen spraken medeleven, ze stond op van haar stoel kwam naast me staan en legde haar handen op mijn schouders. Ze verleidde me met dat het allemaal niet zo erg was, en dat zingen in een koor veel mooier was dan in de musical, en dat sporten belangrijk was voor jongens van mijn leeftijd want daar werden ze groot en sterk van. Ik voelde de warme handen op mijn schouders, ik smolt en geloofde alles wat ze mij toefluisterde, geen twijfel mogelijk dit was het beste dat mij ooit was overkomen, niet mee mogen doen met de musical. Het hotelbelletje haalde ons in de werkelijkheid.

Geen goedkeurend knikje van het helse trio, de toekomstige Juf werd niet eens aangekeken door de gezusters Dalton, die zaten ijverig rode kruisjes in de vakjes te krassen. Het basisonderwijs verloor een grootse Juf. Boos over zoveel oneerlijkheid, onkunde, dikdoenerij, willekeur en competentieonzin ben ik het lokaal uitgelopen, voor mij geen rollenspel meer. Bij het gesis dat achter mijn rug uit het lokaal opsteeg dacht ik een fractie van een seconde een zwavelgeur waar te nemen.

Aan alle moeders en vaders van dit land. Als je zoontje straks een beetje trots in jullie oren fluistert ‘ik ben verliefd op de Juf’ weet dan dat die Juf het beste van het beste is wat jouw kind ooit kon overkomen. Die Juf heeft geen competenties, weet niets van feedback, doet niet aan reflectie, weet waarschijnlijk ook niet hoe een digibord werkt en heeft lak aan maatwerk, vergaderingen, passend onderwijs en alle andere rotzooi die over de hoofden van de onderwijzers en onderwijzeressen wordt uitgestrooid maar zij is Juf in alle vezels van haar lijf, Juf in hart en nieren, Juf zoals een Juf moet zijn.

 

Jesse Jeronimoon

 

PS. En natuurlijk geldt bovenstaande ook voor de meesters.     

 
----------
 
 
28-06-2012, reactie van Je beste vriend
Zeer fraaie tekst, jeronimoon. En vol met wijsheid!
 
28-06-2012, reactie van Hals
En een prachtig begin voor een nieuwe aflevering van 'Donald Duck' of 'De Heksen'.
 
28-06-2012, reactie van Jeronimoon
Het wordt de opvolger van "het nieuwe leren van de keizer" en "leraren doen het niet voor het geld", noteer maar vast in jouw agenda beste vriend. September komt "Julius Caesar gezegd te Waterloo" in de schappen van de Nederlandse boekwinkels. En een nieuwigheidje, deze keer ook als e-book te verkrijgen. Nog een paar maandjes geduld.

 
28-06-2012, reactie van Hals
Misschien moet je het onderwijs laten voor wat het is en als verloren beschouwen en je richten op je artistieke carrière.
 ----------
Datum: 13-06-2012
 Het bewijs is geleverd!

 

Het bewijs, of zo u wilt de bewijzen, dat de grote onderwijsvernieuwingen van de afgelopen jaren méér onderwijsvernielingen dan vernieuwingen waren, is in een paar weken tijd geleverd.

Vandaag het bericht dat het aantal gezakten in het vmbo twee keer zo groot is dan vorig jaar. Niet dat het examen moeilijker was, bijlange niet. Gesjoemel met cijfers van School Onderzoeken en puntjes ‘lenen’ bij een ander vak, waren niet langer meer mogelijk.

Vorige week stuurde onze minister een brief naar de tweede kamer waarin ze aangaf dat het experiment met examens en nieuwe referentiekaders wiskunde onder meer als resultaat had dat meer dan 70% van de havo leerlingen geen voldoende zouden halen. Gelukkig gaat het hier nog om een experimentje maar wat als het écht om de knikkers gaat en de resultaten uitpakken zoals tijdens de experimenteerfase?

In het MBO hebben ze het niet meer over ‘competenties’ maar over hoe de bestuurder zijn megalomanie zal gaan betalen. Amarantis: 250 ontslagen, stichting BOOR: 150 ontslagen, ROC Leiden: 150 ontslagen, wie volgt?

Het HBO likt zijn wonden na al het rumoer rond de diplomafraude en hoe? InHolland: 450 ontslagen, Windesheim: 250 ontslagen. EN van het basisonderwijs weten we al dat 3000 mensen hun ontslagbrief in de bus hebben gevonden ondanks het terugdraaien van de bezuinigingen.



Bestuurderen, onderzoekers, managers, wringen zich in allerlei bochten om alle bewijs van ineenstorting van ons degelijk onderwijs naar het rijk der fabelen te verwijzen. Het debacle van de vmbo examens komt natuurlijk door de scherpere eis van de minister en natuurlijk niet door jarenlang de bevoegde en degelijke docent aan de kant te zetten en te vervangen door onbekwame en onbevoegde voorleesmoeders of fietsenmakers. Nog altijd dringt het tot de Karpatenkoppen en bergkwabalen hun botte hersenen niet door dat ophokuren waarin naar hartelust gechat, gegooled en gepornoot kan worden, méér bijgedragen heeft aan dit examen debacle dan de eisen van de minister.

ROC bestuurderen vonden hun gebouwen belangrijker dan het primaire proces. Honderden miljoenen zijn er uit het onderwijsproces getrokken om een nóg groter, nóg duurzamer, nóg multifunctioneler, nóg megalomaner gebouw neer te plempen dan de concurrentie honderd kilometer verder. Geen bouwwoede maar een bouwgekte. Armzalige ex-burgemeestertjes die op kosten van de belastingbetaler en ten koste van het onderwijs zonnodig de grote belegger gingen uithangen maakt het plaatje compleet. En maar zeuren dat onze minister zóveel toekijkt en zóveel vraagt dat de bestuurder als het ware gedwongen wordt om een grote bureaucratie bij elkaar te timmeren ook al is dat meer om het gesjoemel, gegraai en geldweggooierij te verbergen dan om de minister op tijd cijfers aan te leveren. Jammer voor al die collega’s die volgend jaar een andere baan kunnen zoeken. Wedden dat het voor het grootste deel bevoegde en degelijke docenten zullen zijn.

Het realistisch rekenen en het Freudenthal Instituut worden genoemd als de grote boosdoeners van de onkunde wat betreft wiskunde in de havo. Onterecht lijkt me dat. Realistisch rekenen is niet meer of minder dan een didactische aanpak, of het de goeie is laat ik buiten beschouwing, maar je kan een didactische aanpak die in het basisonderwijs op 8 jarige leeftijd wordt ingevoerd niet de schuld geven van een slecht examen op 18 jarige leeftijd. Wie is er verantwoordelijk in de tussentijd? Wie heeft er in havo1,havo2, havo3, havo4 en havo5 niet opgelet? Niet het FI, maar de docent en de manager. Trouwens het ongelofelijke cijfer van zakkers deed zich alleen voor in de havo. Hebben de leerlingen van het vmbo dan géén realistisch rekenen gehad? Ook hier geldt dat de bestuurder de bevoegde en degelijk vakdocent heeft ingeruild voor de onbekwame en onbevoegde KPN medewerker die als zij-instromer het onderwijs kwam ingerold, lange vakanties weet je wel.

En reken maar dat het nog maar het begin is van de bewijsvoering van de ondergang van ons onderwijs. Krampachtig worden nieuwe wegen en argumenten gezocht om de totale vernieling door te zetten. Zittenblijven mag niet meer, we moeten naar flexibele vakanties, nog maar 960 uur kwaliteitslessen per jaar, nog méér maatwerk, prestatiebeloning, defuseren en sterftehuisconstructies, alles zweeftevenboter aan de onderwijsgalg dat verschrikkelijk veel geld zal kosten.

Eigenaardig een vernieling die zijn weerga niet kent voor een kostprijs die zijn weerga niet kent, dat is pas kapitaal- en onderwijsvernietiging.

 

Jesse Jeronimoon  
----------
 
 
17-06-2012, reactie van Moby
Reactie: Het befaamde humoristische televisieprogramma van weleer, genaamd \\\"Farce Majeure\\\', voerde steeds een steeds een zogenaamde \\\'vaste briefschrijfster\\\' ten tonele. Ik vond, als jonge kijker, die \\\'vaste briefschrijfster\\\' als fenomeen altijd bijzonder hilarisch, maar dreig nu zelf zo iemand te worden.
Toch kan ik het niet laten mijn grote instemming te betuigen.
Jeronimoon weet meer van de praktijk dan de theoreticus met zijn opgeknipte modellen.
Ook hier leren wij weer, niet alleen ter vermaak, maar vooral ook ter lering.

 
17-06-2012, reactie van Jeanet Meys
Je hebt hele maal gelijk Jesse, maar ik wil er op blijven hameren dat het allemaal begint in het basisonderwijs waar het fundament zozeer aangetast is dat kinderen bij aanvang al door de vloer zakken. Wanneer zal men nu eens in de gaten krijgen dat het niet aan de leerlingen ligt, maar aan diegenen die veel te laag opgeleide leerkrachten voor de klas zetten en alle leerkrachten, ook de goede, in een ideologisch keurslijf dwingen van onderwijs op maat, zelfstandig werken, samenwerkend leren, bewegend leren enz, maar onze kinderen fatsoenlijk leren rekenen. schrijven en spellen, ho maar. Daar komen nu ook nog een hoop zorgleerlingen bij in veel te grote klassen en combinatieklassen en zo wordt het Nederlandse basisonderwijs één grote zorginstelling. Wie o wie gaat de kat de bel aanbinden? Iedereen die zich niet voegt naar dit perverse systeem wordt een kopje kleiner gemaakt. Ons wordt wijs gemaakt dat het aantal zeer zwakke basisscholen sterk vermindert Dat zegt de inspectie, die deel uit maakt van dit systeem en alleen maar kijkt of het op papier allemaal in orde is. Op de pabo's kan ook iedereen lesgeven. De vakdocenten zijn naar huis gestuurd. Waar zal het de komende verkiezingen over gaan? Niet over goed onderwijs dat los van de eurocrisis onze grootste crisis is.
 ----------
Datum: 5-06-2012
 Talent ingeleverd.

 

Een paar jaartjes geleden schreef ik een column met als titel “talent, hier inleveren”. Het verhaalde over een deelneemster in het MBO die gemangeld werd door het net ingevoerde Competentie Gericht Onderwijs. Als een van de beste leerlingen in het VMBO had ze, met haar pas verworven diploma in de hand, trots aan haar ouders en grootouders laten weten de weg van haar hart te willen volgen en ‘zuster’ te worden. Zodoende stroomde zij het MBO in om daar de opleiding tot verpleegkundige te volgen en ik werd één van haar docenten. Het competentie gericht onderwijs gruwt echter van deelnemers die kennis boven competenties stellen, een enorme teleurstelling voor deze leerling. Hoe hard ze ook haar best deed, op school en op de stageplek, veel steun kreeg ze niet. Ik eindigde die column met ‘Het competentie gericht onderwijs is niet meer dan een grote kartonnen doos bij de ingang van het schoolgebouw waarop in grote letters geschreven staat: ‘Talent, hier inleveren.’

Vanochtend in de ochtendkrant mocht ik het verhaal lezen van een leerlinge geslaagd voor VMBO-t en die nu al een klein jaartje op zoek is naar een school waar ze wordt toegelaten om de opleiding onderwijsassisstente te volgen. Zonder succes tot nu toe. Wat is hier aan de hand?

Het lieve kind blijkt ADD te hebben, voor de onwetenden onder ons, ADD is het zusje van ADHD en staat voor Attention Deficit Disorder, wat wil zeggen dat er een probleem is met de concentratie en de H van Hyperactivity achterwege blijft. Kenmerken van dit probleempje zijn een verminderde mogelijkheid om lang geconcentreerd te blijven en hierdoor een ietwat tragere uitvoering van een taak. Voor de rest zijn dit hele rustige, onopvallende en lieve kinderen.

Aangezien ik mij een tijdje mocht vermaken bij een opleiding ‘nieuwe stijl CGO onderwijsassisstente’ weet ik een beetje van de hoed en de rand van deze opleiding, in hoeverre het nog een opleiding te noemen is. Wat betreft theorie is er gezorgd voor het aller-aller-aller minste minimum. Een workshopje van een uurtje of tien ‘Algemene pedagogiek’, af te sluiten met een werkstukje van drie kantjes . Een workshop van een uurtje of tien ‘rekenen’ op het niveau van 3X4, af te sluiten met een toets die herkans t mag worden tot de deelnemer geslaagd is. Eén dag in de week ‘samenwerken aan beroeps competenties’, in groepjes van drie en af te sluiten met een presentatie van de aangeleerde competenties. Twee dagen per week ‘beroepspraktijkvorming’ wat gewoon stage is en dan per jaar de keuze tussen 10 workshops van 10 uur waar de deelnemer er vier moet uitkiezen. Dit zijn workshops met de ronkende titels ‘Voorlezen voor kleuters, peuters en volwassenen’, ‘de inrichting van een klaslokaal in de brede school’, ‘wijnproeverij’, ‘presenteren en spreken in het openbaar’ of ‘verf, kleuren en andere tekenmaterialen’. Geen enkele workshop wordt afgesloten met een of andere toetsing. Het gaat om de ‘competenties’ die willekeurig worden toegekend. En zo kan het dat deelnemers waarvan iedereen denkt ‘ik lever mijn kind niet uit aan deze heks’, zonder probleem na vier jaar slenteren, slempen en spijbelen een diploma onderwijsassisstente verkrijgen, gewoon omdat ze nou net in het goede putje van een of andere bezemberijdster vallen.

Zelfs een kind van twaalf kan met de vingers in de neus de opleiding ‘onderwijsassisstente nieuwe stijl CGO’ binnen het jaar als het moet tot een goed einde brengen. En toch wordt de nieuwe deelneemster afgewezen en als ik het krantenartikel goed begrepen heb zonder voldoende onderbouwing. Zal dus wel te maken hebben met het ADD syndroom en het feit dat dan mogelijk meer begeleiding van de school wordt verwacht, en dat kan natuurlijk niet. Ben je gek, deelnemers begeleiden? Daar is geen tijd voor tussen al die workshops, vergaderingen, gemiespel, getrut en het zweefliegen.

Voor deze jongedame, die waarschijnlijk met haar hele grote hart, de keuze maakte om onderwijsassisstente te willen worden, blijft de schoolpoort dicht. Op voorhand haar talent ingeleverd.

 

Jesse Jeronimoon

  
----------
 
 
9-06-2012, reactie van moby
Nivelleren komt meestal neer op het frustreren en ontmoedigen van de getalenteerden en het bemoedigen van de status quo van de de talentlozen.
 
19-06-2012, reactie van Leo
Jammer, dat nog steeds laag opgeleide juffen en (enkele) meester opgevoerd worden als belangrijkste reden van het dramatische basisschool gebeuren. De echte reden ligt immers bij de invoering van wsns. Toen begon het "wegrotten". Nog jammerder is dat op BON geen juffen of (nog enkele) meester haar/zijn mening geeft. Het basisonderwijs is inderdaad het fundament. Helaas is dat bij BON bijzaak. Waarom reageert er geen juf op BON of wordt lid?
 ----------
Datum: 28-05-2012
 Het regent luchtballonnen.

 

Laatst vroeg iemand of ik nog genoeg inspiratie heb om wekelijks een column over het onderwijs te produceren. Inspiratie? Bijna elke dag komt de inspiratie me toegewaaid dank zij het stelletje luchtballonvaarders die zich tegenwoordig tegen het onderwijs in Nederland aanbemoeien. Neem nu de voorzitter van het CNV. Het CNV blijkt een vakbond te zijn, een vereniging voor en door werknemers zullen we maar zeggen. Dat de vorige voorzitsters van dit bondje al vond dat de leraren het niet voor het geld doen kunnen we nog rekenen als een kort ogenblikje van volledige incompetentie en verstandsverbijstering maar wat de huidige voorzitter dhr. Rog er van bakt lijkt meer op een een-tweetje met de voorzitter van de werkgeversvereniging onzer aller welbekende Sjoerd van de VO raad. Vakbond gooit het op een akkoordje met de werkgever ten koste van de werknemer, daar lijkt het op.

Rog wil namelijk dat er niemand nog blijft zitten in het Voortgezet Onderwijs maar dan vooral in havo en VWO. Een jaartje overdoen wordt taboe verklaard en de leerling die tijdens het schooljaar blijkt geeft van langdurige puberale oprispingen zoals ‘school is kut’ en ‘ik wordt toch stervoetballer, waarom moet ik nog naar die school’ moet als het aan Rog ligt gewoon na vijf jaar broek verslijten en de boel verstjieren een diploma VO ( lees Havo of VWO) krijgen. Natuurlijk werden alle zelfgepunnikte zestigerjaren geitewollesokken sosjologen op slag wakker uit hun onverdiende pensioenslaap om op de rug van Rog mee te surfen naar de heerlijke maakbare samenleving waar iedereen die het maar enigszins denkt een universitaire bull in de wacht kan slepen. Geen kwestie van kennen en kunnen maar een kwestie van volhouden en blijven ademen.

Die voorzitter vond de oplossing in een soort van zomerschool waar de zittenblijvende leerling dan verplicht aanwezig moet zijn en dan mag de leerling over naar het volgende jaar. Dat de vakbondsleider indirect pleit voor het afschaffen van de vaste schoolvakantietijden klinkt Sjoerd als Hemelse muziek in de oren. En niet voor Sjoerd alleen maar ook voor die onderwijsmalloten die dan denken dat ze ook in het toeristisch laagseizoen op vakantie kunnen. Er zijn mensen en er zijn potloden en je hebt ook nog van die stompjes. Opperstomp Sjoerd lult wat uit de nek over individueel onderwijs met een toefje maatwerk en Rog voelt zich een heel baasje. Blij als een hele3 boer met een halve koe, Rog heeft het CNV op de kaart gezet deze zomer.  

Lag Rog te slapen toen de toenmalige minister het in haar hoofd haalde om in het leerwegenverhaal de MAVO maar even te schrappen. Want hoe Rog het ook draait of keert dáár ligt de oorsprong van het aantal zittenblijvers de dag van vandaag. Te veel ouders vinden het VMBO het afvalputje van het onderwijs en willen hun oogappel naar de HAVO of oogappel het niveau aankan is niet eens in vraag. Natuurlijk ontstaat er dan een soort van natuurlijke afstroom, wie het niet aankan stroomt af naar vmbo, maar dat mag ook niet, dus maar een jaartje zitten blijven, om daarna af  te stromen. Rog wil dit hiaat in het onderwijsgebouw, de mavo, oplossen met een zomerschool, inlevering van de vakantietijden, nog meer onbevoegde en onbekwame mensen in het onderwijs want waar haalt hij in godsnaam de bevoegde zomerschoolleerkracht vandaan in een tijd dat hijzelf en Sjoerd staan te roepen dat er enorm lerarentekort dreigt. We weten het niet. Laten we het er maar op houden dat Rog en Sjoerd het zoveelste ballonnetje hebben opgeblazen en bij de minister de hand op houden om enkele miljoenen voor hun experimentje te vangen.

Rog had er beter aan gedaan om tegen Sjoerd te zeggen dat al dat geld dat zijn schooltjes van de overheid en de belastingbetaler krijgen eigenlijk bedoeld is om bevoegde leerkrachten aan te trekken. Bevoegd, bekwaam en vooral betaald naar kunnen en kennen, want daar schort het ook nog een beetje aan. Rog had Sjoerd op de vingers kunnen tikken wat betreft een taakbelastingbeleid waarin ‘lessen verzorgen’ minder aandacht krijgt dan ‘begeleider ophokuren’. Enfin Rog is tegen de 1040 uur, waarin 80 lesuren ‘ondersteuning’ op jaarbasis was ingebouwd. Ondersteuning die ten goede moest komen aan de achterop geraakte leerling, of te wel de mogelijke zittenblijver. Rog was tegen het schrappen van de week vakantie. Rog riep in januari alle leerkrachten op zich te verzetten tegen die 1040 uur en het schrappen van een week vakantie. Rog was voor het afschaffen van de mavo in het leerwegenverhaal.

In het ballonnetje van Rog zit een zomerschool ter ondersteuning van de zittenblijver, het afschaffen van de vaste vakantietijden en nergens pleit hij voor de herinvoering van de mavo. Wie is er eigenlijk voorzitter van het CNV Rog of Sjoerd?

 

Jesse Jeronimoon.

 

 
----------
 
 
30-05-2012, reactie van moby
Men beweert dat alles went.
Maar na al die jaren vind ik het opheffen van de MAVO nog steeds een buitengewoon krankzinnige beslissing. Kennelijk verwachtte men van de 'onderklasse' weinig weerstand en besloot men alvast op dat niveau alle leerlingen in een grote bulk te plaatsen.
Een van de allerstomste onderwijsbeslissingen.
Dat vond ik al toen er van hoorde en nu, na vele jaren, vind ik dat nog steeds.
Er is geen enkele belofte waargemaakt.
In het onderwijs geldt (net als trouwens bij veel andere zaken) dat, als we na redelijk korte tijd geen duidelijke voordelen zien, die voordelen ook niet meer zullen komen.

Want inderdaad willen vele ouders geen VMBO voor hun kind, terwijl HAVO dan weer te hoog gegrepen is (ik heb te maken gehad met groepen 8 en de verwijzingen naar VO).
MAVO was in zulke gevallen een prima voorstel. Ouders vertrouwden op een mogelijk wat vertraagde ontwikkeling, waarna, na de MAVO, alsnog HAVO voor hun pupillen mogelijk zou worden.
Maar met alleen MAVO maakte je op de arbeidsmarkt ook al een niet al te beroerde indruk.
Diezelfde arbeidsmarkt zet echter vraagtekens bij een VMBO-diploma; daar is niets in verbeterd.
En van de arbeidsmarkt moet de aankomende loonslaaf het toch echt hebben.

 ----------
Datum: 28-05-2012
 Het regent luchtballonnen.

 

Laatst vroeg iemand of ik nog genoeg inspiratie heb om wekelijks een column over het onderwijs te produceren. Inspiratie? Bijna elke dag komt de inspiratie me toegewaaid dank zij het stelletje luchtballonvaarders die zich tegenwoordig tegen het onderwijs in Nederland aanbemoeien. Neem nu de voorzitter van het CNV. Het CNV blijkt een vakbond te zijn, een vereniging voor en door werknemers zullen we maar zeggen. Dat de vorige voorzitsters van dit bondje al vond dat de leraren het niet voor het geld doen kunnen we nog rekenen als een kort ogenblikje van volledige incompetentie en verstandsverbijstering maar wat de huidige voorzitter dhr. Rog er van bakt lijkt meer op een een-tweetje met de voorzitter van de werkgeversvereniging onzer aller welbekende Sjoerd van de VO raad. Vakbond gooit het op een akkoordje met de werkgever ten koste van de werknemer, daar lijkt het op.

Rog wil namelijk dat er niemand nog blijft zitten in het Voortgezet Onderwijs maar dan vooral in havo en VWO. Een jaartje overdoen wordt taboe verklaard en de leerling die tijdens het schooljaar blijkt geeft van langdurige puberale oprispingen zoals ‘school is kut’ en ‘ik wordt toch stervoetballer, waarom moet ik nog naar die school’ moet als het aan Rog ligt gewoon na vijf jaar broek verslijten en de boel verstjieren een diploma VO ( lees Havo of VWO) krijgen. Natuurlijk werden alle zelfgepunnikte zestigerjaren geitewollesokken sosjologen op slag wakker uit hun onverdiende pensioenslaap om op de rug van Rog mee te surfen naar de heerlijke maakbare samenleving waar iedereen die het maar enigszins denkt een universitaire bul in de wacht kan slepen. Geen kwestie van kennen en kunnen maar een kwestie van volhouden en blijven ademen.

Die voorzitter vond de oplossing in een soort van zomerschool waar de zittenblijvende leerling dan verplicht aanwezig moet zijn en dan mag de leerling over naar het volgende jaar. Dat de vakbondsleider indirect pleit voor het afschaffen van de vaste schoolvakantietijden klinkt Sjoerd als Hemelse muziek in de oren. En niet voor Sjoerd alleen maar ook voor die onderwijsmalloten die dan denken dat ze ook in het toeristisch laagseizoen op vakantie kunnen. Er zijn mensen en er zijn potloden en je hebt ook nog van die stompjes. Opperstomp Sjoerd lult wat uit de nek over individueel onderwijs met een toefje maatwerk en Rog voelt zich een heel baasje. Blij als een hele boer met een halve koe, Rog heeft het CNV op de kaart gezet deze zomer.  

Lag Rog te slapen toen de toenmalige minister het in haar hoofd haalde om in het leerwegenverhaal de MAVO maar even te schrappen. Want hoe Rog het ook draait of keert dáár ligt de oorsprong van het aantal zittenblijvers de dag van vandaag. Te veel ouders vinden het VMBO het afvalputje van het onderwijs en willen hun oogappel naar de HAVO of oogappel het niveau aankan is niet eens in vraag. Natuurlijk ontstaat er dan een soort van natuurlijke afstroom, wie het niet aankan stroomt af naar vmbo, maar dat mag ook niet, dus maar een jaartje zitten blijven, om daarna af  te stromen. Rog wil dit hiaat in het onderwijsgebouw, de mavo, oplossen met een zomerschool, inlevering van de vakantietijden, nog meer onbevoegde en onbekwame mensen in het onderwijs want waar haalt hij in godsnaam de bevoegde zomerschoolleerkracht vandaan in een tijd dat hijzelf en Sjoerd staan te roepen dat er enorm lerarentekort dreigt. We weten het niet. Laten we het er maar op houden dat Rog en Sjoerd het zoveelste ballonnetje hebben opgeblazen en bij de minister de hand op houden om enkele miljoenen voor hun experimentje te vangen.

Rog had er beter aan gedaan om tegen Sjoerd te zeggen dat al dat geld dat zijn schooltjes van de overheid en de belastingbetaler krijgen eigenlijk bedoeld is om bevoegde leerkrachten aan te trekken. Bevoegd, bekwaam en vooral betaald naar kunnen en kennen, want daar schort het ook nog een beetje aan. Rog had Sjoerd op de vingers kunnen tikken wat betreft een taakbelastingbeleid waarin ‘lessen verzorgen’ minder aandacht krijgt dan ‘begeleider ophokuren’. Enfin Rog is tegen de 1040 uur, waarin 80 lesuren ‘ondersteuning’ op jaarbasis was ingebouwd. Ondersteuning die ten goede moest komen aan de achterop geraakte leerling, of te wel de mogelijke zittenblijver. Rog was tegen het schrappen van de week vakantie. Rog riep in januari alle leerkrachten op zich te verzetten tegen die 1040 uur en het schrappen van een week vakantie. Rog was voor het afschaffen van de mavo in het leerwegenverhaal.

In het ballonnetje van Rog zit een zomerschool ter ondersteuning van de zittenblijver, het afschaffen van de vaste vakantietijden en nergens pleit hij voor de herinvoering van de mavo. Wie is er eigenlijk voorzitter van het CNV Rog of Sjoerd?

 

Jesse Jeronimoon.

 

 
----------
 
Datum: 23-05-2012
 Alweer een onderwijspartij!

 

Tofik zei het gisteren, hij riep het van de daken, zijn partij moest een echte onderwijspartij worden, jammer dat niemand hem vroeg wat hij daar nou eigenlijk mee bedoelde met ‘een echte onderwijspartij’. Naast het vaststaande feit dat zijn partijtje blonk in afwezigheid bij de afgelopen vijf symposia die Beter Onderwijs Nederland organiseerde bij hun jaarlijkse algemene ledenvergadering, heb ik de partij ook nooit kunnen betrappen op enige visie, idee, of zienswijze op en over het onderwijs in Nederland.

Nog zo een onderwijspartij is GeenID66. Het woord verkiezingen kan niet vallen of Geen ID profileert zich als dé onderwijspartij. Daar blijft het dan ook verder bij, geen visie, vooral Geen ID, en ik betwijfel of er één van de tweede kamerleden van dit partijtje hoegenaamd enige sjoege heeft van het werk dat de man of vrouw voor de klas heeft te verstouwen en dan wil ik het niet hebben of ze uberhaupt iets weten van Competentie gericht opleiden, passend onderwijs, realistisch rekenen of diplomafraude en gesjoemel. Wat ze wel kunnen is hun trouwste vriendjes op de hoogste bestuurdersposten van de HBO raad plaatsen. Trouwens Geen ID66 is ook een partij die bij de symposia van BON de afgelopen vijf jaar hun kat stuurden.

Het hele land zal dus de komende maanden overspoeld worden met onderwijs, onderwijs, onderwijs. Niet verwonderlijk want iedereen wil goed onderwijs, beter onderwijs, het beste onderwijs en zowat alle partijen zullen alle docenten beloven dat ze hun vak weer terug krijgen, zullen de bestuurderen beloven dat het onderwijs er nog meer geld bij krijgt, de studenten krijgen de belofte dat studeren gratis wordt, dat de langstudeerboete terug wordt gedraaid en dat elke partij aandacht heeft voor taal en rekenen en daar ook veel geld voor over heeft, maar dan wel ná de verkiezingen en alleen als zij het voor het zeggen krijgen.

Het duurt nog wel een tijdje maar de partijprogramma’s zullen barstensvol onderwijs, onderwijs, onderwijs staan, maar niet heus. Het zal wel worden zoals altijd, zieltjes winnen met gebakken lucht, gemeenplaatsen, en heel veel  ideologie. Na de verkiezingen vreten de papierversnipperaars zich het buikje rond aan onderwijs, onderwijs, onderwijs.

Volgens mij is er ook geen weldenkend mens in dit land dat op een of andere partij stemt om het onderwijsdeeltje in het verkiezingsprogramma. Onderwijs staat op de agenda omdat het gemakkelijk bekt en omdat het net is als voetbal 16 miljoen Nederlanders hebben er verstand van. Iedereen vindt van zichzelf dat hij of zij het baantje van onderwijzer, docent of leraar met twee vingers in de neus uit kan oefenen, ervoor opgeleid of niet. En veel bestuurderen vinden dat tegenwoordig ook, in bezit van een i-pad, weten wat Google betekent, foto’s en filmpjes kunnen maken met telefoon, een facebook en hyves account is een pre en de schooldirecteur geeft al snel het etiketje ‘bekwaam’ aan de zij-instromer. Ondertussen pikt de directeur nog snel de 19000 euro mee die hij van het rijk krijgt voor ondersteuning van de zij-instromer en vult bij een of andere docent ‘begeleiding zij-instromer’ in op het papiertje van het taakbelastingbeleid.

Wat ik vooral leuk vindt van de komende verkiezingsstrijd is het simpele gegeven dat al die partijen en partijtjes hun onderwijswaarheid uitstorten op het ogenblik dat het vakantie is. Oei, nu bedenk ik ineens dat het voor hun ook een uitgelezen kans is om al die lange vakanties van al die onderwijsgevenden eens duchtig aan de kaak te stellen. Ik ruik de jaloezie nu al.

Enfin, nog even wachten en dan kunnen we weer kiezen voor onderwijs, onderwijs, onderwijs. Maar eerst het EK, dan de tour, dan de olympische spelen en daarna naar de stembus.

 

Jesse Jeronimoon.


----------
 
 
23-05-2012, reactie van Aad Vlag
Goeie blog!

Ik zit al 30 jaar niet meer in het onderwijs. Ik zie nog het moment voor me, dat ik voor het eerst de docentenkamer binnenstapte. Als leerling is dat het heilige der heiligen. 'Nu ben ik dus wat' dat ik toen.
Het geheel spatte snel als een zepbel uit elkaar. Niet alleen de directie zag mij als een nieuwkomertje die moest leren te overleven, maar ook de oudere docenten van de vakgroep maakten duidelijk dat ik net de snotneus ontgroeid was.
Aangezien je als beginnend leraartje ook bij de leerlingen geen ondersteuning krijgt, ben je vaak dan een geliefd slachtoffer van leraartje pesten. Vaak sta je alleen en soms ben je daarnaast ook eenzaam.
Een lichamelijke blessure beëindigde mijn docentschap lichamelijke opvoeding voortijdig, maar ik betwijfel of ik het anders lang zou hebben volgehouden.
Daarom hulde aan jou Jesse en hou vol.
 
30-05-2012, reactie van moby
GeenID66!
Ik vind de vondst grandioos.
Wat een vlees-noch-vis-partij, maar intussen pro EU-dictatuur (hoezo Democraten?) en intussen steeds maar weer de arrogante nitwit blijven uithangen.
Als ik iemand op de radio hoor die ik niet ken, maar het gebabbel staat mij zeer tegen, blijkt het dikwijls iemand van geenID66 te zijn, of een bezemsteelberijdster (dank voor jouw kernachtige kwalificatie) van een linkse partij.
Het BON-forum wil geen politieke uitspraken.
Ik hoop dat ik die hier wel gewoon mag neerzetten.
Want ik denk zeker te weten dat achter die onderwijsvernielingen veel zogenaamde 'democraten' hebben gestaan; die van GeenID66.
 ----------
Datum: 15-05-2012
 Wie het weet mag het zeggen.

 

Best lezer, onderwijssympathisant, docent, juf, meester, leraar, onderwijsgevende, medezeggenschapsraadslid, facebooker, linkedInner, en andere forum bezoekers. In de afgelopen vijf jaar dat ik stukjes schrijf over het onderwijs heb ik jullie nooit om hulp gevraagd. Hulp om een groot of klein vraagstuk op te lossen. Tot vandaag. Het vraagstukje ligt al een jaartje of zo op mijn bordje en waar ik ook zocht of informatie vandaan haalde, niemand kon helpen om de zaak op te lossen, daarom was het ook een beetje in de vergetelheid geraakt tot ik vanochtend een collega ontmoette die er voor zorgde dat binnen de kortste keren het hele probleem bovendreef op de toppen van mijn grijze massa. Ik leg het u voor, misschien dat één van u het antwoord weet. Wie het weet mag het zeggen.

Het gesprek dat ik had met mijn collega ging over een duistere periode in zijn lerarenbestaan. Waarom is nog altijd onduidelijk maar mijn collega is een tijdje geschorst geweest. Het was iets met examens en weggegooid maar niemand, ook mijn collega niet, wist van de hoed en de rand. Enfin, na een maand of vier is hij gerehabiliteerd en deed het bestuur van de school of zijn neus bloedde. Was het een onoplettendheid van de bureaucratische molen of even niet opgelet door de administrateur van dienst, feit is dat collega ongeveer een jaar na het begin van de schorsing een briefje kreeg van het UWV dat hij nu een jaar ziek was en dat het tijd was om te gaan denken aan een WIA –aanvraag. Navraag leerde me dat dit een standaardbrief van het UWV is bij langdurig zieken. Mij collega was dus geschorst en door de school ziek gemeld. Raar.

Wat mij dus deed denken aan het zaakje dat ik al een jaartje op mijn bordje liggen heb. Hier komt het

Een docent meldde zich ziek op 15 oktober 2005, diagnose Burn out of P611 in verzekeringsjargon. Deze ziekte periode duurde tot 4 september 2006. Alles bij elkaar exact 328 dagen.  Op 2 juni 2007 herviel de docent in zijn oude kwaal, maar nu een beetje heviger. Zoals het een goed bestuur van een school betaamt werd er niet al te veel papier vuil gemaakt aan een tweede reintegratie en werd zonder medeweten van de docent alles op alles gezet, met alle misleiding, misbruik van vertrouwen enz… van dien, om hem te begeleiden naar de WIA. Het nikkeltje bij de docent viel wat laat maar toch verweerde hij zich als een duvel in een wijwatervat. Zo kwam hij aan zijn medisch dossier. En wat staat er in het dossier op de datum van 7 juni 2007 ( de tweede ziekmelding) Het aantal dagen ziekteverzuim over de periode oktober 2005-september 2006 is vastgesteld op 715. Een verschil van bijna 400 dagen.

Dit roept een aantal vragen op waarvan de belangrijkste is: “Wie belazert wie?” en de tweede belangrijkste: “Wie heeft hier ( fiancieel) baat bij?” De school? De verzekeraar? De Herverzekeraar? De arbodienst? Het UWV? De ziektekostenverzekeraar? Zeker is dat er  bijna een jaar aan ziektedagen ‘bijgeschreven’ is. Heeft dit iets te maken met het herverzekeren van het ziekteverzuim door die grote instituten? Is dit fraude? Mag dit zomaar en wie controleert dit? Waar wordt de rekening van 300 dagen ziekteverzuim te veel neergelegd? Is het dank zij deze truc dat het ziekteverzuim in het onderwijs zo hoog is? Is het omtoveren van duurtijd van ziekteperioden een gangbare manier van doen in het onderwijs?

Vragen, vragen, vragen en geen antwoorden en geloof me vrij, ik heb wat aan de telefoon gehangen om hier een antwoord op te krijgen, niemand die het weet of enig idee heeft waarom. Feit blijft dat er op een officieel document door een officiële ‘betrouwbare’ arbodienst  een ziekteperiode van 324 dagen omgetoverd is in een ziekteperiode van 715 dagen. Waarom?

Wie het weet mag het zeggen. En als u het niet weet, stuur dit stukje verder rond, misschien dat er toch een of andere slimmerik met een oplossing komt.

 

Jesse Jeronimoon



Heb de reacties van Marina hier toegevoegd. Staan ze netjes waar ze horen. 



En ja Marina, volgens deze werkgever zijn er meer dan 700 dagen in iets minder dan een jaar Rara hoe kan dat. Wie het weet mag het zeggen. 







6-05-2012, reactie van Marina



Hoe dit kan?? Daar heb ik geen antwoord op, misschien, met de nadruk op misschien wel een tip.

Ook in het onderwijs doet men aan reiskostenvergoeding, niet veel maar toch. Zodra iemand langere tijd ziek is, vervalt deze vergoeding en dat moet te zien zijn op het loonstrookje. Als je na de ziekte weer begint, gaat ook de reiskostenvergoeding weer lopen. Dit lost het probleem niet op, maar het kan evt. wel officieel aantonen hoe lang iemand ziek is geweest ingeval van een "misverstand".



 





16-05-2012, reactie van Marina



Ik was een beetje snel met de reactie, maar toch ontgaat mij iets. 700 nog wat dagen in één jaar?




----------
 
Datum: 10-05-2012
 De Jamaar-training.

 

Gisterenochtend rinkelde de telefoon, ja dat kan, want ik heb op mijn mobieltje de rinkeltone geactiveerd. Ex-collegaatje aan de lijn, nu werkzaam op een basisschool. Na het gebruikelijke ‘hoe gaat het met je?’ en ‘hoe gaat het met de kinderen?’ kwamen we al snel op het onderwijs. Alles van de afgelopen weken passeerde de revue. De bezuinigingen, het niet doorgaan van de bezuinigingen, het passend onderwijs dat in aantocht is, de hoogleraren van een bepaalde universiteit die per scriptie betaald worden, de nieuwbouw van haar basisschool, wat er in de nieuwe partijprogramma’s zal staan over het onderwijs, de centrale examens die er aan zien te komen, de nieuwe website van Beter Onderwijs Nederland, de onzichtbare onderwijscoöperatie met heel veel invloed ( sic), enfin u leest het, we waren een tijdje bezig.

Als uitsmijtertje liet ze nog effe weten dat ze volgende week op cursus mag. Ik raadde dat het een zorg-cursus zou worden, u weet wel die zogenaamde professionaliseringsslag van onze minister ter voorbereiding van de invoering van het passend onderwijs. Maar dat was niet het geval het werd een Jamaar-training. Ze zei het zonder te hikken, zonder te lachen of zonder gierend van haar stoel te vallen. De oren vielen zowat van mijn hoofd toen ze me ernstig vertelde dat ieder van haar collega’s om de beurt verplicht zo een Jamaar-training moest volgen. Werd ik hier in de maling genomen door mijn allerbeste ex- collega? Nee dus, het bestaat echt, zo een Jamaar-training en met heel veel succes. Een Jamaar goeroe staat aan het hoofd van een Jamaar theatergroep die Jamaar voorstelling verzorgt, Jamaar trainingen geeft, Jamaar spulletjes verkoopt en Jamaar boeken schrijft die stuk voor stuk bestsellers zijn in managementkringen. Google maar eens.

Ik voelde ineens de ernst van haar mededeling en vroeg waarom de hele school zo aan het Jamaar-gedoe moest en wat dat in hemelsnaam te maken heeft met haar vak, met de leerling en specifiek met de zorgleerling. ‘Niets’ was het overduidelijke antwoord. Het gaat er namelijk om dat de juf en de meester op zo een Jamaar training geïnstrueerd worden dat ze bij het betreden van de directiekamer zich onthouden van het uitspreken van de woordjes ‘Ja maar’. Anders zullen ze de rest van hun onderwijsbestaan als een ‘Jamaarder’ door het beroepsleven gaan en dat is hééééél negatief en dan kan er gerekend worden op minimaal drie rode kruisjes met de opmerking “JM” in het personeelsdossier.

Laat ik nou denken dat het allemaal niet gekker kon in het onderwijs. Het is maar tien minuten op het web surfen om de meest achterlijke cursussen en trainingen bij elkaar te scharrelen van i-pad reading tot digibord-surfen, van Chakra lezen bij de ADHD’er tot NLP voor de dyslectische leerling, van rekenen voor discalculisten tot fotograferen van de aura’s van de zorgleerling. Voor elke bezemberijder, piskijker, huis-,tuin-, en keukenpsycholoog, tenenlezer en andere zieners en waarzeggers die in het onderwijs bivakkeren is er wel wat te vinden in cursusgevend Nederland. Daar is dus nu een Jamaar training bij gekomen, niet om de juf en de meester te helpen straks bij de invoering van het passend onderwijs en de zorgleerling. Nee, om de directeur en de manager te helpen om de werkdruk te verhogen, geld weg te sluizen, personeelsleden te intimideren, veranderingen en vernieuwingen er doorheen te drukken, vergaderingen te manipuleren en meer van ’s managers welzijn en taak.

Geen onvertogen woord valt er binnen afzienbare tijd nog in de directiekamers, geen enkele vorm van kritiek, niemand durft nog bedenkingen te uiten want ‘ja maar… hebt u hier wel eens over nagedacht?’ Mag niet meer. Geïndoctrineerd op een cursusje.

 

Jesse Jeronimoon  
----------
 
 
12-05-2012, reactie van moby
Wat een zotte vertoning. Helemaal gek geworden, die basisschoolwereld. Opvallend hoe de goeroes zich vooral bezig houden met bewustzijnsveranderingen; alsof daar de oplossing voor de mens ligt.
Deze cursus heeft het over 'omdenken'.
Tevens kan men lezen dat 'ja-maarders' een soort zijn; een soort dat creatieve processen steeds schijnt te smoren. 'Ja-maarders' moeten volgens de cursus dan ook 'ontmaskerd' worden en zelfs onschadelijk worden gemaakt (ik vermoed dat men het denken van die verdorven mensensoort bedoelt). De cusrsus gaar daar bij helpen. Zoek de schuldigen; de 'ja-maarders'.
Die leerkrachten krijgen het volgende schuldcomplex aangepraat.
Absurde werkelijkheid.
 
16-05-2012, reactie van Marina
Hoe dit kan?? Daar heb ik geen antwoord op, misschien, met de nadruk op misschien wel een tip.
Ook in het onderwijs doet men aan reiskostenvergoeding, niet veel maar toch. Zodra iemand langere tijd ziek is, vervalt deze vergoeding en dat moet te zien zijn op het loonstrookje. Als je na de ziekte weer begint, gaat ook de reiskostenvergoeding weer lopen. Dit lost het probleem niet op, maar het kan evt. wel officieel aantonen hoe lang iemand ziek is geweest ingeval van een "misverstand".
 
16-05-2012, reactie van Marina
Ik was een beetje snel met de reactie, maar toch ontgaat mij iets. 700 nog wat dagen in één jaar?

 ----------
Datum: 6-05-2012
 ICT gekkies

Een i-pad is aan mij niet besteed. Vooral omdat ik het een onding vindt om stukkies op te schrijven. De paar keer dat ik het probeerde moest ik teveel denken aan het pianoklaviertje van karton dat diende om de vingeroefeningen in te studeren. Wat heb ik als kind dat langwerpig stuk karton met getekende witte en zwarte pianotoetsen gehaat. Dus mijn stukkies worden getikt op mijn getrouwe blauwe kleine netbook. Heerlijk, het aanslaan van de toetsen met het niet al te luide tikkende geluid. Mijn kleine zwarte netbook dient uitsluitend om het andere schrijfwerk op uit te voeren. Mijn dagboek, de eerste hoofdstukken van een jeugdboek en een half samengestelde bundel van columns wachten in haar geheugen op afwerking. Op mijn grote laptop die binnen afzienbare tijd vervangen wordt door een ultrabook,  doe ik alle andere werk. De huishoudboekhouding, e-mailen, het bank-gebeuren, surfen en meer van dat soort dagelijkse dingetjes.

Soms gebeurt het dat ik heel veel zin heb in schrijven met pen en papier en dan gebruik ik  een digitale pen die het schrijfsel opslaat en zonder problemen omzet in een word document. Bellen doe ik met een i-phone en mijn lezers kunnen mijn schrijfsels vinden op mijn eigen website, soms op mijn facebook pagina en de elite moet het doen met wat ik kwijt wil op LinkdInn. Twitteren vind ik uitsloverij, ik volg niets of niemand gewoon omdat ik niet nieuwsgierig of voyeuristisch ben aangelegd en ik wil al helemaal niet gevolgd worden. Enfin, het digitale tijdperk is niet tevergeefs aan mij voorbijgegaan.

Het is daarom dat ik op zekere tijden de websites bezoek van de onderwijzende ICT gekkies die mij als docent in geuren en kleuren vertellen wat ik in de klas met al die geneugten van de moderne tijd wel niet kan doen. Zo zou mijn facebook pagina het medium bij uitstek zijn om met mijn leerlingen afspraken te maken. “binnen de tien minuten weten al jouw leerlingen waar, wanneer en hoe een werkstuk ingeleverd kan worden” klinkt het facebook wervend. Laat ik daar nou één minuut in plaats van tien over doen, gewoon met in de klas te zeggen “neem jullie agenda en noteer”. Exact hetzelfde effect, al mijn leerlingen zijn direct op de hoogte waar, wanneer en hoe ze een werkstuk moeten inleveren. “Leerlingen kunnen dank zij facebook direct contact met elkaar leggen om linkjes uit te wisselen, waar ze wat kunnen vinden.” Vertelt de facebook-aanhankelijke docent. Maar dat wil ik nou net niet. Ik hoef geen grote grijze massa meningen of werkstukken. Dat is nou net het leuke aan mijn vak en aan het nakijkwerk. Iedere leerling zijn eigen invalshoek, zijn eigen documentatie, zijn eigen onderbouwing en vooral zijn eigen bedenksels. In die zin voegt facebook dus niets toe aan het onderwijsproces, integendeel.

Op een andere site komt een ander ICT gekkie mij vertellen dat hij als onderwijzer veel baat heeft bij de i-pad. Omstandig legt hij uit dat de laatste nieuwe app het i-padje van de leerling omtovert in een zwart schermpje waarop de leerling met een pen zonder inkt kan leren schrijven. Letter na letter verschijnt dan op het schermpje en kan met één druk op de knop weer omgetoverd worden tot een maagdelijk zwart schermpje en het letters oefenen kan opnieuw beginnen. Er stond ook een foto bij het artikel. Een basisschoolleerling gebogen over zijn i-padje, tipje van de tong uit te mond en puntloze pen in de hand, ingespannen letters schrijven. Waarom, ho waarom moet ik dan ineens denken aan de lei en de griffel waarbij je in één handbeweging met je mouw alle letters uitveegde om opnieuw te beginnen.

En dan heb je nog de ICT gekkies die zweren bij de onmogelijkheden van Google. Wat heb ik soms een heimwee naar de schoolbibliotheek van vroeger. Elke zoektocht begon met de kaartenbak. Of de kaartenbak van de schrijvers, netjes op alfabet gerangschikt of de kaartenbak met ‘onderwerpen’, ook op alfabet gerangschikt. De schrijver of het onderwerp gevonden, en mettertijd ging dat alsmaar vlugger, dan stond er in de hoek van het kaartje het nummer van het boek en de titel van het boek en de rest was een fluitje van een cent. Zo niet bij google. Vul ik in de zoekbalk de naam van een schrijver in of de paar woorden van een onderwerp, google vindt voor mij altijd, maar dan ook altijd een omgevallen kaartenbak. Gelukkig weet ik ongeveer wel wat ik wil, en waar ik het moet zoeken maar toch kost het mij nog altijd veel tijd, veel meer dan in de bibliotheek, om te vinden wat ik zocht. Mijn leerlingen vinden het eigenlijk bijna nooit omdat de omgevallen kaartenbak een omgevallen kaartenbak blijft waaruit ze uit armoede toch maar een kaartje pakken, op goed geluk.

Ict gekkies lachen om een leerlingenagenda en gebruiken facebook als ‘afspreekplek’, ze verketteren de pen en komen met de digitale lei en griffel, ze verwerpen het boek en zadelen de leerlingen op met een omgevallen digitale bibliotheek- kaartenbak en dat zijn nog maar drie voorbeeldjes van ICT dwaling. Laat ze dat maar eens twitteren, pingen, SMSsen, facebooke, hyven, linkdinnen of i-padden.

 

Jesse Jeronimoon

 

  
----------
 
Datum: 29-04-2012
 Realistisch rekenen bij de ING.

 

Als er één bank is waar ik nooit of te nimmer één cent naar toe zal brengen, laat staan één cent laat beheren, dan is het wel de ING. Dat komt door het realistisch rekenen. Het zijn vermoedens maar met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan ik gerust stellen dat de rekenmeesters van de bank stuk voor stuk zijn opgeleid in het realistisch rekenen en daardoor volstrekt onrealistische berekeningen maken. Het is hoogst waarschijnlijk dat het merendeel van de rekenaars bij de ING volstrekt geen weet hebben van de meest simpelste berekeningen die elk kind van zes gewoon uit het hoofd maken, zonder i-pad, tablet, rekenmachine of wat voor hulpmiddel dan ook. Hoe zo? Vraagt u zich af.

Eerst een realistisch verhaalt vooraf, dan begrijpt u het straks beter. Een aantal jaren na mijn afstuderen kwam ik toevallig in een of andere bruine kroeg, die bestonden toen nog, een oud-klasgenoot tegen. Ik herkende hem onmiddellijk en moest onmiddellijk denken: ‘er bestaan mensen en potloden en jammer genoeg ook stompjes’ en tot die laatste categorie hoorde ‘der Franz’ want zo noemden we hem omdat hij een vurig aanhanger was van Beckenbauer. Enfin we raakten aan de praat en na de schouderklopjes en twee biertjes waren we beiden nieuwsgierig naar elkaars doen en laten zo na onze schoolperiode. Der Franz bleek een meevallertje te hebben gehad en had een paar honderd hectare naaldbossen geërfd van een vergeten oudoom annex baron. En wat doe je met een naaldbomenwoud? Juist, kappen die handel. Franzie bleek in het hout te zitten. ‘Uitstekende bussines’, beweerde hij. ‘Ik kap het hout, laadt het op een vrachtwagen, breng het naar de zagerij en laat het in handzame stukjes zagen en hakken en verkoop het dan als open haard hout. Alles bij elkaar kost een kubieke meter mij zo een honderd gulden, en ik verkoop het voor duizend gulden de kubieke meter, netjes 10% winst dus.’ Blijkbaar had Franzie nog altijd niet leren rekenen, maar was hij toch schatrijk geworden.

Zo gaat het bij ING ook, alleen heb je daar heel duur betaalde ‘Franzies’. Die hebben allemaal de koppen bij elkaar gestoken toen het parool hun had gevraagd om effe een berekening te maken omtrent de verhoging van de BTW van 19% naar 21%. ‘Hoeveel zal de verhoging de gemiddelde burger maandelijks kosten?’had het parool gevraagd aan de verzameling stompjes. Al snel was de berekening gemaakt. Dit jaar, bij de invoering van de verhoging per 1 oktober, ongeveer 15 euro per maand, vanaf volgend jaar 27 euro per maand. Afgerond zal het zo tussen de 200 en de 300 euro per jaar gaan kosten. En toen moest ik dus aan ‘der Franz’ denken, niet kunnen rekenen, realistisch rekenen dus, maar toch schatrijk. Want daar is het ING om te doen natuurlijk. Zij beheren miljarden aan spaargelden en dat moet zo blijven en dan moet je de mensen nu al niet al te veel ongerust maken, en ook is het natuurlijk belangrijk om vriendjes te blijven met een overheid die een tijdje geleden met miljarden klaar stond om de boel te stutten nadat er ook een aantal rekenfoutjeswaren gemaakt maar dat had meer te maken met slechte hypotheken van slechte mensen uit dat slechte Amerika, daar konden de rekenmeesters van de ING niets aan doen, het overkwam hun als het ware.

Dus voor het volgende sommetje geen potlood, geen papiertje, weg die rekenmachientjes en effe uit het hoofd beste lezer, op de aloude manier zoals we van de juf of meester hebben geleerd.

In Nederland zijn er afgerond 4 miljoen gezinnen. Het totale bedrag dat jaarlijks wordt opgebracht door de BTW verhoging wordt geraamd op afgerond 4 miljard euro. Uit het hoofd, 4 miljard gedeeld door 4 miljoen is 1000. Akkoord? Dus geen 200, geen 300 maar 1000 eurietjes per jaar per gezin. Ja hoor, ik weet ook wel dat een deel van die 4 miljard wordt opgebracht door de tussenhandel en ik wil met alle plezier de netto-opbrengst die bij de burger terechtkomt halveren, maar dan hou ik nog altijd 500 euro over in plaats van 200 of 300. Wat bijna zoveel is als het dubbele van de rekenmeesters van de ING en dan heb ik het alleen over de dagelijkse boodschappen en niet over de benzine, gas en electriciteit, treinkaartje, biertje, sigaretje, parfummetje, en alle andere zaakjes waarvan we niet snel beseffen dat ook die 2 % duurder worden. En ook hou ik er geen rekening mee dat de gemiddelde winkelier zijn ‘euro-invoerings-trucje’ uit de mottenballen haalt. U weet wel, eerst een paar procentjes erbij en dan de BTW verhoging omdat het dan lijkt of de hele verhoging door de BTW verhoging komt.

Het wordt een hele leuke tijd voor de mensen die nog weet hebben van de staartdeling, hoofdrekenen, optellen en aftrekken, die kunnen namelijk nog gewoon rekenen. Misschien iets voor het parool?

 

Jesse Jeronimoon  

 
----------
 
Datum: 27-04-2012
  

Huichelaars

 

 

Op de kwelbuis kwam er een schooldirecteur vertellen dat hij iedereen in de tweede kamer een bedankbriefje had geschreven. Hij had het over het nemen van verantwoordelijkheid, iets over springen over de eigen schaduw,zoals hij dat ook al tijden doet op zijn school omdat er op de centjes gelet moest worden, en dat hij heel dankbaar was maar dat er nu doorgepakt moest worden voor behoud van de kwaliteit van het onderwijs. Hij had het over het terugdraaien van de bezuinigingen op passend onderwijs. Op dit soort momenten heb ik zo een teringhekel aan dit soort van huichelende hielenlikkers die het passend onderwijs op alle soorten van manieren gebruiken en misbruiken. Ja, over de rug van de zorgleerling, ja, u leest het goed, gebruiken en misbruiken. Laat ik het uitleggen.

Dit soort van huichelaars zijn al jaren bezig hun docenten op alle soorten van manieren voor te bereiden op het passend onderwijs, vooral omdat Kate van de PO raad dat zo graag wil. Elke juf of meester is de laatste jaren al verplicht om van elke leerling een volgplan, handelingsplan en behandelingplan op te stellen, ongeacht zorgleerling of niet. Vorig jaar kwam daar bij dat er voor elke groep een groepsvolgplan, een groepshandelingsplan, en een groepsbehandelingplan moest worden opgesteld. Alle juffen en meesters die ik daarover gesproken hebt weten alleen dat het een heis werk is en hebben eigenlijk geen flauw benul wat er verder met de plannen gebeurt en wat er eigenlijk de bedoeling van is. Allen weten ze dat het straks bij de invoering van het passend onderwijs ‘verplicht wordt gesteld door de minister’. Zoals elk kamerlid tegenwoordig wijst naar Brussel, al of niet in positieve zin, wijst de schoolmanager al schouderophalend naar de minister van onderwijs. Hypocriet zootje.

Ook hebben de dankbare, over de schaduw springende, op de centjes lettende verantwoordelijke hielenlikkers, vorige maand duizenden ontslagbrieven de deur uitgedaan, kwestie van de bezuinigingen ( op de centjes letten) vóór te zijn. Kijk, en had die op de kwelbuis verschijnende proleet nu erbij gezegd dat hij iedere ontslagen collega gisteren gebeld had, of gemaild, getwitterd, of wat dan ook dat het ontslag alsnog niet doorging, dan was hij een vent geweest. Nee hoor, niets van dit alles. De kwallebal had in zijn mailtje aan de kamerleden de nadruk gelegd op ‘nu doorpakken’ voor de kwaliteit. Mag ik een teiltje. Natuurlijk doelde de man op de donatie van 75 miljoen voor ‘verbetering voor de kwaliteit van de leraren in Nederland’, dat mag volgens hem dus wel verdubbelen, daar varen zijn advies-, scholing-,training- en zweefteefbureautjes van zijn LinkeInnvriendjes wel bij.

Of ik niet blij ben dat de bezuiniging op het passend onderwijs ongedaan zijn gemaakt? Jawel, maar ik voel aan mijn water, mede dank zij de mailende schoolbestuurder, dat die honderden miljoenen die er nu meer te besteden zijn niet ten goede gaan komen aan de juffen, de meesters en de zorgleerlingen. De juffen en de meesters blijven twee jaar op de nul, blijven plannetjes schrijven en blijven ééndaagse cursussen ‘hoe ga ik om met shakra’s en aura’s van de zorgleerling’ volgen. EN de zorgleerling? Ach, het kind heeft toch een rugzakje, niet met speelgoed maar met keiharde Euro’s, en er valt in geen velden of wegen nog een zorgdocent te bekennen, die zijn ontslagen weet u nog?

 

Jesse Jeronimoon   

 
----------
 
 
27-04-2012, reactie van moby
Helaas, maar zo is het wel.
Pleiten voor 'passend onderwijs' is een vorm van bedrog.
Want een basisschoolklas die gevuld moet worden met leerlingen die niet langer speciaal onderwijs kunnen volgen (het is een politieke wens dat het speciaal onderwijs ingepast gaat worden in de 'gewone' schoolklassen) kan dus GEEN passend onderwijs meer aanbieden.
Zelden heb ik een term zo misbruikt zien worden.
Inderdaad, helemaal ten koste van de allerzwaksten van onze samenleving, de kinderen met een handicap. DIE kunnen niet protesteren! Die moeten in een 'gewone' klas zitten.

Elke dag maar weer helemaal niets begrijpen van wat er allemaal om je heen in de klas gebeurt.
Elke dag weer voelen hoe je 'hulp' nodig hebt.
Elke dag voelen hoe je zelfs je medeleerlingen niet kan volgen.
Elke dag merken dat de klas lacht om zaken die je niet begrijpt.
Elke dag uit de groep gehaald worden: het stempel van de outcast.
Elke dag merken dat een 'toets' niet voor jou is: je bent en blijft de uitzondering.
Elke dag op het schoolplein niet weten hoe mee te spelen.
Elke dag de zielige figuur moeten zijn.

Doen die afgestudeerden die dit bepleiten OOIT wel eens een poging zich in deze kinderen te verplaatsen?!
Welnee.
Ze bouwen aan hun eigen inkomsten en status, en kennen zelfs geen enkele schaamte als zij de ellende van deze kinderen voor hun eigen gewin weten te misbruiken.
Er is niets passends aan passend onderwijs.
Maar in de grote wereld kan men scoren met het gebabbel over 'passend onderwijs'.
Dat het onderwijs aan kinderen op alle fronten verslechtert hoort de buitenwacht niet.

De scherpe toon van dit artikel is zeer terecht.
 ----------
Datum: 18-04-2012
 Het gelijk van Albert Heijn

 

Het leek mij een beetje gemakkelijk om de voorzitter van de VO raad, ons aller welbekende Sjoerd Slagter, middels deze column duidelijk te maken dat hij een aangeschoten eend is en het einde van zijn termijn als God van de VO-raad er bijna op zit nu zich een aantal directeuren zich tegen hem hebben gekeerd nadat onze Sjoerd in zijn eentje beslist heeft dat Amarantis wel een miljoentje of vijf van de VO-raad krijgt om de zaak overeind te houden. “Solidariteitsbijdrage” noemde hij de donatie aan het voormalige graaiende bestuurdersvolk van Amarantis, want dat is het uiteindelijk. Of zijn we al vergeten wie de miljoenen langs deuren en vensters er uit gooide. De VO-discipelen zijn echter bang voor ‘de precedentwerking’ en daar is maar één spreuk op van toepassing ‘zo de waard is, vertrouwt hij zijn gasten.’ Dus Sjoerd zeg maar dag met het handje, binnenkort mag je het veld ruimen en komt er wel een mislukt Kamerlid op jouw plekje zitten, die zijn nog gehaaider. Kortom, opgeruimd staat netjes.

Dus daar wou ik het niet over hebben, maar wel over Albert Heijn. Na de successen met de Wuppies, de Doodles, de voetbalplakplaatjes en nog andersoortige acties heeft Appie nu een actie met mini’s. Bij besteding van een aantal eurietjes krijgt de klant een product van AH in minivorm. Dit alles wordt ons duidelijk gemaakt met een gezellig reclamespotje waarin een klein manneke aangeeft supermarktmanager te willen worden. Enfin jullie kijken zelf maar. De weggeefactie is een formidabel succes. Binnen de kortste keren mini’s te weinig en het alleraardigste Zaanse winkeltje blijkt ook niet direct leverbaar dus bij Appie worden overuren gedraaid. En het rare van dit alles is dat Albert Heijn dus eigenlijk méér verstand heeft van het Nederlandse jonge volkje dan het zooitje uit de hoogte pratende onderwijsdeskundologen die hun ziel verkocht hebben aan de onderwijs adviserende Steve Jobs volgers tot in de dood.

Want als we hun theorieën allemaal moeten geloven dan had Appie geen mini’s moeten uitdelen wegens ouderwets, niet meer van deze tijd, spruitjeslucht en dat lukt niet meer met de Einsteingeneratie. Appie had usb-sticks moeten weggeven, usb sticks met games die gespeeld kunnen worden op de alomtegenwoordige i-pads van de Goddelijke Steve. Of nog beter een password om gratis vanaf de site games te downloaden rechtstreeks naar PC, i-pad of i-phone voor het welzijn van de duimpjes van onze kinderen. Niets blijkt dus minder waar.

Onze kinderen spelen nog graag winkeltje, zoals mijn dochter groenteman speelde met de spruitjes, de witlofstronkjes, prei, sinaasappels, bananen en meer dat ze in de koelkast en op de fruitschaal vond. Haar broertje was de klant en er werd betaald met geld uit het monopoliespel. Net zoals mijn zus vroeger Rozeke Snuif en haar snoepwinkeltje speelde en ik de klant mocht zijn. Net zoals mijn moeder in haar jonge jaren winkeltje speelde met zelf in elkaar geknutselde leuke pakjes van kartonnen doosjes met nul en generlei inhoud. En ik verdenk mijn oma er van dat ook zij in haar kinderjaren wel in een of andere opwelling een winkeltje openhield voor de 13 broertjes en zusjes die het gezin rijk was.

Die gastjes van Appie Heijn weten perfect wat kinderen willen en wat kinderen kunnen of kunnen leren want in het mini winkeltje is geen kassa te vinden. Moeten ze net zoals de ouwe Heijn, God hebbe zijn ziel,  met een potlood achter zijn oor en een papiertje in het borstzakje in de winkel verschijnen en tekens er wat verkocht wordt het potloodje vanachter het oor vissen, eventjes aan de punt likken en dan netjes de getallen onder elkaar schrijven en als de klant klaar is alles bij elkaar optellen. Dat is nogal wat anders dan het realistisch rekenen met een rekenmachine.

Alles komt voorbij in dat winkeltje, vriendelijkheid, gedienstigheid, creativiteit, rekenen, fantasie, geduld, tellen, meten, zowat alles waar de juf en de meester tegenwoordig een digitaal bord, een pc en als het aan Maurice Statistiek ligt ook nog een i-pad voor nodig hebben.

Het gelijk van de mini’s van Appie is simpel, bij hem mogen kinderen ook gewoon kinderen zijn en niet kleine volwassen mensjes die klaar gemaakt moeten worden voor een door volslagen van de werkelijkheid losgezongen Steve Jobs leugenaars, bij elkaar gefantaseerde toekomst.

Nu effe boodschappen doen, het winkeltje van mijn kleindochter moet bijgevuld worden, ze heeft namelijk de vriendinnetjes van school uitgenodigd om bij haar te komen winkelen.

 

Jesse Jeronimoon

 
----------
 
 
18-04-2012, reactie van Jeanet Meijs


Geweldig!!!! Helemaal niets aan toe te voegen.

Hartelijke groet,


Jeanet Meijs
 
19-04-2012, reactie van Huub Philippens
Sapperloot! Albert Heijn heeft weer eens niets begrepen van de Belevingswereld van het Kind. Dat verklaart zijn succes.
En die ondernemers lezen geen publicaties van Motivaction, het SLO, de Pedagogische Instituten, Maurice de Hond en kennen ook niet sensationele termen als de Zapgeneratie, de Netwerkgeneratie (Sjoerd Slagter). Ook dat draagt bij tot het succes.
En ze nemen ook geen adviseurs van Luc Stevens en professor Simons in de arm. En daardoor hebben ze nog meer succes.
 ----------
Datum: 12-04-2012
 Hand in hand, Kameraden.

 

Zoals te voorzien en te verwachten was, Amarantis is gered en dit mede dank zij een donatie vanwege de minister van een miljoentje of tien, de VO raad en de MBO raad leggen ook zes miljoen bij ( waar halen ze het geld vandaan????) en het hele zaakje wordt opgesplitst in 5 zelfstandige scholen. Voor de betaling van de huisvestigingskosten tekenen de gemeenten Amsterdam en Almere. Maar zoals altijd is er een keerzijde aan het hoera-bericht, 250 personeelsleden verliezen hun baan, samen zijn ze goed voor een bezuiniging van pakweg 15 miljoen ( jaarlijks).

De interim manager Wintels is opgetogen over het akkoord dat hij kon sluiten met de minister, Sjoerd, Jan, Annemarie, Eberhard en de medeveroorzakers van het Amarantis-débacle, de bankiers van de banken die weigerden de torenhoge leningen te herfinancieren waardoor de financiele nood per direct duidelijk zichtbaar werd. Conclusie van dit alles: de ramp die Amarantis overkwam zijn de gevolgen van wanbeleid, graaizucht, megalomanitisch in kwadraat en volstrekt onverantwoordelijk bestuurlijk gedrag van de vorige wanbestuurderen van de onderwijsinstelling. Samen met ( en op aanraden van?) de banken zijn tientallen miljoenen overheidsgeld, bedoelt voor het geven van onderwijs, geïnvesteerd in ‘winstgevende’ derivaten. Jazeker, alles volgens de regels van ‘het beleggingsboekje’ van onze vorige minister van onderwijs en nu financieel woordvoerder van zijn partij en ingevoerd per 1 januari 2010.

Van een zembla documentaire weten we dat de wanbestuurder van Amarantis, een ex- politieagent weinig tot niets wist van het ‘niet les geven’ in zijn onderwijsinstelling en ook weten we dat zijn enige reactie op de kritiek hieromtrent niet meer of minder was dan de kritische leerling een ‘zwijgcontract’ in de maag splitsen was in ruil voor een paar ‘lessen’.  Met de staart tussen de benen verdween deze olijke bestuurder van de koude grond en bood zich aan als interim bestuurder bij een ander ROC waar hij, naar loffelijke gewoonte, met open armen en als Sinterklaas werd binnen gehaald.

Enfin, over deze man, over de toezichthouders die zich afvragen of je in derivaten ook wijn kan bewaren, hebben we het niet meer. Ook zij zijn ‘gered’ met de donatie van ministerie, raden en gemeenten. Het gelag wordt betaald door de 250 op de wip zittende personeelsleden want die verliezen geheid hun baan en er staat niemand op hen te wachten om hen binnen te halen tegen een vorstelijk salaris en alsof het Sinterklazen zijn. Op één tweede kamerlid na, en dat moet ik hem nageven, Jasper van Dijk heeft al meegedeeld om een comité op te richten samen met de personeelsleden van Amarantis. Doel is om de huid zo duur mogelijk te verkopen, net als de wanbestuurder zijn huid duur heeft verkocht. Mijn steun heeft die Jasper, van welke partij hij ook mag zijn, dit is de spirit. Ga mee aan die onderhandelingstafel praten over afvloeiingsregelingen, sociaal plan, ontslagemolumenten, bij-,om, en herscholing. Sla met die vuist op tafel, eis een onafhankelijke vertegenwoordiging van het personeel anders dan vakbond of MR.

En aan al die personeelsleden van Amarantis, denk aan Feyenoord “hand in hand kameraden, geen woorden maar daden.”

Jesse Jeronimoon

 

PS. Ondertussen bereikt mij het bericht dat het volgende schandaal de wereld in is. Fraude bij het onderwijsoverkoepelend orgaan BOOR ( Rotterdam). Eerste berichten gaan over een fraude van minimaal 70.000 euro maar het kan veel meer zijn ( weet ik nu al zeker, raar hé)

 

    
----------
 
Datum: 9-04-2012
 Overschatting en groener gras.

 

Méér dan vijfhonderd ouders in het Aalmeerse zijn meer dan geïnteresseerd in de nog op te richten Steve Jobs scholen ( lees i-pad scholen) van onze nationale voorspeller Maurice de Hond. Ene Henk Boonstra pleit op het BON-forum voor het afschaffen van het leerstofjaarklassensysteem in het basisonderwijs omdat de slimme leerling hiervan de dupe wordt. Er zijn nog nooit zoveel kinderen doorgestroomd van basisonderwijs naar havo en van de weeromstuit afgestroomd naar VMBO. Ontelbare miljoenen zijn in het onderwijs geïnvesteerd in ICT en de gemiddelde docent wordt nog steeds om de oren geslagen met onwijsheden dat social media, i-pad en Phone te weinig plaats krijgen in het onderwijs en de lessen. Wat is hier aan de hand in dit land?

Alles overschouwend moet ik concluderen dat de helft van de Nederlandse ouders, de helft van de schoolbestuurderen en het hele zootje aan onderwijsvernieuwers lijden aan (zelf) overschatting en het ‘gras is altijd groener bij de ander’- syndroom.

Laten we beginnen bij de ouders. ‘Mijn kind, mooiste kind’ is meestal de aanleiding om het vmbo-mavo ( tegenwoordig vmbo-t) naast zich neer te leggen en het kind naar de havo te sturen. Loodgieter, bakker, stratenmaker, meubelmaker, timmerman, metselaar zijn allen heel mooie beroepen, vooral voor de kinderen van de buurman, niet voor hun genie. Overschatting van de kennis en kunde van hun spruit mondt dan ook binnen het jaar uit tot het drama van afstroom naar vmbo.  Ouders vinden dan ook dat de basisschool het niet goed genoeg heeft gedaan. Door het leerstofjaarklassensystteem is het immers de leraar of de lerares nooit opgevallen dat hun kind over méér dan een bovengemiddelde intelligentie beschikte. Daardoor heeft het eigenlijk nooit de uitdaging gevoeld die nodig was om zijn of haar door de ouders toegedichte talenten volledig te ontplooien.

Daarom zijn zoveel ouders geïnteresseerd in het idee van Maurice. Eindelijk zal hun kind daar in zijn op voorhand bedachte hele snelle tempo en door middel van de Steve Jobs heilige kleitabletten doorheen fietsen. Natuurlijk is dan mooi meegenomen dat het kind naar school kan wanneer hij dat zelf nodig vindt, met vakantie kan wanneer hij dat zelf, of de ouders, leuk vindt, niet meer hoeft te leren schrijven wegens niet meer nodig en meer van dat soort dingetjes waar ouders die hun kind naar de ‘normale en ouderwetse’ school sturen, stinkend jaloers op zullen zijn.

ICT is wat mij betreft niet meer of minder dan een gekte die een tiental jaren geleden in het onderwijs is toegeslagen en die steunt op een aantal aannames waarvan iedere oplettende docent weet dat het grove leugens zijn. U kent ook wel de uitspraak ‘de leerling weet beter met computers om te gaan dan de docent’. Niets is minder waar. Leerlingen in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs weten met moeite de aan en uitknop te vinden op de computer en als ze die al gevonden hebben kunnen ze niet veel meer dan ‘knippen en plakken’, chatten, facebooken, hyves en games. Google is voor hun een doolhof van informatie waar ze geen weg in vinden. Spreadsheets en words hebben te veel geheimen en worden mondjesmaat gebruikt, zeker als er niet geplakt en geknipt mag worden. Anders gezegd de gemiddelde leerling, en dat is nog altijd het overgrote deel, gebruikt de computer zoals hun brommer, op de startknop drukken en dan doet ie het allemaal vanzelf, zoniet  het een onding en moet er iemand bijkomen om te helpen.

Maar bestuurderen willen dit vooral niet horen. Honderden miljoenen zijn geïnvesteerd en zullen nog worden geïnvesteerd in ICT tot het zover is dat de leerling alleen nog de startknop hoeft te vinden en dan maar hopen dat alles goed gaat, is er ook geen duurbetaalde hulp meer nodig. O ja, naast deze overschatting is er natuurlijk ook nog de andere school, de concurrentie die aangekondigd heeft met nog groener gras te komen, de I-pad want die kan zo lekker de schoolboeken vervangen.

Een van de overschattingen van de heer Boonstra in zijn pleidooi voor de afschaffing van het leerstofjaarklassensysteem is het enige feit dat hij vindt dat de leerlingen nu anders zijn dan honderd jaar geleden. Ik kan hem gerust stellen, ze zijn nog altijd hetzelfde, nog altijd dezelfde dromen, dezelfde moeilijke puberperiode, dezelfde misvattingen, dezelfde stoerdoenerij, dezelfde afhankelijkheid, dezelfde leugens, dezelfde… Allen zijn omgeving is veranderd en daar maakt hij, net als ik vijftig jaar geleden gebruik en misbruik van. Er zijn nog altijd evenveel ‘domme’ leerlingen, evenveel ‘normale’ leerlingen en evenveel ‘slimme’ leerlingen ongeacht wat er ook beweert wordt.

Zowel ouders als bestuurderen als onderwijsvernieuwers en graaiende aanhang lijden aan (zelf) overschatting en ‘het gras is bij een ander groener- syndroom’. En dat is niet erg want ook dat is van alle tijd met dit verschil als we deze charlatans hun gang laten gaan wordt een goed werkend onderwijssysteem tot op de grond afgebroken ten faveure van een lichtgevende grote telefoon waarmee je niet eens kan bellen en ten faveure van een cohort niet bestaande talentvolle geniën.

 

Jesse Jeronimoon  
----------
 
Datum: 6-04-2012
 Beroepsverbod

 

De affaire Amarantis kabbelt rustig verder. Nog een weekje en dan zijn er twee mogelijkheden, of de interimmanager kan de banken er van overtuigen dat zijn plannen, zoals afstoten en decentraliseren anders gezegd défuseren, rigoureus snijden in het personeelsbestand, snelle verkoop van overtollige gebouwen en nog een paar kleine zaakjes die alles bij elkaar tussen de 50 en de 100 miljoen moeten opbrengen, op termijn een gezond financieel onderwijsinstituut opleveren. Óf de interim manager kan de banken niet overtuigen en dan ‘trekt de bank de stekker eruit’, faillissement dus. Wie de gedupeerden worden van een faillissement is niet zo direct te overzien.

De affaire InHolland kunnen we nu wel als beëindigd beschouwen, ten minste als we geen rekening houden met de honderden personeelsleden die alsnog moeten afvloeien want anders dreigen hier ook grote moeilijkheden.

Komende affaire is de affaire Arcus college. Dank zij het graaiersgedrag en de megalomanie van de bestuurders die willens nillens een campus van tientallen miljoenen wilden, meer uit prestige dan de twintigste plaats op het prioriteitenlijstje van de bestuurderen. Het onderwijs geven is bij het Arcus zo uitgekleed dat velen zich afvragen wie en wat er in de nieuwe campus gehuisvest moet worden.

Drie affaires die de overheid en ons belastingbetaler alles samen honderden miljoenen kost. Drie affaires, de rest komt er aan, waar het niet zo moeilijk is om een verantwoordelijke aan te wijzen. De bestuurders in kwestie hebben er echter geen probleem mee om het zinkende schip te verlaten en hun desastreuze bestuurderscompetenties te showen in de volgende onderwijsinstelling. Tegen een nog beter en rianter salaris met emolumenten.

Jasper dan Dijk van de SP vroeg zich af luidop af of het niet eens tijd werd om op een of andere manier er voor te zorgen dat deze bestuurders konden worden geweerd uit een volgende bestuurdersfunctie. Onze minister van onderwijs was kortaf. “Zij voelde niets voor een beroepsverbod.” Het zal u niet verbazen dat ik meevoel met de minister. Ook ik ben van het principe dat het niet de bestuurder maar diegene die de bestuurder vraagt voor een bestuurdersfunctie, ongeacht het spoor van vernieling dat meer weg heeft van het bombardement op Rotterdam dan van een karrespoor, de persoon of personen zijn die verantwoordelijk zijn voor de voortduring van de vernieling. Uiteindelijk verander ik ook van loodgieter als de eerste er voor zorgt dat het gas uit de kraan en het water uit mijn nachtlamp komt.

Maar toch voel ik ook voor de vraag van Jasper, laat ik duidelijk maken waarom. Ik ben namelijk op de hoogte van het feit dat een onderwijsinstelling een leraar, docent, en bij mijn weten een uitstekende docent, een beroepsverbod heeft opgelegd. Een arbeidsdeskundige ingehuurd door de school liet tussen neus en lippen aan het lijdend voorwerp weten dat het leraarschap een foute beroepskeuze was geweest, let wel de goede man stond al twintig jaar voor de klas tot ieders tevredenheid. De reden van de foute beroepskeuze lag in de invoering van het competentie gericht Onderwijs. Volgens de arbeidsdeskundige was het een kwestie van tijd dat het CGO landelijk zowel in PO, VO als MBO en HBO zou zijn ingevoerd en aangezien de leraar zo zijn bedenkingen had tegen dat CGO was de zaak al snel duidelijk. De WIA zou een oplossing kunnen zijn en de arbo arts zorgde daar dan ook voor. “Past niet binnen het CGO.” bleek toch geen goede reden om de docent de WIA in te loodsen. Enfin alles maar dan ook alles is er door de school aan gedaan om de leraar voor altijd uit het onderwijs, gelijk welk onderwijs, te verwijderen. Zelfs een ‘negatief advies’ voor het persoontje van de docent in kwestie in het  directieberaad ( netwerk van schooldirecteuren PO, VO, MBO) moest er voor zorgen dat een mogelijke sollicitatiebrief ongelezen, op de naam van de sollicitant na,  in de prullenbak belandde. Het beroepsverbod is een feit.

En waar ik zo nieuwsgierig naar ben, hoe denkt onze minister over dit beroepsverbod? Zou dit volgens haar wel kunnen? EN als ze zegt dat het niet kan, dan had ik dat graag gehoord met evenveel passie als bij de verdediging van de bestuurderen.

Sprookje? Verhaaltje? Uit de duim gezogen? Nee, ik ken de man persoonlijk, en het gaat niet zo goed met hem, niet verbazingwekkend dacht ik zo, maar als de minister vind dat dit moet kunnen had ik het graag gehoord, kan ik de boodschap doorgeven.

 

Jesse Jeronimoon      
----------
 
Datum: 2-04-2012
 Column symposium Beter Onderwijs Nederland; Rotterdam 31 maart 2012



Verlos ons van de charlatans


Laat ik u om te beginnen trakteren op een aantal uitspraken.

‘Bij competentiegericht onderwijs gaat het er niet meer om dat je alleen het kunstje beheerst om een spijker in de muur te slaan, maar dat je ook beseft wat het effect daar van is.’

‘Omdat Arabieren van rechts naar links lezen en schrijven, hebben wij van rechts naar links leren cijferen. Tegenwoordig leren de kinderen van links naar rechts cijferen en dat sluit beter aan bij het hoofdrekenen.´

´Vanuit één overkoepelende systeemgedachte volgt vanzelf het streven naar duurzaamheid. Er is niet alleen samenhang in plaats en tijd, oorzaak en gevolg, maar ook in betekenis. Synchroniciteit is de verklaring van minder evidente parallellen en versterkt het besef van onderlinge samenhang en één allesomvattend onderwijssysteem.´

´De poes springt op schoot als ik zit te mediteren. Dus waarom zou water niet op onze gedachten en stemmingen reageren?´

´Om ideeën op te doen over leren zoals dat van nature gaat, kijken we ook naar dieren. We observeren met name honden en schapen in hun gedrag onderling, maar ook in trainingssituaties. Op basis van die ideeën ontwerpen we dan innovatieve leersituaties.´

´Ik begin elke les met muziek, bedoeld als ´energizer´- En nog een ritueel: Kaarsjes branden. De lessen worden afgesloten met dansen op muziek, om nieuwe energie op te doen voor de rest van de schooldag.´

U bent het met me eens als ik concludeer dat dit uitspraken zijn in de categorie ‘humor, om mee te lachen’ maar vergis u niet. Stuk voor stuk zijn het uitspraken van bestuurvoorzitters, onderwijskundigen, lerarenopleiders, scholingsgoeroes, en één geluksprofessor. Allen adviseren ze op de een of andere manier het onderwijsveld, de tweede kamer, de eerste kamer en onze minister en staatsecretaris van onderwijs. Deze bezemberijders, zweefliegers en luchtfietsers houden zich al lobbyend schuil in de donkerste hoeken van het Binnenhof en hun invloed op het Nederlandse onderwijs groeit gestaag maar zeker.

Ik vraag me af: ‘Wie verlost ons van deze charlatans?’

Het niveau van het onderwijsdebat, gedirigeerd door een debatpolitie, stijgt niet uit boven de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Men is Hoeks omdat men niet Kabeljauws is en omgekeerd. Kleingeestige vitterijen, gezanik om een onsje meer of minder, details en getallen brengen de gemoederen in beweging. Zoals altijd is het weer eens niet mogelijk om de hoofd- van de bijzaken te scheiden. Het absurde wordt tot heiligdom verheven en wee diegene die het aandurft om de draak te steken met de waan dat de Nederlander met de kennis van zand én de competentie van een zak, de zee zou kunnen keren.   Geen malligheid zo passend of de minister trekt een ernstig gezicht en de knip. In de financiële voorziening van de waanzin en absurditeit, uitgekraamd door de charlatans heeft dit land een aanzienlijke hoogte bereikt.

Daarom mijn bede: ‘Verlos ons van de charlatans!

In ons onderwijs hebben de charlatans er voor gezorgd dat het meest absurde nu bloedserieus van de daken wordt verkondigd. Het trekt door alle geledingen alsof het een besmettelijke ziekte is. Want wie vertoont in Nederland meer betweterij dan die onnoemelijk grote kaste van regelneven en - nichten.

Voorzitters van overkoepelende organen, voorzitters van de raden van bestuur, sectordirecteuren, opleidingsmanagers, teammanagers, het naar status kwijlende slag dat nooit eens zijn verantwoordelijkheid neemt en in hun milieu onmiddellijk de gedaante aannemen van de meest pedante en onbarmhartige gewetenloze onder zijns gelijke. De meeste beleidsposten stellen uiteindelijk niets voor, het zijn een soort voorsorteerplaatsen geworden voor baantjesjagers. Een post die uitnodigt om er een gewichtig gezicht bij te trekken. En als het dan soms niet goed gaat, nemen ze geen verantwoordelijkheid en verlaten het designkantoor langs de achterdeur, met behoud van loon, bonussen en auto met chauffeur.

 ‘Verlos ons van de charlatans!’

Eeuwenlang hebben intelligente mannen en vrouwen getimmerd aan onze tempel van Onderwijs. Hierin was het goed om kennis en kunde ten toon te spreiden en de oogstrelende resultaten van het werk van onze handen en de toonbeelden van het werk van onze geest te laten bewonderen.

Tot het moment daar was dat de zelfbenoemde intelligentsia die zichzelf onderwijsdeskundige en soms zelfs ‘expert’ noemt de muren van het hemelhoge onderwijsgebouw slechtte door leugens, bedrog en statistieken. ‘

Deze charlatans die menen een voorsprong te hebben omdat hun hersenkwabben bij elkaar worden gehouden door elastiekjes, waren te laf om te liegen en namen hun toevlucht tot het instrument bij uitstek van de chique leugenaar, de statistiek.

Het zijn de prachtig verpakte straatleugens van het onderwijs. Ze dienen voor niets anders dan te intimideren, om een ander iets op de mouw te spelden, om geld los te kloppen, om zichzelf in de gunstigste schijnwerper te manoeuvreren, enfin voor alles waar je met gewone leugens ook al een heel eind komt.

Telkens weer komt de zogenaamde expert met een statistiek en een uitleg verpakt in onnavolgbaar jargon, ontstaan door het al te veel knellen van het elastiek bij de taalkwabben. Dit alles om ministers en staatsecretarissen ervan te overtuigen dat het onderwijs al eeuwen lang doolde in duisternis. Telkens een statistiek mij voor de ogen verschijnt kan ik niet nalaten te denken ‘ het zal wel’.

 ‘Verlos ons van de charlatans!’

Het onderwijs wordt beheerst door een onderwijsclan en  wie het niet met hen eens is kan de gevolgen van de verbolgenheid van de charlatans voor zijn eigen kleine en  onzekere bestaan niet overzien.

Zij hebben er voor gezorgd dat het onderwijs er niet meer is ten dienste van de samenleving, zelfs niet meer voor de schijn. Het is een zichzelf in stand houdend, aan niemand verantwoording afleggend machtsinstituut geworden.

De zwakkeren in de samenleving, de analfabeten, kinderen met een vlekje, minder begaafden worden veronachtzaamd en komen alleen voor in het jargon van zelfbenoemde onderwijsdeskundigen en andere charlatans als zij zich tot de overheid richten als geldschieter. Zonder dralen zien zij alléén nog brood in dat waarin de overheid brood ziet. Brede scholen, Competentie gericht Opleiden, passend onderwijs, wikiwijs, experimenteel onderwijs, en alle andere meuk, opgedrongen door experts met afgeknelde hersenkwabben. 

 ‘Verlos ons van de charlatans!’

De kernpunten van onze vereniging Beter Onderwijs Nederland, ik noem ze nog maar eens op

Geef de docent zijn vak terug.

Organiseer goed onderwijs door hoogopgeleide docenten.

Het grootste deel van het onderwijsbudget moet gaan naar het primaire proces.

 

Het management moet in dienst staan van het primaire proces.

 

Zeggenschap over de inrichting van het onderwijs binnen de instituten moet liggen bij leraren en docenten.

 

En daar had ik vandaag graag aan toegevoegd:

 

Verlos ons van de charlatans.

Amen.

 

Jesse Jeronimoon
----------
 
Datum: 27-03-2012
  

Verlos ons…

 

 

Komende zaterdag staat het symposium van Beter Onderwijs Nederland op het programma en ik mag zoals elk jaar de dagsluiting voor mijn rekening nemen. Na Prof. Greetje van der Werff, Prof. Jan van der Craats, het woordje van onze minister van onderwijs M. van Bijsterveldt en het debat tussen de aanwezigen en de onderwijswoordvoerders van de politieke partijen is het mijn beurt om de aanwezigen iets mee te geven om het onderwijsjaar mee door te komen.

Elk jaar heb ik drie columns paraat, een cynische, een melancholische en een wervende. Pas op zaterdag maak ik mijn keuze en die keuze laat ik ten dele afhangen van mijn linkerbeen want dat is het been waarmee ik uit mijn bed stap en ten dele door wat er in de ochtendkranten te lezen is, zowel het been als de kranten bepalen mijn humeur. Het kan dus zijn dat de melancholische column het wint maar ook de cynische en de wervende maken een kans.

Dit jaar was het een beetje moeilijk om de drie columns bij elkaar te krijgen, maar het was dan ook het onderwijsjaartje wel. Het wetenschappelijk schandaal Diederik Stapel, de nieuwste onderwijsvernieuwer Maurice de Hond met zijn I pad scholen, de golf van ontslagen en reorganisatie  dank zij mismanagement en megalomane scholenbouw, de nakende invoering van het passend onderwijs, de ongekende stakingsgolf, de oprichting van de onderwijscoöperatie en het nieuwe lerarenregister, de zoveelste diplomafraude, de forum debatpolitie, het alsmaar luider kwekkende deel van adviseurs, nitwitten, allesweters en vooral zweefliegende onderwijsdeskundigen. Alles passeerde mijn pen, stof genoeg voor wel twintig columns want uiteindelijk moet er ook wat gelachen worden.

Enfin, het is gelukt met dank aan het tegelpad. Dat moet ik even uitleggen. Door het mooie weer ben ik nu al een week in de weer om het tegelpad voor het huis te fatsoeneren. Na het snoei, sloop en sleunwerk in de tuin was alles pico bello in orde om straks te genieten van het ontspringende groen toen mijn oog viel op de hier en daar scheve tegels in het tegelpad, een restant van de strenge vorst waardoor het tegelpadje bol had gestaan van de vreselijke kou. Zo zie je maar ‘het vriest de stenen uit de grond’ is een waarheid als een koe.

Het leuke van herstraatwerkzaamheden is het volledig los zijn van de dagelijkse beslommeringen. Alles is geconcentreerd op egaliteit, rechte hoeken, verbanden, afwatering en meer van dat soort belangrijkheden bij het straten. En altijd loopt mijn hoofd dan vol met schrijvelarijtjes en andere overdenkingen. U begrijpt dat een tegelpadje van ocharme zestig tegels meerdere keren opnieuw wordt opgebroken wegens verkeerd verband, schots en scheef, omhoog lopende afwatering en andere tegelpadonhebbelijkheden wegens verlies van concentratie omdat het columpje belangrijker was dan de rechte hoek.

Maar het tegelpadje ligt er weer strak bij en de drie columns staan op papier. Nog drie daagjes oefenen, schaven en voorzien van tekentjes om het lezen en de klemtonen te optimaliseren en dan ben ik er zaterdag weer klaar voor.

Natuurlijk weet ik het wel, de bezoekers van het symposium komen voor de professoren en voor de minister en voor de woordvoerders van de politieke partijen en misschien komt een enkeling wel voor de openingsspeech van Doekle Terpstra, maar laat ik nou denken dat het merendeel uiteindelijk komt om mijn column te horen.

Dus we zien elkaar zaterdag, in de gebouwen van InHolland in Rotterdam, op het symposium van Beter Onderwijs Nederland. Ingang gratis en we beginnen om een uurtje of 1. Tot dan.

 

Jesse Jeronimoon
----------
 
 
28-03-2012, reactie van H. Philippens
Kun je ze niet alle drie voorlezen en daarna maken wij een keuze?
 ----------
Datum: 20-03-2012
 Symboolpolitiek?

 

Onze minister van onderwijs wil het positieve in ons Nederlands onderwijs benadrukken en voert het certificaat ‘de excellente school’ in. Een jury van (oude) wijze mannen zal waarschijnlijk in analogie met de ‘scholenlijst van Trouw’ de certificaten uitreiken aan de scholen die ‘excellent’ hebben gepresteerd. Welke de criteria zijn waar de ‘excellente school’ aan zal moeten voldoen is in nevelen gehuld. Als het goed is zal zich daar wel een of andere commissie met duurbetaalde adviseurs zich een tijdje over gaan buigen. Als het geld uit het commissiepotje dan helemaal opgesoupeerd is moet er een kant-en-klaar afvinklijstje voor de juryleden klaar liggen. Sjoerd en consorten hebben al een lobbyploegje in elkaar gestoken om er voor te zorgen dat het certificaat van de excellente school gepaard gaat met een excellente financiële injectie. “De excellente school”, symboolpolitiek?

Tien miljoen heeft onze minister uitgetrokken voor een cursus boekhouden. Nee, niet voor de mensen op haar departement maar voor de managers van de scholen. Veel te veel scholen kwamen de laatste jaren in de financiële problemen, en al die scholen klaagden steen en been bij de minister. Er moest meer geld bij, geld voor nieuwe gebouwen, digiborden, nieuwe computers met de allernieuwste programmatuur, duurzame klimaatbeheersingtechnieken, auto’s met chauffeur voor de leden van de directies, bonussen, afvloeiingsregelingen en meer van die belangrijke zaken in het Nederlandse Onderwijs. Maar aangezien iedereen in deze barre tijden een beetje op de centjes moet letten heeft onze minister tien miljoen over voor een cursus ‘op de centjes letten’ alsof dat zoden aan de dijk zal zetten. Symboolpolitiek?

Het passend onderwijs zal beheerd worden door de samenwerkingsverbanden, nu nog de samenwerkingsverbanden weer samen naar school en straks dus de samenwerkingverbanden passend onderwijs. Met dit verschil dat de nieuwe samenwerkingsverbanden niet meer alleen het basisonderwijs zal bedienen maar ook het voortgezet onderwijs en het mbo. Het allerkleinste kind weet nu al dat het een lieve duit zal kosten, waarmee komt onze overheid? Met een ‘sheriff’ die goed in de gaten moet houden of het samenwerkingverband niet al te veel bureaucratie in het leven zal roepen want bureaucratie is er alleen maar om zichzelf in stand te houden en dat kost een lieve duit. Als we bedenken dat PO raad, VO raad en MBO raad heel wat ervaring hebben in het optuigen van bureaucratische kerstbomen, hou ik mijn hart en portemonnee vast. De ‘sheriff’, symboolpolitiek?

Een voorstel van Jasper van Dijk werd door de tweede kamer omarmd en daar zijn de bestuurderen niet blij mee. Het voorstel om falende onderwijsbestuurderen te kunnen ontslaan werd bijna met gejuich en een staande ovatie ontvangen. Eindelijk, eindelijk, eindelijk iemand die niet alleen de falende docent wil ontslaan maar ook de falende geldverslindende bestuurder. Symboolpolitiek? Hangt er een beetje vanaf. Het zal zaak worden om niet alleen goed vast te leggen wanneer er sprake is van een falende bestuurder, denken we hierbij aan diplomafraude, reorganisatie wegens financiële malversatie met bonnetjes, graaibonussen ten koste van het primaire proces, wegtreiteren van dure docenten, kortweg: of falen op onderwijszaken, of falen op financiële zaken, of falen op personeelszaken en er dan rekening mee houden dat de voorzitter van de raad van bestuur eindverantwoordelijke is. Altijd!

Lief van Jasper, een hoeraatje of drie voor Jasper, iedere docent moet hier blij mee zijn. Maar om het geen symboolpolitiek te laten worden breng ik Jasper graag in herinnering wat er van zijn voorstel betreffende de scholenfusies is geworden. Die wordt namelijk omzeild door een besturenfusie. De gevolgen voor de man of vrouw voor de klas zijn hetzelfde, een reorganisatie en vertrekken maar. Trouwens voor de bestuurder is het ook lood om oud ijzer, een besturenfusie of een scholenfusie, ze brengen namelijk allebei een even hoge loonsverhoging op.

 

Jesse Jeronimoon

      
----------
 
Datum: 12-03-2012
 Waar was je?

 

 

Twee   stakingen op korte termijn en een derde zit in de pijplijn. De eerste staking omdat de leerling 1040 les moet krijgen van onze minister en de tweede staking tegen de bezuiniging van 300 miljoen op het passend onderwijs, dat nog niet is ingevoerd. Twee stakingen waar de onderwijsgevende en manager samen hand in hand en met een of ander lullig spandoekje hem van katoen gaven en nee, niet voor hun zelf maar voor de zielige leerlingen want die hebben het al zo moeilijk. De vakbond haalt het stakingsijzer nog niet uit het vuur, integendeel het vuurtje wordt alweer opgewarmd voor de volgende stakingsactie. Een derde onderwijsstaking moet de eerste kamer ervan overtuigen dat de bezuiniging op het passend onderwijs, dat nog niet is ingevoerd,  niet door mag gaan.

Ongekend is deze stakingsgolf in het onderwijs, ook ongekend zijn de opeenvolgende oproepen van de vakbond om het werk neer te leggen. Laat ik het eens op een rijtje zetten en beginnen met de vraag: “Waar was je vakbond?”  De afschaffing van het rechtspositiebesluit onderwijs ( RPBO) met de daaraan gekoppelde ‘verworven rechten’. De ongebreidelde fusiedrift met de daaraan gekoppelde reorganisaties en verlies van banen. De invoering van het werkdrukverhogende taakbelastingsbeleid. De invoering van Weer Samen Naar School, de invoering van de op voorhand mislukte basisvorming, de ontmanteling van de Onderwijs Begeleidingsdiensten, De invoering van de leerwegen in het VMBO en de verdwijning van de Mavo, de invoering van de tweede fase. De teruggang in pensioen van eindloon naar middelloon, de invoering van het praktijkonderwijs en de daarmee gepaard gaande vernietiging van de LOM-MLK scholen met als pleister op de wonde het gedrocht dat LWOO heet. De invoering van de wet BIO, de invoering van het competentie gericht onderwijs in het HBO en MBO, de teloorgang van de bevoegde docent, de ophokuren, de tsunami van onbevoegde instructeurs, de ongebreidelde groei van de onderwijsbureaucratie, het oppotten van miljarden onderwijsgeld door bestuurders van allerlei pluimage behalve onderwijspluimage. En ik vergeet waarschijnlijk nog een en ander aan verandering, invoering en afschaffing in het onderwijs in de pakweg afgelopen twintig jaar.   

Waar was je vakbond, toen dit alles gebeurde? Geen oproep tot staking, geen verwijten naar de toenmalige ministers en staatsecretarissen al of niet geschoold, geen enkel geluid vanuit de vakbondskringen, geen gepiep, hooguit iets in de trend van: “dat regelen we wel in de CAO”. In al de bovenstaande gevallen hebben jullie de leerlingen en de docenten in de steek gelaten, nog erger jullie hebben aan minstens de helft van de veranderingen en afschaffingen meegewerkt. Samen met werkgevers en ministers hebben jullie zelf het onderwijs aan de rand van de afgrond gebracht. Jullie beheren de pensioenpotten mee, jullie hebben het taakbelastingbeleid zelf mee vorm gegeven, het RPBO naar zijn mallemoer geholpen, Jullie vonden het competentie gericht onderwijs dé onderwijsuitvinding van de afgelopen jaren en hebben het jaren gepropageerd en vonden het fantastisch dat de leerling twee dagen in de week gratis voor niks voor een baas mag werken, we noemen het stage. Jullie hebben aan de tafels gezeten om misselijkmakende zogenaamde sociale plannen af te spreken waarbij de boventallige ‘dure’ en bevoegde docent met niet meer dan een kluitje het vervroegd pensioenriet werd ingestuurd. Jullie roepen samen met de werkgever dat het dreigende lerarentekort, dat nu al een jaartje of tien bij een dreiging blijft, onder andere de reden zijn van de onbevoegde instructeur, onderbevoegde docent, ook al weten jullie dat de werkgever onder ‘lerarentekort’ niet meer of minder verstaat dan een tekort aan net afgestudeerde, goedkoopste docent die blij is met drie jaarcontractjes na elkaar en daarna zonder morren zijn biezen pakt.

En nu roepen jullie op voor een derde staking in drie maanden. Nee, niet tegen het passend onderwijs maar tegen de bezuiniging van driehonderd miljoen. De juf of meester voor de klas die daar in het grote theater dat Arena heet, zich het schompes schreeuwde voor zijn leerling, tegen nóg meer kinderen in de klas, tegen de verhoging van de werkdruk door nog meer handelingsplannen, volgtoetsen en andere bemoeienissen, tegen nóg meer toezicht, controle, inspectie en andere bureaucratische speeltjes van het geldverslindende samenwerkingsverband komen straks van een koude kermis thuis want de vakbond die deze minister graag schoffeert heeft een prijs voor het passend onderwijs bedongen. 300 miljoen en het passend onderwijs met al zijn haken en ogen mag dan van de vakbond zonder probleem, zonder staking, zonder boe of ba, worden ingevoerd.

 

Jesse Jeronimoon  
----------
 
 
17-03-2012, reactie van moby
De vakbonden zijn archaisch geworden. Ze willen dit nog niet inzien aangezien de betrokkenen hun hypotheek hebben gebouwd op hun werkzaamheden.
Maar de vakbonden voeren een 19de-eeuwse strijd.
Een strijd die allang gestreden is waardoor het optreden der vakbonden iets als een veteranenoptocht gaat worden.

Eigenlijk is alleen BON in deze tijd echt vernieuwend.
Maar BON weigert elke politieke betrokkenheid in te zien (en dan doel ik op de betrokkenheid van de linksige mensch als het om het voledig omturnen van het onderwijs gaat; want de gelijkenissen met het socialistisch onderwijs op Cuba en in Venezuela (Chavez) met alle wensen der vernieuwers, zijn TE opvallend om zomaar onder het vloerkleed te kunnen vegen!
 ----------
Datum: 8-03-2012
 
Willekeur, zuivere willekeur

Het is zo een jaartje of 14 geleden, de docent brood en banket, ik werkte op een vbo school, deelde tussen neus en lippen door dat een van mijn leerlingen niet geslaagd was voor het praktijkeindexamen brood en banket. Dat betekende dat de leerling in kwestie geen diploma kreeg. Op mijn vraag wat er fout was gegaan, was het brood verbrand, de gevulde koeken niet gevuld, het deeg voor het Frans brood niet gerezen of had de marsepein niet genoeg in zijn mars? Niets van dat alles, het hele praktijkexamen was prima verlopen maar de docent brood en banket vond de leerling niet geschikt om bakker te worden, zodoende.

Een jaartje later, hetzelfde akkefietje met de docent motorvoertuigen. Een leerling gezakt voor het praktijkexamen. Niet omdat hij het verschil niet kende tussen het wiel en het vliegwiel, omdat hij tweetakt en viertakt door elkaar haalde of een bromfiets motorfiets noemde en omgekeerd. Nee, de docent motorvoertuigen had in al zijn wijsheid beslist, dat de leerling eigenlijk, feitelijk niet sleutelgeschikt was. Klaar.

Een leerling in het MBO werd aangeraden om de opleiding timmerman te verlaten. Niet omdat hij niet wist hoe een hamer werkte, welke vogel model had gestaan voor een zwaluwstaartverbinding of het verschil niet wist tussen een schroef en een spijker. De docent timmeren vond de leerling niet geschikt voor het vak. Dat kan natuurlijk, maar niet twee maanden vóór het einde van de tweejarige opleiding.

En deze week, overkwam het mij weer. Dank zij de invoering van een “beoordelingslijst beroepspraktijkvorming” is een leerling het diploma geweigerd. De lijst bestaat uit zeventig vragen, die alle betrekking hebben op de beroepspraktijk, en wordt ingevuld door de stagebegeleider op de stageplek, in dit geval de opleiding onderwijsassisstent basisonderwijs. De leerling moet op elk van de zeventig items, onderdeel van het beroepsprofiel minimaal een voldoende scoren. Één onvoldoende is “jammer maar helaas”. Deze leerling had een onvoldoende op het item “gaat goed om met het team”. Uit het nogal warrige gesprek met de ontdane leerling kon ik niet opmaken wat er aan de hand was. De stagebegeleider gebeld en wat bleek. De beste onderwijsassisstente in jaren, alleen jammer dat ze tijdens de pauze méér interesse had voor de kleintjes op het schoolplein dan voor de knusse koffiekamer. Het team vond dat maar niks.

Willekeur, zuivere willekeur. Zo was het twaalf jaar geleden en zo is het nu nog. De enige reden waarom leerlingen overgeleverd zijn aan de willekeur van een docent, en dat zijn meestal niet de beste docenten, is het simpele feit dat leerlingen beoordeeld kunnen worden op een subjectieve manier. Vooral de praktijkvakken en de beroepspraktijkvorming zijn een eldorado voor de geniepige, rancuneuze, naast zijn schoenen lopende, zeurende, zeikende, nitwitterige docent.

Het is goed nieuws die her-invoering van een centraal examen in het MBO. Een school hoeft niet te meten of een leerling een goed werknemer is, een school moet meten of een leerling vakbekwaam is, en dat kan door objectief de kennis van een vak te toetsen. De voorstellen van de MBO-raad in samenwerking met de werkgevers en de vakbonden om zelf beroepsprofielen samen te stellen en deze profielen in eigen beheer op de door de raad verkozen manier te toetsen zet de deur naar volstrekte willekeur, intimidatie en bedrog wagenwijd open. De leerling die even afwijkt van een willekeurig gestelde norm, of het nu vaardigheden, kennis of gedrag is, wordt hiervan de dupe.

Na-praters, na-apers, hersenlozen, hielenlikkers, klikkers, elleboogwerkers, naar-beneden-trappers, naar-boven-likkers, verraders, onbetrouwbare en vooral vaalgrijze collega’s zullen het gevolg zijn van de door de MBO-raad voorgestelde op willekeur gebaseerde diplomaverstrekking.



Jesse Jeronimoon

----------
 
Datum: 3-03-2012
 
Talent, hier inleveren!

Het is altijd een moment van verlegenheid, even niet weten wat je aan moet met je eigen armen en volstrekt niet weten wat te zeggen en hoe je te gedragen. Het overkomt elke leraar wel een paar keer in zijn loopbaan, gisteren was ik aan de beurt. Na een hele ochtend geluisterd te hebben naar de presentaties van leerlingen waarbij de tenen niet krommer kunnen en de billen niet verder dichtgeknepen is het een opluchting om op het schoolplein tussen al dat jonge volk een sigaretje te roken. Erg verkwikkend om samen met de rook de laatste irritaties van de voor het merendeel onbenullige, niets ter zake doende plak-en –knip-presentaties, uit te blazen. Toegegeven, er zaten een paar uitzonderingen tussen. Presentaties waar over nagedacht was, een goede opbouw, voortreffelijke informatievergaring, een uitgebalanceerde ondersteuning middels een Power Point of zelfgemaakt filmpje, uitstekende gepresenteerd, kortom dat wat je mag verwachten van leerlingen in hun laatste jaar van hun middelbare beroepsopleiding.

Een van de betere presentatrices stak het schoolplein over en liep naar de fietsenstalling. Op het ogenblik dat ze mij passeerde complimenteerde ik haar met de uitstekende presentatie. Ze stopte, keek me aan en glimlachte. Nog net voor ze het hoofd boog zag ik een traan in haar oog. Daar stonden we dan, zij met gebogen hoofd, schokschouderend, onhoorbaar snikkend en ik als Jan Doedel, rood verlegen hoofd, niet wetend wat te doen met die armen, niet wetend hoe me te gedragen.

Normaal leg je een troostende arm om de schouders en zeg je dat het allemaal wel meevalt of iets anders wat er niet toe doet, maar tegenwoordig ben je voor een toevallige passant al snel een kinderlokker, wordt je verdacht van oneerbare voorstellen, of leg je het aan met een leerling. Troosten is er niet meer bij. Ik wachtte tot ze even opkeek en gebaarde met mijn hoofd naar de ingang van het schoolgebouw, ze volgde mij schoorvoetend. Al snel had ik een lokaal gevonden zonder inkijk en daar vertelde ze mij wat er aan de hand was.

In het vmbo was ze de beste van de klas geweest. Vol trots had ze na het eindexamen haar cijferlijst met achten en negens aan de hele familie laten zien. Glunderd had ze “zuster” geantwoord toen haar vader vroeg wat ze later wilde worden en oma had gezegd dat ze dan heel goed haar best moest doen op school.

Ze begreep niet waarom ze geen cijfers kreeg. Al vier jaar lang deed ze verschrikkelijk haar best. Ook al had ze een hekel aan al die nutteloze zelfstandige uren op school. Ze begreep het niet, ze wou zo graag verpleegster worden maar hoe ze ‘zuster’ moest worden, dat leerde ze niet op school. Gelukkig was er de stage nog, daar kon ze haar hartje ophalen. Elke week nam ze wel een boek mee uit de bibliotheek van het ziekenhuis waar ze stage liep. Boeken over enge ziektes, over eerste hulp bij ongevallen, stervensbegeleiding, patiëntenzorg, zelfs over geestesziekten. Voor de moeilijke woorden had ze van haar begeleider een boekje gekregen en met Wikipedia kwam ze ook al een heel eind. Glunderend verhaalde ze over ‘haar’ patiënten, over de afdelingen waar ze gewerkt had, over de collega’s, over de spuiten, pillen en po’s. Ze wist dat zijn mijn vraag alleen maar kon ontwijken door hem te beantwoorden zonder gesteld te worden.

In het begin van het schooljaar was ze tijdens de les ‘intervisie’ er op gewezen dat haar competentie ‘samenwerken’ beneden alle peil was. Ook werd er tussen neus en lippen aan toegevoegd dat ze geen motivatie uitstraalde en dat ze zich heel weinig mengde in de debatten tijdens de ‘tutorlessen’. Voor de onwetenden onder ons, tijdens de tutorlessen leert de leerling vergaderen, vergaderingen voorzitten, vergaderingen notuleren, feedback geven en ouwehoeren. Wekenlang had ze gepiekerd wat ze fout had gedaan. Was zij het dan niet die bij het zelfstandig werken in groepjes het meeste werk op zich nam? Was zij het dan niet die voor de presentaties soms tot diep in de nacht achter haar computertje de Power Point in elkaar knutselde? Was zij het dan niet die altijd als eerste het werkstuk inleverde na een workshop? Ze begreep het niet.

“U was de eerste van wie ik een compliment kreeg in vier jaar.”

Deze keer mocht mijn arm wel over haar schouder.

Onderdeel van het competentie gericht opleiden is de competentie ‘samenwerken’, op deze nietszeggende competentie zullen leerlingen worden beoordeeld, zullen leerlingen zakken of slagen. Meer en meer word ik mij er van bewust dat deze onzin de talentrijke leerling berooft van zijn motivatie, gedrevenheid en inzet. De competentie samenwerken is bedacht door kinnesinerige, chagrijnige en vooral oerdomme zweefliegers die het niet kunnen verkroppen dat de ene in een aantal dingen beter is dan de anderen. Mag niet, allemaal gelijk, allemaal saaaamennnnnwerrrrrrrrkennnnnnn, zodat iedereen profiteert van iedereen en niemand doet wat hij moet doen of goed in is, waardoor het resultaat uiteindelijk van nul en generlei waarde is.

Voor de talentrijken onder ons is de competentie samenwerken niet meer of minder dan een grote doos bij de ingang van de school waarop in koeien van letters, “Talent, hier inleveren."



Jesse Jeronimoon

----------
 
 
3-03-2012, reactie van moby
Gek is dat toch, elke keer weer prikken mijn ogen als ik dit verhaal van Jeronimoon lees.
Die immoraliteit van dat CGO en dan die inzet van zo'n kind dat niets liever dan een goede verpleegster te worden en met kop en schouders uitsteekt boven de rest.
Maar moet verkeren in die harde en meedogenloze wereld, vol willekeur, die CGO heet.
De tranen melden zich alweer.
 
3-03-2012, reactie van moby
Op het forum van BON kwam ik ooit het relaas tegen van een academisch filosoof die wilde werken op een zwarte basisschool in Amsterdam. De man schreef er een erg eerlijk e-book over. Zijn inspanningen bleken groots en vooral als het om correspondentie richting gemeente ging, was de zij-instromer zeer gewaardeerd.
De man had echter vooral moeite met het bewaren van een goede orde in de klas. Ondanks zijn grote intellectuele beschouwende vermogens, wist hij niet hoe zo'n basisnoodzaak gerealiseerd kon worden.
Persoonlijk denk ik dat er dan nog echt geen man overboord is: het orde houden kan men leren, door schade en schande.
Desalniettemin diende de man te verschijnen voor een tribunaal (ik scherts) van zwaar minder bedeelde vrouwen die toebehoorden aan de Pedagogische Academie. Deze vrouwen gaven een 'ONVOLDOENDE' voor zijn sociale competenties!
En daarmee was de man GEZAKT.
Hij kon uitleggen en praten als Brugman, wijzen op zijn (ook intellectuele) verdiensten: de heksen waren onvermurwbaar.
Ook dat beschouwde ik al lezend als volkomen immoreel.
Het was ook al een voorbeeld van de totale willekeur die CGO heeft mogelijk gemaakt.

Het spijt mij enorm, maar ik ben de naam van de filosoof/onderwijzer helemaal vergeten.
Hoewel hij mijn grootste interesse had.
Zoeken op google heeft mij niet kunnen helpen.
Desondanks spreek ik waarheid.
 
4-03-2012, reactie van moby
Toch gevonden: het betreft de ervaringen van Bart Voorzanger. Te lezen op het internet (e-boeken). Zijn PaBo-diploma werd hem onthouden vanwege gekibbel n.a.v. een assessment waarbij de dames liefst al zijn vinkjes wilden schrappen; weer zo'n voorbeeld van de totale willekeur van het aanvinken van eigenschappen.
 
6-03-2012, reactie van moby
Ik adviseer ook het lezen van het commentaar van Voorzanger bij de kerndoelen basisonderwijs 2006. Hij laat zien hoeveel leegte er wordt verkondigd.
 ----------
Datum: 23-02-2012
 Weldenkend Nederland.



Een paar daagjes freesurfing op het wereld wijde web is niet alleen oefenstof voor de geest en ogen, het is ook nog eens vermakelijk en ontmaskerend, zeker als het over onderwijs gaat. Wat vooral opvalt bij de verschillende fora en discussie- of debatsites is de overweldigende meerderheid van wat ik ‘het weldenkende deel van Nederland’ noem. Het is dat deel van Nederland die het andere deel van Nederland altijd vanuit de hoogte en enigszins badinerend van antwoord dient. Zij leggen hun meetlat van de argumentatieleer naast de reactie op hun wel overdacht statement, maar doen dat pas nadat ze naam en toenaam van de reageerder hebben gegoogled, gewogen en al dan niet de persoon in kwestie hebben goedgekeurd. Het weldenkende deel van Nederland heeft dan ook een uitzinnige hekel aan pseudoniemen, nicknamen en andere duistere vormen van naamsverandering. Zonder uitzondering worden de naamloze onverlaten dan ook al snel gerekend tot de hufters, tokkies, Henken en Ingridden of strontvliegen van Nederland. Niks argumentatie, niks weloverwogen reactie, niks ‘nieuwe invalshoek’, de naamloze reageerder wordt badinerend, hautain en niets-toe-doende weggezet. Hij of zij verstoort alleen maar het ‘innerlijke debat’ tussen de zelfbenoemde intellectuelen van weldenkend Nederland.

Wat als voordeel heeft dat de visie en gedachtewisselingen van deze kliek zichzelf over het paard getilde malloten met fascistoïde trekjes uiterst vermakelijk te volgens is. En aangezien ze prat gaan op hun eigen naam, opleiding, werkzaamheden, ervaring ,opgedane wijsheid en Google een schat aan informatie over de opgeblazen kikkertjes genereert, kunnen we, wat betreft de toekomst en beheer van ons onderwijs, een paar leuke conclusies trekken.

Er zijn de debatten van het niveau ons-kent-ons. Ze zijn gaande op de sites van de verschillende verenigingen van leraren en worden gedomineerd door het steken van veren in elkaars reet. Heel vriendelijk en slijmerig vinden de reageerders elkaar zonder uitzondering formidastisch in de uitzonderlijke visie op het vernieuwen van het onderwijs. Zweef-liegerij, luchtfietserij, hemelbestorming, gebakken lucht, zeepbellenblazerij en andere stommiteiten en onnozelheden vormen de hoofdmoot in de ‘reacties’. Opvallend hierbij is dat negenennegentig procent van de deelnemers trainers, coaches, teamleiders, opleidingsmanagers, of andere niet-onderwijsgevenden uit het lagere managersechelon zijn. Ik zou er moeten om lachen maar eigenlijk is het triest, per slot rekenen zij zichzelf tot weldenkend onderwijzend Nederland en zijn het deze bezemberijders die hoog van de toren blazen in het onderwijsdebat.

Dan heb je de echte intellectuele sites zoals Linke Inn. Hier vind je de crème de la crème van weldenkend onderwijzend Nederland met discussies op hoog niveau. Hier geen geslijm, geen veren in de reet, geen ouwe jongens krentenbrood maar debat op het scherp van de snede. Geen onderwerp ontsnapt aan hun aandacht. De luie docent, de klassengrootte, het realistisch rekenen, het taalonderwijs, de Cito-toets, passend onderwijs, speciaal onderwijs, het intelligentiequotiënt, over alles hebben ze een mening en debatteren honderduit ‘onder ons’ en met het handboek argumentatieleer in de hand over al deze moeilijke onderwerpen. Als geen ander weten ze te vertellen hoe het eigenlijk zou moeten met het onderwijs in Nederland en vinden dat de minister het beste al haar ambtenaren kan ontslaan en de weloverwogen, beargumenteerde en uitgediscussieerde adviezen van dit weldenkende deel van Nederland onmiddellijk ten uitvoer moet brengen.

Je zou er heel wat van denken van deze Linke hotemetoten ware het niet dat het stelletje o-wat-ben-ik-lekker- intellectuelen voor negenennegentig procent bestaat uit Innovatie managers, Independent researchers, Professional senior consultants, ICT managers, Physical Education Professionals(sic), Ex-director PO, stafmedewerker planning en control, owner van werkhuisintituten ( geen goed Engels woord dat de lading dekt voorhanden), verbetermanager, ICT, internet & education consultant, kortom de hele kleilaag van de uit de onderwijsruif vretende ‘adviserende’ aasgieren is vertegenwoordigd. Schrikbarend is daarbij het aantal gepensioneerde betweters die in hun jonge jaren een jaartje of twee voor de klas hebben gestaan en toen ‘de weg omhoog’ hebben bewandeld. Ontsnapt aan de HOS nota, in het onderwijs beter bekend als ‘de voorHOSser’ hebben zij wel de pensioenleeftijd bereikt binnen ‘onderwijs’ . Wie verwacht had dat deze weldenkende Nederlander moe en uitgeblust in zijn tweede huisje in Frankrijk zou gaan genieten van de rust en zijn pensioen berekend op eindloon heeft het faliekant mis. Een eigen bedrijfje en ouwenelen over hoe het onderwijs er volgens hen uit moet komen te zien. Ze geven lezingen, spreken op symposia en bemoeien zich overal tegenaan. Op het scherp van de snede en zoals een weldenkend Nederlander betaamt neerkijkend op de gewone Jan en Sien voor de klas.

Al bij al, vermakelijk is het wel om al deze weldenkende onderwijs nitwitten hun eigen belangetjes te zien verdedigen, hun eigen stomme vooroordeeltjes te zien debiteren en hun snoeverij niveau ‘kijk mij nou eens’ te zien etaleren. Weldenkend Nederland…ammehoela, Meer ‘Jut en Jel die weten het wel’.



 Jesse Jeronimoon
----------
 
 
24-02-2012, reactie van H. Philippens
Kun je even wat linkjes aanleggen, Jeronimoon? Dan kunnen je lezers er zelf een blik op of naar werpen.
 ----------
Datum: 20-02-2012
 Het verwoeste onderwijs van ROC Zadkine

 

 

Tot een paar weken geleden dachten veel mensen buiten de stad Rotterdam bij het woord ‘Zadkine’ aan het beroemde beeldhouwwerk ‘de verwoeste stad’ en niet aan een onderwijsinstelling van formaat met een financieel tekort van formaat. Zo zie je maar, een mens leert elke dag nog bij.

We zijn nu een paar weken verder en het stof van de ‘ontslagbom’ is neergedwarreld, het ‘vingertjeswijzen’ naar de schuldigen van het miljoenentekort  heeft geen enkele zin omdat niemand de verantwoordelijkheid zal nemen. Zoals in vele andere ROC’s waren ook hier de bestuurderen er vast van overtuigd dat door het vele fuseren er een punt zou komen waarbij het ‘to big to fail’ zou gaan gelden. Niets, maar dan ook niets zou hun nog kunnen raken. Vastgoed, beleggingsportefeuille, eigen bedrijven (zogenaamd voor de stageplaatsen), maar vooral een visie op onderwijs die zonder blikken of blozen ‘visionair’ genoemd mag worden, zorgden voor het euforiegevoel van de onoverwinnelijke. Helaas, het is anders gelopen.

ROC Zadkine danst net als de onderwijsgroep Amarantis, Hogeschool Inholland, en Griekenland op het slappe koord boven de afgrond van het faillissement. Honderden ontslagen zullen volgen en bestuurderen steken de koppen bij elkaar in overleg met de vakbonden. Een sociaal plan met een kartonnen handdruk voor de werknemer en een gouden handdruk met platina omrand voor het hoger leidinggevende vrienden zal een dezer dagen het daglicht zien.

Weinigen in het MBO schijnen het nog niet te willen geloven dat de enige reden van deze debacles de invoering is van het Competentie Gericht Onderwijs. En gelukkig was er een lid van de raad van toezicht van het ROC Zadkine die dat onomwonden weergaf. In al zijn onaangetaste betweterige visioenen laat Frans Meyers ons weten waarom het CGO zo belangrijk was voor het onderwijs bij het Zadkine.  "De ontbrekende aandacht voor gebouwen heeft te maken met het feit dat nog niemand weet wat CGO is. De kern van het verhaal is: ‘is onderwijs wel leuk? Het eerste doel van een leerproces is het verlangen. Als je van de zee gaat houden wil je vanzelf een boot gaan bouwen.” Niemand hoeft EInstein te heten om in de visie van deze visionair te ontdekken dat CGO en nieuwe gebouwen bij elkaar horen als de Zee met het strand.

Olijke Frans heeft ook een heel raar idee over onderwijs  "In de 100-jarige geschiedenis van het onderwijs gold het centrale motto: wij ruilen kennis tegen orde." En: "Ik kan laten zien dat dat oude leren volstrekt inadequaat is, gezien de eisen die tegenwoordig aan beroepsbeoefenaren worden gesteld. Vroeger werkte het ook niet, maar toen viel het niet op omdat er andere eisen werden gesteld.” Ook nog:  "In theorie biedt competentiegericht onderwijs de perfecte leeromgeving.” Zijn een aantal uitspraken over onderwijs gedaan door dit lid van de raad van toezicht van een instelling voor onderwijs.

Het CGO heeft in het hele land gezorgd voor een leegloop van bevoegde docenten, zowel in hogeschool als MBO. Omdat het ‘oude leren’ inadequaat was, er ‘andere eisen werden gesteld aan de beroepsbeoefenaar’, en omdat in theorie de docent eigenlijk niet meer nodig was. De coach, leerbegeleider, instructeurs en anderen moesten er voor zorgen dat er een einde werd gemaakt aan de uitruil van kennis voor orde. Natuurlijk moest dit alles gebeuren in Nieuwe gebouwen, met veel ICT om de zelfredzaamheid te bevorderen, met veel managementslagen om het geheel goed aan te sturen.

Enfin, ROC Zadkine moet afslanken. Ik vrees met grote vreze. Voor mijn geestesoog verschijnt het beeld van Zadkine, de verwoeste stad. Als de afslankingsoperatie is uitgevoerd zal dit beeld symbool staan voor ROC Zadkine. Het onderwijs, met verwrongen armen smekend ten hemel geheven en op de plaats van zijn hart, op de plaats waar de docenten zouden moeten zitten, gaapt dat grote gat.

 

Jesse Jeronimoon 
----------
 
 
21-02-2012, reactie van Huub Philippens
Ja, ik zie het nu ook, Jeronimoon:
Dat beeld, dat gat: dat staat inderdaad voor incontinentie gericht onderwijs.
 ----------
Datum: 15-02-2012
 Keurmerken

 

Zo een jaartje of tien vijftien geleden vond de toenmalige regering het nodig om ‘de markt het werk te laten doen’. Eén van de vooruitstrevende maatregelen die toen genomen werden was het afschaffen van het ondernemersdiploma en het vakdiploma voor aankomende ondernemers. Het vakdiploma vertelde de klant dat de ondernemer waarmee hij in zee ging zijn vak verstond en het ondernemersdiploma zorgde er voor dat de ondernemer in spé een beetje bekend was met de nodige boekhoud-, belasting-, en arbeidsrechterlijke wetgeving. Maar volgens de toenmalige regering gooiden al die regeltjes roet in het eten voor de noodzakelijke concurrentie en het dalen van de prijzen. Ook al zagen ze in dat de poorten van het bedriegersparadijs voor Beun de Haas wagenwijd werden opengezet bij de afschaffing van de ‘papierhandel’, ‘de markt zou zijn werk wel doen’. En inderdaad de markt heeft zijn werk gedaan. Beun de Haas zegeviert. Met dumpingprijzen, zwart werk, kwaliteit van lik me reet, goedkope allochtone werkkrachten, haalde Beun de Haas binnen de kortste keren de buit binnen en de gedegen en goed opgeleidde ondernemer legde al snel het loodje. Tijd voor een Keurmerkencircus.

Je kan er niet meer omheen. Op elke verpakking, elke website, elke reclameuitreiking staan wel een aantal keurmerken waar de desbetreffende ondernemer mag van genieten. De zielige klant wordt doodgegooid met ISO-normen, kwaliteitsafspraken, ecologische keurmerken, branchekeurmerken, en alles wat maar enigszins ruikt naar ‘wij van wc-eend…’. Iedereen en alles heeft wel een keurmerk of staat ingeschreven in een beroepsregister. Een register bijgehouden door het opperhoofd Beun die als eerste op het idee kwam om een registertje bij elkaar te smoezelen, zichzelf uitriep tot de directeur van het registertje, een website op touw zette en met een paar andere Haasjes de reglementen van het registertje, eufemistisch ‘beroepscode’ genoemd, bedacht. Iedereen kon zich, tegen een schappelijk lidmaatschapsprijsje, inschrijven in het register. Een register goedgekeurd door Beun de Haas en zijn haasjes.

Ook op scholen deed zich het bovenstaande voor want ook daar sloeg Beun de Haas toe. De omhooggevallen gymdocent mocht van de een op de andere dag vertellen wie ‘bekwaam’ was om les te geven. Bevoegdheid, het aloude diploma vakkennis, was niet meer nodig, het lerarentekort weet u wel. En er werden wat bekwamen benoemd in de afgelopen jaren, zoveel dat het een beetje ging opvallen dat er in het onderwijs meer ‘bekwamen’ dan ‘bevoegden’ rondlopen. Maar ook hier was de oplossing al snel gevonden, het lerarenregister komt er aan. Iedereen mag zich inschrijven, als er maar een beetje les gegeven wordt, bevoegdheid is niet nodig als we maar bekwaam zijn. Zo worden alle ‘onbevoegde bekwamen’ gelegitimeerde ‘registerleraren’. Het leuke van dit alles is de geilheid, de geilheid waarmee het zooitje zelfbenoemd bekwamen het woordje ‘registerleraar’ al hebben opgenomen op hun LinkdInn of facebook pagina. Om je te bescheuren van het lachen, registerleraren van een register dat nog niet bestaat. Gekker kan het niet meer worden.

 

Maar toch heeft een en ander mij aan het denken gezet. Het is wel makkelijk geld verdienen met zo een register. Daarom heb ik besloten om mijn collega’s Ton van Haperen, Bert Brussen, en Gerrit Komrij te polsen of wij gezamenlijk met de koppen bij elkaar en onder het genot van een biertje eens kunnen mindsetten omtrent de oprichting van een ‘register van gecertificeerde columnisten’. Uiteindelijk moeten wij ook onze markt beschermen, en niet iedereen die drie zinnen na elkaar kan schrijven moet zich columnist gaan noemen natuurlijk. Ik denk aan een register met een lidmaatschap van minstens 250 euro per jaar, wij vier vormen dan het bestuur van het register en ‘laten toe’ (heel veel) of ‘royeren’ ( weinig, dat begrijpt u wel) en dan is mijn voorstel dat wij vier onze columns ondertekenen met Beun, en al de andere ‘registercolumnisten’ met ‘haasje’.

Jesse Jeronimoon


----------
 
 
21-02-2012, reactie van moby
De verwoeste stad. Wie verwoestte de stad?
Please.
 ----------
Datum: 15-02-2012
 Vandaag heb ik de blogpagina opgeruimd. Dat wil zeggen dat alle columns op de blog 'overgeplaatst' zijn naar de map 'Columns onderwijs' op de drie laatste columns na die nog altijd op de blog te lezen zijn.

Morgen een nieuwe column.


----------
 
Datum: 13-02-2012
 InHolland, Amarantis, Zadkine…wie volgt?

 

Nog vóór deze column helemaal was uitgetikt kopte de volkskrant ‘duizenden ontslagen in het basisonderwijs’. De volgende is dus al bekend, en hoeveel volgen er nog?

De docent kijkt er eigenlijk al niet meer van op. Jaar na jaar zag hij collega’s al dan niet gedwongen vertrekken of overgeplaatst naar een andere afdeling, gebouw of vakgroep in afwachting van zijn definitieve vertrek uit het onderwijs. In het HBO en MBO was de invoering van het Competentie Gericht Onderwijs en het daarmee gepaard gaande ‘verzelfstandiging’ van het onderwijsleerproces, hét legitieme middel bij uitstek om de LB-,LC-, en LD docenten de wacht aan te zeggen. Ze werden vervangen door coaches, instructeurs, leerregisseurs, leerlingbegeleiders, assessors, portfolio-onderzoekers, stagebegeleiders, stagecoördinatoren  en andere goedkope ‘leerbegeleiders’ met natuurlijk daarboven een laag van managers en aanverwante bureaucratie om alles in goede banen te leiden.

InHolland gaf de aftrap. Doekle verkondigde dat het competentiegericht Onderwijs niet dat had gebracht wat er van te verwachten viel en kondigde een grote reorganisatie aan. Docenten er uit, vakrichtingen stopzetten en sluiten van afdelingen. De toon was gezet. Amarantis kwam enkele weken geleden in het nieuws. Een miljoenentekort moet worden opgevangen door het ontslag van honderden medewerkers, stopzetten van vakrichtingen en sluiten van afdelingen. ROC Zadkine was de volgende om een grote reorganisatie met honderden ontslagen in het vooruitzicht te stellen en als klap op de vuurpijl luidt het basisonderwijs de noodklok. Duizenden ontslagen worden in het vooruitzicht gesteld. Met de leus ‘liever een digibord dan een docent’ ontsnapt ook het basisonderwijs niet aan de algemene malaise die het onderwijs in zijn greep houdt.

Opvallend hierbij is het enkele feit dat bestuurderen en overkoepelende raden zich haasten om pers en media voor te lichten omtrent de reden van de reorganisaties en dat het altijd de schuld is van de minister die te weinig geld uittrekt voor het onderwijs. Nu zijn we dat al een beetje gewend van bestuurlijk Nederland, het roepen van ‘er moet geld bij’ bedoel ik dan. Nooit eens een bestuurder die as over het eigen hoofd strooit en deemoedig toegeeft dat er op bestuurlijk niveau fouten zijn gemaakt, wanprestaties zijn geleverd of gewoon dat het besef dat de beleggings-bomen niet tot in de hemel groeien te laat kwam.

En het einde van de onderwijsmalaise is nog lang niet in zicht. Bestuurderen beraden zich op de volgende stappen, wat ná de eerste ontslagronde. Ook zij beseffen dat in hun toko met daarin het woord ‘opleiding’ de vlag al lang de lading niet meer dekt. Het Nederlandse bedrijfsleven biedt de oplossing op een gouden presenteerschaaltje.  Het bedrijfsleven denkt er over na om de oude bedrijfsscholen nieuw leven in te blazen, kwestie van medewerkers op te leiden met kennis en kunde van het vak in plaats van nietszeggende ‘competenties’. Een klein probleempje is de financiering van zo een bedrijfsschool want niet erkend door het ministerie van onderwijs dus ook geen onderwijssubsidies naar de bedrijfsschool. De onderwijsbestuurderen komen maar al te graag met de volgende oplossing. De bedrijfsschool ‘huurt’ een brinnummer van een ROC tegen een afgesproken vergoeding per leerling en klaar is Kees. Hierdoor wordt het bedrijf op papier een onderdeel van het ROC. In de praktijk gaat dat als volgt in zijn werk. Het ROC spreekt af met het bedrijf of met een cluster van bedrijven dat hun leerlingen een opleiding volgen in het bedrijf. De leerling wordt ingeschreven bij het ROC, het ROC krijgt de normale in- en output- vergoeding en de opleiding zelf vind plaats in een bedrijf. De 850 uurtjes verplichte lessen worden ook ingevuld door het bedrijf die daar een klein kantoortje voor inricht als leslokaal. De docent, als die er al is, kan worden ingehuurd bij het ROC, indien nodig. De financiering van de leerling vanwege het rijk wordt dan netjes verdeeld onder bedrijf en school.

En nee, dit is niet raar, geen utopie, ook niet vergezocht maar is al dagelijkse praktijk. Een voorbeeldje? Het Espeq een cluster van bouwbedrijven in Noord Holland runt op deze manier al jaren de schildersopleiding.



Jesse Jeronimoon

 

 


----------
 
 
13-02-2012, reactie van moby
Dat was bij eerdere artikelen van jouw hand wel eens een probleem: het leek alsof je fabuleerde, of je bediende van dichterlijke vrijheden.
Maar nee: de idiote werkelijkheid die je beschreef bleek inderdaad de idiote werkelijkheid.
Dank.
 ----------
Datum: 7-02-2012
 Graaien, graaien, graaien.

 

Een verbijsterend zwartboek MBO. Een toonbeeld van hoe grijpgrage bestuurderen de MBO scholier uitkleden, afknijpen, uitschudden en oplichten om nog meer eurootjes binnen te rijven. Dat het geen peanuts is blijkt wel uit de bedragen die scholen rekenen voor een vrijwillig verplichte bijdragen aan verschillende bijkomende schoolkosten. Het gaat om bedragen tussen de 450 en 850 euro per jaar. Als u bedenkt dat een beetje ROC zoals de noodlijdende stichting Amarantis al snel een deelnemer of tienduizend heeft, dan gaat het hier om bedragen tussen de 4.500.000 en 8.500.000 per jaar.

De creativiteit van de grijprage bestuurder kent wat betreft het benoemen van ‘bijkomende kosten’ geen grenzen. Ze bedenken een uitermate ingewikkeld pasjessysteem om zogenaamd de veiligheid binnen de gebouwen te vergroten want een pasje is nodig om door de tourniquets te komen. Vooruitstrevend als de bestuurder is heeft hij daarbij ook gedacht aan de uitvoerige mogelijkheden die zo een pasje te bieden heeft. Een digitaal aanwezigheidslijstje, immers het binnen en buitengaan kan worden geregistreerd. Ook kan het dienst doen als examenpasje, dus zonder pasje geen examen, als copypasje, restaurantpasje, en op sommige ROC’s kan het zelfs dienen als betaalpasje bij te laden zoals een chipknip. Voordeel van dit multifunctioneel pasje is het opknippen van de vrijwillige verplichte bijdrage. Een bedragje voor het pasje, een bedragje voor als het pasje verloren wordt, een bedragje voor de copymachine, voor de toegang tot de examenzaal, voor het gebruik van de chipknip, het lijken verdorie wel bankbestuurderen, die sturen tegenwoordig ook een rekening voor het gebruik van de betaalrekening.

Een directeur van een ROC in Tilburg vond het een prima manier om zijn zakken, excuseer de rekeningen van het college te voldoen want geld was er altijd wel nodig. Hij vond dat de deelnemer niet moet zeuren en dat de verplichte vrijwillige bijdrage gebruikt werd om het gebouw te onderhouden, het primaire proces te ondersteunen en nog zo wat andere belangrijke zaken waar hij volgens eigen zeggen te weinig geld van de overheid voor kreeg.

Eigenaardig bij dit alles is het enige feit dat een ROC in het Zuiden van het land 64 miljoen op de bank heeft staan en op hetzelfde moment een ROC in Amsterdam naar alle waarschijnlijkheid tientallen miljoenen tekort komt en voorzichtige berekening al heeft uitgewezen dat alle ROC’s  tesamen  een miljardje of vier her en der op rekeningen, spaarbankboekjes, beleggingsproducten en al de andere winstvervierdubbelaars heeft staan.  

Dank zij het zwartboek van het MBO wordt één ding duidelijk namelijk dat niemand meer weet hoeveel, waarheen, door wie en waarom er jaarlijks miljarden en miljarden overheidsgeld doorheen worden gejaagd binnen de muren van de onderwijsinstituten.  Dat kan alleen maar omdat zowat negentig procent van de ROC’s zich bekeerd hebben tot het bijzondere onderwijs waardoor alle gelden verdwijnen in de pot van een stichting. Het grote voordeel van een stichting is namelijk dat ze niet onder de wet openbaarheid van bestuur valt. Waardoor niemand de boeken kan en mag inkijken zonder toestemming van diezelfde graaiende bestuurder die elke deelnemer zonder enige schaamte geld uit de zakken klopt voor schimmige diensten die nergens voor nodig zijn.

Nog effe en de toiletjuffrouw wordt ingevoerd in het ROC want dat blijkt op dit moment zowat het enige te zijn wat binnen het schoolgebouw nog gratis kan.

 

Jesse Jeronimoon
----------
 
 
12-02-2012, reactie van Ineke
Correctie: het gehele mbo is bijzonder onderwijs. Er bestaat geen openbaar mbo. In de bible belt hanteert een mbo school wel de benaming openbaar, maar dat is juridisch niet juist. Toen ik hier navraag naar deed, stelde de school dat ze hiermee aangaf voor alle soorten gelovigen en niet-gelovigen toegankelijk te zijn, dat voor hun school openbaar op die wijze moet worden verstaan. Maar openbaar mbo bestaat er in juridisch zin dus niet. Verder prima stuk, uit het hart gegrepen!
 ----------
Datum: 18-01-2012
 De onderwijsprofeten

 

Op een druilerige zondagmiddag durf ik als afleiding wel eens surfend over het wereldwijde web op zoek te gaan naar wat er zoal te koop is op het vlak van onderwijs en onderwijsvernieling. Telkens weer valt het mij op dat de diehards, de onderwijsproleten van de vernieling, een aantal zaken met elkaar gemeen hebben.



Om te beginnen zijn ze allen, bijna zonder uitzondering, de leeftijd van zestig ruimschoots gepasseerd. Een deel hebben eigenlijk al de pensioengerechtigde leeftijd bereikt maar hun hebzucht en eigenwaan blijken toch enorme struikelblokken te zijn om het voortaan maar een beetje rustiger aan te doen. Een paar zijn er zo trots op dat ze op hun leeftijd nog een aardig mondje mogen meepraten aan de onderwijstafel dat ze zonder enige schroom hun overvolle agenda in de etalage van hun website hebben geplaatst. We mogen ons er met zijn allen in verheugen dat het lezingencircus, de onderzoeksruif en de onderwijsopleidingssector veelvuldig  gebruik maken van deze zelfbenoemde stokoude onderwijsdeskundologen die de onderwijsvernieling standvastig een ‘paradigmashift’ en ‘Nederland moet klaar zijn voor de toekomst’ blijven noemen. Onverminderd gaan ze door met  hun artikelen des onderwijsgeloof over het nederige gelovige onderwijsmanagersvolk  uit te gieten.



De mindere goden onder de proleten manifesteren zich met hun quasi intellectuele prietpraat op de verschillende onderwijsfora die het wereldwijde web rijk is. Ze wijzen daarbij de forumbezoeker op agressieve toon op het feit dat hij, de onderwijsproleet van dienst, beschikt over een oeverloos verstand van zaken, dit in de hoop vroeg of laat opgemerkt te worden door de bestuurdersmaffia waarna het grote adviesgraaien kan beginnen.



Allen hebben hun niet-onderwijs-opleiding genoten tijdens de jaren vijftig en zestig van vorige eeuw en hebben nooit ofte nimmer daarna nog een klaslokaal aan de binnenkant gezien, laat staan vóór een klas gestaan. Hun theorietjes over hoe het er in een klas aan toe gaat en hoe het Nederlandse onderwijsbestel er uit zou moeten zien, hebben ze uit boeken en citaten, of hebben zelf bedacht hoe het er een beetje aan toe gaat of aan toe zou moeten gaan. Bedenksels die volledig los staan van welke onderwijsrealiteit dan ook. Ze hebben nooit de geur van spanning geroken die er hangt in het tot examenlokaal  omgetoverde turnzaal. Ze hebben geen enkel idee wat de dagelijkse onderwijspraktijk voor docent, juf, meester of leerling inhoudt.



Nog erger, de meesten van dit soort geloofsverkondigers hebben een uitgesproken haat tegen alles wat onderwijs geeft. Is het een trauma opgelopen tijdens hun eigen schooltijd? Is het een aangeboren antipathie tegen de beroepsgroep van docenten? Of is het niet meer of minder dan hebzucht? Immers aan de docentengroep valt niet veel te verdienen. Het zijn de bestuurderen, de managers, de minister en de staatsecretaris die, eenmaal het geloof van de onderwijsvernieling is nedergedaald, de knip trekt om het paradigmashift en zijn apostelen te voorzien van  de nodige financiële middelen om het geloof verder te verkondigen. Docenten spelen daarin geen rol, integendeel, ze zijn met velen en het grootste obstakel bij de geloofsverkondiging, docenten mogen er alleen maar zijn om aan de artikelen des geloof en de geboden van het onderwijsvernieuwinggeloof uitvoering te geven, zonder vragen te stellen want de geloofsverkondiger ziet zichzelf als onfeilbaar.



Allen pleiten ze voor afschaffing van testen, toetsen, leerstofjaarklassensysteem, selectie aan de poort of tussentijds, toezicht, overheidsbemoeienis en pleiten voor nog veel meer autonomie. Begrijpelijk. Aangezien ze zelf tijdens hun studietijd de uitstekend werkende hobbels van testen, toetsen, selectie en toezicht hebben moeten doorstaan, en rekening houdende met het tijdskader ( zestiger jaren) is een test of een toetsje voor hen hét symbool van onderdrukking door ‘de gevestigde macht’ geworden. Nu ze zelf aan de macht zijn willen ze willekeur, totale willekeur zodat iedereen met een natte vinger kan bepalen op basis van hoegenaamd niets, wie wel en wie niet competent is. De gevolgen hiervan komen nu boven water, examenfraude, diplomafraude, dalende onderwijskwaliteit  en een ‘tien’ voor een politiek pamflet dat ‘scriptie’ genoemd wordt.  



Hun voornaamste bezigheid bestaat uit ‘citeren’ en ‘overschrijven’ natuurlijk met een verwijzing en dat is niet zozeer omdat ze geen auteursrecht willen schenden, dat zoen ze om de argeloze lezer er van te overtuigen hoe erudiet ze wel niet zijn. Een essaytje van een paginaatje of veertig over hun vernieuwend onderwijs heeft al snel een paginaatje of vijftien uitsluitend gewijd aan alle boekjes, boeken, geschriftjes, andere essaytjes, enzomeer,  waaruit ze hebben overgeschreven. Een eigen idee of mening hoe onderwijs eruit moet zien hebben ze eigenlijk niet. Het is meer een ‘geknipt en geplakt’ paradigmashift waar ze zo graag over roeptoeteren. En het mooiste is natuurlijk als er tussen als die titels van opstelletjes ook nog een paar keer verwezen kan worden naar een eigen opstelletje dat ze honderd jaar geleden als studieobject hebben mogen neerpennen. Het heeft in het huidige tijdsgewricht geen enkele waarde meer egens al lang achtgerhaalde onzin, maar het staat toch intelligent. Toch?



En dan hun zogenaamde ‘zoektocht’ naar ‘talenten’. Wat ze onder ‘talent’ verstaan wordt nergens duidelijk. Wel weten ze hoe talenten te ontdekken zijn. Dat kan, volgens de proleet, door selectie instrumenten zoals de Cito-toets, de IQ test en de instroomtoets af te schaffen om elk kind ‘de kans te bieden zijn talenten tot ontplooiing te laten komen. Iets in de zin van ‘geen gezeik, iedereen rijk’. Een grotere voorstelling van hun onderwijsonbenul is niet mogelijk en laat zien dat hun onderwijstheorie en de dagelijkse onderwijspraktijk met elkaar vloeken als een ketter in de kerk. Maar het zal hun worst wezen, zolang er bestuurdersonbenullen rondlopen die denken dat op deze manier er geld te verdienen valt aan het onderwijs kunnen de proleten hun gang gaan.



Jesse Jeronimoon

 
----------